<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN1989]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
het debat naar aanleiding van:het algemeen overleg over de betrokkenheid van het parlement bij de uitzending van militaire eenheden (23591).</item>
<item attribuut="Bestand"> 34 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)
Veiligheidsbeleid en defensie (Algemeen)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Krijgsmacht
Parlement
VN-strijdkrachten</item>
<item attribuut="Dossiernr">23591</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 14, Tweede Kamer, pag. 2680-2684</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">21-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN1989</item>
<item attribuut="Omvang">5 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Uitzending militaire eenheden</item>
<item attribuut="doccode">TK 38</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="38-2680">

Aan de orde is het debat naar aanleiding van:
- het algemeen overleg over de
betrokkenheid van het parlement
bij de uitzending van militaire
eenheden (23591).
(Zie algemeen overleg van heden.)
De beraadslaging wordt geopend.

<blok pagina="38-2681">

 
<spreker pagina="38-2681" anker="865" partij="GPV" naam="Van Middelkoop">

Voorzitter! Vanmorgen hebben wij
tijdens een algemeen overleg met de
minister van Defensie en de minister
van Buitenlandse Zaken van
gedachten gewisseld over de eigen
rol en positie van het parlement bij
de uitzending van militaire eenhe-
den. Dit gebeurde aan de hand van
een notitie waarin deze zaak ten
principale werd beschreven, dus los
van een concrete beslissing van het
type dat in de afgelopen jaren zo
vaak voorkwam.
Tijdens het debat van vanmorgen
bleek dat op grond van de verschei-
denheid aan argumenten een aantal
fracties een opwaardering wenste
van de rol van de Kamer, dus niet
meer uitsluitend controle achteraf,
maar een formeel instemmingsrecht
bij uitzending van militaire eenhe-
den. Omdat de regering vanmorgen
niet genegen was, aan die wens te
voldoen, hebben wij er behoefte aan,
een en ander vast te leggen in een
motie. De strekking van onze wens is volstrekt helder: het gaat om
instemmingsrecht. Voor de vormge-
ving zijn verschillende varianten
denkbaar, bijvoorbeeld een wettelijke
regeling, gekoppeld aan een
grondwettelijke bepaling over de
taak van de krijgsmacht, of een
afzonderlijke wet van beperkte
omvang. Wij geven graag ruimte aan
de regering om de meest passende
vorm voor de uitwerking te vinden.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat in het licht van de
ingrijpend gewijzigde internationale
omstandigheden de betrokkenheid
van het parlement bij de uitzending
van militaire eenheden bijzondere
aandacht verdient;
verzoekt de regering een regeling
voor te bereiden waarin is vastge-
legd dat het parlement bij uitzending
van militaire eenheden een formeel
instemmingsrecht wordt verleend,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2681" anker="866" naam="De voorzitter">
 Deze motie is
voorgesteld door de leden Van
Middelkoop, Van Traa, Verhagen,
Hoekema, Sipkes en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 2 (23591).
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2681">

 
<spreker pagina="38-2681" anker="867" partij="VVD" naam="Van den Doel">

Voorzitter! De vraag die de heer Van
Middelkoop hier centraal stelt, is of
er een regeling moet komen voor de
uitzending van militairen, waarbij
aan het parlement een uitdrukkelijke
instemmingsvereiste wordt
toegekend. Ik heb zojuist, maar ook
vanmorgen, van de heer Van
Middelkoop begrepen dat hij hecht
aan een wettelijke regeling.
Voorzitter! Natuurlijk is ook de
VVD-fractie zich ervan bewust dat
zich op het gebied van de internatio-
nale veiligheid de nodige veranderin-
gen hebben voorgedaan en dat ook
de krijgsmacht frequenter en op een
andere wijze dan voorheen wordt
ingezet. Gezien echter de ontstane
praktijk tussen regering en parle-
ment, waarbij telkenmale een open
debat en een zorgvuldige afweging
mogelijk zijn, is de VVD van mening
dat een speciale verankering al dan
niet door middel van wetgeving op
dit moment niet noodzakelijk is.
Waar het om gaat, is een heldere
besluitvormingsprocedure waarin de
Kamer goed inzicht wordt geboden
in de gronden waarop de regering
van mening is dat Nederland een
militaire bijdrage moet leveren. Ik
doel hiermee op de toetsings-
elementen, of zo u wilt, de te
hanteren criteria op basis waarvan
de regering tot haar besluit is
gekomen. Alleen die duidelijkheid
maakt een zorgvuldige afweging en
besluitvorming door de Kamer
mogelijk. De regering heeft in het
algemeen overleg van vanmorgen op
ons verzoek een notitie daarover
toegezegd.
Voorzitter! Er zijn volgens de
fractie van de VVD geen zwaarwe-
gende argumenten om nu tot een
speciale regeling op dit punt over te
gaan. Bovendien – en dat merk ik
ook tegenover de andere fracties op
– dateert de brief van januari 1994.
Voor zover ik dat kon nagaan, heeft
in de afgelopen twaalf maanden
afgezien van de fractie van de GPV
geen enkele fractie duidelijk in het
openbaar aangedrongen op een
wettelijk kader. Ook bij de behande-
ling van de begrotingen van Defensie
en van Buitenlandse Zaken heb ik uit
de inbreng van de fracties die nu
medeondertekend hebben, niet
begrepen dat zij daartoe willen
overgaan. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2681" anker="868" partij="GPV" naam="Van Middelkoop">

Voorzitter! Ik merk voor de goede
geschiedschrijving het volgende op.
In het verleden heb ik altijd alleen
maar gevraagd, daar eens goed naar
te kijken. Ik heb dus om een notitie
gevraagd en die hebben wij
gekregen. Indertijd heb ik daarvoor
bijval gekregen van de heren
Frinking, De Hoop Scheffer en Van
Traa. Dat is overigens in de notitie
terug te vinden. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2681" anker="869" partij="VVD" naam="Van den Doel">
 Ik wil
benadrukken dat deze brief er twaalf
maanden ligt. Hierop kon op
verschillende momenten worden
ingegaan, in het bijzonder tijdens de
behandeling van de begrotingen van
Defensie en van Buitenlandse Zaken.
Voor zover ik dat kon nagaan, is van
die gelegenheid geen gebruik
gemaakt. Bovendien heeft de
regering vanmorgen in het algemeen
overleg hierover nog eens bevestigd,
dat zij niet tot uitzending van
militairen zal overgaan als de Kamer
hiermee niet akkoord gaat. Die
toezegging van de regering, die in
alle zorgvuldigheid wordt nageko-
men – dat wijst de praktijk uit –
maakt de ingediende motie van de
heer Van Middelkoop en de
medeondertekenaars overbodig. Wij
zullen die motie dan ook niet
ondersteunen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2681">

 
<spreker pagina="38-2681" anker="870" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Mijnheer
de voorzitter! In het verleden heeft
de fractie van het CDA meermalen te
kennen gegeven, dat zij van
gedachten wilde wisselen over de
notitie inzake de parlementaire
betrokkenheid bij de uitzending van
Nederlandse militairen. De fractie
van het CDA is daarop niet expliciet
ingegaan, bijvoorbeeld bij de
behandeling van de begroting van
Buitenlandse Zaken of van Defensie,
omdat er een algemeen overleg was
geagendeerd waarin over deze
notitie van gedachten zou worden
gewisseld. Om uiteenlopende
redenen kon dit algemeen overleg
niet eerder plaatsvinden. Ik heb
vanmorgen reeds heel nadrukkelijk
namens de fractie van het CDA
gesteld, dat uit het feit dat deze
notitie pas een jaar na verschijning
wordt besproken, niet kan worden
afgeleid dat wij de parlementairebetrokkenheid van minder belang
achten. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2682" anker="871" partij="VVD" naam="Van den Doel">
 De
heer Verhagen geeft toch toe dat de
zorgvuldigheid bij en de mogelijk-
heid tot parlementaire betrokkenheid
aanwezig zijn? Het gaat hier toch om
meer dan de parlementaire
betrokkenheid? 

</spreker>
<spreker pagina="38-2682" anker="872" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Zeker. Het
gaat om het formele instemmings-
recht. Daar ging het debat van
vanochtend ook over. De fractie van
het CDA is van mening, dat de
toenemende Nederlandse deelname
aan vredesoperaties een afweging
vraagt over de daaraan verbonden
risico’s op basis van de toetsstenen
die ook de heer Van den Doel heeft
aangehaald in zijn bijdrage. Die
vraagt volgens de fractie van het
CDA om meer dan een gebruik,
namelijk om een formeel
instemmingsrecht.
De fractie van het CDA heeft reeds
in het verleden gesteld, dat
Nederlandse militairen die op grond
van politieke besluiten zullen worden
uitgezonden, mogen verwachten dat
de politiek op uiterst zorgvuldige
wijze de afweging zal maken als zij
adequaat bewapend en met
voldoende mandaat in een brand-
haard, waar ook ter wereld, worden
ingezet. In lijn hiermee is de
CDA-fractie van mening dat wij niet
kunnen volstaan met de door het
kabinet voorgestelde procedure. Het
instemmingsrecht van de Kamer
moet wel degelijk geformaliseerd
worden. Dan weet je zeker dat het
debat plaatsvindt op basis van de
criteria die zijn vermeld.
De argumenten die door beide
ministers hedenochtend naar voren
zijn gebracht ter verdediging van het
standpunt om niet over te gaan tot
een wettelijk kader, vonden wij niet
overtuigend, te meer omdat vooral
een beroep werd gedaan op het
recht van afkeuring achteraf. Dat
betekent in feite de regering naar
huis sturen. De minister gaf het zelf
aan. Om die reden heeft de
CDA-fractie die motie medeonderte-
kend; om een formeel instemmings-
recht van de Kamer bij de uitzending
van Nederlandse militairen vast te
leggen. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2682" anker="873" partij="VVD" naam="Van den Doel">
 Wat
vindt de heer Verhagen van het adagium: de regering regeert en het
parlement controleert? 

</spreker>
<spreker pagina="38-2682" anker="874" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Dat
overleg zal dus ook plaatsvinden op
basis van besluitvorming die in het
kabinet heeft plaatsgevonden. Over
het besluit over uitzending dat het
kabinet heeft genomen, zal dat
overleg moeten plaatsvinden. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2682" anker="875" partij="VVD" naam="Van den Doel">
 Maar
dat doen wij nu toch ook al? Dat is
toch niets nieuws? 

</spreker>
<spreker pagina="38-2682" anker="876" partij="CDA" naam="Verhagen">
 Inhoudelijk
wilt u misschien niets anders, maar
dat goede gebruik willen wij
vastleggen in de vorm van een
formeel instemmingsrecht.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2682">

 
<spreker pagina="38-2682" anker="877" partij="D66" naam="Hoekema">
 Voorzitter!
Verschillende sprekers hebben
verwezen naar de notitie van de
vorige regering over de parlemen-
taire betrokkenheid bij de uitzending
van Nederlandse militairen, die al
bijna een jaar op behandeling wacht.
Ik geloof niet dat het feit dat deze
notitie er al zo lang ligt, een teken is
dat verschillende fracties minder
belang aan dit onderwerp toekennen.
Integendeel. Ik heb vanochtend in
mijn bijdrage aan het algemeen
overleg met de bewindslieden van
Defensie en van Buitenlandse Zaken
gewezen op een historie van
tientallen jaren wat betreft de wens
van het parlement om in formele zin
betrokken te zijn bij de besluitvor-
ming over de uitzending van
Nederlandse militairen. Die wens
gaat terug tot de jaren twintig.
Wij hebben het hier over de
uitzending van Nederlandse
militairen bij taken in de sfeer van de
collectieve rechtshandhaving en de
bescherming van de internationale
rechtsorde. Wij hebben nu te maken
met een veranderde internationale
situatie. Na de val van de Muur in
1989 is er sprake van zeer frequente
uitzending van Nederlandse
militairen naar missies in het
buitenland. De overige verplichtingen
onder de termen van het NAVO-
verdrag en de verdediging van ons
grondgebied zijn immers goed
geregeld.
De staatsrechtelijke praktijk die is
gegroeid, is bevredigend, ik herhaal
wat ik vanochtend in het algemeen
overleg heb gezegd. Toch is dat naar
de visie van mijn fractie geen reden
om af te zien van een poging om tot
een doeltreffend en volwaardig
formeel wettelijk kader te komen. De
motie-Van Middelkoop vraagt de
regering om te pogen het
instemmingsrecht van de Kamer in
formele zin vast te leggen. Dat
streven heeft onze sympathie. Het
gaat om een belangrijk onderwerp
met een grote draagwijdte en
vergaande implicaties. Het gaat niet
om een verkapte afkeuring van de
huidige staatsrechtelijke praktijk.
Integendeel. Het is een poging om
datgene vast te leggen wat het
parlement belangrijk vindt in het
verkeer met de regering en met de
samenleving.
Natuurlijk zijn er veel haken en
ogen verbonden aan de reikwijdte,
de inhoud en de vorm van het
eventuele wettelijke instrument. Er
zijn operationele overwegingen en
andere overwegingen waaraan de
regering zou moeten voldoen vanuit
het oogpunt van behoorlijk bestuur.
Deze kunnen bij de voorbereiding
van een wetsvoorstel zorgvuldig
worden afgewogen door de regering.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2682">

 
<spreker pagina="38-2682" anker="878" partij="AOV" naam="Verkerk">
 Voorzitter!
Namens de fractie van het AOV merk
ik op dat wij vinden dat in eerste
instantie de grenzen beveiligd
moeten worden. Daarop dient de
organisatie van de krijgsmacht
georie¨nteerd te zijn. Daarnaast heeft
de inzet die Nederland tot nu toe op
verschillende terreinen in VN-kader
heeft bijgedragen, onze uitdrukkelijke
instemming vanwege de handhaving
van de fundamentele rechten van de
mens en de internationale rechtsorde
die daarmee gepaard gaat.
Het AOV neemt de parlementaire
betrokkenheid en verantwoordelijk-
heid zeer hoog op. Dat heb ik ook
gezegd, toen wij de achterban van
militairen die momenteel in Bosnie¨,
ex-Joegoslavie¨, zitten, heb mogen
ontmoeten. Wij zijn de regering zeer
erkentelijk voor de wijze waarop zij
tot nu toe met informatie over de
uitzending van militairen en
andersoortig geu¨niformeerd
personeel naar het buitenland is
omgegaan.
Wij vonden de toezegging van de
regering vanmorgen in het overleg
wat mager. Er is verwezen naar een
groeiend gewoonterecht. De
mogelijkheid tot afkeuring door het
parlement is er wel, maar die is dan
wel zeer definitief voor een regering.
Wij vonden de argumentatie dus
niet zo duidelijk. Wij zouden graag
vastgelegd zien dat de regering
invloed heeft binnen de groep
landen die in VN-kader opereert. Ook
met het oog daarop willen wij nu
onze steun aan de motie-Van
Middelkoop verlenen, omdat hiermee
het instemmingsrecht van het
parlement formeel wordt vastgelegd.
Dat is dan echter op een positieve
wijze bedoeld.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2683">

 
<spreker pagina="38-2683" anker="879" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Voorzitter!
Wij hebben vanochtend een
interessante gedachtenwisseling met
de regering gehad over het
onderhavige onderwerp. Ik wil tegen
de heer Van den Doel het volgende zeggen: als iets wat van de vroegere
minister van Defensie afkomstig is,
langere tijd niet besproken wordt,
dan betekent dat natuurlijk nog niet
dat het daarom niet belangrijk zou
zijn.
De heer Van Middelkoop had gelijk
toen hij ook de PvdA-fractie noemde
als een van de fracties die aan de
minister van Defensie Ter Beek
gevraagd hadden om dieper op het
onderwerp in te gaan. Daar gaat het
immers om. Er wordt een staatsrech-
telijk novum ingevoerd ten aanzien
van de uitzending van Nederlandse
eenheden buiten het verdragsgebied
van de NAVO. Die uitzending behoeft
namelijk de instemming van de
Kamer. Dat is nog iets anders dan de
normale handelwijze, waarbij
volgens artikel 68 van de Grondwet
de regering de Kamer informeert en
de Kamer daarover een standpunt
kan innemen.
Het mag waar zijn dat de Kamer in
normale gevallen van de regering de
verzekering krijgt dat zij van tevoren
geı¨nformeerd wordt, maar in de brief
van de regering wordt het formele
instemmingsrecht alleen niet
expliciet genoemd. Wij moeten dus
een weg vinden om dat formele
instemmingsrecht te regelen. Dat is
de vraag die de heer Van Middelkoop
nu stelt. Het kan bij wet of anders-
zins, dat laten wij voorlopig aan de
regering. Wij blijven daar echter alert
op. Daarom heeft ook mijn fractie de
motie van de heer Van Middelkoop
ondersteund.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2683">

 
<spreker pagina="38-2683" anker="880" partij="GroenLinks" naam="Sipkes">

Voorzitter! Ik vond het overleg van
vanmorgen nogal verrassend. Het
enige wat al een tijdje door de
Kamer gevraagd wordt, is een
zorgvuldige besluitvorming. Wij
willen betrokken zijn bij de uitzen-
ding van militairen naar situaties
buiten het NAVO-verdragsgebied. Wij
willen eigenlijk niets anders dan het
geven van een wettelijke basis aan
het gewoonterecht zoals dat nu
bestaat.
Wij willen een heldere
besluitvormingsprocedure. Het verzet
daartegen van de VVD verbaast mij.
Het verzet van de kant van de
regering verbaast mij helemaal. Wij
hebben vanmorgen alleen informatie
gekregen over een aantal compleet
hypothetische situaties, waarover de minister van Defensie al zegt: maar
daar kan het allemaal niet bij. Waarom zegt hij niet: een aantal
problemen kan zich voordoen, maar
dat hangt natuurlijk ook van de
inhoud van de wet af. Wij willen een
simpele vastlegging van het feit dat
de Kamer gehoord wordt. Dat is ook
een wettelijke basis voor de
verantwoordelijkheid die de Kamer
draagt. Dat lijkt mij vrij helder.
De toegezegde checklist is niets
anders dan een lijst, waarbij wij op
voorhand kunnen kijken wat de
criteria voor de Nederlandse regering
zijn om over te gaan tot uitzending.
Dat gaat dus om het
besluitvormingsproces van de
regering zelf. Wij controleren dat
inderdaad achteraf. Die lijst moet er
gewoon zijn, of er een wettelijke
regeling is of niet. Dat staat er
volledig los van. Op basis van die
criteria kijken wij gewoon na
wanneer wij onze toestemming
geven voor uitzending.
Voorzitter! Ik vind het dus echt
verbazingwekkend dat er op deze
manier gereageerd en verzet
geboden wordt. Daarom hebben wij
de motie van de heer Van Middel-
koop medeondertekend. Die zal het
inmiddels wel halen en, ik neem aan,
ook uitgevoerd worden.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="38-2683">

 
<spreker pagina="38-2683" anker="881" soort="Minister" naam="Voorhoeve">
 Mijnheer de
voorzitter! Ik begin met de opmerkin-
gen van mevrouw Sipkes, die heeft
gezegd hoe belangrijk het is dat er
zorgvuldige besluitvorming met
heldere toetsingsmomenten is. Dat
onderschrijft de regering en daar is
het de regering ook om te doen. Die
zorgvuldige besluitvorming is heel
duidelijk gegroeid in de praktijk van
het overleg tussen regering en
volksvertegenwoordiging. Constitu-
tioneel gezien ligt de primaire
verantwoordelijkheid voor het
bestuur – daar valt ook de uitzending
van militairen in verschillende
functies onder – bij de regering. De
regering regeert en de Kamer
controleert. Daarom heeft de regering – dat wil zeggen: het vorige
kabinet – in de besproken notitie, die
wij vanochtend in het algemeen
overleg centraal stelden, de
gegroeide staatsrechtelijke praktijk
van informatieverschaffing en
uitgebreid overleg met de Kamer
vastgelegd. Die praktijk sluit volledig
aan bij de in de artikel 68 van de
Grondwet neergelegde informatie-
plicht en bij de fundamentele
bepaling van artikel 98, tweede lid,
dat bepaalt dat het oppergezag over
de krijgsmacht bij de regering berust. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2683" anker="882" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Voorzit-
ter!... 

</spreker>
<spreker pagina="38-2683" anker="883" naam="De voorzitter">
 Mag ik u erop wijzen
dat wij vanochtend het overleg
hebben gevoerd en dat dit een puur
afrondend debat is om de moties te
kunnen indienen? Ik heb geen
bezwaar tegen een interruptie, als zij
maar geen herhaling van vanochtend
is. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2683" anker="884" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Laat ik
inderdaad even wachten tot de
minister van Defensie zijn betoog
heeft afgerond. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2683" anker="885" naam="De voorzitter">
 Ik had al het
vermoeden dat dit wijs zou kunnen
zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2683" anker="886" soort="Minister" naam="Voorhoeve">
 Onder de
huidige omstandigheden heeft de
Kamer in de praktijk een zeer
belangrijke stem bij besluiten om
militairen uit te zenden. Er zijn geen
militairen voor operaties buiten het
NAVO-verdragsgebied uitgezonden
zonder toestemming van de
meerderheid van de Kamer. De
verantwoordelijkheid van de Kamer
bij uitzending van militairen bestaat
feitelijk al, los van een wettelijke
regeling. Het is dan ook de vraag wat
een wettelijke instemmingsregeling
aan de huidige praktijk zou toevoe-
gen. Elke wettelijke regeling zou
overigens moeten voorzien in de
noodzaak dat de regering in
spoedeisende gevallen en uitzonde-
ringsgevallen, bijvoorbeeld gijzel-
nemingen, direct tot uitzending van
militairen moet kunnen overgaan,
zonder voorafgaand openbaar
overleg en toestemming van de
Kamer.
Gelet op de onvoorspelbaarheid
van de situaties die zich op
internationaal terrein kunnen
voordoen, heeft het de voorkeur van
de regering om snel en constructief
te kunnen reageren en zich niet
vooraf in een keurslijf gedwongen te
weten. Het is aanbevelenswaardig
dat de gegroeide staatsrechtelijke
praktijk zich verder via het gewoonte-
recht kan ontwikkelen. Uiteraard zal
daar waar in noodsituaties tot snelle
uitzending moet worden overgegaan,
de Kamer steeds zo snel mogelijk
worden geı¨nformeerd en oefent het
parlement zijn controlerende taak ten
volle uit door spoedig een algemeen
overleg of een debat te houden
waarin het regeringsbeleid wordt
beoordeeld.
Het is de vraag hoe een wettelijke
instemmingsregeling kan voorzien in
diverse casusposities en praktische
vraagstukken, zoals uitzending van
kleine aantallen militairen voor
waarnemings- of verkennings-
missies, EHBO-taken en humanitaire
noodhulptaken, verandering van
taken van uitgezonden militairen of
verandering van aantallen. Een geval dat zich vandaag voordoet: wat
gebeurt er indien een hoge officier
wordt benoemd tot commandant van
VN-troepen? Is dan vooraf, voordat
de betrokkene kandidaat wordt
gesteld voor die functie, expliciete
instemming van de Tweede Kamer
nodig? Hoe worden aflossingen
geregeld? Een wettelijke regeling zal
veel van zulke praktische vragen
oproepen en zal de feitelijke controle
van de Kamer op het regeringsbeleid
niet wezenlijk veranderen. Die
feitelijke controle is er ten volle. De
bestaande praktijk heeft niet tot
klachten geleid over de wijze waarop
de regering de Kamer heeft
betrokken bij de uitzending van
militairen, zo hebben wij vanochtend
in het algemeen overleg vastgesteld.
Wij hebben dergelijke klachten niet
gehoord, hoewel wij daar specifiek
om hebben gevraagd. Wij weten dus
ook niet wat de Kamer eigenlijk aan
het gegroeide gewoonterecht zou
willen verbeteren met expliciete
wetgeving. Voorts wijs ik erop dat in
veel landen waar een wettelijke
regeling is ontworpen er weinig
positieve ervaringen mee zijn
opgedaan. Ik wijs bijvoorbeeld op de
problematiek van de War Powers Act
in de Verenigde Staten. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="887" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Voordat de
minister het debat helemaal over
doet, wil ik hem op een ding wijzen.
Het gaat hier niet om de vraag hoe
wij onze controlerende bevoegdheid
precies kunnen uitoefenen en dus
ook niet om de vraag of er een
staatsrechtelijk gewoonterecht is om
alle informatie te krijgen om controle
uit te oefenen. Dat hebben wij
immers bij alles wat de regering
doet. De vraag is of er, in zekere zin
naar analogie van het oude artikel
96, een gezamenlijke formele
verantwoordelijkheid is van Kamer
en regering. Dat is de belangrijke
principie¨le vraag. Als u daar ’’ja’’ op
zegt, is de rest natuurlijk te regelen. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="888" soort="Minister" naam="Voorhoeve">
 Die gezamen-
lijke verantwoordelijkheid is er en die
manifesteert zich in de wijze waarop
regering en Kamer met elkaar
omgaan en met elkaar om zijn
gegaan bij vraagstukken van
uitzending van militairen. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="889" partij="PvdA" naam="Van Traa">
 Dan moet
u dat geen ’’controleren’’ noemen. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="890" soort="Minister" naam="Voorhoeve">
 Naar de
mening van de regering voldoet de
gegroeide praktijk van nauw overleg
met de volksvertegenwoordiging
voor en tijdens de uitzending
uitstekend. Als de Kamer insisteert
met deze motie, wil de regering zich
nader op dit vraagstuk beraden. Het
betreft in feite een constitutionele
kwestie, waar vooral de minister van
Binnenlandse Zaken over geraad-
pleegd dient te worden en waar men
ook de Raad van State over zou
kunnen raadplegen.
Ik heb vanochtend reeds een
notitie toegezegd over het toetsings-
kader voor uitzending van militairen.
Op grond van zulk een notitie kan de
discussie van regering en Kamer zich
verder ontwikkelen. Ik raad de Kamer
dan ook aan, die discussie eerst te
voeren en nu vanmiddag geen
overhaaste conclusies te trekken die
ertoe kunnen leiden dat de bevredi-
gende praktijk wordt gecompliceerd.
Ik verzoek de Kamer dan ook de
motie aan te houden tot na deze
discussie over de reeds toegezegde
notitie. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="891" partij="GPV" naam="Van Middelkoop">
 Ik
ben erg benieuwd naar de notitie
over de criteria die de minister
vanochtend heeft aangekondigd.
Daar hebben wij de afgelopen jaren
veel over gediscussieerd en daar zijn
wij niet veel verder mee gekomen. Ik
wacht het wel af. Dat heeft betrekke-
lijk weinig te maken met de zaak
waar wij vandaag over discussie¨ren,
namelijk het instemmingsrecht van
de Kamer bij de uitzending van
militairen. Ik denk dat de normale en
goede gang van zaken is dat als de
Kamer een bepaalde wens formu-
leert en die vastlegt in een motie, de
regering die vervolgens uitvoert.
Daar kan dan heel goed overleg met
wie dan ook bij passen, bijvoorbeeld
de minister van Binnenlandse Zaken.
Dat is volledig de eigen verantwoor-
delijkheid van de minister van
Defensie of die van de minister van
Buitenlandse Zaken. Dat lijkt mij de
goede volgorde en daar past geen
verzoek bij om de motie aan te
houden. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="892" soort="Minister" naam="Voorhoeve">
 In de motie
wordt vooruitgelopen op een
mogelijke conclusie van nader
overleg over dit onderwerp, waartoe
reeds vanochtend in het algemeen
overleg is besloten. U vraagt in de
motie om een regeling voor te
bereiden waarin is vastgelegd dat
het parlement bij uitzending van
militaire eenheden een formeel
instemmingsrecht wordt verleend. U
trekt dus al een conclusie. Ik vraag u
om eerst de discussie voort te zetten
voordat dit soort definitieve
conclusies worden getrokken. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="893" partij="GPV" naam="Van Middelkoop">
 Die
discussie hebben wij vanochtend
gevoerd. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="894" naam="De voorzitter">
 Die hoeft hier dus
niet meer herhaald te worden. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="895" partij="GPV" naam="Van Middelkoop">
 Die
ambitie heb ik helemaal niet. 

</spreker>
<spreker pagina="38-2684" anker="896" naam="De voorzitter">
 Op enig moment zijn
de argumenten gewisseld.
Ik neem aan dat de minister van
Buitenlandse Zaken het woord nu
niet wenst te voeren, maar zich
automatisch heeft aangesloten bij
hetgeen de minister van Defensie
zonet heeft gezegd. Dat kan
staatsrechtelijk gezien ook niet
anders.
De beraadslaging wordt gesloten.
De vergadering wordt van 18.20 uur
tot 18.50 uur geschorst.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


