<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN1960]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van orde.</item>
<item attribuut="Bestand"> 26 Kb</item>
<item attribuut="Inhoud">Betreft 172 tramconducteurs die via de banenpool in dienst zijn getreden bij het GVB, en na verloop van tijd een vaste dienstbetrekking zou worden aangeboden met een normaal salaris.</item>
<item attribuut="Rubriek">Verkeer, vervoer en waterstaat (Openbaar vervoer)</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 14, Tweede Kamer, pag. 2573-2575</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">20-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN1960</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Vragenuur</item>
<item attribuut="doccode">TK 37</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="37-2573">

Aan de orde is het mondelinge
vragenuur, overeenkomstig artikel
136 van het Reglement van orde.
</onderwerp>
<onderwerp pagina="37-2573">

Vragen van het lid Marijnissen aan
de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, over tram-
conducteurs in Amsterdam en
het dreigende ontslag per 1
januari 1995.

<blok pagina="37-2573">

 
<spreker pagina="37-2573" anker="843" partij="SP" naam="Marijnissen">
 Mijnheer
de voorzitter! Ik vertel de minister
waarschijnlijk niets nieuws wanneer
ik zeg dat de SP-fractie het 40.000-
banenplan van de regering steeds
heeft afgewezen. Niet omdat wij niet
zouden vinden dat er veel nuttig
werk nu blijft liggen, maar omdat de
beloning voor de mensen veel te
laag ligt. Die mensen moeten
worden ingezet bij toezicht, zorg en kinderopvang: allemaal vreselijk
belangrijk werk. Daar is geen
discussie over, ook niet binnen mijn
fractie.
De discussie gaat over de vraag,
wat dit kabinet over heeft voor de
uitvoering van dit belangrijke werk.
Wat heeft het over voor het salaris
van de mensen die dit werk moeten
doen? Tot nu toe komt de regering
niet verder dan 100% tot 120% van
het minimumloon bij een werkweek
van maximaal 32 uur, uitzonderingen
daar gelaten. Wij spreken dus over
banen op het niveau van het
minimumloon. De SP-fractie heeft
hiertegen al eerder fel geprotesteerd.
Er bestaat geen enkele morele
rechtvaardiging voor deze ongelijk-
De heer Marijnissen (SP)heid. Belangrijk werk is belangrijk en
moet navenant worden beloond. Dat
niet alleen de SP-fractie bezwaar
maakt tegen deze regeling, mag
blijken uit het feit dat inmiddels 172
tramconducteurs in Amsterdam in de
clinch liggen met het GVB, zeg maar rustig: het gemeentebestuur. Deze
172 mensen, banenpoolers, zitten nu
twee jaar tot tevredenheid van
iedereen als conducteur op de tram.
Naar veler mening was het eerst een
jungle en is het nu leefbaar. Er is
minder agressie, minder vernieling
en het zwartrijden is teruggedron-
gen.
Bij het in dienst treden van deze
mensen is beloofd, dat hun na
verloop van tijd een dienstverband
zou worden aangeboden met een
normaal salaris. Deze toezegging
wordt nu niet nagekomen. Het GVB
en de gemeenten wijzen daarvoor in
de richting van Den Haag en wijzen
erop dat er in het kader van de
Melkert-gelden niets bij mag worden
gelegd. Het personeel heeft terecht
lak aan alle regelingen en staat op
het standpunt na twee jaar werken in
de banenpool nu recht te hebben op
een normale baan met een normale
beloning.
Onderhandelingen over een nieuw
bod van de gemeente, te weten een
baan van 38 uur tegen 120% van het
minimumloon, hebben niets
opgeleverd. Het gevolg is geweest
dat de gemeente de tramconducteurs
ontslag heeft aangezegd per 1
januari 1995. Daarom de volgende
vragen.
1. Vindt de minister het sociaal
aanvaardbaar dat mensen die twee
jaar in het kader van de banenpool
nuttig werk hebben verricht, tot
tevredenheid van alle betrokkenen,
nu ontslag is aangezegd door het
gemeentelijk vervoerbedrijf?
2. Acht hij de wens van de
betrokkenen om na twee jaar werken
op minimumniveau nu in aanmer-
king te komen voor een normaal
salaris gerechtvaardigd, of niet?
3. Is hij met mij van mening dat de
regeling rond de 40 banen zoals die
nu is afgesproken te rigide is en er
een oplossing dient te komen voor
deze categorie mensen?
4. Is hij bereid de gemeente
Amsterdam toe te staan aan de
Melkert-gelden een bedrag uit eigen
middelen toe te voegen, zodat
daarmee de beoogde vaste
dienstbetrekking met fatsoenlijk
salaris kan worden gefinancierd? Zo
ja, is hij bereid een dergelijke
constructie ook in andere gevallen
toe te staan en deze mogelijkheid toe
te voegen aan de definitieve
regeling, die hij deze week nog
bekend zal maken?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2574">

 
<spreker pagina="37-2574" anker="844" soort="Minister" naam="Melkert">
 Mijnheer de
voorzitter! Mag ik allereerst de heer
Marijnissen dankzeggen dat hij,
nadat hij een aantal weken geleden
het 40.000-banenplan had afgewe-
zen, nu toch probeert het te benutten
om voor werklozen in het krijt te
treden? Zo komen wij toch nog
samen uit bij wat nodig is, namelijk
meer werk voor degenen die nu of
anders met langdurige werkloosheid
zouden worden geconfronteerd.
’’Belangrijk werk is belangrijk’’
zegt de heer Marijnissen. Ik zou zeggen: we`rk is belangrijk! Ik maak
geen onderscheid tussen belangrijk
en onbelangrijk werk. We`rk is
belangrijk. En dat is ook het
uitgangspunt geweest voor de
voorstellen van het kabinet op dit
punt.
Er is inderdaad in de afgelopen
jaren in Amsterdam grote tevreden-
heid ontstaan over het functioneren
van conducteurs op de tram. Om een
groot aantal redenen zou het
maatschappelijk zeer gewenst zijn
om dat voort te zetten. Dat is ook
precies de reden waarom het kabinet
toezicht op straat, openbaar toezicht,
veiligheid op straat, als een van de
belangrijkste aanknopingspunten
voor het banenplan heeft aangeduid.
De belofte die bij in dienst treden
is gedaan, is een zaak van de
gemeente Amsterdam. Mı`jn zaak is
het om vanuit de besluitvorming in
het kabinet de mogelijkheden te
bieden waardoor in de sfeer van het
openbaar toezicht conducteurs op de
tram ook de komende jaren
gewaarborgd zijn.
Ik moet de heer Marijnissen erop
wijzen dat zijn veronderstelling dat er
ontslag zou zijn aangezegd, niet juist
is. Er is op dit moment aan de
conducteurs/banenpoolers aangebo-
den om voorlopig als werknemer bij
de banenpoolorganisatie, Bureau
maatwerk, in dienst te blijven.
Ik kom dan tot de beantwoording
van de concrete vragen. De heer
Marijnissen vroeg of het sociaal
aanvaardbaar is dat ontslag is
aangezegd. Er is dus geen ontslag
aangezegd. Dan zou de heer
Marijnissen wellicht willen vragen of
het sociaal aanvaardbaar is wat op
dit moment wordt besproken. Wat
op dit moment wordt besproken, is
sociaal noodzakelijk. Het gaat
namelijk om het scheppen van banen
op het niveau zoals het kabinet dat
ook nodig acht, zoals wij dat ook
vragen van werkgevers en werkne-
mers in de markt, van werkgevers en
werknemers in de collectieve sector.
Wij vragen hen om de lagere
loonschalen op te zoeken om daar de
verbinding te leggen tussen vraag en
aanbod van arbeid, van mensen met
minder ervaring, minder opleiding.
Deze mensen kan hiermee toch het
perspectief worden geboden op
volwaardig werk en ook perspectief
op een verdere loopbaan. De volgende vraag is: is de
40.000-regeling te rigide? Dat is niet
het geval. Juist het zoeken van de
laagste loonschalen kan via de
regeling gebeuren. Het beste bewijs
is dat ook in Amsterdam nog
gisteren een onderhandelaars-
akkoord is gesloten tussen de
gemeente en de vakbonden over het
in dienst nemen door de gemeente
van ongeveer 300 huidige banen-
poolers in de functie van stadswacht
en flatwacht. Het kan dus wel binnen
de regeling die is aangegeven. Het
komt er in het geval van de
conducteurs op neer dat het in een
lagere salarisschaal moet gebeuren.
Is dat dan geen normaal salaris?
Dat is we`l een normaal salaris. Voor
mij is het wettelijk minimumloon zelf
en alles wat daar iets boven zit net
zo goed een normaal salaris als
salarisschaal 3 waarover op dit
moment wordt gesproken in het
Amsterdamse. Ook dat is het
uitgangspunt geweest bij de plannen
van het kabinet.
Is het kabinet bereid, Amsterdam
toe te staan om een bedrag uit eigen
middelen toe te voegen en om dat
wellicht ook in andere gevallen
mogelijk te maken? Het lijkt mij niet
in de rede liggen om die weg te
gaan. Wij hebben er met open ogen
voor gekozen om juist tussen 100%
en 120% het maximale te doen om
werkgelegenheid te scheppen, niet
alleen omdat daar het gat zit tussen
vraag en aanbod maar ook omdat
wij zoveel mogelijk banen willen
maken. Er moeten zoveel mogelijk
banen komen op dat salarisniveau en
op 32-uursbasis. Dat schept
uiteindelijk perspectief voor
betrokkenen om uit de sfeer van de
uitkeringen te blijven, om nieuw
loopbaanperspectief te ontwikkelen
en om dus volwaardig deel te
kunnen nemen aan de arbeidsmarkt,
nu en straks.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2575">

 
<spreker pagina="37-2575" anker="845" partij="SP" naam="Marijnissen">
 Mijnheer
de voorzitter! Hoewel ik het
antwoord van de minister wel
enigszins had verwacht, ben ik toch
buitengewoon teleurgesteld. Immers,
het verhaal van Amsterdam en de
tramconducteurs van het GVB
bewijst dat er een enorme weerstand
onder mensen bestaat tegen de
onrechtvaardigheid dat zij eerst twee
jaar in een banenpool voor mini-
mumloon hebben gewerkt om
vervolgens nu te moeten conclude-
ren dat de eerder gedane toezeggin-
gen niet worden waargemaakt door
het GVB en de gemeente. Die
mensen dreigen inderdaad wel per 1
januari op straat te komen staan,
omdat zij weigeren in te stemmen
met de regeling die zij onrechtvaar-
dig vinden. Zij moeten namelijk hun
arbeidsovereenkomst voortzetten op
de voorwaarde die van hen wordt
gee¨ist, te weten werken voor het
minimumloon.
Voorzitter! Ik stel vast dat er
sprake is van een groot gat tussen
de Haagse theorie en in dit geval de
Amsterdamse praktijk. Ik denk ook
dat de regering een grote misreke-
ning maakt en dat zij sowieso in de
toekomst in Nederland op buitenge-
woon veel verzet van de bevolking
en de betrokkenen kan rekenen. Het
gaat hier simpelweg om een zeer
onrechtvaardige aanpak, die mensen
uitsluit van fatsoenlijke arbeidsvoor-
waarden. Ik voorspel dat er veel
arbeidsconflicten in den lande zullen
ontstaan. Ik ben het absoluut niet
eens met de gemeenten en deze
minister, die enigszins speculeren op
de slappe kniee¨n van de vakbonden
in de hoop dat zij uiteindelijk toch
met deze slechte arbeidsvoorwaar-
den instemmen. De essentie van de
zaak is dat het plan rond de 40.000
banen te rigide is. De gemeente
Amsterdam is bereid geld bij te
leggen. Maar dan moet wel eerst de
regeling worden opgerekt. Ik verzoek
de minister alsnog daar eens zeer
serieus naar te kijken, niet omdat de
SP-fractie het vraagt maar op straffe
van grote arbeidsonrust in Neder-
land.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2575">

 
<spreker pagina="37-2575" anker="846" soort="Minister" naam="Melkert">
 Mijnheer de
voorzitter! Wat is onrechtvaardig?
Onrechtvaardig is volgens mij dat
mensen buiten de arbeidsmarkt
blijven staan. Onrechtvaardig is niet
dat de samenleving zich inspant om
via banenpools of andere instrumen-
ten niet alleen uitzicht op werk te
scheppen, maar gewoon werk zelf
aan te bieden. Dat is wat ik onder
rechtvaardigheid versta. Ik werp het
verwijt van de heer Marijnissen dan
ook verre van mij.
Ik ben het ook niet met hem eens
dat de Haagse theorie haaks staat op
de Amsterdamse praktijk. Ik zou
eigenlijk een beroep willen doen op
werkgevers en werknemers in
Amsterdam om de Amsterdamse
theorie aan de Haagse praktijk aan te
passen. De Haagse praktijk is dat wij
de ruimte kunnen bieden om werk
tegen een aanvaardbaar salaris
mogelijk te maken voor langdurig
werklozen. Zij moeten een kans
krijgen op volwaardig werk.
Als de heer Marijnissen mij vraagt
om Amsterdam de mogelijkheid te
geven om geld bij te leggen, dan
wijs ik hem erop dat in de voorstel-
len die er nu liggen, uitgaande van
salarisschaal 3, de salarie¨ring van
betrokkenen uiteindelijk zou
uitkomen op een niveau van 180%
van het minimumloon. Dat staat dus
mijlenver af van de Haagse en naar
ik stellig aanneem straks ook de
Amsterdamse praktijk. Het lijkt mij
niet in de rede liggen om dergelijke
verschillen te overbruggen. Het lijkt
mij meer in de rede liggen om te
laten zien dat salarisschalen ook
tussen het minimumloon en vlak
daarboven voor het werk beschik-
baar kunnen worden gemaakt, zoals
dat het kabinet voor ogen staat,
onder andere voor conducteurs.
Als de heer Marijnissen denkt dat
deze lijn zeer veel verzet in het land
zal oproepen, vind ik dat hij er blijk
van geeft, het land niet te kennen. Ik
wees hem er al op dat dezelfde
gemeente Amsterdam gisteren tot
overeenstemming is gekomen met
stads- en flatwachten. Er zullen 300
mensen op deze basis worden
aangesteld. Ik wijs hem ook op de
voortgang die in de zorgsector wordt
geboekt om banen in het kader van
het banenplan in te vullen. Kortom,
er is genoeg animo, er zijn genoeg
mogelijkheden. Het is mogelijk om
het perspectief te scheppen dat het
kabinet voor ogen staat.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="37-2575">

Vragen van het lid Rosenmo¨ller aan
de minister van Economische Zaken,
over diens uitlatingen met
betrekking tot het basisinkomen.

<blok pagina="37-2575">
<spreker pagina="37-2575" anker="847" partij="GroenLinks" naam="Rosenmo ¨ ller">

Voorzitter! Afgelopen zaterdag stond
in NRC Handelsblad een interessant
interview met de minister van
Economische Zaken, die zich daarin
uitsprak voor een basisinkomen of
een vorm van negatieve inkomsten-
belasting. De uitspraken van hem
hebben de discussie over een
mogelijk perspectief voor een sociaal
stelsel dat daarop gee¨nt is, een flinke
stimulans gegeven.
De minister zei dat hij een hekel
heeft aan het woord ’’basisinkomen’’.
Dat kan ik mij goed voorstellen. Hij
spreekt liever van invoering van een
systeem van negatieve inkomstenbe-
lasting. Voor de mensen die niet
vertrouwd zijn met deze begrippen
leg ik even uit wat dat betekent. Elk
individu krijgt een aftrekpost voor de
inkomstenbelasting. Wie geen
inkomen heeft, krijgt een negatieve
aanslag. Dat betekent dat zo iemand
geld van de fiscus krijgt. Zo’n vorm
van negatieve inkomstenbelasting is
dus iets anders dan een ministelsel
of een basisstelsel.
Als fractie van GroenLinks vinden
wij de bijdrage van de minister aan
deze discussie zeer interessant, al is
het alleen maar omdat wij in ons
huidige verkiezingsprogramma een
vorm van negatieve inkomstenbelas-
ting hebben geı¨ntroduceerd, een
eerste stap op weg daar naartoe,
omdat wij de haken en ogen kennen.
Het zal een langdurig proces zijn.
Ik stel de minister een aantal
vragen. Tijdens de formatie is dit
thema, naar ons uit publikaties
gebleken is, aan de orde geweest. Is
de minister daarmee bekend en is
hem ook bekend waarom in die
periode niet besloten is tot een
passage in het regeerakkoord over
dit onderwerp?
Waarom is de minister nu met dit
onderwerp gekomen? Is het een
alternatief voor de verlaging van het
minimumloon en de minimale
uitkeringen of voert hij een pleidooi
om de loonkosten aan de onderkant
te beperken zonder het bestaande
minimumloon aan te tasten?
Zou de minister het als belangrijk
man van D66 goed en interessant
vinden als zijn partij straks in het</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


