<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN1978]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Behandeling van wetsvoorstel Wijziging van hoofdstuk XII (Ministerie van Verkeer en Waterstaat) van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten voor het jaar 1994 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) (24011)</item>
<item attribuut="Bestand"> 52 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Rijksbegrotingen (Verkeer en Waterstaat)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Rijksbegroting Verkeer en Waterstaat</item>
<item attribuut="Dossiernr">24011</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 14, Tweede Kamer, pag. 2624-2632</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">20-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN1978</item>
<item attribuut="Omvang">9 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Verkeer en Waterstaat</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">TK 37</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="37-2624">

Aan de orde is de behandeling van:
- wetsvoorstel Wijziging van
hoofdstuk XII (Ministerie van
Verkeer en Waterstaat) van de
begroting van de uitgaven en de
ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met
de Najaarsnota) (24011).
De algemene beraadslaging wordt
geopend.

<blok pagina="37-2624">

 
<spreker pagina="37-2624" anker="1064" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Mijnheer de
voorzitter! Dit debat gaat over de
suppletore begroting van Verkeer en
Waterstaat en de aanpalende
onderdelen die betrekking hebben op
deze suppletore begroting. Wij
hevelen jaarlijks een behoorlijk
bedrag vanuit de begroting van
Verkeer en Waterstaat over naar het
Infrastructuurfonds. Mijn fractie heeft
geconstateerd dat er ook dit jaar
weer sprake is van een onder-
uitputting van 280 mln. in het
Infrastructuurfonds. De belangrijkste
oorzaak daarvan is gelegen in
vertraging in de investerings-
projecten in zowel het stads- en
streekvervoer, de Nederlandse
spoorwegen als de rijkswegen.
Daarnaast kunnen wij in de
schriftelijke antwoorden van de
minister lezen dat er enkele
kasverschuivingen doorgevoerd zijn,
waardoor de onderbestedingen op
het investeringsartikel eigenlijk nog
groter zijn dan het bedrag van 280
mln. Dit staat in schril contrast met
de politieke wenselijkheid om de
investeringen vanuit het Rijk fors te
verhogen teneinde de achterstand in
de investeringen in de fysieke
infrastructuur, internationaal gezien,
in te lopen. Daar is in dit huis
meermalen over gesproken. Ik heb
de minister daar in een andere
verantwoordelijkheid ook verschei-
dene malen forse taal over horen
uitspreken.
Voorzitter! De CDA-fractie heeft de
afgelopen jaren bij de verschillende
kabinetten aangedrongen op het
voorkomen van onderuitputting. Wij
hebben daar in diverse debatten op
gewezen. Wij hebben gesproken over
het beschikbaar hebben van een
voorraad panklare projecten. Ik noem
voorts het instrument dat nu
geı¨ntroduceerd is ten aanzien van
overplanning. Ook wijs ik op het
beter plannen van de infraprojecten
over het jaar heen, en dergelijke.
De afgelopen jaren dacht de
Tweede Kamer daar vrij unaniem
over. Ik herinner mij debatten over
suppletore begrotingen van Verkeer
en Waterstaat en het Infrastructuur-
fonds onder het kabinet-Lubbers III,
waar de minister via verschillende
moties en amendementen steeds
werd aangespoord om ervoor te
zorgen dat er geen onderuitputting
plaats zou vinden. De VVD-fractie
deed daar bij monde van mevrouw
Jorritsma over het algemeen volop
aan mee.
Daarom stelt ’’100 dagen paars’’
onze fractie teleur. In de eerste plaats
gaat de schop onvoldoende in de
grond, terwijl deze minister dat als
kamerlid elke keer hardop riep. In de
tweede plaats is de minister naar ons
oordeel niet alert genoeg om
bestekklare projecten op te pakken.
Mijn fractie heeft zich met name bij
de discussie over het MIT geweldig
ingespannen om voor 1995 allemaal
projecten aan te dragen die panklaar
en direct uit te voeren zijn. Het
antwoord van de minister was dat zij
geen geld had, terwijl er nu een
onderuitputting van 280 mln. is. In
de derde plaats worden projecten
hierdoor nog meer uitgesteld. Die
worden vertraagd of er wordt
onvoldoende prioriteit aan gegeven. Ik herhaal het: deze minister krijgt
door dit soort manoeuvres het
stempel op gedrukt van een minister
van uitstel in plaats van een minister
van de schop in de grond. De
effecten daarvan zijn in feite zeer
negatief. Door dit type onder-
uitputting ontstaat een forse
achterstand in de aanleg van
infrastructurele projecten. Het is
immers niet niks als wij het over 280
mln. hebben. Ik wijs de minister op
het verder onbeheersbaar maken van
het mobiliteitsvraagstuk, terwijl wij
kamerbreed allemaal tijdens de
begrotingsbehandeling een pleidooi
hebben dat alles in het werk moet
worden gesteld om het mobiliteits-
vraagstuk aan te pakken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2625" anker="1065" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Ik hoor
de heer Reitsma zo aan. Hij verwijst
naar de begrotingsbehandeling,
waarin tamelijk manifest door vrij
veel fracties zorg is uitgesproken
over het niveau en de voortgang van
de investeringen. Wij spreken nu
over de suppletore begroting voor
Verkeer en Waterstaat. Ik heb nog
geen enkel nieuw feit gehoord ten
opzichte van de situatie die zich
tijdens de begrotingsbehandeling
voordeed. Ik begrijp niet wat het
punt van de heer Reitsma is. Wij
hebben het over dit alles al gehad,
bij de begroting en vervolgens bij
het MIT. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2625" anker="1066" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Mijn collega
heeft een kort geheugen. Bij de
begrotingsbehandeling ging het
vooral om de korting met meer dan
1 mld. die het kabinet in het
regeerakkoord heeft doorgevoerd op
de voorgenomen investerings-
plannen voor de jaren 1995 t/m 1998.
Tijdens dat debat heb ik de uitdaging
aangenomen. Sommige fracties, niet
die van de PvdA, maar wel die van
de VVD, en de minister kwamen toen
met het verhaal dat de kortingen
werden doorgevoerd omdat het niet
mogelijk was het geld weg te zetten.
De minister heeft dat gelukkig
gecorrigeerd in het debat over het
MIT. Zij erkende toen dat de
kortingen moeten worden doorge-
voerd omdat anders het financie¨le
kader niet rond komt. Dat is in elk
geval winst. Het blijft recht overeind
staan dat de Kamer nu ermee wordt
geconfronteerd dat ook in het jaar
1994 280 mln. onbenut blijft liggen.
Dat is niet aan bod geweest bij de
behandeling van de begroting voor
1995. Wel is vorig jaar bij de
begrotingsbehandeling bij de
minister erop aangedrongen ervoor
te zorgen dat de plannen zo worden
ingedeeld dat alle middelen worden
weggezet. Als aan het eind van het
jaar blijkt dat de middelen moeilijk
weg te zetten zijn in verband met
vertraging van bepaalde projecten
moeten er panklare bestekken klaar
liggen van kleine projecten, zodat die
kunnen worden ingeschoven. Ik
constateer dat, terwijl het kabinet er
vier maanden zit, hiervan niets
terechtkomt. Dat is voor ons een
nieuw feit. Daarom vraag ik de
minister vanavond hoe het zit. Ik wijs
ook nog eens op de negatieve
effecten van dit temporiseren, het
vooruitschuiven van investerings-
beslissingen op de werkgelegenheid.
Wij laten kostbare arbeidsplaatsen
liggen. De minister zit wel te lachten,
maar het gaat om mensen die
vandaag aan de kant staan. Als de
minister haar werk goed had gedaan,
zouden er meer mensen op de
arbeidsmarkt aan de bak komen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2625" anker="1067" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Met
permissie, de heer Reitsma maakt
het nu echt een beetje bont. Ik wil
het zo zeggen, dat ik het niet bij hem
neerleg maar bij mijzelf.
Wij hebben deelgenomen en steun
verleend aan het vorige kabinet. Wij
hebben het vorige kabinet geprezen
omdat het erin geslaagd was, in
grote mate financie¨le middelen
beschikbaar te stellen voor de
infrastructurele projecten. Geconsta-
teerd moet worden dat deze minister,
hoewel ik al heb opgemerkt dat het
voor haar strategisch nog goed kan
uitpakken, wordt geconfronteerd met
een situatie waarin projecten vanuit
de prioriteitenstelling van het SVV,
een voorwaarde, niet tot uitvoering
gebracht konden worden. De heer
Reitsma heeft dat beleid, met die
omissie, in de vorige periode mede
ondersteund. Het zou hem passen
om niet zo’n grote broek aan te
trekken. Het zou hem passen om te
zeggen, dat zijn fractie minister Maij
destijds heeft gesteund in haar
streven naar projecten en naar
financiering. Hij zou minister
Jorritsma nu moeten aanmoedigen
om die projecten snel tot stand te
brengen, en daarbij moeten
constateren, dat zij er pas vier
maanden zit. Zij kan het niet allemaal
verknald hebben in vier maanden. Zij
kan niet al die bestekken verdonkere-
maand hebben, zoals de heer
Reitsma suggereert. Die bestekken
waren er dus niet en konden dus niet
tot uitvoering gebracht worden.
Gelet op zijn mede-
verantwoordelijkheid in de vorige
periode, past het hem wel een beetje
om een iets minder grote broek aan
te trekken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2625" anker="1068" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Voorzitter!
Ik constateer dat de forse inves-
teringsimpuls die het vorige kabinet
heeft ingezet, per 1 januari 1995 van
start gaat. Verder constateer ik dat de
CDA-fractie, gelukkig in nauwe
samenwerking met de fracties van
VVD en PvdA, in de afgelopen vier
jaar elk jaar bij de behandeling van
de suppletore wijziging van de
begroting van Verkeer en Waterstaat
en van het Infrastructuurfonds
gezegd heeft dat het zo niet door zou
mogen gaan. Wij hebben zelfs
gezamenlijke amendementen
ingediend, waarbij de VVD als
oppositiepartij graag meedeed
omdat wij er gezamenlijk belang bij
hadden dat de middelen gebruikt
zouden worden. Na sterk aandringen
van de Kamer, vooral bij de
behandeling van de suppletore
wijzigingen, maar ook bij de
begrotingsdebatten, mochten wij
toch aannemen dat de minister – ik
spreek ook de vorige minister aan,
want ik heb zoe¨ven gesproken van
’’kabinetten’’, meervoud dus, maar ik
spreek deze minister op de afgelopen
vier maanden aan – er iets aan zou
doen, maar ik heb helaas moeten
constateren dat zij geen extra
inspanningen pleegt om de middelen
weg te zetten, terwijl er wel panklare
projecten zijn. De mening hierover
van de fracties in de Kamer was
eenduidig, ook die van de fractie van
de PvdA. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1069" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Het is
gewoon een herhaling van de
begrotingsdebatten en van de
behandeling van het MIT. U spreekt
nu van panklare projecten, ik heb bij
de behandeling van de begroting
gezegd dat ik u zou steunen als u
projecten kon aangeven die conform
de prioriteiten uit het structuur-
schema tot uitvoering zouden
kunnen worden gebracht. Ik heb
echter bij de behandeling van het
MIT moeten constateren dat u daar
niet toe in staat was. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1070" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Dat is
onjuist, de CDA-fractie heeft
aangetoond dat er diverse projecten
zijn die op zeer korte termijn
aangepakt zouden kunnen worden.
Natuurlijk is het wellicht een
afwijking van prioriteiten, als je
bepaalde projecten eerder laat
beginnen terwijl andere om
procedurele redenen worden
uitgesteld. Maar als er projecten die
voor 1996 of 1997 gepland waren,
aanbesteed kunnen worden met
middelen waarvan anders geen
gebruik kan worden gemaakt, dan
schep je in die jaren juist meer
ruimte, terwijl de noodzakelijke
procedures voor de uitgestelde
projecten dan wellicht ook afgerond
zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1071" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Nu
begrijp ik het niet meer, want de
minister heeft gezegd dat er met
haar over dat soort projecten heel
goed te praten valt. Maar het gaat
niet om zulke projecten, u heeft bij
de behandeling van het MIT
projecten genoemd die helemaal
geen prioriteit hebben in het kader
van het structuurschema, wat ten
koste zou gaan van projecten die
echt prioriteit hebben gekregen in
het kader van het mobiliteitsbeleid
dat wij – uw fractie, de minister in
haar vorige functie en alle andere
fracties in samenwerking met de
vorige minister – hebben uitgestip-
peld. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1072" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Wij denken
blijkbaar verschillend over prioritei-
ten. U heeft blijkbaar geen bood-
schap aan een aantal infrastructurele
projecten die voor bepaalde regio’s
zeer belangrijk zijn. U laat die regio’s
in de kou staan. Bovendien heeft u er
geen boodschap aan dat er sprake is
van een onderuitputting van 280
mln., werkgelegenheid of geen
werkgelegenheid. Ik vind dat u dat
dan ook eerlijk moet zeggen. Onze
fractie geeft in ieder geval wel
prioriteit aan projecten die voor
bepaalde regio’s zeer belangrijk zijn,
als er middelen vrijgemaakt kunnen
worden. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1073" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Het klinkt
misschien wat raar, maar in deze tijd
van schaarse middelen, in een tijd
waarin het mobiliteitsbeleid vast lijkt
te lopen, waarin wij heel veel
moeten doen aan de selectie van
infrastructurele werken, zou het zeer
onverstandig zijn om die schaarse
beschikbare middelen alvast op te
souperen voor projecten die niet
relevant zijn voor het SVV, waardoor
er geen geld meer is als die andere
projecten straks wel bestekklaar zijn.
Dat zou al onverstandig zijn bij uw
eigen huishoudbudget, maar het is
zeer onverstandig als het gaat om de
draagkracht van de Nederlandse
economie en de Nederlandse
infrastructuur. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1074" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Voorzitter!
De heer Van Gijzel vervalt in
herhalingen. Ik constateer dat de
PvdA-fractie niet de moed heeft om,
als er wel middelen zijn voor de
oplossing van knelpunten in de regio, tegen die regio te zeggen: ik
heb aan u geen boodschap. Dat
moet de heer Van Gijzel in de regio
uitleggen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1075" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Noemt u
eens een voorbeeld van iets waaraan
ik geen boodschap heb. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1076" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Ik zou dan
het debat over het MIT over moeten
doen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1077" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Ik kan er
wel een noemen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1078" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Ik zal zo een
vraag aan de minister stellen over
een concreet project dat wij wensen.
Ik laat het echter niet bij dat ene
project. U moet eerlijk zijn en
toegeven dat wij in het debat over
het MIT wel tien bestekklare
projecten hebben aangedragen voor
uitvoering in 1995 die de 280 mln.
ver overschrijden. De minister heeft
daar negatief op gereageerd, omdat
zij daar de middelen niet voor heeft. Logisch: die zijn bij het regeerak-
koord afgeroomd. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1079" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Nee
hoor. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1080" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Desgewenst
wil ik al die projecten nu nog eens
herhalen, hoewel ik dat overbodig
vind. Ik noem er wel een die een
symbolische werking heeft. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1081" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Ik zal er
ook eentje noemen. Die hebt u
trouwens al in de pers naar buiten gebracht: Enschede-Mu¨nster. Die
spoorverbinding is door minister
Maij uit het SVV afgevoerd. Als u
zegt dat ik geen boodschap heb aan
dat soort dingen, breng ik u de
motie-Lankhorst c.s. in herinnering
waarin gevraagd wordt om juist die
verbinding niet onmogelijk te maken.
Als u daarop duidt, is die verwijzing
dus niet terecht. Ik heb u bij de
behandeling van het SVV daar niet
over gehoord; mijn fractie wel. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2626" anker="1082" partij="CDA" naam="Reitsma">
 De
CDA-fractie heeft bij de behandeling
van het MIT voorgesteld om de
spoorlijn Enschede-Mu¨nster met
grote spoed op te pakken, omdat die
bestekklaar is. Wij hebben gevraagd
om dit project in 1995 uit te voeren.
Ik verwijs daartoe naar de bijdrage
van de heer Leers. De minister heeft
daarop geantwoord: ik doe dat niet,
want ik heb geen geld. Maar nu blijkt
in 1994 dat er 280 mln. is. Dan moet
u niet komen met verhalen over
moties van twee, vier jaar geleden. Nee, dan boter bij de vis: waar was u
in het debat over het MIT, toen wij
het verzoek deden om de spoorlijn
Enschede-Mu¨nster aan te leggen? U
had er geen antwoord op! 

</spreker>
<spreker pagina="37-2627" anker="1083" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Ik heb
het mogelijk gemaakt dat u dit
voorstel hebt kunnen doen. Indertijd
hebt u niets gezegd. Als ik toen niets
gezegd had, was de lijn Enschede-
Mu¨nster niet in het SVV opgenomen.
Bovendien had die lijn dan niet
aangelegd kunnen worden. Anders
was er een partie¨le herziening van de
PKB nodig geweest. Nogmaals, wij
hebben het mogelijk gemaakt dat u
dat voorstel kon doen. U maakt nu
heel geı¨soleerd een afweging. Met
het oog op onder andere 8 maart en
een werkbezoekje hier en daar snap
ik dat wel, maar toch vraag ik mij af
of, als u verleden week maandag
Zeeland bezocht had, de lijn
Enschede-Mu¨nster ook op de agenda
had gestaan. Wij hebben bij de
behandeling van het MIT evenwel
afgesproken dat wij komend voorjaar
naar aanleiding van het tweede
strategische pakket van de NS een
integrale afweging maken. Het lijkt
mij terecht, juist en correct dat wij
dan alle projecten afwegen. Het is
tamelijk makkelijk om na een
werkbezoek waarbij u klaarblijkelijk
beloftes gedaan hebt, de pers op te
zoeken en deze suppletore begroting
en niet het MIT of de begroting aan
te grijpen om straks eventueel een
motie in te dienen waarin gevraagd
wordt de lijn Enschede-Mu¨nster met
spoed aan te leggen. Dat is eigenlijk
goedkoop. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2627" anker="1084" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Weet de
heer Van Gijzel waar de mensen in
de regio-Enschede op wachten? Dat
is dat er door Den Haag eens
maatregelen genomen worden,
gezien het feit dat er voor dat gebied
een bestekklaar plan is dat op korte
termijn uitgevoerd kan worden en
dat voor de regio Twente in
sociaal-economisch opzicht van grote
betekenis is. Thans komen veel
mensen met de auto uit Duitsland
naar Enschede waar zij een
parkeerplek moeten zoeken. Daarmee
wordt het mobiliteitsprobleem
vergroot. Die regio doet een groot
beroep op de Kamer om de
leefbaarheid daar te verbeteren en
het mobiliteitsvraagstuk op te lossen.
Het gaat om het inspelen op het
SVV-beleid. De regio vraagt ons dus
om concreet wat te doen. U moet
dan niet komen met verhalen over
mooie procedures die u drie, vier
jaar geleden hebt geı¨nitieerd. De
CDA-fractie heeft voor het SVV
kunnen stemmen dankzij ingrepen
van verschillende fracties. Ik wil u
best een pluim geven voor bepaalde
dingen, maar dan moet u ons ook
een pluim voor andere dingen
geven. Waar het nu om gaat is – en
daar zitten de mensen in Twente op
te wachten – dat dit kabinet werkelijk
iets doet voor bepaalde regio’s. Kom
dan eens over de brug voor regio’s
waar plannen klaar liggen en waar
gemeentebesturen er hard om
roepen. Doe wat in plaats van de
middelen te laten liggen. Daar gaat
het om. Zo voelen de mensen het in
het land. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2627" anker="1085" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Maar we
laten de middelen niet liggen. De
minister heeft al eerder gezegd dat
als in 1996, 1997 projecten uit die
lijst naar voren gehaald kunnen
worden, er met haar te praten valt. Ik
vind dat gewoon fatsoenlijk bestuur.
U kunt nu wel leuke dingen beloven
aan Twente, maar u kunt ze morgen
misschien niet meer waarmaken. Als
wij in Nederland een afweging
maken over de infrastructuur dan
vind ik het belangrijk dat dit een
gewogen afweging is. Je kunt dat
niet simpel op een achternamiddag
doen omdat je toevallig een
werkbezoek hebt gehad. Waarom
stelt u niet voor om de vier stations
in Zeeland open te houden? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2627" anker="1086" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Voorzitter!
Collega Van Gijzel dwaalt af. Ik moet
hier constateren dat hij geen
boodschap heeft aan belangrijke
projecten. Hij kan zich daarover
uitspreken want ik zal in tweede
termijn een motie indienen. Terwijl
de minister van Economische Zaken
in het afgelopen jaar heeft getracht
om dit investeringsproject via het
EFRO-programma op de rails te
krijgen – uiteindelijk is dat afgewezen
– en terwijl de minister van
Economische Zaken gezegd heeft,
zwaar te tillen aan het heropenen
van deze lijn, zegt de heer Van Gijzel
nu dat dit voor hem geen prioriteit
is. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2627" anker="1087" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 Dat heb
ik dus niet gezegd. Immers, mede
namens de motie die ik destijds
ondersteund heb, kunnen wij dit
debat voeren. Er komt een integrale
afweging in dit voorjaar. Daarin kan
dit meegenomen worden. Maar dan
ben je zuiver bezig om op basis van
de criteria te bekijken welke
projecten het meest belangrijk zijn
om in economisch en in vervoers-
kundig opzicht, te honoreren. Ik vind
het goedkoop om nu simpel op een
dinsdagavond, na de behandeling
van het MIT en na de begrotings-
behandeling waarin u die voorstellen
niet gedaan heeft terwijl u de
gegevens kende, te proberen te
scoren. Waarom zegt u niet gewoon
dat u het een belangrijke verbinding
vindt en dat u er bij de behandeling
van het tweede strategische pakket
op terug zal komen? Dan doet u iets
fatsoenlijks. Maar dit past u niet! 

</spreker>
<spreker pagina="37-2627" anker="1088" partij="VVD" naam="Verbugt">
 Voorzitter!
Mag ik de heer Reitsma vragen hoe
het zit met de prioriteitenstelling op
het CDA-lijstje? Hij had een lange
lijst van projecten waar volgens hem
geld in gestopt moest worden omdat
het panklare projecten waren.
Moeten die nu allemaal uitgevoerd
worden? Dat kan immers nooit
binnen het kader van de onder-
uitputting? Ik denk nu nog even met
de heer Reitsma mee. Ik kan mij
voorstellen dat de projecten die hij
aankaart, voor de regio belangrijk
kunnen zijn, maar ik respecteer ook
het feit dat wij in de Kamer eerder
prioriteitsafwegingen hebben
gemaakt en dat wij besluiten hebben
genomen. Hij moet nu niet doen
alsof het geld uit de onderuitputting
verloren gaat, want hij heeft ook het
antwoord van de minister gehoord.
Wij hebben een infrafonds. Mijn
fractie is nooit zo gelukkig geweest
met die systematiek, maar een van
de voordelen ervan wil ik wel
noemen en dat is dat het geld niet
weg is. We kunnen het doorschui-
ven. De heer Reitsma weet even
goed als wij, want hij was er zelf bij,
dat wij afspraken hebben gemaakt
over overplanning. Wij hebben
aangegeven welke projecten
daarvoor in aanmerking komen. Die
weg moeten wij bewandelen zonder
ervan af te wijken, want anders wekt
hij verwachtingen in het land die hij
niet kan waarmaken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2627" anker="1089" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Voorzitter!
Ik wil hier drie opmerkingen over
maken.
1. De fractie van het CDA heeft de
uitdaging van de fractie van de VVD
aangepakt om bij het MIT projecten
aan te dragen die aantonen dat het
niet een kwestie is dat het geld niet
was weg te zetten maar dat het bij
het regeerakkoord puur een kwestie
was van een greep uit de kas doen.
In het kader van het MIT heeft de
fractie van de VVD die handschoen
niet opgepakt. Er zijn toen moties
ingediend waar die fractie tegen
gestemd heeft. De VVD is toen
duidelijk geweest. Aan het voorstel
van mijn fractie om voor een fors
bedrag een aantal projecten naar
voren te halen, had die fractie toen
geen boodschap.
2. Onze fractie heeft bij de
behandeling van het MIT gezegd, dat
zij naast een aantal andere dingen
een hoge prioriteit geeft aan
Enschede-Mu¨nster. Natuurlijk kun je
afwegen wat de hoogste prioriteit
moet hebben, maar op een gegeven
moment moet je beginnen. Wij
beginnen bij plannen waarbij direct
de schop in de grond kan.
3. Als mevrouw Verbugt van
mening is dat het niet moet
gebeuren, dan laat zij dat maar
blijken in haar oordeel over de motie
die ik straks indien. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2628" anker="1090" partij="VVD" naam="Verbugt">
 Het gaat er
niet om dat het niet moet gebeuren.
Hoe maakt de heer Reitsma een
afweging? Hoe kan hij nu aan ons
duidelijk maken waarom wij eerst het
project Enschede-Mu¨nster moeten
oppakken en niet eerst de Zeeuwse
stations of rijksweg 35? Zijn die
projecten voor het CDA plotseling
minder belangrijk geworden? Ik kan
met de voorstellen van de heer
Reitsma niets. Hij kan ze ook niet
onderbouwen. Ik heb tenminste nog
geen onderbouwing gehoord. Het
gaat niet om de middelen, het gaat
om de prioriteitenstelling. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2628" anker="1091" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Op deze
manier kun je altijd in vluchtwegen
gaan. Waar het nu heel concreet om
gaat, is dat er 280 mln. over is. De
minister wil dit bedrag niet in 1994
gebruiken. Mijn fractie vindt dit een
onverstandige beslissing van de
minister, omdat er panklare projecten
zijn. De VVD-fractie heeft er de
afgelopen jaren op aangedrongen
dat er aan het eind van een jaar een
aantal kleine, panklare projecten
zouden zijn die in de totale afweging
niet de hoogste prioriteit hebben,
maar die, als er aan het eind van het
jaar middelen over zijn, met die
middelen kunnen worden uitgevoerd.
Daarom kom ik nu met dit project. Je
moet op een gegeven moment iets
concreets doen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2628" anker="1092" partij="VVD" naam="Verbugt">
 Dan
begrijp ik nog steeds niet waarom de
heer Reitsma met het door hem
genoemde project komt en waarom
hij niet met een ander project komt.
Als wij dan toch geld moeten
uitgeven, vind ik het wel zo zuiver
dat wij hier een democratisch
afwegingsproces kunnen maken,
waarbij bepaald wordt wat belangrijk
is en wat minder belangrijk is. Die
afweging moet zuiver gemaakt
worden. Het lijkt mij niet goed om
zomaar een hele lijst projecten te
noemen. Ook ik kan heel veel
projecten bedenken waarvan de
uitvoering heel zinvol is. Maar wij
moeten natuurlijk wel rekening
houden met afspraken die wij in de
Kamer hebben gemaakt en ook met
de planningstermijn voor het
volgende jaar. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2628" anker="1093" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Ik moet... 

</spreker>
<spreker pagina="37-2628" anker="1094" naam="De voorzitter">
 Ik heb het idee dat de
argumenten voor de dertiende keer
herhaald worden. Ik verzoek de heer
Reitsma zijn betoog voort te zetten
op een zodanige manier dat er geen
reden is de reeds gewisselde
argumenten wederom te wisselen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2628" anker="1095" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Voorzitter!
Ik verzoek de minister een inhoude-
lijke reactie te geven op mijn
concrete vraag of zij bereid is op
korte termijn de spoorweg Enschede-
Mu¨nster uit te voeren.
Dan een opmerking over de
niet-bestede middelen in relatie tot
de fondsconstructie. Op het moment
worden de middelen gebruikt voor
het terugdringen van het
financieringstekort. Wij hebben het
afgelopen jaar een inhoudelijke
discussie gevoerd over het Fonds
economische structuurversterking
(FES). Daarbij zijn wij ten aanzien
van de middelen uit het FES die
benut worden voor de infrastructuur
tot de conclusie gekomen, dat de
mutaties in het saldo van het FES
niet relevant zouden zijn voor het
financieringstekort.
Mijn fractie verzoekt de minister
de toezegging te doen op korte
termijn de Kamer mee te delen of
dat bij het Infrastructuurfonds ook
mogelijk is. Wij zijn namelijk van
mening dat het niet zinvol is het
saldo van het Infrastructuurfonds
relevant te verklaren voor het
financieringstekort. Dat is niet nieuw,
daar hebben wij de afgelopen jaren
verschillende keren over gesproken.
Ten eerste is er nu sprake van een
zeer grote onderuitputting en ten
tweede schrijft de minister in de
schriftelijke antwoorden dat zij bij de
Voorjaarsnota na nader beraad met
het kabinet zal bezien of de middelen
alsnog in 1995 of 1996 aangewend
kunnen worden. Als het niet relevant
zou worden verklaard voor het
financieringstekort, heeft de minister
alle vrijheid. Graag een reactie van
de minister.
Mijn fractie is van oordeel dat
deze minister, dit kabinet, toch wat
vreemd omspringt met de invulling
van het Infrastructuurfonds. Ik moet
hier wel aan toevoegen dat ook het
vorige kabinet er vreemd mee
omsprong. Wij hebben uitvoerig over
de onderuitputting gesproken. Bij de
bespreking van het wetsvoorstel
Infrastructuurfonds hebben wij
uitvoerig gesproken over verschui-
vingen tussen het Infrastructuurfonds
en het hoofdstuk Verkeer en
Waterstaat van de begroting. Wij
hebben er uitvoerig over gesproken
wat er al dan niet met het personeel
mocht gebeuren. Ik heb de indruk
dat er nu enige verwatering optreedt.
Ik verzoek de minister op korte
termijn een aantal beleids-
beslissingen aan de Kamer voor te
leggen. Dan behoeven wij deze
discussie niet meer ieder jaar te
voeren.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2628">

 
<spreker pagina="37-2628" anker="1096" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">

Mijnheer de voorzitter! Na dit
verhitte debat is het misschien goed
dat ik even releveer waarover wij het
vanavond hebben. In de Najaarsnota
is gemeld dat er 280 mln. onder-
uitputting is, althans minder is
uitgegeven op de begroting van
Verkeer en Waterstaat. Daar stond 58
mln. minder aan ontvangsten
tegenover, vanwege het niet ingaan
van de houderschapsbelasting. Dan blijft over: 220 mln. Van die 220 mln.
heb ik bij de behandeling van het
MIT reeds 180 mln. gemeld.
Daarover heeft toen een uitgebreide
discussie plaatsgevonden. Dan
resteert 40 mln. extra bijdragen van
derden, die wij niet konden voorzien
toen wij het MIT presenteerden.
Daarover gaat dus de discussie
vanavond.
Voorzitter! Ik ben het eens met
degenen die aan de interruptiemicro-
foon stonden en die spraken over de
broek die de heer Reitsma heeft
aangetrokken. Die vind ik ook wel
erg groot. Over het ene project dat
de heer Reitsma vanavond heeft
aangedragen, namelijk de spoorlijn
Enschede-Gronau, is ook tijdens de
behandeling van het MIT gesproken.
Dit project zit niet in het SVV en niet
in het MIT. Voor dit project is
overigens ondersteuning bij de EU
aangevraagd. Daarover zal in het
voorjaar van 1995 een beslissing
worden genomen. Dat project moet,
zoals degenen die de heer Reitsma
hebben geı¨nterrumpeerd terecht
hebben opgemerkt, worden
afgewogen in het kader van het
tweede tactische pakket van Prorail
van de Nederlandse Spoorwegen.
Dat heeft iets te maken met de vraag
of wij een rendabele exploitatie
voorzien. Ik kan melden dat die
moeilijker ligt dan op tal van andere
plekken. Ik trek een vergelijking met
de spoorlijn Groningen-Leer, een
project dat ook in dat kader moet
worden afgewogen. Het betreft
immers een spoorlijntje dat eerder
gesloten is en nu niet gebruikt wordt.
Overigens zijn de bedragen niet
zodanig dat wij er verschrikkelijk
ingewikkeld over moeten doen. Als
er goed verhaal te houden is, als er
een goede exploitatie te realiseren is,
dan zal het misschien in het kader
van de behandeling van dat pakket
wel loslopen. Maar er is nog iets
anders aan de orde. Het is niet een
zaak waarover wij zomaar in ons
eentje beslissen. De provincie zal ook
nog haar voorkeur moeten uitspre-
ken. Er zijn twee verbindingen in
discussie, te weten Almelo-
Marie¨nberg of Enschede-Gronau. De
provincie heeft haar voorkeur nog
niet uitgesproken. Ik ben gewend om
met andere overheden te bezien
welke keuze de beste is. Daarom
geef ik er de voorkeur aan om een
keuze te maken op basis van keuzes
die niet alleen door enkele gemeen-
ten maar door de hele regio zijn
gemaakt. En dan spreek ik nog even
niet over de spoorweg Zwolle-
Twente, die ook bij de behandeling
van het MIT uit de hemel is komen
vallen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2629" anker="1097" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Voorzitter!
Hoe verhoudt zich deze uitspraak van
de minister over Enschede-Mu¨nster
tot de inspanningen die de minister
van Economische Zaken heeft
gepleegd? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2629" anker="1098" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">
 Voor
zover ik weet, doet de minister van
Economische Zaken in gevallen van
Europese co-financiering niet anders
dan zich aansluiten bij een verzoek
van een regio. En dat mag de
minister van Economische Zaken
natuurlijk doen. Vervolgens moet er
een afweging plaatsvinden. Voor
zover ik weet, draagt een regio altijd
veel meer projecten aan voor
Europese financiering dan zij
uiteindelijk gefinancierd krijgt. Men
kan vervolgens binnen de projecten
die op tafel liggen keuzes maken. Zo
geldt het in Flevoland, zo geldt het in
Friesland en zo geldt het, voor zover
ik aanneem, ook in de Twentse regio.
Er liggen altijd meer projecten op
tafel dan de projecten die zijn
aangemeld bij Europa. Het geld dat
ter beschikking komt van Europa
mag ook voor meer projecten
worden ingezet. Dus dat geld is niet
weg. Ik wil graag in algemene zin
een afweging maken. De heer
Reitsma spreekt – en dan zeg ik het
voorzichtig – niet de waarheid als hij
zegt dat ik bij de behandeling van
het MIT heb beweerd dat er dus
geen geld is voor Enschede-Gronau.
Ik vind dat dit soort processen in een
normaal afwegingstraject thuishoort.
Dan kom ik te spreken over de
onderuitputting, waarvoor de heer
Reitsma een toch wel erg grote
broek heeft aangetrokken. Hij doet
alsof het geld weg is. Dat is onzin!
Dat geld is helemaal niet weg. Het
geld zit in het infrafonds. Ik sluit mij
grotendeels aan bij wat mevrouw
Verbugt heeft gezegd. Met alles wat
ik tegen het infrafonds heb, had en
altijd zal houden, is het enige
voordeel dat het geld in elk geval
niet verdwijnt. Het geld komt dus
terug op de begroting van Verkeer en
Waterstaat. Ik kan melden dat dit
kabinet een ietwat andere manier
heeft van omgaan met uitgaven dan
het vorige kabinet. Wij hebben met
elkaar afgesproken dat er een
uitgavenplafond komt. Dat betekent
dat op de begroting van Verkeer en
Waterstaat, in de portefeuille
infrastructuur, de komende vier jaar
1050 mln. bezuinigd moet worden.
De minister van Financie¨n
interesseert het verder niet zo
verschrikkelijk veel hoe ik verder
omga met de begroting. Ik ben daar
niet zo ongelukkig mee. Natuurlijk
moet je er enige regelmaat in
brengen. Dat is ook de reden dat wij
op dit moment in overleg zijn met de
minister van Financie¨n om te bezien
of je u¨berhaupt nog wel de saldo’s in
het infrafonds relevant moet laten
zijn voor het financieringstekort.
Zelfs als je daarvoor kiest, is het
financieringstekort niet meer het
ijkmoment van de minister van
Financie¨n. Het uitgavenplafond is het
ijkmoment van de minister van
Financie¨n. Als ik over het jaar 1994
geld overhoud in het infrafonds, mag
ik dat in principe later uitgeven.
Het enige waar ik samen met de
minister van Financie¨n op wil letten,
is dat wij niet in het ene jaar
geweldig veel geld uitgeven en in
het andere jaar geweldig weinig. Het
is in het belang van de sector dat de
investeringen een beetje gelijkmatig
lopen. Als zij groeien, moeten zij ook
een beetje gelijkmatig groeien. Er
moeten geen geweldige bergen en
dippen optreden. Ik zal proberen om
het zo te doen dat wij het komend
jaar zo min mogelijk onderuitputting
hebben. Misschien zal er een klein
beetje onderuitputting zijn. In dat
geval zal ik dat zeer tijdig melden.
Dan kan de Kamer met prachtige
projecten komen, die dan vervolgens
niet klaar zullen zijn. Dat kan ik bij
voorbaat garanderen. Wij zullen
proberen om in de loop van de jaren
met een oplopende begroting te
werken. Dat was overigens ook de
bedoeling van het vorige kabinet. Ik
constateer alleen maar dat het vorige
kabinet iets te optimistisch is
geweest – ik druk mij voorzichtig uit
– inzake de mogelijkheden om een
snel groeiende begroting werkelijk in
te vullen met projecten, waarvan van
een flink deel niet de rijksoverheid in
haar eentje de procedure in de hand
heeft.
Het grootste deel van de projecten
dat niet dit jaar, maar pas volgend
jaar kan worden uitgevoerd, ligt op
het terrein van het stads- en
streekvervoer. Dat is geen verwijt
aan de steden. De steden hebben het
uit de begrotingsbehandeling
blijkbaar zo begrepen. Inmiddels heb
ik het rechtgezet. Het is gewoon de
realiteit dat projecten hun normale
procedures moeten doorlopen.
Als de heer Reitsma in oktober al
wist dat dit ons te wachten stond, als
hij al in oktober wist dat geen van de
projecten die hij noemde panklaar
was en ik dus niet in staat zou zijn
om nog in 1994 het geld uit te
geven, vind ik het niet sterk om nu te
zeggen dat het allemaal ligt aan 120
dagen paars. Ik garandeer hem dat ik
mijn uiterste best zal doen om aan
het eind van volgend jaar niet met
hetzelfde verhaal te hoeven komen
als waar ik vandaag mee kom. Dan
mag de heer Reitsma mij aanspre-
ken. Dan mag hij mij echt aanspre-
ken op mijn verantwoordelijkheid.
Als ik er dan niet in slaag om de
begroting uit te putten naar de
plannen die wij hebben, dan mag de
heer Reitsma mij daarop aanspreken.
Het enige wat ik op dit moment niet
kan garanderen is dat ik 100% van
alle projecten die niet des rijksover-
heids zijn, maar waar de rijksover-
heid wel financie¨n voor beschikbaar
stelt, helemaal kan realiseren. Ik zal
een uiterste inspanning doen om
daar samen met de grote steden,
samen met de regio’s die dit soort
planningen moeten maken, werkelijk
uit te komen. Ik zal er met een goede
monitoring voor zorgen dat de
begroting wel uitgevoerd kan
worden.
Voordat ik mijn eerste termijn
afrond, wil ik de Kamer nog iets
melden. Dat gaat ook over het
uitgeven van geld, wellicht nog in dit
jaar. Ik meld dat graag nu, omdat ik
het anders morgen per brief zou
moeten melden. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2630" anker="1099" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Ik wil de
minister nog even een vraag stellen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2630" anker="1100" naam="De voorzitter">
 Dat kan alleen als u
geen tweede termijn meer wenst. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2630" anker="1101" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Aan de
hand van het antwoord op deze
vraag weet ik of ik een motie zal
indienen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2630" anker="1102" naam="De voorzitter">
 Lettend op de vele
interrupties die geplaatst zijn, heb ik
hier toch een probleem mee. U mag
uw vraag in een zin stellen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2630" anker="1103" partij="CDA" naam="Reitsma">
 De minister
schrijft in haar antwoorden aan de
Kamer dat in de discussie over de
brief inzake de begrotingsfilosofie
opnieuw gekeken zal worden of
mutaties in het saldo van het
Infrastructuurfonds relevant zijn voor
het financieringstekort. Kan de
minister toezeggen dat zij op niet al
te lange termijn een inspanning zal
doen om het saldo van het
Infrastructuurfonds niet meer
relevant te verklaren voor het
financieringstekort? 

</spreker>
<spreker pagina="37-2630" anker="1104" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">
 De
kans dat dat zal gebeuren, is redelijk
groot. Overigens wordt die discussie
minder interessant, wanneer niet het
financieringstekort, maar het
uitgavenplafond het ijkmoment per
jaar is. Dan moeten de saldo’s van
het jaar daarvoor namelijk op zichzelf
meegerekend worden. Ik voer daar
op dit moment overleg over met de
minister van Financie¨n. Verder is het
zo dat het saldo van het infrafonds
sowieso blijft staan voor de
begroting van Verkeer en Waterstaat.
Het enige wat ik op dit moment niet
helemaal zeker weet, is of al dat geld
in 1995 uitgegeven mag worden.
Eerlijk gezegd, zit ik daar niet zo
mee. Ik heb er een veel groter belang
bij om voor 1995 een heel regelmatig
uitgavenprogramma te realiseren en
om misschien een deeltje door te
schuiven naar 1996. Dan weet ik op
dat moment ook zeker dat datgene
wat ik op de begroting heb staan,
ook uitgegeven kan worden aan die
projecten die wij met z’n allen
belangrijk vinden en waarvoor wij
prioriteiten hebben afgesproken. Met andere woorden: waar wij kunnen en
waar het panklare projecten betreft
die toevallig nog niet tot uitbetaling
hebben kunnen komen aan het einde
van 1994, zullen wij proberen om dat
aan het begin van volgend jaar te
doen. Daar mag geen misverstand
over bestaan.
Voor het overige ga ik proberen
om alles wat wij in de begroting
voor 1995 hebben opgenomen – er is
sprake van overplanning en van de
afspraken die wij met de grote
steden moeten maken – te realiseren.
Ik wil onderuitputting voorkomen en
ervoor zorgen dat de begroting zover
mogelijk uitgeput wordt. Kortom, ik
ben bezig op een weg waardoor de
Kamer volgens mij over een paar
jaar niet meer dezelfde problemen
heeft als die waar ik zelf in de Kamer
de afgelopen twaalf jaar tegenaan
gelopen ben. Dat is mij een lief ding
waard; ik zal daar mijn uiterste best
voor doen. Men moet mij echter
vergeven dat ik dat niet al bij de
begroting voor 1995 heb kunnen
regelen. In de begroting voor 1995
zit, wat dat betreft, niet veel anders
dan wat wij bij de Najaarsnota
hebben kunnen melden. Er zit slechts
een verschil van 40 mln. in. Een
bedrag van 40 mln. is echter een
bedrag wat wij niet hadden kunnen
voorzien in deze zin. Dit komt nu
eenmaal zo nu en dan voor. Men zal
dat ook de komende jaren tegenko-
men. Ik zal dat niet kunnen tegen-
houden.
Ik maak nog een opmerking over
het Havenschap Vlissingen. De
Kamer weet dat wij al vele jaren in
overleg zijn met het Havenschap
Vlissingen om te komen tot een
eventuele uittreding van het Rijk. Het
is een heel langlopend proces. Eerlijk
gezegd, had ik niet gedacht dat wij
erin zouden slagen om het voor het
einde van dit jaar af te ronden. Eind
vorig jaar is er ook uitgebreid
onderhandeld, maar toen heeft de
provincie uiteindelijk afgehaakt.
Inmiddels is het proces in een
stroomversnelling geraakt, ook al
omdat de minister van Financie¨n
bereid is om een fors gedeelte van
het hiermee gemoeide bedrag te
betalen. Daardoor behoeft het niet
uit het infrafonds noch uit hoofdstuk
XII gefinancierd te worden. Als Rijk
en Havenschap tot overeenstemming
komen – ik kan dit nog niet helemaal
garanderen – dan zal ik, zodra het
moment daar is, de Kamer een brief
sturen. Ik vond het echter correct om
het vandaag bij de behandeling van
de suppletore begroting naar
aanleiding van de Najaarsnota te
melden. Als ik het had kunnen
voorzien, had het formeel namelijk in
de Najaarsnota opgenomen moeten worden. Ter nadere informatie: het
gaat om een bedrag van ongeveer 75
mln., in casu 60 mln. uitkoop en nog
een aantal investeringen die
gepleegd moeten worden. Als wij tot
overeenstemming komen, zal een en
ander schriftelijk worden vastgelegd
met de provincie Zeeland en de
besturen van de havenschappen. Wij
handelen het natuurlijk eerst echt
netjes af, nadat de Tweede Kamer
daar na het reces over heeft kunnen
spreken, wanneer zij daar behoefte
aan heeft.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2630">

 
<spreker pagina="37-2630" anker="1105" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Mijnheer de
voorzitter! Mijn fractie blijft het
betreuren dat in 1994 280 mln. niet
wordt benut voor investerings-
projecten. Mijn fractie wijst er nog
eens op dat we hier de motie-
Tegelaar hebben aangenomen,
waarin het kabinet werd opgeroepen
om aan het eind van het jaar
voldoende panklare projecten, met
een lagere prioriteit maar wel
belangrijk voor regio’s, klaar te
hebben om die middelen alsnog te
gebruiken. Dat wordt niet benut, en
dat betreuren wij. Daarom doen wij
alsnog een oproep aan de minister
om een heel concreet project we`l op
korte termijn aan te pakken.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat bij het
Infrastructuurfonds in 1994 een forse
onderuitputting tot stand komt;
constaterende, dat de heropening
van de spoorlijn Enschede-Mu¨nster
belangrijk is voor de sociaal-
economische ontwikkeling van
Twente;
verzoekt de regering maatregelen te
nemen om de heropening van de
spoorlijn Enschede-Mu¨nster uit te
voeren,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1106" naam="De voorzitter">
 Deze motie is
voorgesteld door het lid Reitsma.
Naar mij blijkt, wordt zij voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 4 (24011). 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1107" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Voorzitter!
Ik zal niet nader ingaan op de
prioriteitenstelling, omdat daarover
voldoende van gedachten is
gewisseld. Mijn fractie vindt het
belangrijk dat een kant en klaar
project wordt aangepakt, en dat
signaal willen wij thans geven. Wij
vinden dat er een schop de grond in
moet. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1108" partij="VVD" naam="Verbugt">
 U zegt dat
de prioriteitenstelling nu wel
duidelijk is, maar ik heb nog steeds
geen antwoord op mijn vraag. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1109" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Ik heb
meerdere keren gezegd dat de
CDA-fractie, als er aan het eind van
het jaar onderuitputting is, de
minister oproept – dat hebt u het
afgelopen jaar ook gedaan – om een
aantal kleinschalige panklare
projecten klaar te hebben, die
mogelijk afwijken van de grote
prioriteitslijn. Een van die panklare
projecten is dit project. Ik neem dit
project, omdat onze fractie hierover
bij de behandeling van het MIT heeft
gevraagd of het in het begin van
1995 kan worden uitgevoerd.
Daarom heeft het voor ons zo’n hoge
prioriteit. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1110" partij="VVD" naam="Verbugt">
 Voor mij is
prioriteitenstelling dat het ene
project belangrijker wordt verklaard
dan het andere project. Die afweging
heeft u mij nog steeds niet duidelijk
kunnen maken. Voor mij is het nog
steeds een project dat uit de lucht
komt vallen. De minister geeft aan
hoe belangrijk zij het vindt, terwijl zij
ook bezig is om dat in beleid in te
passen. Ik begrijp uw motie niet. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1111" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Als wij aan
het eind van het jaar doorgaan met
een bedrag aan onderuitputting – uw
fractie is van mening dat dit bedrag
gestopt moet worden in panklare
projecten – en een brede afweging
gaan maken, durf ik te garanderen
dat er geen schop de grond ingaat,
ook niet bij Enschede-Mu¨nster.
Daarom hebben wij nu een concreet
project gepakt, waarvan ik overtuigd
ben dat het een zinvolle investering
is. Daarom hebben wij dat nu hier
naar voren gebracht. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1112" naam="De voorzitter">
 Voordat de heer Van
Gijzel het woord neemt, wil ik
opmerken dat het niet de bedoeling
is dat we elkaars interrupties
overdoen. In de tweede plaats is het
niet de bedoeling dat de argumenten
die gewisseld zijn, worden herhaald
omdat ze al vele malen gewisseld
zijn. Als hij nog een interruptie moet
plaatsen, moet dat een punt
betreffen dat vanavond nog niet is
belicht. Anders maakt hij ten
onrechte gebruik van de microfoon,
en zal ik hem halverwege afbreken.
Hij heeft overigens maar een zin
voor die interruptie. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1113" partij="PvdA" naam="Van Gijzel">
 De
minister heeft in haar antwoord
gezegd dat het hier gaat om een lijn
die niet rendabel is. Mijn vraag aan
de heer Reitsma is of hij, mede gelet
op het verkiezingsprogramma van
het CDA en het streven van ons naar
meer rentabiliteit, bereid is de
exploitatiemiddelen op te hoesten,
want anders is het een wassen neus. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2631" anker="1114" partij="CDA" naam="Reitsma">
 De
informatie die mijn fractie uit de
regio heeft gekregen, is dat deze lijn
een hoge prioriteit voor die regio
heeft en dat daarover overleg met de
spoorwegen is geweest. Als zich op
dat punt een aantal vragen over de
exploitatie voordoet, dan moet de
minister daarover informatie
verschaffen. Zij moet dan op zijn
minst in overleg treden met de
gemeente Enschede.
Dan een opmerking over het niet
relevant verklaren van het
financieringstekort. Mijn fractie heeft
overwogen om daarover een motie
in te dienen. De minister heeft echter
de garantie gegeven dat wij volgend
jaar, omstreeks deze tijd, niet weer
een dergelijk bedrag qua onder-
uitputting tegenkomen, want zij zal
maatregelen nemen om ervoor te
zorgen dat dit geld in 1995 wordt
weggestopt. Daar houdt mijn fractie
de minister aan. Ik dank haar voor
die toezegging.
De minister is verder van mening
– die mening was zij ook als kamerlid
toegedaan – dat het beter is om het
saldo van het Infrastructuurfonds zo
snel mogelijk weg te zetten en dat
niet afhankelijk van verdere
besluitvorming te maken. Het is dus
beter om dat niet relevant te
verklaren voor het financierings-
tekort. Mijn fractie geeft de minister
het voordeel van de twijfel wat
betreft het dit jaar verder voeren van
die discussie ter zake met de
minister van Financie¨n. Wij wachten
de besluitvorming komend jaar
graag af.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2631">

 
<spreker pagina="37-2631" anker="1115" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">

Voorzitter! Ik vind dat de heer
Reitsma vanavond een wat vreemde
exegese houdt over een aantal
moties. Ik herinner mij de motie-
Tegelaar zeer goed, want daar stond
mijn naam ook onder. Die motie ging
niet over panklare projecten zonder
prioriteit. De motie-Tegelaar ging
over het zorgen voor overplanning,
zodat meer op de lijst kwam te staan
aan prioritaire projecten dan in enig
jaar kon worden weggezet. Dat is
precies wat in de begroting voor
1995 is gebeurd. Ik constateer dat dit
wat betreft de rijkswegen in 1994
voor een flink deel is gelukt, maar
voor een aantal stedelijke projecten
niet. Ik ben absoluut niet bereid, ook
al zou ik volgend jaar nog een keer
worden geconfronteerd met
onderuitputting, om dat bedrag weg
te zetten in projecten die misschien
voor 2010 op de agenda staan. Dat
betekent per saldo dat ik hoogst
prioritaire projecten alleen al
daardoor misschien moet verschui-
ven naar 2010. Dat lijkt mij verkeerd.
Daar ben ik tegen. Dat zal ik dus niet
doen.
Ik wijs de heer Reitsma verder op
iets vreemds. Hij heeft een motie
ingediend, waarmee hij wil bewerk-
stelligen dat ik nog in 1994 een
bedrag uitgeef voor de spoorlijn
Enschede-Gronau. Ik ontraad de
aanneming van die motie, om de
doodeenvoudige reden dat ik niet zie
hoe ik dit jaar nog een complete
beschikking daarover krijg, afge-
checkt op de relevantie van de
investeringen en op wat wij op dat
punt behoren te doen, want anders
krijgen wij de Rekenkamer op ons
dak. Daarbij gaat erom dat de
berekeningen die zijn gemaakt
correct zijn. Daar horen tal van
voorwaarden uit comptabiliteits-
overwegingen bij. Ik zie dus niet in
hoe ik dat voor elkaar krijg uit de
suppletore begroting 1994, want
daarover hebben wij het vandaag. Ik
kan voor 31 december 1994 nog geld
uitgeven via de suppletore begroting
1994, maar het lukt mij niet om ter
zake nog geld weg te zetten voor een
project dat niet in het MIT en niet in
het SVV staat. Ook heeft daar nog
geen overleg over plaatsgevonden.
Sterker nog, ik zei zojuist al dat de
provincie Overijssel mij nog moet
melden of zij de voorkeur heeft voor
de aansluiting Enschede-Gronau of
de aansluiting Almelo-Marie¨nburg,
want het is een van tweee¨n. Wij
weten ook nog niet wat de meest
interessante is. Ten slotte hebben wij
in het totale kader nog niet eens
afgewogen – het gaat daarbij om de
projecten uit het tweede tactische
pakket – of dit past in de benodigde
investeringen die een bijdrage
moeten leveren aan het verkeers- en
vervoersbeleid in dit land. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="1116" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Ik verzoek
de minister om te lezen wat er echt
in het dictum van de motie staat,
want de minister komt het jaartal
1994 dan niet tegen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="1117" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">
 Over
dat onderwerp hebben wij het
vandaag! Wij hebben het niet over
de begroting voor 1995. Dan had de
heer Reitsma de motie bij de
begrotingsbehandeling moeten
indienen. Wij hebben het ook niet
over het MIT 1995. Wij hebben het
vandaag over de suppletore
begroting 1994. Als de heer Reitsma
geld uitgegeven wil zien via deze
begroting, dan moet hij een motie
daarover indienen, of hij moet
wachten tot het moment waarop wij
spreken over bijvoorbeeld het
tweede tactische pakket. Als deze
spoorlijn daar onverhoopt niet in zit,
dan kan de heer Reitsma met een
motie over de lijn Enschede-Gronau
komen. Ik snap eerlijk gezegd niet
hoe ik uit de voeten moet met de
motie die nu is ingediend. Die kan
namelijk over niets anders gaan dan
over de suppletore begroting voor
1994. Als die daar niet over gaat,
heeft de heer Reitsma een motie
ingediend die nergens op slaat. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="1118" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Mijn fractie
constateert dat er 280 mln. onder-
uitputting is. Zij constateert ook dat
de minister dat voor 1994 heeft
ingeleverd bij de minister van
Financie¨n. Dat staat in de Najaars-
nota. Dat hebben wij niet geamen-
deerd, maar ik doe nu het dringende
verzoek om die middelen in 1995
met grote spoed te besteden en
daarom heb ik deze motie ingediend,
met het dictum, zoals dat luidt. In de
motie wordt dus gevraagd om de
middelen die nu overgeheveld
worden naar 1995, zo snel mogelijk
te besteden aan dit project. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="1119" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">
 Nu
breekt mijn klomp in het geheel. Ik
meen toch echt te weten dat de
onderuitputting voor het jaar 1994
belegd is met projecten. Wij hebben
overigens geen onderuitputting van
280 mln., maar van slechts 222 mln.,
omdat wij minder inkomsten hebben
gehad. 180 mln. daarvan heeft men
reeds gekregen bij het MIT en bij de
begrotingsbehandeling. Een aantal
van de projecten zijn doorgeschoven
naar volgend jaar. Dat heeft
planologische oorzaken. Dat is een
van de redenen waarom ik nu met
een onderuitputting zit. Als de heer
Reitsma wil dat ik daar een project
voor ga invullen, terwijl ik op dit
moment niet kan beoordelen of dat
een belangrijk project is, omdat de
provincie nog geen duidelijkheid
heeft verschaft, omdat ik nog niet
van de Nederlandse Spoorwegen
heb gehoord of het een belangrijk
project is en omdat de heer Reitsma
ongeveer de enige in het land is,
blijkbaar samen met het gemeente-
bestuur van Enschede, die vindt dat
het ongeveer de allerbelangrijkste
spoorlijn van deze aardbol is, dan
moet ik zeggen dat ik daar niet toe
bereid ben. Ik vind de motie ook niet
passen bij een suppletore begroting.
Om die reden alleen al zou ik deze
motie eigenlijk onaanvaardbaar
vinden, maar zulke zware woorden
wil ik niet gebruiken. Ik wil aanvaar-
ding van de motie sterk ontraden,
omdat ik haar absoluut niet op haar
plek vind.
De algemene beraadslaging wordt
gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="1120" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, morgen-
middag over het wetsvoorstel en de
motie te stemmen.
Daartoe wordt besloten.</spreker>
</blok>
<blok pagina="37-2632">Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter ter zake gedane voorstellen:
1. een koninklijke boodschap, ten
geleide van het voorstel van wet
Wijziging van de Brandweerwet 1985
in verband met de oprichting van het
Nederlands instituut voor brandweer
en rampenbestrijding (24029).
Deze koninklijke boodschap, met de
erbij behorende stukken, is al
gedrukt en rondgedeeld; 2. de volgende brieven:
vier, van de minister van Buitenlandse Zaken, te weten:
een, ten geleide van het verslag van
de Europese Raad d.d. 9/10
december 1994 (21501-20, nr. 36);
een, over de CVSE-Top (23900-V, nr.
23);
een, over het voornemen over te
gaan tot het sluiten van een aantal
uitvoeringsverdragen (23908, R1519,
nr. 3);
een, ten geleide van een Verdrag
tussen het Koninkrijk der Nederlan-
den en de Regering van Zijne
Majesteit van Nepal inzake techni-
sche samenwerking bij het opstellen
van een overzicht van de biologische
diversiteit in Nepal (24030);
een, van de staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken, ten geleide van
de herzien versie van het ontwerp-
besluit inzake de inwerkingtreding
van de Uitvoeringsovereenkomst
Schengen (19326, nr. 98);
vijf, van de minister van Justitie, te weten:
een, over het beleid inzake het
optreden tegen georganiseerde
misdaad (22838, nr. 9);
een, over de georganiseerde

</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


