<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN1979]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Lijst van ingekomen stukken, met de door de voorzitter ter zake gedane voorstellen (20 december 1994)</item>
<item attribuut="Bestand"> 22 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Parlement</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 14, Tweede Kamer, pag. 2632-2634</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">20-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN1979</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">TK 37</item>
</metadata>

<text>	
Daar ben ik tegen. Dat zal ik dus niet
doen.
Ik wijs de heer Reitsma verder op
iets vreemds. Hij heeft een motie
ingediend, waarmee hij wil bewerk-
stelligen dat ik nog in 1994 een
bedrag uitgeef voor de spoorlijn
Enschede-Gronau. Ik ontraad de
aanneming van die motie, om de
doodeenvoudige reden dat ik niet zie
hoe ik dit jaar nog een complete
beschikking daarover krijg, afge-
checkt op de relevantie van de
investeringen en op wat wij op dat
punt behoren te doen, want anders
krijgen wij de Rekenkamer op ons
dak. Daarbij gaat erom dat de
berekeningen die zijn gemaakt
correct zijn. Daar horen tal van
voorwaarden uit comptabiliteits-
overwegingen bij. Ik zie dus niet in
hoe ik dat voor elkaar krijg uit de
suppletore begroting 1994, want
daarover hebben wij het vandaag. Ik
kan voor 31 december 1994 nog geld
uitgeven via de suppletore begroting
1994, maar het lukt mij niet om ter
zake nog geld weg te zetten voor een
project dat niet in het MIT en niet in
het SVV staat. Ook heeft daar nog
geen overleg over plaatsgevonden.
Sterker nog, ik zei zojuist al dat de
provincie Overijssel mij nog moet
melden of zij de voorkeur heeft voor
de aansluiting Enschede-Gronau of
de aansluiting Almelo-Marie¨nburg,
want het is een van tweee¨n. Wij
weten ook nog niet wat de meest
interessante is. Ten slotte hebben wij
in het totale kader nog niet eens
afgewogen – het gaat daarbij om de
projecten uit het tweede tactische
pakket – of dit past in de benodigde
investeringen die een bijdrage
moeten leveren aan het verkeers- en
vervoersbeleid in dit land. 
<spreker pagina="37-2632" anker="848" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Ik verzoek
de minister om te lezen wat er echt
in het dictum van de motie staat,
want de minister komt het jaartal
1994 dan niet tegen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="849" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">
 Over
dat onderwerp hebben wij het
vandaag! Wij hebben het niet over
de begroting voor 1995. Dan had de
heer Reitsma de motie bij de
begrotingsbehandeling moeten
indienen. Wij hebben het ook niet
over het MIT 1995. Wij hebben het
vandaag over de suppletore
begroting 1994. Als de heer Reitsma
geld uitgegeven wil zien via deze
begroting, dan moet hij een motie
daarover indienen, of hij moet
wachten tot het moment waarop wij
spreken over bijvoorbeeld het
tweede tactische pakket. Als deze
spoorlijn daar onverhoopt niet in zit,
dan kan de heer Reitsma met een
motie over de lijn Enschede-Gronau
komen. Ik snap eerlijk gezegd niet
hoe ik uit de voeten moet met de
motie die nu is ingediend. Die kan
namelijk over niets anders gaan dan
over de suppletore begroting voor
1994. Als die daar niet over gaat,
heeft de heer Reitsma een motie
ingediend die nergens op slaat. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="850" partij="CDA" naam="Reitsma">
 Mijn fractie
constateert dat er 280 mln. onder-
uitputting is. Zij constateert ook dat
de minister dat voor 1994 heeft
ingeleverd bij de minister van
Financie¨n. Dat staat in de Najaars-
nota. Dat hebben wij niet geamen-
deerd, maar ik doe nu het dringende
verzoek om die middelen in 1995
met grote spoed te besteden en
daarom heb ik deze motie ingediend,
met het dictum, zoals dat luidt. In de
motie wordt dus gevraagd om de
middelen die nu overgeheveld
worden naar 1995, zo snel mogelijk
te besteden aan dit project. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="851" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">
 Nu
breekt mijn klomp in het geheel. Ik
meen toch echt te weten dat de
onderuitputting voor het jaar 1994
belegd is met projecten. Wij hebben
overigens geen onderuitputting van
280 mln., maar van slechts 222 mln.,
omdat wij minder inkomsten hebben
gehad. 180 mln. daarvan heeft men
reeds gekregen bij het MIT en bij de
begrotingsbehandeling. Een aantal
van de projecten zijn doorgeschoven
naar volgend jaar. Dat heeft
planologische oorzaken. Dat is een
van de redenen waarom ik nu met
een onderuitputting zit. Als de heer
Reitsma wil dat ik daar een project
voor ga invullen, terwijl ik op dit
moment niet kan beoordelen of dat
een belangrijk project is, omdat de
provincie nog geen duidelijkheid
heeft verschaft, omdat ik nog niet
van de Nederlandse Spoorwegen
heb gehoord of het een belangrijk
project is en omdat de heer Reitsma
ongeveer de enige in het land is,
blijkbaar samen met het gemeente-
bestuur van Enschede, die vindt dat
het ongeveer de allerbelangrijkste
spoorlijn van deze aardbol is, dan
moet ik zeggen dat ik daar niet toe
bereid ben. Ik vind de motie ook niet
passen bij een suppletore begroting.
Om die reden alleen al zou ik deze
motie eigenlijk onaanvaardbaar
vinden, maar zulke zware woorden
wil ik niet gebruiken. Ik wil aanvaar-
ding van de motie sterk ontraden,
omdat ik haar absoluut niet op haar
plek vind.
De algemene beraadslaging wordt
gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2632" anker="852" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, morgen-
middag over het wetsvoorstel en de
motie te stemmen.
Daartoe wordt besloten.

</spreker>
<blok pagina="37-2632">Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter ter zake gedane voorstellen:
1. een koninklijke boodschap, ten
geleide van het voorstel van wet
Wijziging van de Brandweerwet 1985
in verband met de oprichting van het
Nederlands instituut voor brandweer
en rampenbestrijding (24029).
Deze koninklijke boodschap, met de
erbij behorende stukken, is al
gedrukt en rondgedeeld; 2. de volgende brieven:
vier, van de minister van Buitenlandse Zaken, te weten:
een, ten geleide van het verslag van
de Europese Raad d.d. 9/10
december 1994 (21501-20, nr. 36);
een, over de CVSE-Top (23900-V, nr.
23);
een, over het voornemen over te
gaan tot het sluiten van een aantal
uitvoeringsverdragen (23908, R1519,
nr. 3);
een, ten geleide van een Verdrag
tussen het Koninkrijk der Nederlan-
den en de Regering van Zijne
Majesteit van Nepal inzake techni-
sche samenwerking bij het opstellen
van een overzicht van de biologische
diversiteit in Nepal (24030);
een, van de staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken, ten geleide van
de herzien versie van het ontwerp-
besluit inzake de inwerkingtreding
van de Uitvoeringsovereenkomst
Schengen (19326, nr. 98);
vijf, van de minister van Justitie, te weten:
een, over het beleid inzake het
optreden tegen georganiseerde
misdaad (22838, nr. 9);
een, over de georganiseerde
criminaliteit in Nederland (22838, nr.
10);
een, ten geleide van het verslag van
de op 30 november en 1 december
gehouden JBZ-Raad (23490, nr. 20);
een, over tenuitvoerlegging van
arrestatiebevelen (23655, nr. 3);
een, ten geleide van het rapport ’’Het
functioneren van het openbaar
ministerie binnen de rechts-
handhaving’’ (24034);
drie, van de staatssecretaris van Justitie, te weten:
een, over de gedwongen verwijderin-
gen van azielzoekers naar Zaı¨re
(19637, nr. 118);
een, ten geleide van een evaluatie
van de wijziging van de Wet op de
kansspelen (21277, nr. 33);
een, over de behandeling van
naturalisatieverzoeken (23900-VI, nr.
15);
een, van de minister van
Binnenlandse Zaken, over de
commercie¨le (neven)activiteiten rond
het Amsterdamse en het Utrechtse
politiekorps (23900-VII, nr. 16);
twee, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap- pen, te weten:
een, over het besluit inzake de exacte
invulling van de bezuinigingen op
het hoger onderwijs (23900-VIII, nr.
55);
een, over de koers omtrent de
ontwikkeling van het hoger
onderwijs (23900-VIII, nr. 57);
twee, van de minister van Financie¨n, te weten:
een, ten geleide van de financie¨le
onderbouwing van het asielzoekers-
beleid (19637, nr. 119);
een, ten geleide van het verslag van
de vergadering van de Ecofin-Raad
van 5 december 1994 (21501-7, nr.
128);
een, van de staatssecretaris van
Defensie, over het project NH-90
(23900-X, nr. 27);
een, van de minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, over de
budgettair-neutrale mutaties in de
tweede suppletore begroting 1994
(24010, nr. 4);
vier, van de minister van Verkeer en Waterstaat, te weten:
twee, ten geleide van de geanno-
teerde agenda voor de
EU-Transportraad van 21 en 22
november 1994 (21501-09, nrs. 41 en
42);
een, ten geleide van het advies en de
rapportage van het Waterloopkundig
Laboratorium inzake overstromingen
in Nederland (23564, nr. 12);
een, over de stormvloedkering
Oosterschelde (23900-XII, nr. 18);
twee, van de minister van Economische Zaken, te weten:
een, ten geleide van het Besluit
Subsidies Windenergie (23900-XIII,
nr. 28);
een, over het beleid inzake de
Kernenergiecentrale Borssele (16226,
nr. 25);
een, van de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, over de
voorgenomen kortingen op de
subsidies Schipperszorg en
Zeemanswelzijn (23900-XV, nr. 34);
een, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
over de gemaakte afspraken in het
kader van het financie¨le beleid voor
1995 inzake de Nederlandse
Vereniging voor Verpleeghuiszorg
(23904, nr. 11).
Deze brieven zijn al gedrukt en
rondgedeeld; 3. de volgende brieven:
drie, van de minister van Buitenlandse Zaken, te weten:
een, ten geleide van het Verdrag
inzake het behoud van wilde dieren
en planten en hun natuurlijk
leefmilieu in Europa; 3 december
1993;
een, ten geleide van het Verdrag
inzake het vergemakkelijken van het
internationale verkeer ter zee;
Londen 1993;
een, ten geleide van het Akkoord met
Belgie¨ inzake de verzekering voor
geneeskundige verzorging;
een, van de staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken, ten geleide van
afschriften van circulaires die
verzonden zijn aan de gemeente- en
provinciebesturen in het kader van
het Provincie- en Gemeentefonds;
een, van de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, ten
geleide van het jaarverslag Rijks-
toezicht Bijstand en Voorzieningen;
een, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
ten geleide van de Wet tarieven
gezondheidszorg (Wtg).
De voorzitter stelt voor, deze brieven
door te zenden aan de betrokken
commissies ter afdoening en niet te
drukken; 4. de volgende adressen:
een, van mevrouw J. Reurekas-
Pranger te Zaandam, met betrekking
tot rente op aanslagen
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van mevrouw I. Mogollon te
Hoevelaken, met betrekking tot een
naheffingsaanslag in de motorrijtui-
genbelasting;
een, van mevrouw H.M.
Masthoff-de Koning te Heerlen, met
betrekking tot toepassing van de
hardheidsclausule inzake inkomsten-
belasting;
een, van drs. P.J.M. Bauduin te
Fornole (Italie¨), met betrekking tot
aftrekbare kosten van levensonder-
houd en studiefinanciering;
een, van F.A.J. Aben te Gemert,
met betrekking tot kwijtschelding van
c.q. een betalingsregeling voor een
belastingschuld;
een, van C.J.J. Vervat te Krimpen
a/d IJssel, met betrekking tot
kwijtschelding van aanslagen
inkomstenbelasting 1990 t/m 1992;
een, van mevrouw H. Maandag-
Lassche en de heer B. Maandag te
Hasselt, met betrekking tot een
belastingschuld;
een, van mevrouw A. Wafelman-
Morpurgo te Amsterdam, met
betrekking tot uitstel van betaling
van een aanslag in het successie-
recht.
Deze adressen zijn in handen gesteld
van de commissie voor de Verzoek-
schriften; 5. de volgende brieven:
een, van J.S. Spaargaren, over de
Wet Uitkeringen Vervolgings-
slachtoffers;
een, van P.C.C. de Vries, over
onbetrouwbaarheid der regerings-
leden;
een, van H.G. Noordman, ten
geleide van een reactie op de
Winkelsluitingswet en de opheffing
van de vrije zondag;
een, van de Nederlandse
Katholieke Oudervereniging, ten
geleide van een evaluatierapport
Leerlingenvervoer;
een, van de Provincie Noord-
Brabant, ten geleide van een
aangenomen motie over de
pleegzorg;
een, van de Werkgroep Vlieg-
verkeer Bijlmermeer, over geluidshin-
der;
een, van het secretariaat Hoorzit-
tingen HSL, ten geleide van
verslagen van de 15 hoorzittingen
over de nieuwe HSL-nota.
De voorzitter stelt voor, deze brieven
door te zenden aan de betrokken
commissies;
6. een brief van J.W. Meijer, ten
geleide van de beste wensen.
Deze brief ligt op de griffie ter
inzage.
</blok>
</text>

</handeling>


