<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN1961]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Vragen van het lid Rosenmöller aan de minister van Economische Zaken, over diens uitlatingen met betrekking tot het basisinkomen.</item>
<item attribuut="Bestand"> 35 Kb</item>
<item attribuut="Inhoud">Het kamerlid stelt zijn vragen naar aanleiding van een interview in NRC Handelsblad met de minister van Economische Zaken over de invoering van een basisinkomen voor iedere burger waarbij mensen zonder inkomen een soort negatieve aanslag krijgen.</item>
<item attribuut="Rubriek">Belastingen (Inkomstenbelasting)
Inkomen en rechtspositie (Inkomens)</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 14, Tweede Kamer, pag. 2575-2579</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">20-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN1961</item>
<item attribuut="Omvang">5 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Vragenuur</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Stemmingen</item>
<item attribuut="doccode">TK 37</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="37-2575">

Vragen van het lid Rosenmo¨ller aan
de minister van Economische Zaken,
over diens uitlatingen met
betrekking tot het basisinkomen.

<blok pagina="37-2575">
<spreker pagina="37-2575" anker="383" partij="GroenLinks" naam="Rosenmo ¨ ller">

Voorzitter! Afgelopen zaterdag stond
in NRC Handelsblad een interessant
interview met de minister van
Economische Zaken, die zich daarin
uitsprak voor een basisinkomen of
een vorm van negatieve inkomsten-
belasting. De uitspraken van hem
hebben de discussie over een
mogelijk perspectief voor een sociaal
stelsel dat daarop gee¨nt is, een flinke
stimulans gegeven.
De minister zei dat hij een hekel
heeft aan het woord ’’basisinkomen’’.
Dat kan ik mij goed voorstellen. Hij
spreekt liever van invoering van een
systeem van negatieve inkomstenbe-
lasting. Voor de mensen die niet
vertrouwd zijn met deze begrippen
leg ik even uit wat dat betekent. Elk
individu krijgt een aftrekpost voor de
inkomstenbelasting. Wie geen
inkomen heeft, krijgt een negatieve
aanslag. Dat betekent dat zo iemand
geld van de fiscus krijgt. Zo’n vorm
van negatieve inkomstenbelasting is
dus iets anders dan een ministelsel
of een basisstelsel.
Als fractie van GroenLinks vinden
wij de bijdrage van de minister aan
deze discussie zeer interessant, al is
het alleen maar omdat wij in ons
huidige verkiezingsprogramma een
vorm van negatieve inkomstenbelas-
ting hebben geı¨ntroduceerd, een
eerste stap op weg daar naartoe,
omdat wij de haken en ogen kennen.
Het zal een langdurig proces zijn.
Ik stel de minister een aantal
vragen. Tijdens de formatie is dit
thema, naar ons uit publikaties
gebleken is, aan de orde geweest. Is
de minister daarmee bekend en is
hem ook bekend waarom in die
periode niet besloten is tot een
passage in het regeerakkoord over
dit onderwerp?
Waarom is de minister nu met dit
onderwerp gekomen? Is het een
alternatief voor de verlaging van het
minimumloon en de minimale
uitkeringen of voert hij een pleidooi
om de loonkosten aan de onderkant
te beperken zonder het bestaande
minimumloon aan te tasten?
Zou de minister het als belangrijk
man van D66 goed en interessant
vinden als zijn partij straks in het
begin van het volgend jaar tijdens
haar congres een eerste stap zet in
deze richting?
Mijn laatste vraag betreft de
herijking van het sociaal stelsel. In
het regeerakkoord staat dat het
sociaal stelsel half 1996 meer
fundamenteel tegen het licht zal
worden gehouden. Zijn de uitlatin-
gen van de minister een proefballon-
netje, zoals ik een van de collega’s
heb horen zeggen, of vormen ze wel
degelijk een serieuze bijdrage die de
minister nader gaat uitwerken om
mogelijkerwijs te komen tot een
meer fraudebestendig, geı¨ndividuali-
seerd sociaal stelsel zonder
uitvoeringsbureaucratie?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2576">

 
<spreker pagina="37-2576" anker="384" soort="Minister" naam="Wijers">
 Voorzitter! Ik wil
eerst even herhalen in welke context
die opmerkingen gemaakt zijn. Die
zijn gemaakt naar aanleiding van een interview dat als titel draagt: wij
moeten het ontstaan van een
onderklasse voorkomen. Dit had met
name te maken met het vraagstuk
van de werkloosheid aan de
onderkant van de arbeidsmarkt en
het probleem dat tussen 70% en
130% van het minimumloon een
soort zwart gat bestaat waar vraag
en aanbod op de arbeidsmarkt elkaar
nauwelijks ontmoeten, althans niet in
formele zin. Mijn idee is evenwel dat
het mogelijk moet zijn om ook in dat
segment werkgelegenheid te
scheppen die interessant is voor
mensen, zowel aan de vragende als
aan de aanbiedende kant. Ik heb mijn
opmerkingen tijdens dat interview
dus vooral gemaakt in de context
waar de heer Rosenmo¨ller het over
had. Het was speculeren over de
toekomst en over dingen die
mogelijkerwijze zouden kunnen
gebeuren. Mijn opmerkingen moeten
absoluut niet gezien worden als het
aankondigen van een plan van een
minister of het kabinet. Ik sprak toen
namelijk niet in de zin van een
aankondiging van beleids-
voornemens. Dit laat onverlet dat ik
vind dat wij, gegeven de omvang
van de werkloosheid en de omvang
van de inactiviteit, vanuit alle
denkbare invalshoeken moeten
nadenken over de vraag hoe wij
meer werkgelegenheid kunnen
cree¨ren.
De heer Rosenmo¨ller heeft mij
gevraagd of ik bekend ben met het
feit dat er in het kader van de
formatie over dit vraagstuk gespro-
ken is. De eerste en enige informatie
waar ik over beschik, is de enige
informatie die hij ook heeft, namelijk
kranteberichten. Ik was er namelijk
eenvoudigweg niet bij. Ik heb het,
eerlijk gezegd, ook nooit gevraagd.
Het staat in ieder geval niet in het
regeerakkoord.
Verder heeft hij gevraagd waarom
ik hier nu mee ben gekomen. Ik weet
eigenlijk wel zeker dat ik niet de
enige binnen het kabinet ben die zich
hier zorgen over maakt. Een kabinet
dat ’’werk, werk, werk’’ als devies
kiest, behoort zeer veel en diepgaand
na te denken over de vraag of wij
voldoende op koers liggen om de
zeer omvangrijke inactiviteit in dit
land aan te pakken. Er is een aantal
ideee¨n en mogelijkheden waar nog
niet diepgaand over is nagedacht en
waarvan de consequenties nog niet
bekend zijn, noch op het departe-
ment, noch in het kabinet. Ik vind dat
de omvang van het vraagstuk dwingt
tot een discussie daarover. Een
journalist die mij een vraag stelt op
dat gebied, geef ik zo open mogelijk
antwoord, zonder daarmee gelijk te
willen suggereren dat er plannen zijn
die een formele status hebben.
Dan heeft de heer Rosenmo¨ller
gevraagd of ik een rol wil spelen in
de discussies binnen mijn partij over
de verschillende varianten van
negatieve inkomstenbelasting,
basisinkomen en allerlei andere
zaken. Ook al zou ik dat niet willen, ik
zal het wel moeten, gegeven mijn rol
in de partij. Ik zal het ook zeker met
enthousiasme doen.
Ten slotte heeft de heer Rosenmo¨l-
ler gevraagd of het een proefballon-
netje was als opmaat naar de
discussie over het sociale-
zekerheidsstelsel. Het was geen
proefballonnetje; het was een poging
om een oprecht en open antwoord te
geven op een vraag van een serieuze
journalist over een belangrijk thema.
Het was niet meer en ook niet
minder.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2576">
<spreker pagina="37-2576" anker="385" partij="GroenLinks" naam="Rosenmo ¨ ller">

Voorzitter! De antwoorden van de
minister geven mij een beetje de
indruk dat hij nogal geschrokken is
van de hoeveelheid publikaties na
het verschijnen van het interview. Als
hij dat non-verbaal bevestigt, zal ik
hem in ieder geval de vraag stellen
om die bevestiging ook in de
Handelingen te laten terugkomen. Op
zichzelf lijkt het mij onterecht om
hiervan te schrikken, omdat wij
discussie¨ren over een sociaal stelsel
dat in de toekomst houdbaar moet
zijn. Nu zien wij dat er in het kader
van het bevorderen van werkgele-
genheid voortdurend gesneden
wordt in het huidige systeem van
sociale zekerheid. Daarnaast ligt er
het alternatief van het ministelsel.
Het zou wel degelijk goed zijn om
een fundamentele discussie te
voeren, mogelijk geı¨nitieerd door
deze minister, om te kijken of de weg
van een basisinkomen of een
negatieve inkomstenbelasting de
weg van de toekomst zou kunnen
zijn. Voor het cree¨ren van werk aan
de onderkant van de arbeidsmarkt
kan het wel degelijk zinvol zijn om
die weg te bewandelen. Dat blijkt
ook uit de doorrekening van het
Centraal planbureau van ons
verkiezingsprogramma, onder
handhaving en erkenning van het
bestaande minimumloon. Feit is
namelijk dat de loonkosten aan de
onderkant dan worden verlaagd.
Misschien kan de minister daar nog
nadrukkelijker op reageren.
In eerste instantie leek het erop
alsof de collega’s van de regerings-
fracties dit plan vrij snel torpedeer-
den. De minister-president heeft de
deur vanochtend echter weer op een
kier gezet. Ik las dat in ieder geval in
de Volkskrant maar via de Wereldom-
roep is het ook gezegd. Ik vraag de
collega’s van de PvdA, de VVD en
D66 om deze discussie op een
zodanige manier te voeren dat het
een serieus alternatief kan zijn voor
een toekomstig sociaal stelsel,
waarin de sociale zekerheid en de
werkgelegenheid kunnen worden
gecombineerd en waarbij de
emancipatie, de fraudebestendigheid
en een beperkte, fatsoenlijke
uitvoering van het systeem
gehonoreerd blijven worden.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2576">

 
<spreker pagina="37-2576" anker="386" soort="Minister" naam="Wijers">
 Voorzitter! Om de
heer Rosenmo¨ller enigszins tegemoet te komen: ik ben niet
zozeer geschrokken van de discussie
die volgde, alswel van de kop in NRC
Handelsblad, omdat daarin een
begrip werd gehanteerd, waarvan ik
in het interview juist had gezegd dat
ik daar om een aantal redenen niet
zo van gecharmeerd was.
Ik vind het verder helemaal niet
erg dat een discussie ontstaat over
hoe wij het vraagstuk van de
onderkant van de arbeidsmarkt in
Rosenmo
¨ llerNederland verder aanpakken. Daar
speelt zowel de arbeidsmarkt als het
sociale-zekerheidssysteem een rol in.
Ik vind dat wij er ook niet te bang
voor moeten zijn om daar een beetje
op vooruit te lopen. Ik schrok echter,
omdat als een minister iets wil, het
altijd lijkt of hij dat iets in formele zin
wil. Dat wilde ik niet. Ik vind het wel
fijn dat nu een discussie ontstaat
over een thema dat ook de heer
Rosenmo¨ller zo nauw aan het hart
ligt.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2577">

 
<spreker pagina="37-2577" anker="387" partij="GPV" naam="Van Middelkoop">

Voorzitter! Of een basisinkomen nu
een liberaal, een sociaal-
democratisch of wellicht een
technocratisch idee is, merken wij
wellicht later nog wel. Ik begrijp dat
de minister de ins en outs van het
voorstel niet nu aan de orde wil
stellen, maar ik wil hem toch twee
vragen met een meer algemene
principie¨le strekking voorleggen. Is
het echt de taak van de overheid om
mensen die er zelf voor kiezen om
niet te werken, van een inkomen te
voorzien? Hoe rechtvaardig en
sociaal is het – dat las ik onlangs in
de krant – dat de vrouw van een
tandarts ongevraagd een basisinko-
men krijgt, terwijl het geld daarvoor
moet worden opgebracht door de
tandartsassistente? Hiervoor zijn tal
van andere fraaie beroepen in te
vullen, maar de minister begrijpt het
voorbeeld wel.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2577">

 
<spreker pagina="37-2577" anker="388" soort="Minister" naam="Wijers">
 Voorzitter! Ik vind
dit boeiende en filosofische vragen.
Als ik die zou willen proberen te
beantwoorden, zou ik de antwoorden
waarschijnlijk eerst moeten
afstemmen met mijn collega’s, maar
daar heb ik geen zin in. Ik vind dat
wij een beetje moeten uitkijken – ik
zeg dat overigens in alle bescheiden-
heid, want ik realiseer mij dat de
Kamer dat bepaalt – met het laten
bepalen van het parlementair debat
door de keuze van de koppensnellers
van de kranten. Nogmaals, in die zin
heb ik geen behoefte aan een
discussie over deze vragen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2577">

 
<spreker pagina="37-2577" anker="389" partij="SP" naam="Marijnissen">
 Voorzitter!
Ik had mij opgegeven om een vraag
te stellen, voordat de minister zei dat
hij geen discussie wilde. Daarom
probeer ik het toch maar.
Zojuist sprak de minister in zijn
beantwoording aan het adres van de
heer Rosenmo¨ller over het gat
tussen 70% en 120% van het
minimumloon. Wellicht is het niet
overbodig om erop te wijzen dat
alleen in het kader van het gat
tussen 70% en 100% van het
minimumloon dispensatie kan
worden verleend. In Nederland is
70% van het minimumloon namelijk
nog niet de norm. Graag een reactie.
Een heel prangende vraag in de
discussie over het basisinkomen is,
hoe hoog dat basisinkomen moet
worden. Er worden bedragen
genoemd van ƒ 400 per maand tot
ƒ 700 per maand, en ik ben erg
benieuwd, in welke orde van grootte
ik de minister ongeveer moet
inschatten als het gaat om de
hoogte.
Wat vindt de minister van het
reeds door velen geschetste dilemma
dat het bij het basisinkomen gaat om
het betalen van een fatsoenlijke
uitkering, waardoor het systeem
onbetaalbaar wordt, of om het
betalen van een uitkering die veel te
laag is, waardoor het sociaal
onaanvaardbaar wordt?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2577">

 
<spreker pagina="37-2577" anker="390" soort="Minister" naam="Wijers">
 Mijnheer de
voorzitter! Volgens mij was de eerste
vraag van de heer Marijnissen een
constatering, zodat ik daar moeilijk
op kan reageren.
In de tweede plaats poogde hij
vanuit een andere invalshoek alsnog
die discussie aan te gaan, wat ik
liever niet zou willen.
In de derde plaats wil ik hem
verwijzen naar het interview, waarin
ik heb geconstateerd dat ik het niet
wenselijk zou vinden als het wettelijk
sociaal minimum zoals dat nu
bestaat, zou worden aangetast. Dat
lijkt mij voldoende.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2577">

 
<spreker pagina="37-2577" anker="391" partij="PvdA" naam="Van Zijl">
 Voorzitter!
Onze fractie houdt van discussie en
de minister ook, zo hebben wij
begrepen uit het interview in NRC
Handelsblad. Wij zouden die
discussie en de beleidspotenties van
de negatieve inkomstenbelasting
graag op hun merites willen
beoordelen. Wij willen die discussie
graag met de minister aangaan,
maar niet in de kolommen van een
krant, maar op een ordentelijke wijze
in dit parlement. Daarom ons
verzoek aan het kabinet om een stuk
te produceren met daarin een
uiteenzetting van de plussen en
minnen van het type denken dat de
minister in de krant uiteen heeft
gezet, opdat we daarover in dit huis
een goede discussie kunnen voeren.
De minister heeft in de krant ook
een suggestie gedaan over het
minimumloon, namelijk dat de
dispensatie waarover we de
afgelopen week gesproken hebben
bij de begrotingsbehandeling van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
een begin zou zijn, waarna we verder
zouden moeten. Dat ’’verder’’ heeft
mij geı¨ntrigeerd, en wel om twee
redenen. Betekent dat een verdere
verlaging, verderop in deze
kabinetsperiode? Ik wil alvast gezegd
hebben dat wij op dat vlak wel grote
moeite hebben.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2577">

 
<spreker pagina="37-2577" anker="392" soort="Minister" naam="Wijers">
 Voorzitter! Ik kan
mij voorstellen dat we zo’n stuk in
het kader van een ordelijke gedach-
tenwisseling over negatieve
inkomstenbelasting meenemen in
een bredere discussie over het
systeem van de sociale zekerheid,
die sowieso is aangekondigd in het
kader van het regeerakkoord.
Wat ik gezegd heb over die 70%
van het wettelijk minimumloon heb
ik aangevuld met het volgende. Als
de ervaringen die wij daarmee
opdoen positieve effecten hebben,
zou ik het hoogst eigenaardig vinden
als we daarvan niet proberen te leren
en de goede ervaring proberen voort
te zetten. Dat heb ik gezegd, en ik
vind ook absoluut dat we dat moeten
doen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2577">

 
<spreker pagina="37-2577" anker="393" partij="D66" naam="Bakker">
 Mijnheer de
voorzitter! De heer Rosenmo¨ller
stelde ons ook een vraag, namelijk of
wij bereid waren, met hem na te
denken, te discussie¨ren en te spreken
over alle mogelijke vormen van
negatieve inkomstenbelasting of
basisinkomen. Het antwoord is ’’ja’’,
waarvoor wij zijn aansporing
overigens niet echt nodig hadden.
Mijn partij zal in februari een
tweedaags congres wijden aan dit
belangrijke thema.
Is de minister met mij van mening
dat het debat waarover we het hier
hebben in de eerste plaats een debat
	
is over werkgelegenheid en
participatie, en niet in de eerste
plaats een debat over inkomen en
sociaal stelsel? Ook die opmerking is
ten dele een reactie op de opvattin-
gen van de heer Rosenmo¨ller.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2578">

 
<spreker pagina="37-2578" anker="394" soort="Minister" naam="Wijers">
 Voorzitter! Ik had al
een antwoord gegeven op die vraag
naar aanleiding van wat de heer
Rosenmo¨ller zei. Het hele interview
ging niet zozeer over inkomens-
verhoudingen en het sociaal stelsel,
alswel over werkgelegenheidscreatie.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2578">

 
<spreker pagina="37-2578" anker="395" partij="GPV" naam="Schutte">
 Mijnheer de
voorzitter! De minister antwoordde
op de vragen van collega Van
Middelkoop dat hij niet zo’n zin had
om daarop op dit moment in te
gaan. Ik kan hem verzekeren dat, als
een bewindsman zoiets zegt, dit de
beste prikkel is voor een kamerlid
om toch door te vragen. Ik wil dat
dan ook doen. De strekking van de
vraag van de heer Van Middelkoop
was toch dat, als je zo’n discussie
mee wilt voeren, je veronderstelt dat
over een zinnige zaak wordt
gediscussieerd. Als het een zinnige
zaak is, moet de minister toch een
antwoord hebben op de vraag of hij
het als een taak van de overheid
beschouwt om mensen die er
vrijwillig voor kiezen om geen
beroepsarbeid te gaan verrichten,
toch van inkomen te voorzien. Als de
minister die vraag niet kan beant-
woorden, moet de conclusie haast
zijn dat hij kennelijk bezig is geweest
met het oplaten van een proefballon.
De tijd dat er een minister was die
proefballonnen opliet, is hopelijk
voorbij.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2578">

 
<spreker pagina="37-2578" anker="396" soort="Minister" naam="Wijers">
 Voorzitter! Ik ga
citeren uit het interview, want dat zal het vraagstuk oplossen: ’’Toch zou
het mij niet verbazen als wij
onvermijdelijk de kant opgaan van
een soort basisinkomen, al heb ik
een grote hekel aan dat woord,
omdat het een beeld geeft van een
overheid die zich, los van elke
verantwoordelijkheid van het
individu, garant stelt voor een
bepaald inkomen.’’
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2578">

 
<spreker pagina="37-2578" anker="397" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Voorzitter! Het is toch enigszins
teleurstellend wat de minister hier
doet. Het was namelijk een uitermate
interessant en lezenswaardig
interview. Nu zegt hij dat hij daar nu
niet over kan praten, dat het geen
proefballonnetje is geweest en dat
hij een serieuze discussie wil. Dat
voeren wij echter niet op basis van
krantekoppen en dergelijke. De
minister zegt in dat interview onder
meer dat hij, als hij spreekt over een
negatieve inkomstenbelasting, niet
alle technische complicaties kan
voorzien. Dat zegt hij in antwoord op
de vraag van de journalist of hij dat
basisinkomen nog deze kabinets-
periode in zal voeren. Ik vind het vrij
gemakkelijk om in de Kamer te
zeggen dat er niet op basis van dit
kranteartikel over wordt gesproken,
maar de vraag rijst wel op basis
waarvan en op welk moment er dan
wel kan worden gediscussieerd over
de goede ideee¨n van de minister, die
de steun van GroenLinks heeft.
Krijgen wij daar in de Kamer iets
over te horen? Ik heb begrepen dat
er binnenkort een tweedaags
congres van D66 zal worden
gehouden. Als wij er niet over
kunnen praten, gaat deze zinnige en
noodzakelijke discussie helaas
verloren.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2578">

 
<spreker pagina="37-2578" anker="398" soort="Minister" naam="Wijers">
 Ik vind het op
zichzelf interessant om vast te stellen
dat congressen van D66 blijkbaar een
stap zijn in het beleidsvoorbereidend
traject van dit kabinet. Ik meen
echter dat het een overschatting is
van de invloed van de partij waar ik
uit voortkom, tot nu toe althans. Dit
kabinet heeft als hoofddevies ’’werk,
werk, werk’’. Dat betekent dat wij in
het kabinet permanent bezig zijn met
te denken hoe wij een verdere
bijdrage kunnen leveren aan het
cree¨ren van meer werkgelegenheid,
ook aan de onderkant van de
arbeidsmarkt. Ik kan nu niet een
logisch moment voorzien waarop wij
deze discussie kunnen voortzetten. Ik
ben er echter van overtuigd dat er
ook in de toekomst meerdere
momenten komen waarop wij over
dit soort vraagstukken, goed
voorbereid en op basis van
kabinetsstukken, kunnen spreken. Ik
kan zo’n debat niet voeren op basis
van een aantal teksten uit een
interview.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2578">

 
<spreker pagina="37-2578" anker="399" partij="GroenLinks" naam="Rabbae">

Voorzitter! In dit verband heb ik twee
vragen. Denkt de minister, samen
met zijn collega van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid, niet dat de
baanloze groei van de Nederlandse
economie de discussie over het
basisinkomen noodzakelijk maakt?
Mevrouw Sipkes (GroenLinks)Wil hij de Kamer tegemoetkomen
door een notitie of iets dergelijks aan
te bieden, aan de hand waarvan dan
een serieuze discussie kan worden
gevoerd?
Mijn collega Rosenmo¨ller heeft
een verzoek gedaan in de richting
van de coalitiepartners. Ik vind het
merkwaardig dat D66 en de PvdA
wel hebben gereageerd, maar dat de
VVD volledige stilte in acht neemt. Ik
nodig de VVD uit om te reageren op
deze kwestie. Vindt de VVD het
opportuun om de discussie over het
negatieve inkomstenbelasting dan
wel het basisinkomen aan de orde te
stellen?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2579">

 
<spreker pagina="37-2579" anker="400" soort="Minister" naam="Wijers">
 Voorzitter! De heer
Rabbae spreekt over een baanloze
groei. Als hij het interview helemaal
had gelezen, had hij gezien dat ik
helemaal niet geloof in dat verschijn-
sel. Ik heb in het interview gezegd
dat ik ervan uitga dat er groei van de
werkgelegenheid optreedt. Dat
gebeurt nu al, alleen is het nieuwe
arbeidsaanbod groter dan de groei
van de werkgelegenheid. Vanaf
midden volgend jaar zal er sprake
zijn van een netto groei van de
werkgelegenheid. Daar ben ik van
overtuigd. In de jaren daarna zal die
groei verder toenemen.
Ik heb er dus geen behoefte aan
om dit te plaatsen in de context van
baanloze groei. Ik geloof daar
immers niet in. Ik heb tegelijkertijd
gezegd dat ik ook niet geloof dat die
groei van de werkgelegenheid deze
conjunctuurperiode zo groot zal zijn
dat die het vraagstuk van de
inactiviteit voldoende zal oplossen.
Daarom vind ik dus ook, met velen in
dit huis, dat wij verder moeten
denken over nog verdergaande
maatregelen om het vraagstuk van
de inactiviteit aan te pakken. Dat
moet zeker gebeuren. Daar blijven
wij in het kabinet ook druk mee
bezig.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2579">

 
<spreker pagina="37-2579" anker="401" partij="VVD" naam="De Korte">
 Voorzitter!
De heer Rabbae vroeg om onze visie
op dit onderwerp. Als die wordt
gevraagd, wil ik die natuurlijk graag
geven. De vraag van de heer Van
Middelkoop geeft al iets weer over
de visie die bij een aantal fracties
leeft ten aanzien van het principie¨le
punt. Het principie¨le punt is in het
algemeen dat je in dit land in je
eigen onderhoud voorziet. En als dat
niet kan, dan maak je gebruik van de
solidariteit van de gemeenschap. Dat
is een belangrijk principe waar wij,
als het niet nodig is, niet graag
afstand van doen.
Een tweede opmerking die ik wil
maken, komt ook uit de mond van de
andere minister achter de tafel. Die is
niet onbelangrijk in deze discussie.
De opmerking was dat het o`f
onrechtvaardig o`f onbetaalbaar is.
Als in het kader van het basisstelsel
in de sociale zekerheid meer
informatie wordt verschaft, dan
zullen wij ook meer te weten komen
over die onbetaalbaarheid.
Voorts wil ik opmerken dat wij een
klein land zijn in een steeds groter
wordende Europese Unie. Als je dit
soort systeemwijzigingen toepast,
dan kun je dat zelden los doen van je
omgeving. Dat kan zeker niet in een
zich integrerende omgeving, zoals de
Europese Unie. Daar zullen wij ook
op moeten letten. Dit is dus een
complexe gang van zaken. De
minister heeft zoe¨ven gezegd dat wij
daar nog maar eens lang en goed
over moeten nadenken. Dat vind ik
heel verstandig.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2579">

 
<spreker pagina="37-2579" anker="402" partij="PvdA" naam="Adelmund">

Voorzitter! Ik zou het jammer vinden
als het gedachtengoed over
basisinkomen en negatieve
inkomstenbelasting blijft hangen
tussen een wel of niet ontspannen
arbeidsethos en het niveau. Ik zie uit
naar de notitie. Daarbij teken ik
graag de volgende punten aan.
Natuurlijk moet het niveau
vastgesteld worden. Dat het
samenhangt met individualisering
staat als een paal boven water. Dat
geldt ook voor een meer ontspannen
visie op arbeid. Op die wijze zou dat
basisinkomen immers moeten
werken. Als het gaat werken, zal er
ook een vorm van bijverzekeren aan
de orde zijn. Daarbij zou ik graag ook
de verhouding tussen de hoofdroute
en de parallelroute bespreken.
Het is dus zo helder als wat dat
het te maken heeft met de stelsel-
herziening. Maar als je nu niet de
kaders neerzet waarin je het
bespreekt, dan zal het zo uitpakken
zoals het nu bij het desbetreffende
artikel uitpakt. Dan zal het namelijk
alleen maar een prijsprikkel zijn. Dat
is nu juist niet de bedoeling van al
die mensen die hier het woord
hebben gevoerd. Ik hoor dus graag
meer over het niveau, de relatie tot
individualisering, de relatie die het
heeft met bijverzekeren en het op
elkaar betrekken van de hoofdroute
en de parallelroute van de bij-
verzekering.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2579">

 
<spreker pagina="37-2579" anker="403" soort="Minister" naam="Wijers">
 Ik ga ervan uit dat
dit gedachtengoed, zeker als wij het
formuleren zoals mevrouw Adel-
mund zoe¨ven heeft gedaan, een
onderwerp van discussie zal zijn als
wij het hebben over de herijking van
het sociaal stelsel. Daarbij zullen wij
de door mevrouw Adelmund
genoemde punten zeker meenemen.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="37-2579">

Aan de orde zijn de stemmingen in
verband met het wetsvoorstel
Vaststelling van de begroting
van de uitgaven en de ontvang-
sten van het Ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegen-
heid (XV) voor het jaar 1995
(23900-XV)
(Zie vergadering van 8 december
1994.)
De artikelen 1 t/m 4 worden zonder
stemming aangenomen.

<blok pagina="37-2579">

 
<spreker pagina="37-2579" anker="404" naam="De voorzitter">
 De aanwezige leden
van de fractie van de SGP wordt
aantekening verleend, dat zij geacht
wensen te worden tegen de artikelen
08.05 en 08.06 te hebben gestemd.
De artikelen 11.01 t/m 11.05 worden
zonder stemming aangenomen.
In stemming komt het amendement-
Biesheuvel (stuk nr. 18, I). 

</spreker>
<spreker pagina="37-2579" anker="405" naam="De voorzitter">
 Ik constateer, dat de
aanwezige leden van de fracties van
het CDA, het AOV, de Unie 55+, de
CD, de RPF, de SGP, het GPV,
GroenLinks en de SP voor dit
amendement hebben gestemd en die
van de overige fracties ertegen,
zodat het is verworpen.
Ik stel vast, dat door de verwer-
ping van dit amendement het andere
op stuk nr. 18 voorkomende
amendement als verworpen kan
worden beschouwd.
Artikel 11.06 wordt zonder stemming
aangenomen.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


