<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN1972]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
de voortzetting van de behandeling van:het wetsvoorstel Gemeentelijke herindeling in het samenwerkingsgebied 's-Hertogenbosch (23712), en van:de motie-Verhagen over naleving van de uitgangspunten bij gemeentelijke herindeling (23712, nr. 26);de motie-Verhagen over waarborging van de belangen van de randgemeenten (23712, nr. 27);de motie-Remkes c.s. over door het provinciaal bestuur uit te voeren grenscorrecties (23712, nr. 28).</item>
<item attribuut="Bestand"> 39 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Gemeenten)</item>
<item attribuut="Dossiernr">23712</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 14, Tweede Kamer, pag. 2583-2588</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">20-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN1972</item>
<item attribuut="Omvang">6 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Herindeling ’s-Hertogenbosch</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur</item>
<item attribuut="doccode">TK 37</item>
<item attribuut="voorzitter">Van Erp</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="37-2583">

Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging
van hoofdstuk XV (Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgele-
genheid) van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten
voor het jaar 1994 (wijziging
samenhangende met de Najaars-
nota) (24013).
Het wetsvoorstel wordt, na goedkeu-
ring van de onderdelen, met
algemene stemmen aangenomen.
</onderwerp>
<onderwerp pagina="37-2583">

Aan de orde zijn de stemmingen in
verband met het wetsvoorstel
Wijziging van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten
van het Fonds economische
structuurversterking voor het
jaar 1994 (wijziging samenhan-
gende met de Najaarsnota) (24018), en over:
- de motie-Rabbae over het Fonds
economische structuurversterking
(24000, nr. 3).
(Zie vergadering van 15 december
1994.)
De artikelen 1 t/m 3, de begrotings-
staat, onderdeel uitgaven, de
begrotingsstaat, onderdeel ontvang-
sten en de beweegreden worden
zonder stemming aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel.

<blok pagina="37-2583">

 
<spreker pagina="37-2583" anker="406" naam="De voorzitter">
 Ik constateer, dat de
aanwezige leden van de fractie van
het CDA en het lid Hendriks tegen dit
wetsvoorstel hebben gestemd en die
van de overige fracties ervoor, zodat
het is aangenomen.
Op verzoek van de heer Rabbae stel
ik voor, zijn motie (24000, nr. 3) van
de agenda af te voeren.
Daartoe wordt besloten. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2583" anker="407" naam="De voorzitter">
 Ik geef gelegenheid
tot het afleggen van stemverklarin-
gen achteraf over de onderwerpen
waarover zojuist is gestemd.
Kansspelautomaten
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2583">

 
<spreker pagina="37-2583" anker="408" partij="VVD" naam="Van Erp">
 Voorzitter!
Mijn fractie heeft tegen de moties
gestemd van de heer Schutte op stuk
24032, nr. 1, en van de heer Smits op
stuk nr. 2 inzake het kansspelbeleid.
De overheid heeft reeds sedert de
jaren zeventig de behoefte aan
spelen door middel van speelauto-
maten erkend en onderkend. De Wet
op de kansspelen is destijds om die
reden aangepast. Zo kwam er het
Besluit speelautomaten. De
mogelijkheid voor het plaatsen van
speel- en behendigheidsautomaten
dient dusdanig te worden geregu-
leerd dat de kans op verslaving tot
een minimum beperkt wordt. Om die
reden heeft het kabinet in overleg
met het parlement op 24 februari van
dit jaar de commissie-Nijpels
geı¨nstalleerd met het verzoek om
aanbevelingen te doen die kunnen
leiden tot een aanscherping van het
beleid ter zake en het opstellen van
een model-convenant.
Mijn fractie vindt het onhoffelijk
om vooruitlopend op de rapportage
van de commissie-Nijpels nu reeds
in moties het beleid vast te leggen.
Om die reden hebben wij dus tegen
de genoemde moties gestemd.
Wijziging begroting 1993 van
Sociale Zaken en Werkgelegen-
heid
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2583">

 
<spreker pagina="37-2583" anker="409" partij="Partijloos" naam="Hendriks">
 Voorzitter! Ik heb
tegen wetsvoorstel 23838 gestemd in
verband met de beoogde verlaging
van de kinderbijslag, de grote
rechtsongelijkheid bij het verstrekken
van leefkilometervergoeding aan
gehandicapten ingevolge de WVG en
de onacceptabele AOW-regeling
waarbij de financie¨le positie en de
netto bestedingsruimte van de
ouderen als groep er niet op
vooruitgaan. Ook ontbreekt mijns
inziens hierbij het solidariteits-
beginsel.
Politiebegroting
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2583">

 
<spreker pagina="37-2583" anker="410" partij="CDA" naam="Van der Heijden">

Voorzitter! De CDA-fractie heeft
tegen de motie-Dijksman c.s. op stuk
nr. 18 gestemd. In deze motie wordt
weliswaar een sympathiek doel
aangegeven, maar de motie bevat
verder geen enkele concrete
aanduiding die meer agenten op
straat oplevert. De minister van
Binnenlandse Zaken heeft bovendien
duidelijk gemaakt dat er op geen
enkele manier aan realisatie van het
genoemde getal gedacht kan worden. Met andere woorden: hierbij
is er sprake van een verhulling waar
mijn fractie absoluut geen behoefte
aan heeft en waaraan zij niet wenst
mee te werken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2583" anker="411" naam="De voorzitter">
 Wij zijn nu toe aan de
heropening van de beraadslaging
over achtereenvolgens het wetsvoor-
stel Gemeentelijke herindeling in het
samenwerkingsgebied
’s-Hertogenbosch en het wetsvoor-
stel Wijziging van hoofdstuk XVI
(ministerie van Welzijn, Volksgezond-
heid en Cultuur) van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten
voor het jaar 1994.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="37-2583">

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
- het wetsvoorstel Gemeente-
lijke herindeling in het
samenwerkingsgebied ’s-Hertogenbosch (23712), en van:
- de motie-Verhagen over naleving
van de uitgangspunten bij gemeente-
lijke herindeling (23712, nr. 26);
- de motie-Verhagen over waarbor-
ging van de belangen van de
randgemeenten (23712, nr. 27);
- de motie-Remkes c.s. over door het
provinciaal bestuur uit te voeren
grenscorrecties (23712, nr. 28).
(Zie vergadering van 14 december
1994.)
De algemene beraadslaging wordt
heropend.

<blok pagina="37-2583">

 
<spreker pagina="37-2583" anker="412" partij="VVD" naam="Remkes">
 Mijnheer de
voorzitter! Ik maak van deze
gelegenheid graag gebruik om het
amendement op stuk nr. 30 mede
namens collega’s Van Heemst en Van
’t Riet in te trekken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2583" anker="413" naam="De voorzitter">
 Aangezien het
amendement-Remkes c.s. (stuk nr.
30) is ingetrokken maakt het geen
onderwerp van beraadslaging meer
uit. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2583" anker="414" partij="VVD" naam="Remkes">
 Tevens dien
ik in plaats van de motie op stuk nr.
28 de volgende gewijzigde motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de voorgestelde
grens tussen Sint-Michielsgestel en
Schijndel met betrekking tot het
gebied Hezelaar/De Bus/Meijldoorn
een aantal woningen doorsnijdt;
tevens overwegende, dat het feit dat
de wegen Schijndelseweg en Zijweg
Dungen gedeeltelijk onder het
beheer van de gemeente Schijndel
vallen, door de gemeente Sint-
Michielsgestel als een probleem
wordt ervaren;
voorts overwegende, dat de
voorgestelde grens tussen Sint-
Michielsgestel en Boxtel een aantal
natuurgebieden (Zegenwerp/
Zegenrode/Venrode/Wilhelminapark)
doorsnijdt, terwijl deze gebieden een
landschappelijk geheel vormen;
verder overwegende, dat de grens in
het gebied Kloosterstraat tussen
Sint-Michielsgestel en
’s-Hertogenbosch, rekening houdend
met de mogelijkheden voor de
vestiging van een bedrijventerrein op
de korte termijn en mogelijk voor
woningbouw op lange termijn, nader
bepaald dient te worden op grond
van de werkelijke behoefte geba-
seerd op het Streekplan voor
Noord-Brabant en het daaruit
voortkomende Uitwerkingsplan voor
de Stadsregio ’s-Hertogenbosch;
van mening, dat de onderhavige
grensverlopen een provinciale
aangelegenheid zijn;
verzoekt de regering het provinciaal
bestuur van Noord-Brabant uit te
nodigen grenscorrecties ter hand te
nemen met betrekking tot de hier
aan de orde zijnde gebieden,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2584" anker="415" naam="De voorzitter">
 Deze gewijzigde
motie is voorgesteld door de leden
Remkes, Van ’t Riet en Van Heemst.
Naar mij blijkt, wordt zij voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 32 (23712).

</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2584">

 
<spreker pagina="37-2584" anker="416" partij="PvdA" naam="Van Heemst">

Voorzitter! Ik wil een korte toelichting
geven op wat er in de afgelopen
dagen is gebeurd met het oorspron-
kelijke amendement waarin werd
aangegeven dat de fractie van de
PvdA er een voorkeur voor had om
Heusden en Vlijmen buiten dit
herindelingsplan te brengen, zodat
een onderzoek zou kunnen worden
uitgevoerd naar de voor- en nadelen
van een mogelijk samengaan van
Drunen, Heusden en Vlijmen. Die
voorkeur was heel nadrukkelijk
vastgelegd in de toelichting op het
amendement. In de loop van het
debat heeft de heer Remkes mij
nadrukkelijk gevraagd of ik dat type
onderzoek nog zou willen verbreden.
Ik heb toen gezegd dat wat mij
betreft ook de mogelijkheid van het
samengaan van Heusden, Vlijmen en
’s-Hertogenbosch erbij betrokken zou
mogen worden. Ik plaats daar
overigens wel de kanttekeningen bij
die besloten lagen in mijn bijdrage
aan het debat op dit punt.
Vervolgens bleek mij op donder-
dag en vrijdag van de vorige week
dat de drie burgemeesters van de
gemeenten Drunen, Heusden en
Vlijmen zowel tegen de woordvoer-
ders als naar buiten toe een krachtig
pleidooi hebben gehouden om het
door mij bepleite onderzoek
daadwerkelijk door te laten gaan. Ik
vond dat een positief bericht.
Inmiddels had ik een aantal
bezwaren die de staatssecretaris hier
in het debat had verwoord, diep op
mij laten inwerken. In mijn ogen
waren dat evenwel bezwaren die
vanuit een, overigens terechte,
bestuurlijke afweging waren
ingegeven.
In het weekeinde heb ik nog
overleg gehad met de heer Remkes
die immers had beloofd om de
toelichting op het amendement aan
te passen. Uiteindelijk heeft dat
geleid tot niet een nevenschikking
van de twee onderzoeken die ik in
het debat voor ogen had, maar tot
een rangschikking. In het nieuwe
amendement staat nu nadrukkelijk
aangegeven dat het onderzoek zich,
wat ons beiden betreft, zou moeten
richten op het verkennen van de
voor- en nadelen van een mogelijk
samengaan van Drunen, Heusden en
Vlijmen. Daarbij laten wij de
mogelijkheid open of nog anderszins
onderzocht zal worden wat de
variant Heusden/Vlijmen/-
’s-Hertogenbosch zou opleveren. Ik
denk dat dit voor de collega’s
verhelderend is voor hun inzicht in
het hoe en het waarom van het
amendement en de toelichting
daarop.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2584">

 
<spreker pagina="37-2584" anker="417" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Mijnheer
de voorzitter! Wij hebben inderdaad
een uitvoerig debat gehad over de
positie van Heusden, waarbij
duidelijk gesteld werd dat oorspron-
kelijk een apart wetsvoorstel was
aangekondigd voor Heusden. De
fractie van het CDA heeft toen
aangegeven dat voor haar de
voorkeur lag bij de zelfstandigheid
van Heusden met een rijksregeling
voor de oplossing van de financie¨le
problemen. Maar gelet op het feit dat
zich in dit huis een meerderheid
aftekende die deze optie niet
bespreekbaar achtte, hebben wij ook
aangedrongen op de mogelijkheid
van een nader onderzoek naar het
eventuele samengaan van Drunen,
Heusden en Vlijmen. Wij hebben
daartoe een amendement ingediend
en ik heb mij ook in die zin uitge-
sproken.
Voor de fractie van het CDA is het
belangrijk dat het uit dit wetsvoorstel
lichten van Heusden en Vlijmen, in
ieder geval niet tot resultaat mag
hebben dat zowel Heusden als
Vlijmen bij ’s-Hertogenbosch
gevoegd wordt. Dat zou een veel
slechtere uitkomst zijn dat de nu
voorliggende voorstel.
Met andere woorden, ik ben
bereid om positief na te denken over
ondersteuning van een verzoek om
te komen tot een nader onderzoek
naar een samenvoeging van Drunen,
Heusden en Vlijmen. Ik teken daar
echter wel heel nadrukkelijk bij aan,
dat naar het oordeel van de
CDA-fractie de uitkomst daarvan niet
mag zijn dat zowel Heusden als
Vlijmen naar Den Bosch mag gaan.
Nu de toelichting is gewijzigd, zou
ik van de heer Van Heemst willen
horen wat zijns inziens de verdere
voortgang moet zijn als dit amende-
ment aangenomen wordt. Op welke
wijze zou de staatssecretaris dan
moeten opereren? Want ik neem aan
dat de indieners van het amende-
ment er toch een bedoeling mee
hebben.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2585">

 
<spreker pagina="37-2585" anker="418" partij="PvdA" naam="Van Heemst">

Voorzitter! Ik noem een aantal korte
overwegingen op dat punt. In het
debat van vorige week heb ik
aangegeven waar mijn aanvankelijke
voorkeur lag, namelijk bij de
combinatie Drunen/Heusden/Vlijmen.
Dat mag ook blijken uit het feit dat ik
heel vaak Drunen en Heusden
verhaspel tot ’’Dreusden’’. Dat geeft
dus al aan in welke richting ik denk.
Bovendien zou ik in de tijd gezien de
behandeling van het voorstel voor
midden-Brabant, waar Drunen
onderdeel van is, willen aangrijpen
om de knoop door te hakken.
Daarmee geef je ook in de tijd aan,
hoe lang zo’n onderzoek naar de
voor- en nadelen van een samenvoe-
ging zou mogen lopen. Daarbij heb
ik zelf het vermoeden dat onderzoe-
ken naar andere varianten in dat
vooruitzicht een beetje verloren
moeite zijn. Ik kan natuurlijk niet
zeggen dat de voorkeur die ik heb,
ook de uitkomst van het onderzoek
moet zijn, want dan zou ik niet om
een onderzoek behoeven te vragen.
Het onderzoek moet een duidelijke
kans krijgen. Ik denk dat dit wel heel
duidelijk is, met misschien nog een
toevoeging.
Er treedt natuurlijk een krachten-
spel op als het amendement het zou
halen, waarin staatssecretaris, de
betrokken gemeenten en de
provincie een rol spelen. Als ik nu de
reactie zie van de drie betrokken
gemeenten, plus een aantal signalen
opvang van de behandeling van het
voorstel Noord-Brabant-midden in de
provinciale staten van Noord-
Brabant, vorige week, verwacht ik
ook dat het krachtenspel snel de kant
opgaat van het onderzoek naar met
name die combinatie Drunen/
Heusden/Vlijmen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2585">

 
<spreker pagina="37-2585" anker="419" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Voorzitter!
Een korte reactie. Ik constateer dat
een van de indieners van dit
amendement een onderzoek naar
een mogelijk samengaan van
Heusden, Vlijmen en Den Bosch
verloren moeite vindt. Dat heeft hij
net uitgesproken. Dat geeft mij in
ieder geval een indicatie van de
manier waarop dit amendement
moet worden gelezen. Het gaat dus
om een nader onderzoek naar de
mogelijkheid van de combinatie
Drunen/Heusden/Vlijmen. Dan
hebben wij ook nog de optie van
Heusden bij Den Bosch, zoals in het
oorspronkelijke wetsvoorstel stond,
en daarnaast volgens het CDA ook
nog de mogelijkheid van zelfstandig-
heid.
Ik wil dan ook graag een reactie
van de staatssecretaris, voordat mijn
fractie tot een definitieve standpunt-
bepaling over dit amendement kan
komen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2585">

 
<spreker pagina="37-2585" anker="420" partij="D66" naam="Van ’t Riet">

Voorzitter! Het wordt mij steeds
onduidelijker. Want in het amende-
ment zelf staat het onderzoek naar
de combinatie Vlijmen/Den Bosch/
Heusden genoemd, terwijl ik nu uit
de toelichting van de indiener begrijp
dat die combinatie eigenlijk niet aan
de orde is. Daarom zou ik graag van
de fractie van de Partij van de Arbeid
horen of dat nog in het amendement
blijft staan.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2585">

 
<spreker pagina="37-2585" anker="421" partij="SP" naam="Poppe">
 Mijnheer de
voorzitter! Er is een amendement
van het CDA waarin Heusden
voorlopig in ieder geval zelfstandig
blijft. Dat amendement zullen wij
steunen. Ook dit voorstel kunnen wij
steunen, want een onderzoek is op
zichzelf nooit weg. In de toelichting
staat wel dat het duidelijk moge zijn
dat Heusden niet zelfstandig kan
blijven. Maar dat moet nu juist uit
een onderzoek blijken. Ik heb daarom
even nagetrokken hoe het zit, dus ik
weet nu dat de toelichting bij een
stemming niet meetelt. Daardoor
kunnen wij het amendement blijven
steunen.
Wel wil ik nog even herhalen wat ik al in het debat gezegd heb: in feite
los je financie¨le problemen die
Heusden mogelijk heeft niet op door
Heusden waar dan ook bij te voegen.
Naar onze mening dient de
rijksoverheid een grotere taak te
nemen bij het in stand houden van
dat deel van Heusden, dat in feite
een nationaal monument is.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2585">

 
<spreker pagina="37-2585" anker="422" partij="D66" naam="Van ’t Riet">

Voorzitter! Mijn fractie zal het
amendement van de PvdA en de
VVD niet steunen en wel om de
volgende redenen. Wij menen dat
Heusden/Den Bosch de beste
combinatie is voor dit gebied. Wij
vinden het onwenselijk om een extra
onderzoek te verrichten waarbij
Heusden en Den Bosch nog steeds in
beeld blijven, waardoor in de
toekomst een constructie kan
ontstaan waarbij sprake is van
dubbele verkiezingen. De eventuele
toevoeging van Heusden in een later
stadium, nadat Den Bosch en
Rosmalen al bij elkaar zijn gevoegd,
vinden wij ongewenst.
Tevens wijs ik op de inhoudelijke
kant. Heusden heeft een monumen-
taal karakter en kent behoorlijke
begrotingstekorten. Het is nu een
artikel-12-gemeente. Een en ander
lijkt voor de toekomst beter
gewaarborgd als Heusden bij Den
Bosch is. De geografische problemen
zien wij wel degelijk, maar wij zien
ook de meerwaarde van het
oplossen van de financie¨le tekorten
van Heusden. Bovendien heeft Den
Bosch expertise ten aanzien van het
opknappen van monumenten. Dat
alles vinden wij zo waardevol dat wij
kiezen voor de combinatie Heusden/
Den Bosch in dit wetsvoorstel. Wij
zullen het amendement dus niet
steunen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2585">

 
<spreker pagina="37-2585" anker="423" partij="AOV" naam="Nijpels-Hezemans">

Mijnheer de voorzitter! Wij hebben in
het debat over dit wetsvoorstel al
aangegeven dat het ons niet
verstandig lijkt als Heusden
zelfstandig blijft, gezien de omvang
van Heusden. Wel heb ik sterk
gepleit voor een samengaan op
termijn van Heusden, Drunen en
Vlijmen. Ik kan dus overwegen om
deze motie te steunen, ware het niet
dat de samenvoeging van Heusden
en Vlijmen met Den Bosch in de
lucht blijft hangen. Dat is voor ons
vooralsnog niet aan de orde. Als
daarover enige duidelijkheid kan
worden gegeven, dan wel het
desbetreffende deel uit de toelichting
kan verdwijnen, zullen wij de motie
steunen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2585" anker="424" naam="De voorzitter">
 Mijnheer Van
Heemst, er is een vraag aan u
gesteld.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2585">

 
<spreker pagina="37-2585" anker="425" partij="PvdA" naam="Van Heemst">
 Bij de
toelichting op het amendement
geldt, zo zeg ik tegen mevrouw Van
’t Riet, precies datgene wat ik zoe¨ven
heb uitgelegd. Dat blijft overeind. In
het debat van vorige week heb ikmet de heer Remkes afgesproken,
nadat hij mij erop had aangesproken,
dat wij een nevenschikking in de
toelichting zouden opnemen. De
twee mogelijkheden die nu de ronde
doen, zouden in elk geval op hun
voor- en nadelen moeten worden
onderzocht. Dan kan later een keuze
worden gemaakt. Ik heb uitgelegd
wat vervolgens de verwikkelingen
zijn geweest. Er is nu een rangschik-
king gemaakt. Er ligt een uitgespro-
ken opdracht om de eerste mogelijk-
heid in elk geval te onderzoeken,
waarbij de tweede mogelijkheid
onderzocht zou kunnen worden. Dat
staat er. Daar sta ik als mede-
indiener van het amendement ook
achter.
Vervolgens heb ik, naar aanleiding
van de opmerking van de heer
Verhagen zoe¨ven, uit de doeken
gedaan hoe ik als woordvoerder van
de PvdA tegen het geheel aankijk. Ik
denk dat ik duidelijk heb gemaakt
hoe het naar mijn verwachting zal aflopen. Maar ik ga niet zeggen: het
moet zo aflopen. Dan had ik niet
hoeven vragen om een onderzoek. Dan had ik kunnen zeggen: ik zout de
boel even op en wij hakken wel een
knoop door als het voorstel voor
midden-Brabant hier wordt behan-
deld. Dan is de positie van Drunen in
het geding. Ik wil dus graag dat
onderzoek. Ik verwacht dat het tot
dat onderzoek beperkt zal blijven. Ik
hoop dat het onderzoek mijn bruine
vermoeden van nu bevestigt,
namelijk dat aan Drunen/Heusden/
Vlijmen aantoonbare voordelen
zitten. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2586" anker="426" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Daarbij
blijft overeind staan dat volgens u
een onderzoek naar de samenvoe-
ging van Den Bosch met Heusden en
Vlijmen overbodig is? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2586" anker="427" partij="PvdA" naam="Van Heemst">
 Ik heb
het zojuist wat harder gezegd. Ik
denk, als woordvoerder van de PvdA,
dat het verloren moeite is. Maar dat
hangt mede af van het krachtenspel
waarbinnen uitvoering moet worden
gegeven aan het amendement. Als
de provincie, de staatssecretaris en
de betrokken gemeenten eraan
hechten dat die stap niet wordt
overgeslagen en dat die mogelijkheid
dus ook wordt onderzocht, dan neem
ik daar kennis van. Dan gebeurt dat.
Maar in mijn ogen, zoals ik er nu
tegenaan kijk, is dat verloren moeite.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2586">

 
<spreker pagina="37-2586" anker="428" partij="SP" naam="Poppe">
 Voorzitter! Ik
heb een vraag aan de heer Van
Heemst. Wordt het een puur
technisch onderzoek? Dan heb ik het
verkeerd begrepen. Of wordt het een
onderzoek waarbij ook de bevolking
wordt betrokken? De inwoners
moeten immers kunnen meepraten
over wat waarom noodzakelijk is.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2586">

 
<spreker pagina="37-2586" anker="429" partij="PvdA" naam="Van Heemst">

Voorzitter! Ik laat mij niet uit over de
vorm van het onderzoek. De
staatssecretaris draagt als bestuurder
verantwoordelijkheid voor de vraag
hoe zij het verzoek van de Kamer tot
uitvoering brengt. De provincie zal
daar een rol in hebben te spelen.
Datzelfde geldt in ieder geval voor de
drie betrokken gemeenten. Dat krijgt
zijn beloop in de discussies binnen
de gemeenten, tussen het college
van B en W en de raad en tussen het
gemeentebestuur en de inwoners.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2586">

 
<spreker pagina="37-2586" anker="430" partij="SP" naam="Poppe">
 Voorzitter! Dit
lijkt mij een mislukte poging om een
vraag te ontwijken. De heer Van
Heemst dient het amendement in. Ik
vraag of het zijn bedoeling is – dan is
het ook zwart op wit vastgelegd – dat
de bevolking erbij betrokken wordt.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2586">

 
<spreker pagina="37-2586" anker="431" partij="D66" naam="Van ’t Riet">

Voorzitter! In het amendement wordt
om twee onderzoeken gevraagd. Ik
begrijp dat het tweede onderzoek
eigenlijk niet aan de orde is, terwijl
het wel in het amendement staat. Ik
vind het onduidelijkheid scheppen
als het amendement in deze vorm
wordt aangenomen. Ik wacht het
antwoord van de staatssecretaris
hierop af.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2586">
<spreker pagina="37-2586" anker="432" soort="Staatssecretaris" naam="Van de Vonder- voort">
 Voorzitter! Ik ben er nooit een
voorstander van om energie te
steken in dingen die op voorhand als
verloren moeite worden gekwalifi-
ceerd, zeker niet als dat gebeurt door
de indieners van een amendement.
Het lijkt mij verstandig, helderheid te
geven. Ik zal in ieder geval mijn
eigen opvatting geven.
In het debat heb ik vorige week
duidelijk gemaakt dat er wat mij
betreft geen sprake van kan zijn dat
Heusden zelfstandig blijft. Welke
oplossing ook wordt gekozen, het zal
altijd een oplossing zijn waarbij
Heusden op enigerlei wijze samen
zal gaan met andere gemeenten. Ik
heb een aantal overwegingen
gegeven waarom het naar mijn
stellige overtuiging de voorkeur heeft
om Heusden bij Den Bosch te
voegen. Niet vanuit de noodzaak om
in het kader van het vergroten van
het draagvlak van steden juist deze
toevoeging te doen – in dat kader is
namelijk de toevoeging van
Rosmalen relevant – maar vanuit het
karakter van Heusden en de
dominantie van de problematiek van
de monumentenstad Heusden. Den
Bosch moet daaraan een bijdrage
gaan leveren. Dat is om zowel
inhoudelijke als financie¨le redenen
relevant. In dat licht bezien acht ik
het wetsvoorstel beter dan datgene
wat als gevolg van de aanneming
van het amendement de uitkomst
van de discussie zou kunnen zijn.
In het amendement wordt
gevraagd om beide onderzoeken te
doen. Beide onderzoeken dienen dan
te worden uitgevoerd en zouden de
uitkomst van de discussie moeten
kunnen beı¨nvloeden. Ik zeg dat
daarom, omdat ik de optie om
Vlijmen en Heusden bij Den Bosch te
voegen interessanter vind dan de
optie om Heusden, Vlijmen en
Drunen tot een combinatie te maken.
Dat heeft te maken met de inhoude-
lijke gronden die ik heb gegeven,
zowel voor de overweging om
Heusden bij Den Bosch te voegen als
voor de overweging van de
vergroting van het stedelijk gebied.
Ik heb mij niet de vrijheid gepermit-
teerd om Vlijmen in de huidige
discussie mee te nemen. Als de
Kamer de discussie heropent, zal ik
dit echter graag doen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2586">

 
<spreker pagina="37-2586" anker="433" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Voorzitter!
Dit antwoord bevreemdt mij
enigszins. De staatssecretaris heeft
een nota van wijziging ingediend,
waarin zij heel expliciet Vlijmen niet
bij Den Bosch heeft gevoegd. De
Kamer vraagt vervolgens om een
nader onderzoek naar de mogelijk-
heid van Drunen/Vlijmen/Heusden.
De staatssecretaris reageert daarop
dat zij dan consequent wil zijn en
ook Vlijmen erbij wil betrekken,
omdat dat haar voorkeur had. Als dat
inderdaad haar voorkeur had,
waarom heeft zij dit dan niet bij nota
van wijziging voorgesteld?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2587">

 
<spreker pagina="37-2587" anker="434" partij="VVD" naam="Remkes">
 Mijnheer de
voorzitter! Misschien kan de
staatssecretaris ook voor de heer
Verhagen nog eens bevestigen dat
de vrijheid die de Kamer heeft om
voor welke variant dan ook te kiezen,
volstrekt intact wordt gelaten bij
aanvaarding van dit amendement.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2587">Staatssecretaris Van de Vonder-
voort : Voorzitter! In het debat van
vorige week heb ik duidelijk gemaakt
dat ik Vlijmen niet bij Den Bosch heb
willen voegen, omdat de schriftelijke
inbreng van de Kamer onvoldoende
aanwijzingen bood dat dit een
meerderheid zou kunnen halen. Ik
heb de bestuurlijke overwegingen
gegeven om in lijn van het wetsvoor-
stel dat eerder was ingediend, dat
inmiddels een volledige procedure
had doorlopen en in de Kamer
aanleiding had gegeven tot vragen
en opmerkingen, mij te beperken tot
het zoeken van aansluiting bij
datgene wat de Kamer in meerder-
heid als wijzigingsverzoeken had
gedaan. Als de Kamer nu een
amendement aanneemt, waarbij in
de discussie ook de optie van
Vlijmen bij Den Bosch is betrokken,
dan acht ik dat een uitspraak van een
meerderheid van de Kamer. Dan
maakt dat volgens mij deel uit van
het onderzoek, zoals dat gevraagd
wordt. Ik acht dat dus ook een
mogelijke uitkomst van de discussie,
evenzeer als de optie, zoals die nu in
het wetsvoorstel ligt, en de optie
Heusden/Vlijmen/Drunen. Er zijn dus
drie uitkomsten mogelijk in deze
discussie.</blok>
<blok pagina="37-2587">

 
<spreker pagina="37-2587" anker="435" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Voorzitter!
De staatssecretaris geeft aan dit
amendement een interpretatie die
niet door de meerderheid gedeeld wordt. Zij zegt: als de meerderheid
vraagt... Uit de verschillende
interventies valt juist op te maken
dat de meerderheid daar niet om vraagt. Met andere woorden: als de
staatssecretaris het amendement
werkelijk zo wil uitvoeren als de
meerderheid dat wil, dan kan zij niet
overeind houden dat dan ook de
mogelijkheid van samenvoeging van
Vlijmen en Den Bosch ter sprake
behoort te komen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2587">
<spreker pagina="37-2587" anker="436" soort="Staatssecretaris" naam="Van de Vonder- voort">
 Voorzitter! In dat geval kan de
heer Verhagen het beter uit het
amendement schrappen. Laat hij zelf
die helderheid scheppen en dit niet
overlaten aan de interpretatie van de
staatssecretaris! 

</spreker>
<spreker pagina="37-2587" anker="437" naam="De voorzitter">
 Er liggen nog twee
vragen aan het adres van de heer Van Heemst: een vraag van mevrouw
Van ’t Riet en een vraag van de heer
Poppe.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2587">

 
<spreker pagina="37-2587" anker="438" partij="PvdA" naam="Van Heemst">

Voorzitter! Op de vraag van de heer
Poppe kan ik zeggen dat ik niet het
punt dat hij maakt, ontloop. Ik geef
aan dat bij de uitvoering door de
betrokken gemeentebesturen ook
moet worden nagegaan hoe de
bevolking geraadpleegd kan worden
en of dat u¨berhaupt wel gedaan
moet worden. Ik noem de boeiende
discussies op dat vlak in de
gemeente Vierlingsbeek. De
gemeenteraad daar zegt dat hij geen
raadpleging van de bevolking wil,
omdat die bijna al bij voorbaat een
emotionele en daardoor gekleurde
uitslag zal opleveren. Dit zit dus
allemaal in de kring van vragen hoe
een gemeente dit aanpakt en of een
gemeente hier een verstandige
mogelijkheid voor ziet. Dat regelen
wij hier niet.
Tegen mevrouw Van ’t Riet zeg ik
dat er niet staat dat er twee
onderzoeken moeten worden
uitgevoerd. Dat staat er helemaal
niet. Dat stond wel in de voorgeno-
men tekst, zoals die zich aftekende
tijdens het debat van vorige week na
interrupties van de heer Remkes. Ik
heb dit ook uitgelegd. Het zou toen
gaan om een nevenschikking, in casu
de vraag om in ieder geval die twee
onderzoekingen naar die twee
mogelijkheden uit te voeren. Ik heb
uitgelegd wat er sindsdien gebeurd
is. Ik heb nadrukkelijk gezegd dat
drie burgemeesters het oorspronke-
lijke amendement steunen. Daarin
wordt gevraagd om de optie
Drunen/Heusden/Vlijmen te
onderzoeken op voor- en nadelen.
Wij hebben dit omgebouwd tot een
rangschikking. Wat er in ieder geval
moet gebeuren, is het onderzoek dat
als eerste in de toelichting genoemd
wordt. Als indieners zeggen wij – de
heer Remkes kan dit misschien nog
beter verwoorden – dat het tweede
onderzoek niet moet, maar wel mag.
Zo staat het nu in de tekst van de
toelichting.
Als PvdA-woordvoerder zeg ik dat
ik denk dat het tweede onderzoek
verloren tijd is. Ik heb namelijk het
bruine vermoeden dat Drunen/
Heusden/Vlijmen een interessante
mogelijkheid is. De staatssecretaris
zegt dat zij een eigen verantwoorde-
lijkheid heeft. Als er in een amende-
ment ruimte zit om ook de tweede
variant te laten bestuderen, dan is
het haar goed recht om dat te doen.
Ik heb steeds aangegeven dat er
bestuurlijk een wat andere afweging
kan plaatsvinden dan de politieke
afweging die ik hier te maken heb. Ik
hoop zoe¨ven in ieder geval duidelijk
te hebben gemaakt hoe het
amendement volgens de PvdA-fractie
moet worden uitgevoerd en waar dat
hoogstwaarschijnlijk toe leidt.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2587">

 
<spreker pagina="37-2587" anker="439" partij="VVD" naam="Remkes">
 Voorzitter!
Desgevraagd wil ik nog het volgende
zeggen. Wat de Kamer bij aanvaar-
ding van dit amendement uitspreekt,
is dat zij de hele situatie rond
Heusden, Drunen en Vlijmen
eigenlijk nog een keer wil beoordelen
aan de hand van een aantal criteria.
Waarom zijn de verklaring hiervoor
en de interpretatie hiervan door de
heer Van Heemst voor mij logisch? In
de eerste plaats is dat het geval
vanwege een overweging die de
staatssecretaris vorige week heeft
gegeven, namelijk dat het op zichzelf
onwenselijk is om Den Bosch in twee
rondes bij een herindeling te
betrekken. In de tweede plaats is dat
het geval vanwege het bestuurlijke
signaal dat afgelopen vrijdag/
zaterdag door de drie gemeenten
werd gegeven. Dat signaal was luid
en duidelijk. Dat is voor mij de reden
waarom ik akkoord ben gegaan met
de rangschikking, zoals die nu in het
amendement is neergelegd.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2587">Staatssecretaris Van de Vonder-
voort : Mijnheer de voorzitter! Ik heb
vorige week inderdaad als een van
de overwegingen aangegeven dat
het ongewenst is om Den Bosch en
Rosmalen in twee rondes te
betrekken bij de herindeling, want
dat is het gevolg als je op een later
moment Heusden bij Den Bosch
voegt. Maar als de procedure die bij
amendement wordt ingezet, waarin
de combinatie Heusden/Vlijmen/
Drunen aan de orde is, in haar
eindconclusie toch zou kunnen zijn
’’Heusden bij Den Bosch’’, dan
ontstaat die situatie toch. Het traject
van dit wetsvoorstel gaat dan
namelijk door en zal tot gevolg
hebben dat dat uiteindelijk in twee
rondes gaat, met twee fusie-
processen, twee gemeentelijke
verkiezingen en wat dies meer zij.
Als het nodig is – ik zal mij daarover
nog een oordeel moeten vormen –
om voor de combinatie Heusden/
Vlijmen/Drunen opnieuw een
ARHI-procedure te volgen, zal dat in
midden-Brabant in procedureel
opzicht niet gelijktijdig kunnen
worden meegenomen. Ik geef dat de
Kamer ter overweging mee.
De algemene beraadslaging wordt
gesloten. 
<spreker pagina="37-2588" anker="440" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, morgen
over het wetsvoorstel en de moties
te stemmen.
Daartoe wordt besloten.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="37-2588">

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging
van hoofdstuk XVI (Ministerie
van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur) van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten voor
het jaar 1994 (wijziging samen-
hangende met de Najaarsnota)
(24014).
(Zie vergadering van 15 december
1994.)
De algemene beraadslaging wordt
heropend.

<blok pagina="37-2588">

 
<spreker pagina="37-2588" anker="441" partij="RPF" naam="Stellingwerf">

Voorzitter! Ik heb met een aantal
collega’s alweer zo’n twee weken
geleden een amendement ingediend
dat beoogde, de brede
gehandicaptensport meer kansen te
bieden. Vanuit volksgezondheids-
oogpunt en preventief beleid is
namelijk sprake van een grote
achterstand op dit terrein, iets waar
we vorige week over hebben
gesproken. De indieners waren
namelijk onaangenaam getroffen
door het feit, dat in de situatie zoals
die door het kabinet was voorge-
steld, de topsport 35 mln. toegescho-
ven zou krijgen en de brede
gehandicaptensport vrijwel niets.
Zowel vanuit het oogpunt van de
primaire overheidstaken als vanuit
het rechtvaardigheidsbeginsel zou
dat volgens ons een slecht signaal
zijn geweest. Wij hebben uit de
discussie kunnen opmaken dat er
zeker ook binnen het Fonds voor de
topsport mogelijkheden zouden
worden gecree¨erd voor de
gehandicaptensport, maar dan bleef
er toch een verhouding van zo’n 150
deelnemers ten opzichte van
tienduizenden deelnemers die wij
beogen aan de slag te krijgen.
Bij de behandeling van de
suppletore begroting is echter
duidelijk geworden dat zowel de
regeringsfracties als de staatssecreta-
ris, op dat moment bij monde van de
minister, een oplossing willen zoeken
voor de structurele problemen
waarvoor de brede gehandicapten-
sport zich gesteld ziet. Wij waarderen
dat zeer en wij gaan er ook van uit
dat het door de minister en de
staatssecretaris aangekondigde
overleg op basis van die inzet
spoedig tot resultaat zal kunnen
leiden. Met de steun in de Kamer die
de afgelopen week bleek, moet dat
wat ons betreft mogelijk zijn. De
staatssecretaris heeft al voldoende
creativiteit getoond door middel van
de voeding van het Fonds voor de
topsport uit de onderuitputting. Wij
hebben toen aangegeven dat dat
financieel-technisch eigenlijk niet
geheel wenselijk is, maar als we dan
toch die kant opgaan, dan op z’n
minst gelijke monniken, gelijke
kappen. De onderuitputting zou wat
ons betreft dan bespreekbaar zijn.
Die kant gaat het dus niet op als het
aan de regering ligt, zo lijkt mij.
De staatssecretaris heeft gezegd,
binnen afzienbare termijn daarover
te zullen rapporteren. Kan zij enige
helderheid geven over de termijn,
waarop wij die rapportage hebben te
verwachten? Vorige week is gemeld
dat dat in de loop van 1995 zal
gebeuren, maar nog een jaar
wachten duurt te lang.
Met het oog op de toezeggingen
van vorige week en de steun van de
Kamer zijn wij uiteraard bereid, de
beide amendementen op stuk nr. 5 in
te trekken.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2588">

 
<spreker pagina="37-2588" anker="442" partij="CDA" naam="Lansink">
 Voorzitter! Ik
geloof dat het verstandig is dat de
heer Stellingwerf zijn amendementen
op stuk nr. 5 intrekt. Het doel is zeer
sympathiek, zodat als het tot een
stemming zou zijn gekomen, de
afweging moeilijk zou zijn geworden.
De dekking is een probleem, maar
we zullen ziet wat het kabinet ermee
doet.
Goed voorbeeld doet goed volgen,
dus ik wil het amendement op stuk
nr. 3 intrekken. Dat amendement was
bedoeld als dekking voor de
financiering van het amendement dat
op de begroting voor 1995 slaat,
onder nr. 29. Dat gaat om de
structurele financiering van de
Nebas, de koepel voor het
gehandicaptenbeleid. De regering
heeft een betere weg gevonden dan
ik zelf had gedacht, ik erken dat. De
structurele financiering is geregeld,
en dus zijn het amendement op stuk
nr. 3 bij dit voorstel – stemmingslijst
20 – en het amendement op stuk nr.
29 – stemmingslijst 13 – overbodig
geworden, zodat ik ze intrek. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2588" anker="443" naam="De voorzitter">
 Aangezien het
amendement-Stellingwerf c.s. (stuk
nr. 5, I), het amendement-
Stellingwerf (stuk nr. 5, II), het
amendement-Lansink (stuk nr. 3) en
het amendement-Lansink (23900-XVI,
nr. 29) zijn ingetrokken, maken deze
geen onderwerp van beraadslaging
meer uit.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2588">

 
<spreker pagina="37-2588" anker="444" soort="Staatssecretaris" naam="Terpstra">
 Voorzitter!
Ik dank beide afgevaardigden voor
hun bemoedigende woorden over de
gehandicaptensport. De toezeggin-
gen die de minister en ik vorige
week hebben gedaan, blijven
vanzelfsprekend van kracht, ook voor
volgend jaar. De heer Stellingwerf
heeft gezegd dat ’’binnen afzienbare
termijn’’ niet betekent dat tot het
eind van het jaar kan worden
gewacht. Ik zeg hem toe dat ik zo
snel mogelijk overleg zal plegen.
Voor de behandeling van de eerste
suppletore wet, dat wil zeggen voor
1 juni volgend jaar, zullen wij de
Kamer daarover berichten. Dat lijkt
mij de koninklijke weg. De inzet zal
volledig in lijn zijn met wat de Kamer
daarover heeft gezegd.
Tegelijkertijd neem ik de kans
waar, nu wij het toch over een
amendement bij de suppletore</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


