<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN1988]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
het debat naar aanleiding van:het algemeen overleg over de brief over het optreden tegen georganiseerde misdaad (22838, nr. 9).</item>
<item attribuut="Bestand"> 27 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Criminaliteit en openbare orde (Criminaliteitsbestrijding en -preventie)
Criminaliteit en openbare orde (Politie)
Strafrecht en strafprocesrecht (Opsporingsonderzoek)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Criminaliteit
Opsporingen
Politie</item>
<item attribuut="Dossiernr">22838</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 14, Tweede Kamer, pag. 2678-2680</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">21-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN1988</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Georganiseerde misdaad</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Uitzending militaire eenheden</item>
<item attribuut="doccode">TK 38</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="38-2678">

Aan de orde is het debat naar aanleiding van:
- het algemeen overleg over de
brief over het optreden tegen
georganiseerde misdaad (22838,
nr. 9).
(Zie algemeen overleg van heden.)
De beraadslaging wordt geopend.

<blok pagina="38-2678">

 
<spreker pagina="38-2678" anker="897" partij="CDA" naam="Van der Heijden">

Mijnheer de voorzitter! Vanmiddag
hebben wij met de minister van
Binnenlandse Zaken en de minister
van Justitie algemeen overleg
gevoerd. Dat was eigenlijk een
eenvoudig overleg over een
onderdeel van het Korps landelijke
politiediensten, namelijk het landelijk
rechercheteam dat, zoals eigenlijk
iedereen in die discussie vond, geen
Nederlandse FBI mag worden.
Bij die gelegenheid heb ik de
stelling betrokken dat het Korps
landelijke politiediensten moet
worden beheerd door de minister
van Justitie en dat het een goede
zaak is wanneer een klein maar
overigens zeer betekenisvol
onderdeel aan dat Korps landelijke
politiediensten wordt toegevoegd.
Dat valt dan onder het beheers-
stramien dat wij daarvoor hebben
gemaakt, namelijk het beheer door
de minister van Justitie. In die
discussie – ik breng gelijk verslag uit,
voorzitter, – heeft de minister van
Binnenlandse Zaken aangegeven dat
het niet onbetekenend is dat hij zelf
medeverantwoordelijkheid draagt.
Het valt dan wel op dat de brief die
hierover is geschreven, niet door
hem is ondertekend. Maar dat kan in
de haast zijn gebeurd. De minister
van Binnenlandse Zaken zei dat er
natuurlijk collegialiteit is. Dat
betwisten wij geen moment. Wij
vinden wel degelijk dat er collegiaal
in het kabinet moet worden
samengewerkt. Hoe meer het kabinet
daarin oefent, hoe beter het is.
Formeel, zo heeft de minister van
Binnenlandse Zaken gezegd, is het
niet heel erg belangrijk. Het gaat juist
om de praktijk. Maar in de praktijk
zijn natuurlijk alle mogelijkheden
voor de minister van Binnenlandse
Zaken aanwezig om zich met zijn
collega goed te beraden over tal van
praktische punten als aanstelling,
detachering en honorering.
Voorzitter! Dit alles mondde uit in
de aankondiging van de CDA-fractie,
een motie ter zake te zullen indienen.
Ik hoop dat die motie precies
weergeeft wat wij vanmiddag
hebben willen bereiken. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2679" anker="898" partij="PvdA" naam="Van Heemst">

Voorzitter! De heer Van der Heijden
zei zoe¨ven dat hij vanmiddag in het
overleg de stelling heeft betrokken
dat het beheer moet komen te liggen
bij de minister van Justitie. Dat heeft
hij vanmiddag niet gedaan. Het is
misschien goed om op dit punt het
verslag te corrigeren. De heer Van
der Heijden heeft vanmiddag
nadrukkelijk de mogelijkheid open
gelaten om met een motie te komen
waarin hij twee kanten op kan. De
eerste optie is dat het uitsluitend zou
moeten gaan om de minister van Justitie. De tweede optie was:
primair de verantwoordelijkheid
neerleggen bij de minister van
Justitie. De heer Van der Heijden
heeft in reactie op een aantal vragen
die daarover zijn gesteld, toegegeven
dat het hem eigenlijk om het even
was. Met andere woorden, er was
voor hem geen principieel punt in
het geding. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2679" anker="899" partij="CDA" naam="Van der Heijden">
 Het
principie¨le punt dat ik probeerde
overeind te houden en dat ik in mijn
motie heb neergelegd, is niet eens
zozeer wie er nu precies op welke
titel beheert. Vanmiddag heb ik wel
heel stellig gezegd dat het beheer
natuurlijk voor het Korps landelijke
politiediensten bij de minister van
Justitie ligt. En als je er een
onderdeel aan toevoegt, ligt het
beheer daarvoor dan natuurlijk ook
daar. Dat is onverbrekelijk. Maar het
hoofdpunt dat ik vanmiddag wilde
scoren en dat ik nu in een motie heb
neergelegd, is dat het beheer vooral
wordt uitgedrukt in een budget-
verantwoordelijkheid. Die budget-
verantwoordelijkheid komt geheel
voor rekening van de minister van
Justitie. Ik heb overigens vanmiddag
de mogelijkheid open gelaten door
een voorzichtige formulering van de
motie aan te kondigen. Ik wilde
bezien of er een bredere steun kon
ontstaan voor wat ik beoogde. Ik
begrijp dat die steun niet aanwezig
is. Ik kan daarom de motie nu
voorzien van een klemmende
formulering.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat in de brief van 8
december 1994 het beheer over het
landelijk rechercheteam mede is
opgedragen aan de minister van
Binnenlandse Zaken doordat het
budget voor het landelijk recherche-
team in de begroting van deze
minister wordt ondergebracht;
van mening, dat deze toedeling van
middelen niet bijdraagt aan een
effectieve en efficie¨nte uitoefening
van het gezag over het landelijk
rechercheteam;
van oordeel, dat het beheer van het
landelijk rechercheteam als
onderdeel van het korps landelijke
politiediensten uitsluitend bij de
minister van Justitie behoort te
berusten;
verzoekt de regering de begrotingen
van Binnenlandse Zaken en Justitie
aldus in te richten,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2679" anker="900" naam="De voorzitter">
 Deze motie is
voorgesteld door het lid Van der
Heijden. Naar mij blijkt, wordt zij
voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 11 (22838).
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2679">

 
<spreker pagina="38-2679" anker="901" partij="PvdA" naam="Van Heemst">

Mijnheer de voorzitter! Tijdens de
schorsing wegens een bommelding
heb ik mijn aantekeningen in Le
Perroquet laten liggen in ruil voor
het menu. Afgaand op mijn
geheugen blik ik terug op het overleg
van vanmiddag, waarin de oprichting
en het in werking stellen van het
landelijk rechercheteam centraal
stond.
In de meningsvorming hierover
heeft binnen de PvdA een ingrij-
pende ontwikkeling plaatsgevonden,
zoals ik vanmiddag heb aangegeven.
Aanvankelijk waren er twijfels in de
zin dat zo’n team misschien een
overbodige luxe is. Uiteindelijk
ontstond de overtuiging dat het een
onmisbaar instrument is in de strijd
tegen de georganiseerde criminali-
teit. Rond dat team spelen nog
allerlei vragen. Vragen van vrij
fundamentele aard zijn bijvoorbeeld
hoe het team zal worden ingekaderd,
hoe het gaat draaien en hoe de
slagkracht en de geloofwaardigheid
kunnen worden gewaarborgd. Toen
de heer De Graaf namens D66
dergelijke vragen opwierp, deed de
heer Van der Heijden die af als een
poging om diens ambtelijke
nieuwsgierigheid te bevredigen. Dat
trof mij pijnlijk. Misschien was het
bedoeld als een grapje, want de heer
Van der Heijden kwam nogal
luchtigjes binnen, zoals hij later
vertelde. Het ging echter om meer
dan dergelijke nieuwsgierigheid. Het
ging om ernstige vragen die te
maken hebben met de geloofwaar-
digheid en de overtuigingskracht van
dat team.
Tussen de ernst van die vragen en
de motie valt toch wel een schrij-
nend gat. Bij de motie gaat het om
politieke pietluttigheid. De heer Van
Heijden gaat niet principieel in op de
vraag waar het beheer hoort te
liggen. Hij heeft vanmiddag
nadrukkelijk aangegeven dat hij de
keuze tussen de primaire en de
uitsluitende verantwoordelijkheid
open liet. Wie bereid is te denken in
termen van een primaire verantwoor-
delijkheid voor de minister van
Justitie, geeft aan dat hij ook ruimte
ziet voor medeverantwoordelijkheid
van de minister van Binnenlandse
Zaken. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2679" anker="902" partij="CDA" naam="Van der Heijden">

Voorzitter! Ik heb vanmiddag
geprobeerd om redelijk te zijn en de
minister van Binnenlandse Zaken
niet buiten haken te plaatsen. Maar
ik heb zoe¨ven geprobeerd scherp te
stellen, dat het gaat om de budget-
verantwoordelijkheid. Laat de heer
Van Heemst zich daarop richten,
want dat is de conclusie van de
motie. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2680" anker="903" partij="PvdA" naam="Van Heemst">
 Ik mag
mij richten waarop ik wil. Ik mag
even terugblikken en ik mag zeker
ook correcties aanbrengen op het
verslag dat de heer Van der Heijden
hier heeft uitgebracht. Dat verslag
deugde dus niet. Op het punt van
principes blijkt hij geen principe te
hanteren, want hij liet beide opties
toe. Uiteindelijk komt de motie dus
neer op de vraag bij welke begroting
de 8 mln. moeten worden onderge-
bracht. Ik mag daaraan het oordeel
verbinden dat dit politieke pietluttig-
heid is. Wij zullen dan ook tegen de
motie stemmen, niet alleen om die
reden, maar ook omdat in de loop
van de discussie met beide
bewindslieden is gebleken dat het
inderdaad van belang is dat de
medebetrokkenheid van Binnen-
landse Zaken aanwezig is. Dat raakt
precies de vragen die vanmiddag
door de fracties van D66 en de PvdA
zijn gesteld. Het gaat niet om de
vraag bij welke begroting het
desbetreffende bedrag primair wordt
ondergebracht, het gaat om de
medeverantwoordelijkheid die verder
reikt en die de doeltreffendheid en
de geloofwaardigheid van het
functioneren van dat landelijk
rechercheteam zal bepalen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2680">

 
<spreker pagina="38-2680" anker="904" partij="D66" naam="De Graaf">
 Voorzitter!
Wij hebben vanmiddag overleg
gevoerd over een kwestie die al twee
maanden geleden is aangekondigd
en die ook haar grondslag vond in
het regeerakkoord. Dat overleg was
nodig, niet omdat er op dit punt
politieke fricties zijn, maar wel om te
voorkomen dat een zeer principie¨le
koerswijziging, namelijk de start van
een landelijk executief politieteam
wordt ingezet zonder dat er sprake is
van een gemeen overleg met de
Kamer. Dat overleg heeft nu
plaatsgevonden.
Mijn fractie constateert met grote
tevredenheid dat dit deel van de
politie in ieder geval met voldoende
waarborgen is omgeven om uit te
gaan van een goede operationele
samenwerking en onderlinge
informatie-uitwisseling. Juist de
checks en balances die in de opzet
van het beheer van dat landelijk
rechercheteam zijn opgenomen, een
gezamenlijke verantwoordelijkheid
van de minister van Justitie en die
van de minister van Binnenlandse
Zaken, was voor mijn fractie een
essentie¨le voorwaarde die dan ook
niet voor niets in het regeerakkoord
was opgenomen.
Het is duidelijk dat mijn fractie dan
ook geen enkele behoefte heeft aan
de motie van het CDA. Ik vind het
zelfs enigszins onbegrijpelijk dat de
heer Van der Heijden, na in de
afgelopen jaren tal van betogen te
hebben afgestoken over de noodzaak
en de wenselijkheid van die checks
en balances en gezamenlijke
verantwoordelijkheden – ik herinner
aan het IRT-debat – nu plotseling
meent dat bestuurlijke betrokkenheid
bij een zo belangrijke eenheid als
een landelijk rechercheteam niet aan
de orde zou moeten zijn. Ik denk dan maar: andere rol, andere zeden.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2680">

 
<spreker pagina="38-2680" anker="905" soort="Minister" naam="Sorgdrager">
 Voorzitter! Ik
vind het een goede zaak dat
vanmiddag gesproken is over de
manier waarop een eerste aanzet
wordt gegeven tot de inrichting van
het landelijk rechercheteam. Daarbij
is aangegeven op welke wijze de
regering denkt het beheer te
organiseren. De motie van de heer
Van der Heijden houdt in dat het
beheer uitsluitend valt onder de
minister van Justitie. Dat lijkt mij niet
de bedoeling. Hij zei dat het landelijk
rechercheteam wordt toegevoegd
aan het Korps landelijke politiedien-
sten en dat dit korps als enige
beheerder de minister van Justitie
heeft. In zoverre zou het logisch zijn
om deze lijn te volgen. Het landelijk
rechercheteam is echter vergelijkbaar
met de huidige kernteams. Het heeft
alleen een landelijke taak. Het zou
niet logisch zijn om een landelijke
politiedienst – een executieve dienst
– op een andere manier te beheren
en aan te sturen dan de kernteams.
Daarom is gekozen voor de
constructie die voorligt in onze brief.
Zeker bij de aansturing, het beheer
van het landelijk rechercheteam is
samenwerking tussen de verschil-
lende departementen van belang,
zoals dat ook het geval is bij de
interregionale rechercheteams. In het
algemeen overleg van vanmiddag
heb ik geen reden gevonden om een
andere keuze te maken dan in onze
brief is aangegeven. Ik heb ook de
indruk dat de Kamer daar in
meerderheid mee instemt. Ik
constateer overigens dat de heer Van
der Heijden geen amendement heeft
ingediend op de begrotingen, maar
slechts een motie. Ik heb geen
behoefte aan deze motie. De minister
van Binnenlandse Zaken en ik menen
dan ook dat wij aanneming van deze
motie moet ontraden. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2680" anker="906" partij="CDA" naam="Van der Heijden">

Voorzitter! Omdat er nog een
begrotingswijziging moet komen
waarin de invullingen worden
gedaan, heb ik dit niet in de vorm
van een amendement gegoten. Er is
immers nog niet precies duidelijk
hoe de financiering zal verlopen, dus
wachten wij nog op de gegevens van
de minister. De minister van Justitie
heeft toegegeven dat het Korps
landelijke politiediensten door haar
wordt beheerd en dat zij de parallel
ziet met de regionale korpsen. Ook
daarvoor heeft de minister van
Binnenlandse Zaken echter geen
beheersverantwoordelijkheid, want
die ligt bij korpsbeheerders en dat is
de minister niet. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2680" anker="907" soort="Minister" naam="Sorgdrager">
 Het binnen-
lands bestuur heeft beheers-
verantwoordelijkheid bij de regionale
korpsen. Het Korps landelijke
politiediensten wordt niet uitsluitend
door de minister van Justitie
beheerd, want ook Binnenlandse
Zaken participeert in de raad voor
het landelijke korps.
De beraadslaging wordt gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2680" anker="908" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, straks te
stemmen over de ingediende motie.
Daartoe wordt besloten.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="38-2680">

Aan de orde is het debat naar aanleiding van:
- het algemeen overleg over de
betrokkenheid van het parlement
bij de uitzending van militaire
eenheden (23591).
(Zie algemeen overleg van heden.)
De beraadslaging wordt geopend.
</onderwerp>
</text>

</handeling>


