<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN1976]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Behandeling van de brief van de minister van Buitenlandse Zaken over de voorgenomen visumverlening aan de heer H.J.C. Princen (23268 nr. 2)</item>
<item attribuut="Bestand"> 69 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Criminaliteit en openbare orde (Persoonsregistratie en identificatie)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Visa</item>
<item attribuut="Dossiernr">23268</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 14, Tweede Kamer, pag. 2610-2622</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">20-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN1976</item>
<item attribuut="Omvang">13 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Visumverlening Princen</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Burger-oorlogsslachtoffers</item>
<item attribuut="doccode">TK 37</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="37-2610">

Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van
Buitenlandse Zaken over de
voorgenomen visumverlening
aan de heer H.J.C. Princen
(23268 nr. 2).
De beraadslaging wordt geopend.

<blok pagina="37-2610">

 
<spreker pagina="37-2610" anker="712" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Voorzitter!
Op 19 augustus 1993 hebben wij over hetzelfde onderwerp gesproken:
het verlenen van een visum aan de
heer Poncke Princen. Toen was het
op basis van een beslissing van het
toenmalige CDA/PvdA-kabinet,
verwoord en verdedigd door minister
Kooijmans. Deze beslissing kwam
erop neer dat de heer Princen geen
visum voor een kort bezoek aan
Nederland zou krijgen. De VVD-
fractie heeft die beslissing toen
gesteund en vandaag staan wij voor
dezelfde afweging. Een afweging
tussen enerzijds de verachtelijke
daden van Poncke Princen in het
voormalige Nederlands-Indie¨,
alsmede het begrip en het respect
van de VVD-fractie voor allen, met
name voor de oud-Indie¨gangers, die
om die reden grote bezwaren
hebben tegen de komst van de heer
Princen naar Nederland, en
anderzijds het humanitaire belang
van de heer Princen zelf. Toen, op 19
augustus 1993, koos de VVD-fractie
voor het eerste en was zij dus net als
het toenmalige kabinet tegen het
verlenen van een visum.
Gisteren heeft de Kamer een brief
ontvangen van minister Van Mierlo
waarin staat dat op humanitaire
gronden aan de heer Princen een
visum zal worden verleend voor een
kort bezoek aan Nederland, voor de
feestdagen. En natuurlijk stond onze
fractie daardoor weer voor dezelfde
afweging. Nog steeds hebben wij
een buitengewoon negatief oordeel
over wat de heer Princen indertijd
heeft gedaan en nog steeds hebben
wij respect voor de oud-Indie¨gangers
en anderen. Vooral vanwege dat
respect kozen wij gisteren aanvanke-
lijk voor rust, zeker nu de beslissing van de minister zo was uitgevallen:
voor het verlenen van een visum aan
de heer Princen. Wij hadden gisteren
wel een voorwaarde ingebouwd voor
onze instemming, namelijk dat hij
zich tijdens zijn verblijf in Nederland
en daaraan voorafgaand niet zou
mengen in openbare discussies over
de politieke zaken die steeds met
hem verbonden worden.
Maar wat is er in de afgelopen
dagen gebeurd? De heer Princen wil
zich daar, vooruitlopend op zijn
komst naar Nederland, al niet aan
houden. Hij doet tal van politieke
uitspraken in een aantal dagbladen
en voor de radio. Hij brengt dus
onrust in plaats van rust, het wordt
geen familiebezoek, zoals de
bedoeling was, maar een politiek
bezoek. En vooral om deze laatste
reden – en misschien wel alleen om
deze reden – omdat het niet meer
gaat om een familiebezoek, een
bezoek van een oude man aan zijn
kleinkinderen, maar om een politiek
bezoek van iemand die heeft gezegd
dat hij de media niet zal schuwen, is
de VVD-fractie van mening dat de
humanitaire gronden aan het
verlenen van een visum zijn
ontvallen. Wij verzoeken de minister
van Buitenlandse Zaken dan ook, zijn
beslissing te heroverwegen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2610">

 
<spreker pagina="37-2610" anker="713" partij="D66" naam="Van den Bos">

Voorzitter! De fractie van D66 is zich
goed bewust van de emoties die de
visumverlening aan de heer Princen
kan oproepen. Juist daarom hechten
wij eraan dat wij vanavond, als het
even kan, een zakelijke discussie
voeren met een redelijke afweging
van argumenten en respect voor
elkaars opvatting. Dat moet mogelijk
zijn.
Ook al komt men uiteindelijk tot
een andere afweging, bij alle partijen
realiseert men zich de gevoeligheden
bij de veteranen en hun nabestaan-
den. Alle fracties zullen vanzelfspre-
kend ook de humanitaire overwegin-
gen serieus nemen. Laten wij elkaar
daarom niet moreel de maat nemen.
Er zijn in onze samenleving groepen
mensen die op legitieme gronden
grote moeite hebben met de komst
van de heer Princen; anderen vinden,
eveneens op respectabele gronden,
dat de heer Princen dit keer na
zoveel jaar geen visum geweigerd
kan worden voor een kort familie-
bezoek.
Mijn fractie kan zich, alles
overwegend, vinden in het standpunt
van de regering, zoals verwoord in
de brief van 16 december. Voor ons
is het humanitaire motief doorslag-
gevend. Dit is dat de ernstig zieke
heer Princen nu na meer dan 45 jaar
in staat gesteld kan worden om zijn
kinderen en kleinkinderen thuis te
bezoeken.
Deze humanitaire reden is voor
ons tegelijkertijd de enige reden. Wat
ons betreft, is eerherstel niet aan de
orde. Wij hebben er bovendien
goede nota van genomen dat de
heer Princen heeft toegezegd, zich
bescheiden op te stellen. Kan de
minister aangeven wat er precies is
afgesproken met de heer Princen?
Het verstrekken van een visum
betekent onzes inziens niet dat de
heer Princen een volledig spreekver-
bod opgelegd kan worden. Dat lijkt
ons principieel onjuist. Bovendien is
dat ondoenlijk in een open,
democratische samenleving.
Niettemin moet de heer Princen op
het hart gebonden worden om zich
vanaf nu volledig te onthouden van
politieke uitspraken. Hij moet
doordrongen zijn van de mogelijke
effecten in de Nederlandse samenle-
ving van zijn opmerkingen. Natuurlijk
kan de heer Princen, als hij onver-
hoopt zijn bescheiden boekje toch te
buiten gaat, weersproken worden.
Maar juist de discussie die daarvan
het gevolg kan zijn, moet vermeden
worden.
Ik vraag mij af hoe uniek de
zaak-Princen eigenlijk is. Er wordt nu
namelijk wel erg veel aandacht aan
een man besteed. Er zijn vele
voorbeelden van Nederlanders die in
vreemde, Duitse krijgsdienst
getreden zijn. Is er toch geen sprake
van een zekere categorie? Zijn er
precedenten waaraan wij iets zinnigs
voor de huidige situatie kunnen
ontlenen?
Met alle begrip voor de bezwaren
en de gevoeligheden, steunt mijn
fractie evenwel het besluit van de
regering op louter humanitaire
gronden.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2611">

 
<spreker pagina="37-2611" anker="714" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Voorzitter! Zoals ik vanmiddag bij de
regeling van werkzaamheden al heb
gezegd, verdient het besluit van de
regering steun. Dit besluit getuigt
simpelweg van menselijkheid en
mededogen. Ik ben ervan overtuigd
dat een ieder die de beelden van
Poncke Princen op televisie gezien
heeft, zich alleen maar kan afvragen
waarom deze man niet het recht
heeft om de feestdagen met zijn
kinderen en kleinkinderen door te
brengen. Het zou onmenselijk zijn
om hem dit te onthouden vanwege
datgene wat 46 jaar geleden is
gebeurd.
Ik heb er weinig behoefte aan om
in dit debat volledige politieke
analyses te maken en over achter-
gronden uit te weiden. In het debat
op 1 september 1993 over de
visumverstrekking heb ik de mening
van de fractie van GroenLinks
verwoord. Ik laat het daarbij. Ik wil
nogmaals benadrukken dat ik het in
hoge mate betreur dat dit familie-
bezoek door de fracties van VVD en
CDA aangegrepen wordt om de zaak
te politiseren. Om te stellen dat de
heer Princen geen mededelingen
mag doen tegenover de pers... 

</spreker>
<spreker pagina="37-2611" anker="715" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Voorzitter! Waarop baseert mevrouw
Sipkes haar uitspraak dat de
CDA-fractie dit debat politiseert? Wie
heeft om dit debat gevraagd? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2611" anker="716" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Voorzitter! Om u de waarheid te
zeggen, was ik verbaasd vandaag
van de regering te horen dat het de
VVD-fractie was die dit debat
aanvroeg. Op basis van berichten in
de Volkskrant had ik begrepen dat
het CDA zou vragen om een debat. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2611" anker="717" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Dan had u uw tekst tijdig moeten
aanpassen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2611" anker="718" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">
 U
heeft gelijk voor wat betreft de
regeling en voor wat er hier in huis
plaatsvond, maar niet voor wat bij
iedereen in de huiskamer komt. Ook
bij mij als burger komt het zo over
dat de heer De Hoop Scheffer van de
CDA-fractie hierover een debat wilde,
omdat zijn fractie het er niet mee
eens is. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2611" anker="719" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

U draait om mijn vraag heen, althans
om het antwoord. U verwijt het CDA
polarisatie van deze discussie. Het
CDA is, zoals straks uit mijn bijdrage
zal blijken, volstrekt consistent en
consequent in zijn opvatting. Dat is
niet de uwe, dat weet ik, maar u kunt
het zich niet permitteren om het CDA
het polariseren van dit debat te
verwijten. Dat is echt aan een
verkeerd adres gericht. Als u op de
Volkskrant afgaat, had u uw tekst
tijdig kunnen aanpassen, want dat is
een ochtendblad. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2611" anker="720" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Voorzitter! Ik wacht de bijdrage van
de heer De Hoop Scheffer af en dan
kan ik er in tweede termijn op
terugkomen.
Voorzitter! Ik heb nu begrepen dat
het vooral voor de VVD-fractie
belangrijk is dat de heer Princen zich
onthoudt van iedere politieke
uitspraak. Op zichzelf verbaast mij dit
ook. We kunnen toch niet om het
simpele feit heen, dat de heer
Princen een politieke figuur is? Je
kunt toch niet tegen zo iemand
zeggen dat de vrijheid van menings-
uiting die wij in ons land zo hoog in
het vaandel hebben, niet voor hem
geldt? Ik heb begrip voor een
bepaalde terughoudendheid, maar ik
heb de heer Princen nog niet kunnen
betrappen op echt polariseren. Ik
verwacht dat nu ook niet. Ik vind het
niet terecht om te zeggen dat hij niet
naar de pers toe mag. De pers komt
wel naar hem, zeker gezien de
ervaringen die ik al in het afgelopen
weekeinde heb gehad. Men zoekt al
op voorhand contact met de heer
Princen en dan is het vreemd om te
zeggen dat hij niet mag praten. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2611" anker="721" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Voorzitter!
Mevrouw Sipkes zegt dat de heer
Princen een politieke figuur is en
daarop wil ik reageren. Tijdens het
bezoek dat zal plaatsvinden op grond
van deze visumverlening, zou de
heer Princen nu juist geen politieke
figuur moeten zijn. De heer Princen
heeft op grond van humanitaire
overwegingen een visum gekregen
en hij zal niets meer of minder zijn
dan een grootvader die zijn
kleinkinderen bezoekt. Hij is geen
politieke figuur; dat was in onze
ogen niet de voorwaarde voor de
visumverstrekking. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2611" anker="722" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">
 Ik
ben dat met u eens. Aan het begin
van mijn bijdrage heb ik de brief van
de minister van Buitenlandse Zaken
ondersteund. Daarin staat dat het
visum verleend wordt op humani-
taire en gezondheidsredenen. Ik vind
het een menselijk gebaar om dat nu
te doen. Tegelijkertijd is het niet
ree¨el om te zeggen dat hij niets mag
zeggen, want de heer Princen is een
publieke en politieke figuur. Ik
verwacht ook dat hij terughoudend
zal zijn, maar het is onzin om te
veronderstellen dat als de heer
Princen benaderd wordt door de
media, hij niets zal mogen zeggen
omdat hij anders niet naar Nederland
mag. Zo gaat het immers praktisch in
zijn werk. Het is iets anders wanneer
u zegt dat u bezwaar heeft tegen een
hele happening, maar de bezwaren
die u op dit moment formuleert,
liggen voor mij erg moeilijk. Ik zeg
dat ook op basis van ervaringen die
ik dit weekeinde had, toen mij
telefonisch gevraagd werd naar het
adres en telefoonnummer van de
heer Princen. Moet ik die dan
weigeren omdat het verzoek van de
radio of de krant komt en wij van
mening zijn dat de heer Princen geen
uitspraak mag doen? Daar wringt het
voor mij. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2612" anker="723" partij="Centrum Democraten" bronpartij="CD" naam="Janmaat">
 Mijnheer de
voorzitter! De geachte afgevaardigde
vindt ook dat het bezoek, dankzij het
visum, kan uitlopen in een geweldige
politieke happening en statement
van de zijde van de heer Princen, wat
niets meer met humanitaire gronden
te maken heeft. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2612" anker="724" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Voorzitter! Ik meen al gezegd te
hebben dat het in dit geval gaat om
menselijkheid en dat ik verwacht dat
de heer Princen er niet direct een
politieke happening van maakt. Ik
heb daarvan op geen enkele manier
een indicatie gekregen. Dus lijkt het
mij wat dat betreft duidelijk. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2612" anker="725" partij="Centrum Democraten" bronpartij="CD" naam="Janmaat">
 Voorzitter!
GroenLinks kan dat dus niet
ontkennen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2612" anker="726" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">
 Ook
eerder in mijn bijdrage heb ik gezegd
dat het niet alleen aan GroenLinks
maar aan iedereen duidelijk moet
zijn dat de heer Princen een publiek,
politiek figuur is en dat het mij dus
logisch lijkt dat de media hierover
zelf de heer Princen benaderen.
Daarom vind ik het in verband met
het grondrecht van vrijheid van
meningsuiting moeilijk om daarvoor
beperkingen aan te leggen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2612" anker="727" partij="Centrum Democraten" bronpartij="CD" naam="Janmaat">
 Dan een
eindopmerking van mijn zijde. Dus
die humanitaire gronden die de heer
Princen bij zijn familie moeten
brengen, verknoeien tengevolge van
dat besluit veel meer de viering van
Kerstmis van andere families. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2612" anker="728" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">
 Dat
is maar de vraag.
De fractie van GroenLinks wil nu
geen politieke discussie voeren. Die
hebben wij al eerder gevoerd. Ik
denk dat die discussie het komende
jaar nog wel zal worden gevoerd,
gelet op alles wat er rond de
onafhankelijkheid van Indonesie¨ nog
aan zit te komen.
Wel maakt ik mij enige zorgen
over de veiligheid van de heer
Princen. Er zijn al dreigementen aan
zijn adres geuit. Ik vraag mij af, in
hoeverre de regering een aantal
maatregelen genomen heeft om die
veiligheid in Nederland in ieder geval
te garanderen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2612">

 
<spreker pagina="37-2612" anker="729" partij="SGP" naam="Van den Berg">

Mijnheer de voorzitter! De SGP-
fractie heeft geen behoefte aan lange
betogen. Die lijken mij ook niet zo op
hun plaats. Op 1 september 1993 is
hier gedebatteerd over de weigering
van de toenmalige minister
Kooijmans om de heer Princen een
visum te verlenen. Onze fractie heeft
zich destijds kunnen vinden in de
weigering om een visum te verlenen.
Een visumverlening zou naar ons
oordeel te veel kunnen lijken op een
vorm van rehabilitatie. En daarvan
willen wij ons krachtig distantie¨ren.
Wat is er sindsdien veranderd?
Tja, wij hebben een ander kabinet.
Frappant is, dat de regering nu een
motie uitvoert die destijds, ruim een
jaar geleden, door een meerderheid
van de Kamer is verworpen. Maar
wat is er feitelijk veranderd? Welke
zijn de humanitaire gronden die de
regering aanvoert om nu wel een
visum te verlenen?
Het begrip ’’humanitaire gronden’’
wordt in dit soort discussies naar
ons oordeel vaak nogal eenzijdig
gebruikt. Die humanitaire gronden
zijn natuurlijk aanwezig in het geval
van de heer Princen, dat is duidelijk,
maar hoe zit het met de humanitaire
gronden ten aanzien van de velen
die in de periode waarover wij nu
spreken, geslagen zijn met diepe
wonden? Dat is ook een aspect van
deze humanitaire afweging. Dat
wordt wel eens teveel uit het oog
verloren.
De tweede alinea van de brief van
de minister van Buitenlandse Zaken,
waarin de regering zegt geen oordeel
uit te spreken over de gebeurtenis-
sen rond het overlopen van de heer
Princen enzovoorts, lijkt ons een
misser. Dit lijkt ons een nogal
neutraal aandoende formulering in
een situatie waarin neutraliteit op
geen enkele wijze op haar plaats is.
Een vraag die nog rijst en die ook
al door anderen is gesteld, is of er
nog voorwaarden verbonden worden
aan het toekennen van het visum,
bijvoorbeeld de belofte dat de
betrokkene zich zal onthouden van
contacten met de media. Naar onze
mening mag het niet gebeuren dat
de heer Princen van de gelegenheid
gebruik maakt, liever gezegd
misbruik maakt, om zijn gedrag van
destijds te rechtvaardigen. En in
geen geval is het aanvaardbaar voor
ons dat zout in de diepe wonden van
de oud-Indie¨gangers wordt gewre-
ven.
Daarom wat onze fractie betreft kort en krachtig: geen visum voor de
heer Princen!
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2612">

 
<spreker pagina="37-2612" anker="730" partij="AOV" naam="Van Wingerden">

Mijnheer de voorzitter! Toen ik
hoorde dat aan Poncke Princen een
visum zou worden verleend voor
familie- en artsenbezoek, werd ik
overvallen door tegenstrijdige
gevoelens. Allereerst was daar de
herinnering aan de jaren 1947 tot
1950, toen ik als jonge dienstplich-
tige was uitgezonden naar Indonesie¨.
Ik herinner mij nog de verontwaardi-
ging en woede die mij toen
vervulden bij het aanhoren van de
daden van Poncke Princen. Nu,
zoveel jaren later en zoveel jaren
grijzer en wijzer, moest ik even
slikken toen minister Van Mierlo
bekend maakte dat Princen een
visum zou krijgen op humanitaire
gronden. Het was even slikken,
hoewel de minister duidelijk maakte
dat het absoluut niet ging om een
vorm van genoegdoening of
rehabilitatie. Opgeteld bij het feit dat
hij zich zou onthouden van enig
publiekelijk optreden, kon mijn
fractie er – zij het met tegenzin – mee
akkoord gaan om Poncke Princen
voor korte tijd op ons grondgebied
toe te laten. Echter, de heer Princen
geeft blijkbaar een heel andere uitleg
aan de visumverlening. Hij heeft
immers nog geen teen op ons
grondgebied gezet of hij trekt alle
aandacht naar zich toe alsof het gaat
om een verloren zoon die terugkeert
naar zijn vaderland.
Voorzitter! Dit kan nooit de
bedoeling zijn geweest toen de
minister op humanitaire gronden de
hand over het hart streek en Princen
een visum wilde verlenen. De
gebeurtenissen van de afgelopen
dagen worden door onze achterban,
onze fractie en niet in de laatste
plaats door de Indie¨veteranen, onder
wie ik zelf, als grievend ervaren en
sterken ons in de overtuiging dat het
een fout is om Poncke Princen toe te
laten. Ik wil de minister dan ook
vragen om zijn beslissing terug te
draaien.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2613">

 
<spreker pagina="37-2613" anker="731" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Mijnheer
de voorzitter! In het debat van begin
september 1993 over dezelfde
visumaanvrage, die toen niet werd
verleend door minister Kooijmans, zei ik aan het slot: een visum voor
Princen is per definitie nog geen
eerherstel, maar ik vraag de minister
van Buitenlandse Zaken wel om
mogelijk in overleg met Princen zelf
te zoeken naar een zo goed
mogelijke weg om alsnog een visum
te kunnen verstrekken. Uit de brief
van de minister van Buitenlandse
Zaken nu blijkt ook zeer duidelijk dat
het niet om een kwestie van
eerherstel gaat. Ik voeg eraan doe
dat een visum voor Poncke Princen
ook niet nodig is om de betrekkingen
tussen Indonesie¨ en Nederland te
verbeteren, zoals hij zelf ook zegt.
Bij iedereen die zich er nu over
uitlaat, pleit ik ervoor om een
scheiding aan te brengen tussen de
vraag of iemand als Poncke Princen
het recht heeft om ons grondgebied
te betreden e`n de vraag, hoe wij
omgaan met onze eigen geschiede-
nis, ons eigen verleden. Wij moeten
proberen de zaak-Princen te laten
rusten. Dat moet mogelijk zijn. Ik
hoop dat de minister dan ook bij zijn
standpunt blijft. Ik denk dat het
uiteindelijk beter is dat het visum wel
wordt gegeven. Ik vond dat er
binnen de coalitie van VVD, D66 en
PvdA een goede oplossing voor
gevonden was. Natuurlijk kan de
heer Princen zich uiten zoals hem dat
goeddunkt. Hij kan dat overigens in
Djakarta op dezelfde wijze doen als
in Amsterdam. Daarin zit geen verschil. Ik zei het al: het verandert
vandaag niets. Duidelijk is wel dat
wij het verleden op zichzelf niet
kunnen laten rusten. Duidelijk is ook
dat zeer veel mensen die aan het
eind van de jaren veertig hebben
gevochten in Indonesie¨ – onder wie
wellicht ook de heer Van Wingerden
– zijn teruggekomen in Nederland
zonder dat hun goed werd uitgelegd
waarom zij daar precies hadden
gevochten en waartoe. Dat is niet
verwerkt. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="732" partij="Centrum Democraten" bronpartij="CD" naam="Janmaat">
 Je kunt
inderdaad merken dat de heer Van
Traa daar niet heeft gevochten. Mijn vraag aan hem is: hoe kan hij
beweren dat wij het geval-Princen
moeten laten rusten, terwijl
tegelijkertijd een visum zou moeten
worden verstrekt, waardoor de zaak
nota bene aan het einde van het jaar
zo gepolitiseerd wordt. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="733" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 De zaak
werd helemaal niet gepolitiseerd. U
heeft daar overigens ook niet
gevochten. Dat maakt dus helemaal
niets uit. U was toen ook te jong. Ik
geef hier mijn standpunt, u geeft het
uwe. De zaak was niet gepolitiseerd.
Ik hoop dat u er verder niets mee te
maken heeft. De zaak is gepoliti-
seerd, omdat een fractie van een van
de regeringspartijen nu een ander
standpunt inneemt. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="734" partij="Centrum Democraten" bronpartij="CD" naam="Janmaat">
 U geeft dus
toe dat er is gepolitiseerd. En of ik
daar wel of niet gevochten hebt,
neemt niets weg van het feit dat ik
mij goed kan inleven in de belevenis-
sen van de mensen die er wel
geweest zijn. Daar schijnt u wat
moeite mee te hebben. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="735" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Nee,
mijnheer Janmaat, dat kan ik ook
heel goed. De vorige keer... 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="736" partij="Centrum Democraten" bronpartij="CD" naam="Janmaat">
 Dan zou u
tot een andere conclusie komen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="737" naam="De voorzitter">
 U heeft het woord
niet. Wij laten elkaar hier uitspreken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="738" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Ik wilde de
heer Janmaat zeggen dat ik mij hun
gevoelens zeer goed kan voorstellen.
Ook vanuit mijn eigen partij hebben
veel mensen gebeld na het eerdere
debat over Poncke Princen. Dat
waren ook mensen die daar
gevochten hebben. Zij vroegen zich
af of zij ooit zelf een gesprek gehad
hebben over de reden waarom zij
daar gevochten hebben. Dat staat los
van de vraag of de heer Princen nu
een visum voor Nederland kan
krijgen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="739" partij="Centrum Democraten" bronpartij="CD" naam="Janmaat">
 Ik wil... 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="740" naam="De voorzitter">
 U heeft het woord
niet. Zoe¨ven liet u de heer Van Traa
niet uitpraten. Ik geef u nu geen
gelegenheid om een interruptie te
plaatsen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="741" partij="AOV" naam="Van Wingerden">
 De
heer Van Traa noemde daarnet mijn
naam. Ik wil daarom even wat
zeggen. Ik ben er dus wel geweest. Ik
kan alleen maar zeggen dat wij toen
wij terug waren tot de conclusie
kwamen dat het eigenlijk een zinloze
boel was geweest. Dat neemt niet
weg datgene wat Poncke Princen
heeft gedaan tegen degenen die
daar, naar zij dachten, voor volk en
vaderland vochten. Deze mensen
hebben daar hun plicht gedaan.
Princen heeft zich gekeerd tegen zijn
eigen mensen. Hij heeft daar dingen
gedaan die hem eigenlijk zouden
kunnen bestempelen als een
deserteur en als een misdadiger
tegen zijn eigen kameraden en zijn
eigen volk. Dat blijft overeind. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2613" anker="742" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Dat
begrijp ik ten volle. Daarover had ik
het toen ik sprak over de vele
mensen, ook uit de Partij van de
Arbeid, die dat gevoel hebben.
Afgezien van het feit dat zijn
vergrijpen tegen de toenmalige
rechtsorde daar verjaard zijn, kan
hem niet de last van ons hele
koloniale verleden op zijn rug
worden gelegd. Dat heb ik toen
betoogd en dat betoog ik nu weer. Ik
zou het daarbij willen laten. Dit debat
was voor ons niet nodig geweest.
Het is absoluut noodzakelijk om op
een ander moment terug te komen
op de grotere vraag wat er in
Nederland gebeurd is tijdens en
vooral na de soevereiniteitsover-
dracht, ook met alle Nederlanders
die in Indonesie¨ gevochten hebben.
Maar ik zou dit graag loskoppelen
van de vraag of rond Kerstmis 1994
een visum wordt verleend aan de
heer Princen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2613">

 
<spreker pagina="37-2613" anker="743" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Mijnheer de voorzitter! Ook in mijn
bijdrage gaat het vanavond niet om
het overdoen van het debat, dat
laatstelijk in deze Kamer op 1
september 1993 is gevoerd. Dat zou
ook te veel eer zijn voor de heer
Princen. Ik hoef niet wederom te
spreken over het in alle opzichten
verwerpelijke gedrag, waarvoor
Princen ook is veroordeeld. Ik hoef
niet uitgebreid te spreken over
gedragingen die misschien wel
strafrechtelijk maar niet moreel
verjaren. Ik hoef niet uitgebreid te
spreken over de teleurstelling die
mijn fractie bekroop toen er gisteren
geen meerderheid meer leek te
bestaan tegen de komst van Princen
naar Nederland.
Ik hoef namens de CDA-fractie dus
evenmin een betoog te houden over
de media-attentie die het gevolg zou
zijn van zijn komst naar Nederland
en waarvan wij het begin reeds 24
uur ervaren. Als je daar afspraken
over zou maken, heb je twee
problemen. Ten eerste houdt de
betrokkene zich niet aan de
afspraken. Hij ziet zijn bezoek
namelijk niet als een humanitair
bezoek, maar als eerherstel. Zie het
interview in Trouw van vanmorgen.
Ten tweede leven wij in een land met
vrijheid van meningsuiting. Dit punt
is voor ons geen hoofdzaak, omdat
het afleidt van waar het ook
vanavond weer echt om gaat. De
CDA-fractie hoeft vanavond geen
nieuwe afweging te maken, want
voor haar is er tussen 1 september
1993 en 20 december 1994, de dag
van vandaag, niets veranderd wat
aanleiding zou kunnen geven tot
wijziging van het standpunt, dat luidde en luidt: H.J.C. Princen dient
niet in aanmerking te komen voor
een visum voor toegang tot
Nederland. Zijn humanitaire belang
staat in geen verhouding tot het
oneindig grotere humanitaire belang
van de vele duizenden Indie¨vetera-
nen en hun nabestaanden. Hun
belang verdiende en verdient ons
respect en onze steun. Hun
gevoelens dienen de doorslag te
geven.
Voorzitter! Het zal duidelijk zijn dat
de CDA-fractie de opvatting van de
regering, zoals verwoord in de brief,
niet deelt en van mening is dat het
besluit dient te worden terugge-
draaid.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2614">

 
<spreker pagina="37-2614" anker="744" partij="Centrum Democraten" bronpartij="CD" naam="Janmaat">
 Mijnheer de
voorzitter! Het beleid van de nieuwe
minister van Buitenlandse Zaken
wordt gekenmerkt door een aantal
hoogst ongelukkige besluiten en
beleidsmaatregelen, waaraan er nu
opnieuw een wordt toegevoegd.
Nota bene tegen de in Nederland
gevierde hoogtijdagen van Kerstmis
wordt naar de mening van de CD
bewust gespeeld met de gevoelens
van mensen die zich na de oorlog in
het Verre Oosten hebben ingezet
voor Nederlandse belangen. Wat ook
de uitkomst van die inzet geweest
moge zijn, zij hebben dat gedaan.
Mensen hebben dit ook aan den lijve
ondervonden. Bij mogelijke
misstappen, kleiner dan die van
Princen, werden zij toen in Neder-
land met jarenlange gevangenisstraf
opgezadeld. En dan komt deze
minister nu met het besluit om een
visum te verlenen, daarmee tonend
een gebrek aan respect voor die
Nederlanders die onze vaderlandse
belangen hoger hebben gehouden
dan de beschermeling van de
minister.
Voorzitter! Ik behoef hier niet te
herhalen dat Princen een buitenge-
woon kwalijke rol heeft gespeeld
tengevolge waarvan diverse
Nederlanders deze feestdagen niet
meer kunnen doorbrengen. Voor hen
gelden die humanitair gronden niet.
Zij gelden echter wel voor hun
nabestaanden. De CD kan die
partijen volgen die in ieder geval
vinden dat de minister zijn hoogst
ongelukkige besluit moet terug-
draaien, opdat Nederland met de
kerstdagen bevrijd blijft van dit soort
dwalende politieke figuren.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2614">

 
<spreker pagina="37-2614" anker="745" partij="RPF" naam="Van Dijke">
 Mijnheer
de voorzitter! Er is de nodige
commotie ontstaan over het besluit
van de minister van Buitenlandse
Zaken om een visum te verstrekken
aan de heer Princen. Naar onze
mening zijn er voor die commotie
goede gronden. De heer Princen
wordt in de media consequent
aangeduid als mensenrechtenactivist
en niet ten onrechte. Tegelijkertijd
kan echter niet ontkend worden dat
de persoon Princen voor velen
primair een symbool is van wat er
destijds na de politionele acties in
Indonesie¨ is gebeurd. Hij heeft er zelf
toe bijgedragen dat die symbool-
werking gestalte kon blijven houden.
Het is voor de fractie van de RPF dan
ook onbegrijpelijk dat de minister
van Buitenlandse Zaken heeft
besloten tot het verstrekken van een
visum.
Dit klemt eens te meer, waar hij er
in zijn brief blijk van geeft, zich te
realiseren dat velen pijnlijk zullen
worden getroffen. Met deze zinsnede
erkent de minister dat hij bij zijn
besluit de humanitaire overwegingen
ten opzichte van een persoon
zwaarder doet wegen dan de
gevoelens van velen. En dat is voor
ons echt onverteerbaar. Juist vanuit
het gezichtspunt dat de heer Princen
een symbool is geworden, vind ik
het ook onbegrijpelijk dat de minister
in zijn wel heel korte briefje vlotjes
schrijft dat met de visumverstrekking
geen oordeel uitgesproken wordt
over het gedrag van de heer Princen
in 1948 en daarna. Vindt de minister
het niet meer voor de hand liggend
om dat oordeel wel te geven en – ik
zeg dit er direct bij – om die reden al
een visumverlening te weigeren?
Mijnheer de voorzitter! De
regering mag dan van mening zijn
dat met de visumverlening geen
oordeel over het gedrag van de heer
Princen wordt gegeven, de heer
Princen zelf lijkt daar een andere
mening over te zijn toegedaan en de
visumverlening te zien als een soort
eerherstel. Anderen hebben hier ook
al over gesproken. Waar dit het geval
is, moet het voor de regering toch
uitgesloten zijn om daadwerkelijk tot
visumverlening over te gaan. Voeg
daarbij het gegeven dat het zo goed
als ondenkbaar is dat de heer
Princen zich aan de gestelde
voorwaarden zal houden. Uit de
Volkskrant van vandaag leid ik af dat die voorwaarden zijn: terughoudend-
heid in contacten met de pers en in
gesprekken met het verleden. Zijn
deze voorwaarden inderdaad gesteld
en, zo ja, waarom zijn die dan niet in
de brief vermeld? Is de minister
werkelijk zo naı¨ef om te veronderstel-
len dat de heer Princen zijn verblijf in
Nederland bij familie onder de
kerstboom zal doorbrengen, de
deuren en luiken gesloten zodat er
geen contact met de buitenwereld zal
zijn? Zijn opstelling tot nu toe jegens
de media, ook na de aankondiging
van de visumverlening, al dan niet
voorzien van voorwaarden, kan
nauwelijks als een ondersteuning
van die veronderstelling worden
beschouwd. De RPF-fractie wijst de
verlening van een visum aan de heer
Princen af en verzoekt de minister,
het besluit terug te draaien.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2614">

 
<spreker pagina="37-2614" anker="746" partij="GPV" naam="Van Middelkoop">

Mijnheer de voorzitter! Ik wil heel
weinig woorden vuil maken aan de
ons per brief gemelde beslissing van
de minister, de heer Princen een
visum te verlenen. Ik vind het ronduit
een verkeerde beslissing, iets wat ik
vorig jaar ook al als onze zienswijze
kenbaar heb gemaakt. Ik heb nog
altijd dezelfde mening. Laat ik van
mijn hart overigens geen moordkuil maken: ik vind het zeer onverkwikke-
lijk dat, evenals vorig jaar, dit ene
visum voor die ene persoon kennelijk
een kamerdebat nodig maakt. Dat
hadden wij onszelf moeten besparen.
Even onverkwikkelijk zou ik het vinden, de beslissing – nogmaals:
een verkeerde beslissing – van de
minister wellicht morgen per motie
te moeten aanvechten. Wellicht is dit
inmiddels onvermijdelijk geworden;
wat dan overblijft, is de geˆne.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2615">

 
<spreker pagina="37-2615" anker="747" partij="SP" naam="Poppe">
 Mijnheer de
voorzitter! De SP-fractie stemt van
harte in met de beslissing om aan de
heer Princen een visum te verstrek-
ken. Ook de mededeling van de
minister, nu geen oordeel uit te
spreken over het verleden, respecte-
ren en waarderen wij. Het tumult dat
wederom losbarst, geeft wel aan hoe
nodig het is dat wij ons koloniale
verleden eens beter moeten gaan
verwerken. Onze fractie heeft daar
ook al op gewezen, toen wij spraken
over de kwestie-Gonsalves en het
Nederlands optreden in Nieuw-
Guinea.
Mijnheer de voorzitter! Geen
enkele waardering kunnen wij
opbrengen voor de herrie, die door
sommigen opnieuw gemaakt wordt
over de wens van de heer Princen
om een bezoek aan zijn familie te
brengen. De opmerkingen van ene
meneer Van den Boogaard, die voor
de televisie zei, op te treden namens
het comite Poncke go home, zijn
schandalig en zetten aan tot
ongewenst handelen jegens iemand
die hier te gast zal zijn.
Wij storen ons ook aan de manier,
waarop sommige partijen reageren
op de beslissing van de minister. Ik
doel op de stemmingmakerij door
het CDA, maar vooral ook op de
ommezwaai in luttele uren van de
VVD. Als wij iemand toelaten tot dit
land... 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="748" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Kan de heer Poppe mij misschien het
woord ’’stemmingmakerij’’ nader
verklaren? Waar leidt hij dat af uit
mijn woorden, waar dan ook geuit? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="749" partij="SP" naam="Poppe">
 Ik heb de heer
De Hoop Scheffer zojuist nog horen
spreken over het verwerpelijke
gedrag waarom de heer Princen is
veroordeeld, en ook de heer De
Hoop Scheffer zal toch weten dat de
heer Princen nooit door een
Nederlandse rechter is vervolgd,
gezien een overeenkomst die met
Indonesie¨ is gesloten om elkaars
overlopers niet te vervolgen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="750" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Wat is het oordeel van de heer
Poppe over het gedrag van de heer
Princen? Heeft hij daar een oordeel
over? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="751" partij="SP" naam="Poppe">
 Daar ga ik het
nu niet over hebben. Wat dat betreft
respecteer ik niet alleen het optreden
van de minister, maar houd ik mij
daar zelf ook aan. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="752" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

U verwijt het CDA stemmingmake-
rij... 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="753" partij="SP" naam="Poppe">
 En ik heb ook
uitgelegd, waarom. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="754" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Als ik u om een oordeel vraag en u
dat vervolgens niet geeft, zegt dat
alles over u, maar weinig over het
CDA. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="755" partij="SP" naam="Poppe">
 U heeft een
uitspraak gedaan waarvan ik van
mening ben dat die onder die
kwalificatie kan vallen die ik net
noemde. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="756" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Ik geef het op. Ik vind uw bijdrage
jammer voor het debat. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2615" anker="757" partij="SP" naam="Poppe">
 Mijnheer de
voorzitter! Als wij iemand toelaten
tot dit land, doen wij hem geen
muilkorf om. Zo ontvang je je gasten
niet, mijnheer Weisglas. Zeker niet
iemand die als gerespecteerd strijder
voor de mensenrechten in zijn land,
in dit geval Indonesie¨, met volhar-
ding en moed opkomt tegen het
muilkorven van mensen daar, een
moed en respect, die ook op 1
september van het vorig jaar zijn
uitgesproken door de toenmalige
minister van Buitenlandse Zaken, de heer Kooijmans. Hij zei letterlijk: in
die context verdient hij respect en
waardering.
Mijnheer de voorzitter! Wij doen
een klemmend beroep op de Kamer
om de wens van de heer Princen te
honoreren, de beslissing van de
minister te accepteren en ons land
niet verder te blameren.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2615">

 
<spreker pagina="37-2615" anker="758" partij="Unie 55+" naam="Leerkes">

Voorzitter! Wij willen de zaak-Princen
graag in alle soberheid behandelen,
zoals dat past bij een onderwerp als
dit. Gezien de heftige gevoelens die
de komst van de heer Princen bij
velen oproept, menen wij echter dat
het niet verstandig is om een visum
te verstrekken. Wij verzoeken de
minister daarom, af te zien van het
verstrekken van een visum, zoals hij
dat aan de Kamer te kennen heeft
gegeven.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2615">

 
<spreker pagina="37-2615" anker="759" partij="Partijloos" naam="Hendriks">
 Voorzitter! Ook ik
voel de behoefte om deel te nemen
aan dit korte debat. De minister van
Buitenlandse Zaken heeft een besluit
genomen over het verlenen van een
visum aan de heer Princen. Ik neem
aan dat dit na ampel beraad in het
kabinet is gebeurd. Wij moeten dat
respecteren, maar ik hoop wel dat
begrip wordt opgebracht voor de
gevoelens die hiermee worden
opgerakeld. Ik ben zelf ook in Indie¨
geweest. Ik behoor tot de oorlogs-
veteranen. Ik heb overigens niet aan
de gevechten deelgenomen. Ik heb,
als goodwill-militair, de mensen naar
Nederland teruggebracht. Ik heb heel
veel verhalen gehoord, maar ik vrees
dat mijnheer Princen weer dingen
gaat zeggen die echt bezijden de
waarheid liggen, ook gelet op wat hij
recentelijk weer in de pers heeft
gezegd over het koloniale vechten
van Nederland. Dat moeten wij
erbuiten houden. Ik doe daarom een
dringend beroep op de minister om
ervoor te zorgen dat, als de heer
Princen komt, hij alleen maar komt
om afscheid van zijn geboorteland te
nemen, want Nederland is zijn
vaderland niet meer. Ik hoop dat hij
met respect zal zien hoe Nederland,
nadat het Indonesie¨ heeft losgelaten,
zich heeft ontwikkeld tot een kleine,
maar toch achtenswaardige natie in
de wereld, die mag worden gezien.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2615">

 
<spreker pagina="37-2615" anker="760" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Voorzitter! Ik
dank de Kamer voor de gemaakte
opmerkingen naar aanleiding van
mijn brief. De brief is kort. De Kamer
beperkt zich in een drie-
minutendebat tot de essentie van de
zaak. Ik zal dat in mijn weerwoord
ook doen.
Het visum is verleend op
humanitaire gronden. Met deze
beslissing en door deze beslissing te
nemen, geeft de regering geen
uitdrukking aan een oordeel over de
gebeurtenissen in 1948. De regering
geeft met de beslissing alleen aan
dat zij van mening is dat het 46 jaar
later voor Princen mogelijk moet zijn
om zijn familie in Nederland te
bezoeken.
De verlening van het visum is
besproken in de ministerraad en
heeft de instemming van het kabinet.
Dat was nadat ik de voorzitters van
de regeringsfracties op de hoogte
had gesteld van mijn voornemen om
een visum op humanitaire gronden
te verlenen. Nadat mij was gebleken
dat ook zij achter dit besluit stonden,
heb ik de procedure voor visum-
verlening in gang gezet. Ik heb in het
bijzonder de ambassadeur in
Djakarta de opdracht gegeven om in
een gesprek met Princen vast te
stellen in hoeverre deze bereid was
om begrip te tonen voor de
gevoelens die een bezoek aan
Nederland kan oproepen en in
hoeverre hij bereid was om zich te
onthouden van demonstratieve
activiteiten en zich terughoudend op
te stellen tegenover publiciteit rond
zijn bezoek. Princen heeft zich hiertoe
bereid verklaard. Hierop heb ik het
visum verstrekt. Ik wil benadrukken
dat als hij een onverschillige houding
had aangenomen ten opzichte van
de groep die hier moeite mee heeft,
ik het visum niet verstrekt zou
hebben. Ik heb de vertegenwoordi-
gers van de stichting Veteranen-
platform en het Indisch platform, de
heren Meinis en Boekholt, in
persoonlijke brieven van mijn
voornemen in kennis gesteld en hun
duidelijk gemaakt dat ik mij bewust
ben van de reactie die deze
beslissing in hun gelederen zal
oproepen. Mijn medegevoel is niet
minder, omdat ik uiteindelijk ten
aanzien van het verlenen van het
visum tot een andere afweging kom.
Ik spreek hier in alle duidelijkheid
en openheid uit dat het te ver zou
gaan om Princen daadwerkelijk een
spreekverbod op te leggen en ieder
contact met de media te blokkeren.
Dat is niet alleen feitelijk onmogelijk,
dat is ook in strijd met het open
karakter van onze samenleving. Ik
verklaar hier dat ik de uitlatingen die
de heer Princen tot nu toe vanuit
Djakarta zou hebben gedaan, niet in
strijd acht met de gemaakte
afspraken.
De heer Van den Bos heeft mij
gevraagd of ik kan aangeven wat dan
precies is afgesproken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2616" anker="761" partij="VVD" naam="Weisglas">
 De minister
zegt dat de heer Princen aan de
Nederlandse ambassadeur in
Djakarta heeft gezegd dat hij zich
terughoudend zal opstellen.
Tegelijkertijd zegt de minister dat hij
van mening is dat hetgeen de heer
Princen vanochtend in ochtendbla-
den heeft gezegd niet in strijd is met
die toezegging. Is de minister niet
met mij van mening dat hetgeen de
heer Princen vanochtend heeft
gezegd – ik duid nu met name op
uitlatingen in het ochtendblad Trouw
– erop neerkomt dat de heer Princen
concludeert dat de visumverlening
een vorm van eerherstel, genoegdoe-
ning voor hem is ten aanzien van
hetgeen hij heeft gedaan in de jaren
veertig? Is de minister niet met mij
van mening dat dat veel en veel
verder gaat dan een terughoudende
opstelling? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2616" anker="762" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Als ik dat was,
zou ik dat gezegd hebben. Ik kom de
twee woorden die de heer Weisglas
zojuist noemde, eerherstel en
genoegdoening, niet tegen in het
interview. Zelfs als dat zo zou zijn
geweest, kan ik de heer Princen niet
vanaf het moment dat hij een visum
krijgt voor een land, waarin vrijheid
van meningsuiting de cultuur is, van
dag op dag bewaken op ieder woord
dat hij zegt. Hij zal het gezien zijn
verleden, als een grote gebeurtenis
ervaren dat hij een visum krijgt voor
dit land. Dat is juist. Ik heb de heer
Princen als fractievoorzitter
gesproken toen wij daar op bezoek
waren. Ik meende dat ik hem te
woord moest staan over datgene
waar hij zich een leven lang aan
gewijd heeft, namelijk de mensen-
rechten. Ik ben naar hem toe gegaan
en ik heb hierover een gesprek met
hem gehad. Hij weet dat mijn
opvatting, die ik de vorige keer al
had, namelijk dat hem op humani-
taire gronden een visum zou moeten
worden verstrekt, niets te maken
heeft met een oordeel over wat hij
precies gedaan heeft dan wel niet.
Die opvatting heeft niets te maken
met een oordeel over zaken die nooit
juridisch zijn komen vast te staan.
Het is erg lang geleden en de feiten
zijn voor een juridische behandeling
aan verjaring onderhevig. Dat
oordeel vormen wij hier niet, en
zeker niet en passant. Ook de vorige
minister heeft gezegd dat er een
debat moest plaatsvinden, dat een
mening gevormd moest worden, dat
een land zijn verleden moet kunnen
verwerken en dat dit goed voorbe-
reid moest worden. Daar zijn andere
wegen voor dan deze. Het structureel
weigeren van een visum is naar mijn
gevoel een oneigenlijk bestuurs-
instrument.
Tegen de heer De Hoop Scheffer
wil ik zeggen dat ik geen weging heb
gemaakt tussen de humanitaire
gronden voor een persoon en
misschien duizend anderen. Dat doet
men niet. De vraag of je onrecht doet
aan de ander doordat je recht doet
aan de een, of je onrecht doet aan de
ander doordat je clementie bedrijft
ten opzichte van de een, is natuurlijk
niet nieuw in de Nederlandse
politiek. Hetgeen de heer De Hoop
Scheffer heeft gezegd, betekent dat
de heer Princen geen beroep zou
mogen doen op humanitaire
gronden zolang er nog twee
veteranen zijn die daar moeite mee
hebben. Ik kan dat niet voor mijn
rekening nemen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2616" anker="763" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Men weegt belangen bij iedere
politieke beslissing die men nemen
moet, of het nu om een visum gaat
of om een begroting. Wij maken hier
permanent keuzen. In dit geval heeft
mijn fractie vorig jaar en vanavond
die weging wel degelijk gemaakt. Er
is niets veranderd. De minister kan
mij niet zeggen dat men die weging
niet maakt. Ik maak die weging en de
fractie van het CDA maakt die
weging. Ik meen dat ik mijn keuze na
die belangenafweging duidelijk heb
gemaakt. Dat de minister een andere
weging maakt, is uiteraard zijn goed
recht. Maar hij kan niet in het
algemeen zeggen dat men zo’n
weging niet maakt. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2616" anker="764" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Het verschil
met anderhalf jaar geleden is in ieder
geval formeel dat de beslissing nu
wordt genomen na een daartoe
gedaan verzoek op basis van
humanitaire gronden en gezond-
heidsredenen. Zo luidde het verzoek
anderhalf jaar geleden niet. Ik wil
niet zeggen dat de regering het
visum anderhalf jaar geleden niet
toch op grond daarvan had kunnen
verlenen. Ik zeg dat het verschil is
dat thans de visumaanvrage daarop
werd gebaseerd.
Voorzitter! Mevrouw Sipkes heeft
gerefereerd aan de geuite dreige-
menten. Het is waar dat wij daarop
al waren voorbereid. Er zijn
veiligheidsmaatregelen genomen.
Het feit dat de dreigementen zijn
geuit, is alleen maar een reden om
nog serieuzer te zijn met het nemen
van maatregelen.
De Kamer heeft mij gevraagd, de
beslissing te heroverwegen op grond
van de door haar aangevoerde
argumenten. Dit verzoek van de
Kamer is natuurlijk even eerlijk
gemeend als mijn beslissing en de
overwegingen van het kabinet die
het ten grondslag heeft gelegd aan
die beslissing. Zij zijn van dien aard.
Het visum is verleend. Ik heb aan
iemand een visum verleend na zeer
langdurig beraad en na zo zorgvuldig
mogelijk te hebben veiliggesteld wat
men kan bereiken bij zo’n visum- aanvraag: degene die het doet, legt
in ieder geval getuigenis af van
begrip voor wat het kan betekenen
voor anderen. Nu dat is gebeurd, kan
ik helaas niet aan het verzoek van de
Kamer gevolg geven om de
beslissing in heroverweging te
nemen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2617" anker="765" naam="De voorzitter">
 Wij gaan beginnen
aan de tweede termijn. Ik wijs de
leden erop dat de tweede termijn,
zoals gebruikelijk, een derde van de
spreektijd in eerste termijn bedraagt.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2617">

 
<spreker pagina="37-2617" anker="766" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Voorzitter!
Was het maar zo, zoals de minister
van Buitenlandse Zaken zou willen,
dat er in de praktijk sprake zou zijn
van een visumverlening op
humanitaire gronden, waarnaar
degene aan wie dat visum verleend
is, zich ook zou gedragen. Met andere woorden: was het maar zo
dat de heer Princen zich zou
opstellen als iemand die op
humanitaire gronden zijn familie
komt bezoeken en niet, zoals
mevrouw Sipkes dat noemde, als
een politiek figuur.
Dat is niet zo. Dat hebben wij
vanochtend al gezien. Als de heer
Princen al niet letterlijk heeft
gesproken over eerherstel en
genoegdoening – naar mijn mening
heeft hij dat in sommige media ten
dele wel gedaan – dan heeft hij dat
indirect gedaan, daar waar hij
bijvoorbeeld zegt dat de visum-
verlening neerkomt op een soort
begrip dat noodzakelijk is in de
huidige verhouding tussen Neder-
land en Indonesie¨. Dat is een puur
politieke uitspraak die buiten de
termen van een humanitaire
visumverlening gaat. Dat betreurt de
VVD-fractie. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2617" anker="767" partij="D66" naam="Van den Bos">

Voorzitter! Baseert de heer Weisglas
zijn verandering van standpunt op
indirecte verwijzingen, die niet echt
hard te maken zijn? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2617" anker="768" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Voorzitter!
Ik baseer mijn standpunt op datgene
wat de heer Princen de afgelopen 24
uur in de pers heeft gezegd. Ik wil
uiteraard absoluut honderd procent
zuiver zijn in datgene wat ik hier
vanavond zeg. Ik zeg dan ook dat ik
niet zeker weet of de heer Princen
letterlijk heeft gesproken over
eerherstel en genoegdoening. Maar
indirect komt dat erop neer wanneer
hij zegt dat de visumverlening een
soort begrip voor hem betekent, dat
volgens hem noodzakelijk zou zijn in
de verhouding tussen Nederland en
Indonesie¨. Ik voeg daaraan toe dat
de heer Princen vanavond in de
Haagsche Courant zegt, dat het
Nederlandse volk de eigen waarheid
onder ogen zou moeten zien, dat
datgene waaraan hij toentertijd heeft
deelgenomen, een koloniale oorlog
was waarin wij ons schuldig maakten
aan dingen die niet deugden.
Voorzitter! Over die discussie, dat
gesprek en die visie hebben wij het
vanavond niet. Daar wens ik ook
vanavond mijn mening niet over te
geven. Maar iemand die op grond
van humanitaire overwegingen hier
in Nederland mag komen – een
visum betekent dat je ergens ma`g
komen – dient zich te onthouden van
dergelijke politieke uitspraken. Als de
heer Princen tegelijkertijd zegt dat hij
contacten met de media in Neder-
land niet uit de weg zal gaan, weten
wij wat ons de komende drie weken
te wachten staat. Daarom hebben wij
aan de minister van Buitenlandse
Zaken gevraagd om zijn beslissing te
heroverwegen. Wij vinden het
jammer dat de minister dat niet wil
doen. Wij zijn daarom genoodzaakt
om die wens van de VVD-fractie in
de vorm van een motie aan de
Kamer voor te leggen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2617" anker="769" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Volgens
de heer Weisglas is slechts indirect
de mening geuit dat het zou gaan
om eerherstel en genoegdoening.
Daarna geeft hij een oordeel van de
heer Princen over wat er in Indonesie¨
is gebeurd in de periode 1945-1950.
Hebben wij het nog over de heer
Princen of hebben wij het over
onszelf? Ik denk dat wij het meer
over onszelf hebben en over de
vraag hoe wij met dit probleem
omgaan. Dit gesprek gaat meer over
de verwerking van die geschiedenis
dan, in navolging van de minister,
over de vraag of die geschiedenis 48
jaar na dato specifiek deze man moet
worden nagedragen. Ik zeg het in
navolging van de minister. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2617" anker="770" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Wat de
heer Van Traa zegt, is interessant.
Dat meen ik echt. Het is interessant
maar, heel eerlijk gezegd, op dit
moment voor de VVD-fractie niet
relevant. Wij moeten nu beoordelen
of de termen die de basis vormen
voor de visumverlening aan de heer
Princen nog aanwezig zijn. Volgens
mijn fractie wordt aan die voor-
waarde, dat het moet gaan om
visumverlening op humanitaire
gronden, helaas niet meer voldaan
tengevolge van de opstelling van de
heer Princen in de afgelopen 24 uur.
Daarom dient de VVD-fractie ten
slotte de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de minister van
Buitenlandse Zaken heeft besloten te
voldoen aan het verzoek om een
visum ten behoeve van de heer
H.J.C. Princen, dat is gedaan op
grond van humanitaire en gezond-
heidsredenen;
constaterende, dat betrokkene ten
onrechte politieke gevolgtrekkingen
verbindt aan deze op humanitaire
gronden gebaseerde beslissing;
verzoekt de regering daarom de
onderhavige beslissing te herzien,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2617" anker="771" naam="De voorzitter">
 Deze motie is
voorgesteld door het lid Weisglas.
Naar mij blijkt, wordt zij voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 3 (23268). 

</spreker>
<spreker pagina="37-2617" anker="772" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">
 Ik zit
toch nog met een probleem. De VVD
stemde in eerste instantie op
humanitaire gronden met de
visumverlening in. Volgens de VVD
schendt de heer Princen nu de
afspraken. Ik wil het praktisch zien.
Hoe stelt de heer Weisglas zich dat
voor? De heer Princen komt naar
Nederland. Wat ik verder ook van
hem vind, hij staat in elk geval
internationaal bekend als een
mensenrechtenactivist. Gaat de
VVD-fractie akkoord met de verlening
van een visum en met een bezoek
aan Nederland, als de heer Princen
absoluut elk commentaar aan de
pers weigert? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="773" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Dat is voor
de VVD-fractie een gepasseerd
station. De visumverlening ten
behoeve van de heer Princen voor
een familiebezoek aan Nederland is
ingehaald door de werkelijkheid van
zijn politieke uitspraken, waarin hij
duidt op enigerlei vorm van
genoegdoening die deze visum-
verlening zou betekenen. Wat
mevrouw Sipkes zegt, is een
gepasseerd station en daarom heeft
mijn fractie de motie ingediend. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="774" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">
 Ik
blijf van mening dat de VVD-fractie
meer ageert tegen de conclusies die
in de media zijn getrokken en dat zij
daarvoor bang is. Evenals de heer
Van Traa meen ik dat wij meer tegen
onszelf praten dan tegen de heer
Princen. Ik betreur in hoge mate dat
de VVD-fractie op deze manier dit
bezoek dreigt te blokkeren. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="775" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Mevrouw
Sipkes en ik verschillen van mening.
Dat zal duidelijk zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="776" partij="GPV" naam="Van Middelkoop">

Voorzitter! Gisteren hoorden wij de
heer Weisglas zeggen dat hij voor
verlenen van het visum was.
Vandaag is hij tegen. Dat kan een
keer gebeuren. Had het echter met
die voorgeschiedenis van twee
dagen niet van wat meer politieke
bescheidenheid blijk gegeven als het
initiatief tot het indienen van zo’n
motie aan een andere fractie was
overgelaten en niet uitgerekend door
de heer Weisglas was gedaan? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="777" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Ik moet
even nadenken, omdat er heel veel
achter de vraag van collega Van
Middelkoop zit. Ik geloof niet dat het
van meer bescheidenheid blijk had
gegeven, want dan had ik het niet
gedaan. Belangrijker is, dat de
inhoud van onze motie nu net de
redengeving is waarom het oordeel
van de VVD-fractie thans is zoals het
is. Gisteren heb ik inderdaad namens
de VVD-fractie gezegd dat wij een
puur humanitair bezoek deze keer
zouden kunnen billijken. Daarmee
bedoel ik een niet met politieke
uitspraken van de heer Princen
omgeven familiebezoek. En ik zeg
terloops tegen de minister van
Buitenlandse Zaken dat de VVD-
fractie dus op zichzelf geen
voorstander is van structurele
weigering van een visum. Er zijn
sinds gisteren buitengewoon belangrijke dingen gebeurd: de heer
Princen heeft uitspraken gedaan
waarop ik een aantal keren heb
gewezen. Deze uitspraken vormen
voor ons een zeer belangrijke reden,
zo niet de reden voor ons standpunt.
Onze kritiek is ook niet in de eerste
plaats gericht tot de minister, maar
tot de heer Princen. Verder leek het
ons zuiver, ons standpunt in een
motie vast te leggen. En als ik er zo
over nadenk, moet ik zeggen dat het
wellicht niet zo heldhaftig zou zijn
geweest als onze fractie zich achter
anderen had willen verschuilen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="778" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Wil de
heer Weisglas hiermee zeggen dat
de VVD-fractie een motie wilde
indienen om te onderstrepen dat zij
het beleid van de regering in dezen
afwijst? Hij dient namelijk geen
motie tegen de heer Princen in, maar
tegen de minister van Buitenlandse
Zaken, en dit wil zijn fractie als
regeringspartij extra gewicht geven,
zo begrijp ik. De heer Weisglas kan
niet zeggen dat de motie voor de
heer Princen bedoeld is, want wij
debatteren niet met de heer Princen,
maar met de minister. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="779" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Er is een
misverstand, voorzitter. Ik houd er
niet zo van om te zeggen dat wij iets
als regeringspartij doen, zoals de
heer Van Traa suggereert. De
VVD-fractie dient, met alle rechten en
plichten die zij als zodanig in deze
Kamer heeft, een motie in, regerings-
partij of niet. Hij heeft er gelijk in dat
wij hier niet met de heer Princen
debatteren; natuurlijk niet, wij
debatteren via de minister van
Buitenlandse Zaken met de regering.
Daarom heeft de VVD-fractie op
grond van de motieven die ik al een
aantal keren heb genoemd – de
uitspraken van de heer Princen – in
eerste termijn aan de minister
gevraagd, zijn beslissing te herzien,
te heroverwegen. De minister heeft
in eerste termijn naar voren gebracht
dat hij daar niet toe bereid is. Dat is
uiteraard zijn goed recht, zodat ons
niets anders overbleef dan de weg te
kiezen van het indienen van een
motie. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="780" partij="SP" naam="Poppe">
 Voorzitter! Ik
heb in eerste instantie al gezegd dat
het in Nederland geen gewoonte is,
gasten te muilkorven. Het is wel
begrijpelijk dat de pers graag iets
van de heer Princen wil horen en
wellicht zijn hem ook uitspraken
ontlokt. Maar dat kan toch geen
reden zijn om wat hij gisteren heeft
gezegd, nu in een motie om te
draaien? Er is toch ook zoiets als het
liberale gedachtengoed? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2618" anker="781" partij="VVD" naam="Weisglas">
 De heer
Poppe heeft al duidelijk gemaakt dat
die uitspraken voor hem geen reden
vormen om zich tegen het verlenen
van een visum uit te spreken. Voor
de VVD-fractie is dit wel zo, omdat
wij vinden dat er aan het verlenen
van een visum bepaalde voorwaar-
den verbonden kunnen zijn. Als een
visum bedoeld is om iemand in staat
te stellen, zijn familie te bezoeken en
wellicht nog enige medische
afspraken na te komen, dan kan er
wel degelijk de voorwaarde worden
gesteld dat de betrokkene zich in
Nederland ook tot die activiteiten
beperkt.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2618">

 
<spreker pagina="37-2618" anker="782" partij="D66" naam="Van den Bos">

Voorzitter! Ik dank de minister voor
zijn antwoord op hoofdpunten. Wij
hebben goede nota genomen van de
bereidheid van de heer Princen, zich
te onthouden van demonstratieve
activiteiten en zich terughoudend op
te stellen in de publiciteit. Ik heb
evenmin als de minister reden om
vast te stellen dat deze afspraken
met voeten zouden zijn getreden. Ik
heb ook geen harde aanwijzingen dat
de heer Princen dit binnenkort wel
zal doen. Wat de heer Weisglas ons
tot nu toe heeft voorgehouden, vind
ik, eerlijk gezegd, flinterdun. Het zijn
alleen maar interpretaties en
indirecte verwijzingen.
Het is wel erg jammer dat
uitgerekend de VVD met een motie is
gekomen. Het was de voorzitter van
de fractie van de heer Weisglas die
eerder ook groen licht heeft gegeven
voor het verstrekken van het visum.
Om die reden zal mijn fractie de
motie van de VVD niet steunen.
Bovendien betreurt mijn fractie het
dat die is ingediend.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2619">

 
<spreker pagina="37-2619" anker="783" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Voorzitter! De heer Weisglas begon
zijn bijdrage met de woorden ’’was
het maar zo’’, gevolgd door nog een
aantal keren ’’was het maar zo’’. Ik doe dat ook: was het maar zo dat het
deze keer echt om humanitaire
redenen ging.
Ik had van de heer De Hoop
Scheffer na zijn interruptie geen heel
politiserend verhaal verwacht. Ik heb
evenwel niets anders gehoord.
Vanwege de drie minuten spreektijd
heeft hij in miniatuur een herhaling
gegeven van de politieke argumen-
ten die hij op 1 september 1993 naar
voren gebracht heeft. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2619" anker="784" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Volstrekt correct. Dat hebben wij
toen gezegd en dat zeg ik nu weer.
Dat kan betiteld worden als een
consistente en consequente lijn. In
verhouding tot 1 september 1993 en
20 september 1994 is er niets
veranderd. Onze weging was en is
dezelfde. Ik blijf mij dus verzetten
tegen het woord ’’politiseren’’. Dat is
iets anders. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2619" anker="785" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Politiseren of polariseren. Ik had
gehoopt dat deze keer het puur
humanitaire aspect doorslaggevend
zou zijn. Dat dit in 1993 niet is
gebeurd, heb ik betreurd. Laten wij er helder over zijn: straks in 1995
wordt er veel over Indonesie¨ en over
dit onderwerp gediscussieerd. Dan
ben ik bereid om de inzet van het
debat op 1 september 1993 te
continueren. Mijn fractie had die
inzet overigens al jaren. Ik had dat
nu echter graag willen vermijden. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2619" anker="786" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Wij zien wel of die debatten er te
zijner tijd komen. Overigens is het
verschil van mening tussen mevrouw
Sipkes en mij ten principale gelegen
in het gebruik van het woord
’’humanitair’’. Als mevrouw Sipkes
het heeft over het humanitaire
element, heb ik het over het grote
humanitaire belang van duizenden.
Wij maken een afweging en geven
de voorkeur aan dat humanitaire
belang. Dat deden en dat doen wij
nog steeds. Dat moet mevrouw
Sipkes niet ’’polariseren’’ of
’’politiseren’’ noemen. Ik heb zojuist
gezegd dat wij die lijn al volgden.
Dat geldt vandaag nog steeds. Als
mevrouw Sipkes het woord
’’humanitair’’ gebruikt, vraag ik haar
om dat alsjeblieft naar twee kanten
te doen. Dat doe ik in mijn weging. Ik
maak duidelijk wat voor de CDA-
fractie verreweg het belangrijkste
humanitaire belang is. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2619" anker="787" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">
 Dat bedoel ik ook met politiseren: dan is
er meer dan in dit geval de afweging
van belangen. Men kan mijn bijdrage
op 1 september 1993 erop nalezen. Ik
zal nooit ontkennen of wegpoetsen
dat er ter zake sterke gevoelens
leven in de Nederlandse samenle-
ving. Ik kan het niet beter verwoor-
den dan de minister van Buiten-
landse Zaken zojuist heeft gedaan. Ik
zal ook niet proberen om het beter te
doen. Het gaat om een persoon. Uit
menselijke overwegingen kan men zeggen: ja, die mag hier komen.
Daarbij past geen weegschaal.
Nogmaals, het gaat om een
persoon. Het past dan niet om te
kijken naar een persoon of duizend
personen, een persoon of twee
personen dan wel een persoon of
anderhalf persoon. Die ene persoon
staat namelijk centraal. In dit geval is
die ene persoon gewoon iemand die
46 jaar na dato waarschijnlijk voor de
laatste keer eindelijk een keer in
Nederland wil zijn. Ik zie de heer De
Hoop Scheffer lachen. Het is niets
voor mij om hier heel sentimenteel
over te zijn, maar als er sprake is van
menselijke aspecten, laten die
eindelijk eens de doorslag geven. De
discussie moet dus niet steeds
herhaald worden, waardoor het weer
een politiek debat wordt. Dat betreur
ik. Ik houd dat vol. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2619" anker="788" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Ik heb verder niets toe te voegen aan mijn overweging: er staan mensen
aan beide kanten. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2619" anker="789" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Inderdaad blijven er mensen aan
beide kanten staan. In het komende
jaar zullen wij dit debat dan ook
verder voeren. In dit geval ben ik blij
dat de minister van Buitenlandse
Zaken besloten heeft om het visum
aan de heer Princen te verstrekken.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2619">

 
<spreker pagina="37-2619" anker="790" partij="AOV" naam="Van Wingerden">

Mijnheer de voorzitter! Ik heb van de
minister gehoord dat hij Poncke
Princen persoonlijk heeft gesproken.
Mijn vraag aan de minister is of
Princen toen berouw heeft getoond
tegenover zijn kameraden voor zijn
daden door over te lopen en hen te
bestrijden. Ik heb daar niets over
gehoord. Als ik Princen aanhoor, dan
heeft hij destijds juist gehandeld en
de honderdduizend anderen niet.
Geen spoor van berouw dus en dit is
voor mij en de fractie van het AOV
onacceptabel. Wij zullen de motie
van de VVD voluit steunen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2619">

 
<spreker pagina="37-2619" anker="791" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Voorzitter!
Afgezien nog van de vraag wat de
Nederlandse overheid de heer
Princen zou kunnen opleggen in
Indonesie¨, nu hij gesproken heeft,
doet in ieder geval de zorgvuldige
lezing van de interviews die door
Princen zijn gegeven, bij mij de
mening postvatten dat het meer gaat
om een debat over de positie van de
VVD-fractie en de heer Weisglas dan
om de positie van de heer Princen. Ik
zal dat toelichten. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2619" anker="792" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Voorzitter!
Ik hecht eraan om voor de Handelin-
gen van dit debat voor de toelichting
die de heer Van Traa nu wil geven,
vast te leggen dat het in dit debat
voor de VVD-fractie niet gaat om de
positie van die fractie, laat staan om
mijn positie, maar dat het ons gaat
om de inhoud en de argumenten die
ik, naar ik onbescheiden van mening
ben, weloverwogen naar voren heb
gebracht. Wat de heer Van Traa nu
zegt, zegt meer over hem en zijn
fractie dan over mijn fractie en mij! 

</spreker>
<spreker pagina="37-2619" anker="793" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Ik zal het
toelichten, voorzitter. Als wij als
regeringsfracties, PvdA en D66,
geweten hadden dat uiteindelijk de
VVD hiermee niet zou instemmen,
zouden wij de minister het advies
gegeven hebben, het visum niet te
verlenen. Waarom? Omdat de
openbare discussie en de commotie
noch het bezoek van de heer Princen
goed doet, noch de gevoelens van
mensen die hier om zeer begrijpe-
lijke redenen veel moeite mee
hebben. Dan was het beter geweest
om op dit moment de zaak te laten
rusten. De minister van Buitenlandse
Zaken heeft mij ervan overtuigd, dat
hij zeer zorgvuldig te werk is gegaan
voordat hij tot de verlening overging.
Zo zorgvuldig, om een debat als dit
te voorkomen. Dat is de toelichting
die ik wil geven. Ik zeg niet dat de
heer Weisglas niet het recht heeft
om van mening te veranderen. De
aanleiding echter die de heer
Weisglas gevonden heeft om van
mening te veranderen, vind ik niet
van zodanige aard dat hij en zijn
fractie die niet eerder hadden kunnen
bedenken. Als hij dat eerder bedacht
had, was dit debat niet nodig
geweest en had men dit niet moeten
doen. Ik denk dat de minister van
Buitenlandse Zaken dan ook niet tot
die afweging gekomen was. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2620" anker="794" partij="VVD" naam="Weisglas">
 Voorzitter!
Wat de heer Van Traa nu zegt, is
eerlijk gezegd gewoon niet logisch.
Hij mag het met mij oneens zijn over
de reden waarom de VVD-fractie van
mening is dat de visumverlening
thans niet zou moeten plaatsvinden
maar ik heb een- en andermaal
toegelicht dat dit het gevolg is van
uitspraken van de heer Princen in de
afgelopen 24 uur. Niemand kon toch
weten dat die uitspraken zouden
volgen? Dat zijn toch absoluut
veranderde omstandigheden? Laat ik
het nu maar eens uitspreken,
voorzitter, als u het mij toestaat. De
heer Van den Bos wijst immers op
afspraken die gemaakt zouden zijn
en de heer Van Traa wijst op overleg
binnen de coalitie. Inderdaad heeft
de heer Bolkestein, voorzitter van de
VVD-fractie, afgelopen donderdag
aan de minister van Buitenlandse
Zaken gezegd dat er in beginsel
instemming was van de VVD-fractie
met deze beslissing. Wat is er
sindsdien gebeurd? In de allereerste
plaats heeft de heer Princen de
uitspraken gedaan op basis waarvan
ik vandaag, na onze fractievergade-
ring, het standpunt heb ingenomen
dat inderdaad een ander is dan dat
van gisteren. In de tweede plaats – ik
zei het al – heeft onze fractievergade-
ring vanochtend plaatsgevonden. Zo
werkt de VVD namelijk, meneer Van
Traa! Dat is gewoon een democrati-
sche partij, weet u wel! 

</spreker>
<spreker pagina="37-2620" anker="795" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Dit
bevestigt mij in mijn oordeel. Ik kan
mij niet voorstellen dat de fractie-
voorzitter van de VVD en de
woordvoerder van de VVD niet
hadden kunnen bedenken dat de
heer Princen dergelijke uitspraken
zou kunnen doen. Ik vind dat de
minister van Buitenlandse Zaken
volstrekt correct heeft gehandeld. En
ik hoop dat de minister van
Buitenlandse Zaken ook na de
indiening van deze motie blijft bij het
uiteindelijk behoorlijk bestuur dat hij
getoond heeft, ook met de zeer
duidelijke uitleg over aan de ene kant
het verlenen van het visum aan de
heer Princen en aan de andere kant
het afwezig zijn bij de regering van
een oordeel over wat er in die tijd
gebeurd is. Daar hoef ik nu ook niet
meer op terug te komen. Maar ik
geloof zeker, ook in dit debatje blijkt
het weer, dat een ander debat nodig
is in Nederland over de vraag hoe
wij met ons eigen verleden omgaan.
Maar ik kon het niet nalaten om nu
te constateren dat het jammer is dat
de afweging bij de VVD-fractie
gelopen is zoals die gelopen is.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2620">

 
<spreker pagina="37-2620" anker="796" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Voorzitter! Ik zou niet meer in tweede
termijn het woord hebben gevoerd,
ware het niet dat de minister van
Buitenlandse Zaken en ik zojuist een
kort interruptiedebatje voerden over
de kern, naar mijn opvatting, van dit
debat. Het gaat niet over fracties, het
gaat niet over woordvoerders, het
gaat, zei ik net tegen mevrouw
Sipkes, over mensen. En het gaat om
een afweging, het gaat om een
keuze. Ik ben daar helder over en
gun iedereen in en buiten deze
Kamer zij of haar afweging, zijn of
haar keuze, in eerste instantie
uiteraard de minister van Buiten-
landse Zaken. Als wij er dan maar
van overtuigd zijn dat het in die
afweging aan beide kanten om een
humanitair belang gaat. Jazeker, een
humanitair belang van de heer
Princen, wel degelijk, en, ik zeg het
zonder aarzeling, humanitaire
belangen van die vele duizenden
voor wie het bezoek van de heer
Princen aan Nederland niet tolerabel
zou zijn en diepe wonden die er al
zijn alleen nog maar dieper zou
maken. Dat is de afweging waarvoor
ook wij in de CDA-fractie vorig jaar
op 1 september stonden, dat is de
afweging waarvoor wij vanavond
staan. In de politiek maak je die
afweging, die keuze. Een half visum
kun je niet verlenen. Wij hebben de
keuze gemaakt anders dan de
regering. Dit was wellicht ten
overvloede wat ik nog op mijn lever
had.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2620">

 
<spreker pagina="37-2620" anker="797" partij="SP" naam="Poppe">
 Mijnheer de
voorzitter! Onze fractie respecteerde
in eerste instantie de standvastigheid
van de minister van Buitenlandse
Zaken. Die respecteren wij nog
steeds. Maar wij respecteren ook de
gevoelens van de mensen die als
jonge jongens onvoorbereid een
koloniale oorlog zijn ingestuurd. Dit
debat doet daar geen goed aan,
zeker niet voor de mensen uit de
laatste groep die ik noemde die het
verleden nog niet verwerkt hebben.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2620">

 
<spreker pagina="37-2620" anker="798" partij="Partijloos" naam="Hendriks">
 Voorzitter! Sta
mij toe toch even te reageren op wat
de heer Poppe zegt. Hij heeft het
over de ’’koloniale oorlog’’.
Alstublieft, dat is niet waar, er was
een politionele actie. Dat is heel iets
anders, voorbereid hier in de Kamer,
helemaal geleid door de toenmalige
regering. Mensen, jonge mannen en
jonge vrouwen, zijn voor hun
nummer in naam van de Koningin
naar het toenmalige Nederlands-
Indie¨ gegaan om orde en rust te
bewerkstelligen. Dat is heel iets
anders. In godsnaam, ik vraag u,
stop met die ouderwetse benadering
van wat daar gebeurd is. Daar is heel
iets anders tot stand gekomen. Wij
hebben daar gehandeld in opdracht
van de geallieerden. Vergeet dat
alstublieft niet. Ik heb met belang-
stelling en met respect kennis
genomen van de motie van de heer
Weisglas. Toch wil ik de minister een
vraag voorleggen. Wij moeten in
deze Kamer consensus bereiken. Wij
moeten ons niet laten leiden door de
pers of door wie dan ook. Mijn vraag
is of de minister de heer Princen kan
houden aan de afspraak om geen
compromitterende uitspraken tijdens
het bezoek van drie weken aan
Nederland te doen. De heer Princen
komt hier, voor zover mij bekend, om
afscheid te nemen van zijn geboorte-
land. Zijn vaderland is dit al niet
meer. Hij is Indonesie¨r. Als dat
mogelijk is, hoop ik dat veel
oud-strijders in staat zijn om
vergeving te geven en recht te doen
aan iemand die wel fout is geweest,
maar die hopelijk totaal anders
teruggaat naar zijn vaderland waar
hij thuishoort. Wellicht kan hij daar
een boodschap achterlaten voordat
hij sterft, namelijk dat in dat land
nog op veel terreinen orde op zaken
moet worden gesteld.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2621">

 
<spreker pagina="37-2621" anker="799" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Mijnheer de
voorzitter! Ik dank de Kamer voor de
gemaakte opmerkingen. Ik wil
allereerst ingaan op de vraag van de
heer Van Wingerden of de heer
Princen berouw heeft getoond. Ik
was daar niet in een priesterlijke
functie. Ik was daar om te praten
over mensenrechten. Ik was daar ook
om de heer Princen uit te leggen wat
ik had bedoeld en vooral wat ik niet
had bedoeld met mijn opmerkingen,
gedaan bij de algemene beschouwin-
gen van vorig jaar. Die opmerkingen
hielden, kort samengevat, in dat ik
mij afvroeg hoe wij van Kroaten en
Servie¨rs konden verlangen om elkaar
vergiffenis te schenken over het graf
heen van hun zes maanden geleden
vermoorde broer, terwijl wij niet in
staat waren om over 46 jaar heen te
springen en althans een kader van
vergiffenis of zoiets te cree¨ren. Ik heb
de heer Princen duidelijk gemaakt dat ik dat bedoelde: dus dat het
verleden de toekomst niet mag
dichttimmeren, dat wij openingen
moeten houden en dat je na 46 jaar
tot zo’n daad in staat moet zijn. De
regering of het parlement heeft niet
het recht van vergiffenis. Dat is niet
aan ons. Wij moeten kaders
scheppen waarin er mogelijkheden
zijn. Dat heb ik tegen de heer Princen
gezegd. Ik heb hem gezegd dat hij
daaruit vooral niet moest afleiden
dat ik vond dat hij juist gehandeld
had. De heer Princen heeft niet
zozeer berouw getoond. De heer
Princen heeft zich verdedigd. Hij
heeft laten zien waarom hij dat had
gedaan. Hij heeft tegelijkertijd laten
zien dat hij begrip had voor het feit
dat hij op dat moment handelde
tegen alle maatstaven in die in die
maatschappij en in onze gelederen
golden. Maar hij vond dat hij zo
moest handelen. Met andere
woorden, hij heeft zich verdedigd en
hij heeft tegelijkertijd begrip getoond. Hij heeft gezegd: ik vond
met mijn geweten dat ik niet anders
kon. Het zij zo. Het is niet aan ons
om dat uit te diepen. Het is mijn
antwoord op de vraag of de man
berouw heeft getoond. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="800" partij="AOV" naam="Van Wingerden">
 Zou
het Princen gesierd hebben als hij
berouw had getoond over al datgene
wat hij gedaan heeft? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="801" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Het spijt mij
dat ik die vraag niet kan beantwoor-
den. Ik kwam daar niet om berouw te
horen. Ik kwam daar om hem te
zeggen wat ik vond. Hij hoeft
tegenover mij geen berouw uit te
spreken. Ik ben zijn leermeester niet,
ik ben zijn priester niet. Ik ben daar
omdat ik in een maatschappelijke
functie hem te woord wilde staan
over mensenrechten en omdat ik met
hem wilde bespreken waarom het zo
moeilijk was voor de anderen om mij
te vergezellen. Ik ga niet moraliseren. Ik ga niet zeggen: dat zou hem
gesierd hebben en dat siert hem niet.
Het spijt mij, maar daar voel ik mij
niet toe geroepen. Dat laat ik over
aan anderen die daar meer talent
voor hebben. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="802" partij="AOV" naam="Van Wingerden">
 Hij
zou bij u wel berouw hebben kunnen
tonen tegenover die honderdduizend
kameraden die hij dit aangedaan
heeft. Dat had hij kunnen doen. Dat
heeft de minister niet bij hem
bemerkt. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="803" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Ik heb daar
niet met hem over gesproken. Het
was mijn taak ook niet om daarover
te spreken. Ik heb hem gezegd wat ik
ervan vond en hij heeft mij verteld
dat hij de gevoelens van de anderen
begrijpt en hij heeft mij verteld dat
hij vond dat hij moest doen wat hij
gedaan heeft. Het is niet aan mij om
dan te vragen of hij wel berouw
heeft of om hem te zeggen dat
berouw hem zo zou sieren. Dat was
mijn opdracht niet. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="804" partij="RPF" naam="Van Dijke">
 Vindt de
minister dat hij prudent is omgegaan
met de gevoelens van de hier te
lande levende veteranen? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="805" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Ja, en dat vind
ik nog steeds vanuit de verantwoor-
delijkheid die wij als overheid
hebben om kaders te scheppen
waarin men tot elkaar zou kunnen
komen.
De heer Hendriks heeft gevraagd
of ik nog een keer wil aandringen op
terughoudendheid. Ik zal dat doen,
maar ik kan niets garanderen. Het is
een vrij land met mensen die vrijelijk
beschikken over de mogelijkheid om
te zeggen wat zij vinden dat zij
moeten zeggen. Er zijn mensen die
last hebben van deze beslissing, die
last hebben van de herinnering aan
die oorlog. Het is niet juist om alles
alleen af te doen op Poncke Princen.
De hele herinnering aan die oorlog
en het licht van de geschiedenis erop
is pijnlijk. Inderdaad, de komst van
Poncke Princen doet die herinnering
opleven. Sommige dingen gaan zo
met pijn. Dat kan niet anders. Als je
vindt dat iemand structureel niet het
recht heeft om een beroep te doen
op humanitaire gronden, dan ligt het
anders. Dan doe je iets anders, dan
pas je een andere bestuurskundige
cultuur toe. Ik heb het in deze Kamer
wel eens anders gehoord. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="806" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Het gaat niet om een andere
bestuurlijke cultuur, maar om een
andere weging. Het gaat om een
andere weging van de in het geding
zijnde humanitaire belangen en niet
om een andere bestuurlijke cultuur.
Ik heb de pretentie dat ik de
bestuurlijke cultuur, de manier
waarop wij met elkaar omgaan, met
deze minister en met al zijn
voorgangers deel. Het gaat om een
andere weging. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="807" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Men kan niet
verhinderen dat men anderen pijn
doet. Als men vindt dat men aan een
persoon recht hoort te doen, dan kan
men niet altijd voorkomen dat door
die daad anderen pijn hebben. Het is
zo. Het is geen keuze van een
tegenover tweeduizend. De
consequentie van de redenering van
de heer De Hoop Scheffer is dat
zolang er nog twee veteranen zijn die
er pijn van hebben, Poncke Princen
niet het recht heeft om zich te
beroepen op humanitaire gronden. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="808" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

De consequentie van mijn redenering
is dat zolang er mensen zijn wier
humanitair belang in het geding
gebracht zal worden, ik altijd
verplicht ben een weging te maken,
vanavond en altijd. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="809" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Als u dat ziet
in termen van weging... 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="810" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Als u die weging anders maakt dan
ik, dan bent u mijn man. Dat is
natuurlijk uw goede recht. U moet
echter niet praten over een andere
cultuur. Pijn moet worden verdeeld.
Ik maak een weging en ik geef de
overhand aan de pijn van die
duizenden. U maakt een andere
weging; dat is uw goed recht. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2621" anker="811" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Ik sta al langer
in deze Kamer en heb al meer het
argument gehoord van die anderetienduizenden bij een daad die
gesteld moest worden uit rechtvaar-
digheid. Dat bedoel ik. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2622" anker="812" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Voorzitter!
Ik wil voor de weging van de heer De
Hoop Scheffer in herinnering roepen
dat de heer Van Houwelingen als
toenmalig zeer ingetogen spreker
namens de CDA-fractie ook niet heeft
ontkend dat er misschien naar
andere wegen gezocht moest
worden waarlangs uiteindelijk een
oplossing gevonden zou kunnen
worden voor deze kwestie. Minister
Kooijmans die zelf ook twijfelde
welke beslissing hij uiteindelijk
moest nemen, heeft dit toen
meegenomen. Ik zie dat minister Van
Mierlo in feite niet anders gehandeld
heeft om die weg te zoeken. En hij
dacht die weg gevonden te hebben.
Helaas loopt het nu even wat anders,
maar daar heeft de CDA-fractie niets
mee te maken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2622" anker="813" partij="CDA" naam="De Hoop Scheffer">

Als dat laatste maar duidelijk is,
voorzitter. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2622" anker="814" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Voorzitter! Het
betoog van de heer Weisglas en
misschien nog wel meer zijn
interruptie ten aanzien van de
betrokkenheid van zijn fractievoorzit-
ter geven mij aanleiding tot een
nadere opmerking daarover. Toen ik
de heer Bolkestein de koers
voorlegde, heeft hij mij ongeclausu-
leerd te kennen gegeven dat hij dat
een goede koers vond. Ik was het
zelf die daarna aan hem toevoegde
dat ik mijn best zou doen om het
bezoek van Poncke Princen zo
hanteerbaar mogelijk te maken voor
anderen. Het is de vraag of het echt
hanteerbaar is te maken. Ik wilde het
echter zo hanteerbaar mogelijk
maken. De heer Bolkestein heeft met
mij absoluut niet gesproken over de
zware eisen die de heer Weisglas wil
stellen.
Hiermee kom ik aan zijn grillige
motie. Eerlijk gezegd, komt de
koerswijziging die de heer Weisglas
in 24 uur gemaakt heeft, niet
geloofwaardig op mij over. Laat hij
dan eerlijk zeggen dat de fractie de
heer Bolkestein en zelfs hem tot de
orde heeft geroepen! De uitlatingen
die de heer Princen gedaan heeft,
kunnen voor een liberaal nooit zover
zijn gegaan dat zij als een schending
van de afspraak kunnen worden
beschouwd, tenzij de heer Weisglas
als liberaal voor zijn rekening wil
nemen dat de heer Poncke Princen,
als hij hier op humanitaire gronden
komt, zolang hij hier is, volledig zijn
mond moet houden. Als hij vindt dat
de heer Princen de mond gesnoerd
moet worden, heeft hij gelijk, want
de heer Princen heeft al een paar
dingen gezegd. Toen de heer
Weisglas naar voren bracht wat de
heer Princen gezegd had, kon hij zich
echter niet eens de juiste woorden
herinneren. Ik moest hem erbij
helpen dat het die twee woorden niet
waren. Hij heeft gezegd dat hij er
enig begrip in meende te bespeuren.
En dat is voor zijn rekening. Dit is
een land met een Grondwet. Als het
om een visumverlening gaat, dan
gaat het om een visumverlening
voor een land met deze Grondwet. Ik
zal dat dus niet doen. Ik heb echter
wel een harde eis gemaakt van het
niet deelnemen aan demonstraties,
omdat die heel erg gericht zijn op
het kwetsen van de anderen. Je kunt
evenwel absoluut niet tegen iemand
zeggen dat hij het woord niet mag
voeren en dat hij stom voor iedere
journalist moet staan. Dat kan niet!
Het kan we`l zo zijn dat hij in zijn
terminologie probeert rekening te
houden met dat wat ik hem
gevraagd heb. Ik heb nog steeds
reden om aan te nemen, dat hij zich
daaraan houdt. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2622" anker="815" partij="VVD" naam="Weisglas">
 De minister
sprak over een grimmige motie. Ik
weet niet precies wat dat is; ik vind
’’grimmig’’ een gemoedstoestand, en
ik kan alleen maar zeggen dat ik mij
niet grimmig voel ten opzichte van
de minister van Buitenlandse Zaken.
Wij hebben hier een inhoudelijk
debat. De minister van Buitenlandse
Zaken vroeg mij, eerlijk te zeggen of
ik en mijn fractievoorzitter, de heer
Bolkestein, door de fractie zijn
teruggefloten. Alles wat ik hier
vanavond heb gezegd, voorzitter, is
eerlijk, waarbij ik aanteken dat het
helemaal geen schande is wanneer
een woordvoerder, of zelfs een
fractievoorzitter, door een fractie
wordt teruggefloten. Maar nogmaals,
alles wat ik gezegd heb is eerlijk en
wat eerlijk is, is dat er – dat is voor
de fractie van de VVD de kern,
waarom zij deze motie heeft
ingediend – nieuwe feiten zijn
opgetreden gedurende de afgelopen
24 uur.
Ik herhaal dat, als de heer Princen
niet letterlijk heeft gesproken over
eerherstel en genoegdoening, hij
uitlatingen heeft gedaan die erop
neerkomen dat hij, de heer Princen,
die visumverlening zo voelt, en dat
mag in onze ogen niet het geval zijn.
Daarom hebben wij deze motie
ingediend. Niet grimmig, niet wat
dan ook, gewoon, omdat dat de
eerlijke mening van de VVD-fractie is. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2622" anker="816" soort="Minister" naam="Van Mierlo">
 Voorzitter! Ik
kan niet anders dan daarvan kennis
te nemen. Ik herhaal alleen dat ik het
moeilijk vind om me door die
redenering overtuigd te voelen. Ik
kan me nog eerder voorstellen dat je
je op het standpunt stelt dat hij
u¨berhaupt maar niet moet komen.
Maar zo komen dat hij niks meer
mag zeggen, waarom zouden we
hem dan uitnodigen? Waarom
zouden we hem dan toestaan te
komen?
De beraadslaging wordt gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2622" anker="817" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, morgen
over de motie te stemmen.
Daartoe wordt besloten. 

</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="37-2622">

Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging
van de Wet uitkeringen burger-
oorlogsslachtoffers 1940-1945
(geweld tegen derden) (23654).
De algemene beraadslaging wordt
geopend.

<blok pagina="37-2622">

 
<spreker pagina="37-2622" anker="818" partij="CDA" naam="Esselink">
 Voorzitter!
De aanleiding voor het onderhavige
wetsvoorstel is een aantal gevallen
van traumatische ervaringen, leidend
tot psychisch letsel wegens
derdengeweld. Het betrof daarbij
veelal toen jonge mensen die
werden geconfronteerd met geweld
tegen dierbaren, vaak hun vader of
moeder. De meeste gevallen deden
zich voor in het voormalige
Nederlands-Indie¨. Dit debat steekt
dus een beetje schril af tegen het
debat dat pal hiervoor plaatsvond,
maar dat terzijde.
Voor regering en parlement was
en is het signaleren ervan reden om
de Wet uitkeringen burger-
oorlogsgetroffenen 1940-1945, de
WUBO dus, te wijzigen. De WUBO
sluit dergelijke gevallen nu expliciet
uit van de kring van uitkeringsge-
rechtigden. De Pensioen- en
uitkeringsraad kon op deze gevallen
dan ook niet ingaan. Naar schatting</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


