<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN2035]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Stemming over een motie, ingediend bij het debat over de wetsvoorstellen inzake belastingen op milieugrondslag, te weten:de motie-K. Zijlstra c.s. over de milieukundige rechtvaardiging van een heffing op de winning van grondwater (23935, nr. 117d)</item>
<item attribuut="Bestand"> 23 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Milieu (Milieuheffingen)
Belastingen (Belastingrecht)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Belastingen
Afvalstoffen</item>
<item attribuut="Dossiernr">23935</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 9, Eerste Kamer, pag. 437-438</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">21-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN2035</item>
<item attribuut="Omvang">2 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Eerste Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Stemmingen</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Financie¨n</item>
<item attribuut="doccode">EK 12</item>
<item attribuut="voorzitter">Heijne Makkreel</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="12-437">

Aan de orde is de stemming in
verband met het wetsvoorstel
Wijziging van de Coo
¨ rdinatiewet
Sociale Verzekering, de
Ziekenfondswet en de Wet
aanpassing uitkeringsregelingen
overheveling opslagpremies in
verband met de invoering van
een premievrije voet voor het
werkgeversdeel van de procen-
tuele premie voor de
ziekenfondsverzekering (Wet
invoering franchise ZFW-premie)
(23964). 
<spreker pagina="12-437" anker="247" naam="De voorzitter">
 Ik geef gelegenheid
tot het afleggen van stemverklarin-
gen vooraf.</spreker>
<blok pagina="12-437">

 
<spreker pagina="12-437" anker="248" partij="PvdA" naam="Van der Meer">

Mijnheer de voorzitter! Na lezing van
de stukken en de Handelingen van
de Tweede Kamer over dit wetsvoor-
stel vond mijn fractie dat de regering
haar afwegingen met betrekking tot
de voor- en nadelen van deze wet
duidelijk uiteen heeft gezet. Wij
konden dat volgen en wij hadden
geen behoefte om het debat van de
Tweede Kamer hier nog eens over te
doen. Wij hebben vandaag niets
gehoord dat niet al eerder is
behandeld en dat ons oordeel nader
zou kunnen beı¨nvloeden. Wij zullen
onze stem aan dit wetsvoorstel
geven.
In stemming komt het wetsvoorstel. 

</spreker>
<spreker pagina="12-437" anker="249" naam="De voorzitter">
 Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van
de PvdA, de VVD, D66 en GroenLinks
voor het wetsvoorstel hebben
gestemd en die van de overige
fracties ertegen, zodat het is
aangenomen.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="12-437">

Aan de orde is de stemming in
verband met het wetsvoorstel
Wijziging van bepalingen van de
Mediawet in verband met het
beperken van de duur waarvoor
concessies voor omroepver-
enigingen, zendtijdtoewijzingen
voor kerkgenootschappen en
genootschappen op geestelijke
grondslag en toestemmingen
voor commercie
¨ le omroep-
instellingen kunnen worden
verleend, tot een periode van vijf
jaren (23978).
(Zie vergadering van 20 december
1994.) 
<spreker pagina="12-437" anker="250" naam="De voorzitter">
 Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van
de PvdA, de VVD, D66 en GroenLinks
voor het wetsvoorstel hebben
gestemd en die van de overige
fracties ertegen, zodat het is
aangenomen.

</spreker>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="12-437">

Aan de orde is de stemming over
een motie, ingediend bij het debat
over de wetsvoorstellen inzake
belastingen op milieugrondslag, te weten:
- de motie-K. Zijlstra c.s. over de
milieukundige rechtvaardiging van
een heffing op de winning van
grondwater (23935, nr. 117d).
(Zie vergadering van 20 december
1994.) 
<spreker pagina="12-437" anker="251" naam="De voorzitter">
 Ik geef gelegenheid
tot het afleggen van stemverklarin-
gen vooraf.</spreker>
<blok pagina="12-437">

 
<spreker pagina="12-437" anker="252" partij="CDA" naam="Van Dijk">
 Mijnheer
de voorzitter! De tekst van de
voorliggende motie leest wat
moeilijk, maar wie de moeite heeft
genomen om de tekst zorgvuldig
door te nemen, kan geen andere
conclusie trekken dan dat de motie
een impliciete verwerping van de
grondwaterbelasting inhoudt. Je zult
maar neerleggen in een motie dat je
twijfelt aan de milieukundige
rechtvaardiging van een dergelijke
belasting – en welke andere
rechtvaardiging hebben wij – en
verzoeken of nog eens naar die
rechtvaardiging gekeken kan worden.
Je raakt daarmee een belasting in
het hart, want als die rechtvaardiging
in twijfel kan worden getrokken,
deugt de wet niet.
Ik zei gisterenmiddag bij de
behandeling dat ik de indruk had
gekregen dat de indieners, de drie
fracties die achter deze motie staan
en die ook hun stem aan het
wetsvoorstel hebben gegeven, zich
vasthouden aan twee reddings-
boeien. De ene is de toekomstige
gedegen notitie van de staatssecreta-
ris van Financie¨n en het tweede is de
evaluatie die over een paar jaar moet
plaatsvinden. Toen ik de motie las, dacht ik: ik moet een andere
metafoor kiezen; dit lijkt meer op een
vijgeblad. Ik wens de betrokken
ondertekenaars veel succes in een
paar jaar durende situatie, waarin ze
zich vasthouden aan twee reddings-
boeien en ook dat vijgeblad nog op
zijn plaats moeten houden.
De twijfels die in deze motie
worden uitgesproken over de
grondwaterbelasting, zijn een zo
welsprekende vertolking van een
aantal twijfels die wij zelf ook
hadden, dat wij onze stem zeker niet
zullen onthouden aan deze motie.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="12-437">

 
<spreker pagina="12-437" anker="253" partij="SGP" naam="Barendregt">
 Mijnheer
de voorzitter! Gehoord de kritische
beschouwingen die de meeste
fracties in eerste en tweede instantie
over deze wetsvoorstellen hebben
gehouden, hadden wij de indruk dat
ze de eindstreep niet zouden halen.
Dat is wel gebeurd, omdat er een
aantal voorwaarden aan zijn
verbonden die in deze motie zijn
vastgelegd. Van onze kant is gesteld
dat de voorwaarden die in deze
motie zijn neergelegd, niet pas over
twee jaar aan de orde zouden
moeten komen, maar vandaag al en
dat ze in de besluitvorming zouden
moeten worden meegenomen.
Deze wetsvoorstellen die zijn
aangenomen, verbonden met de
motie, als die ook wordt aangeno-
men, zijn in onze opvatting op een
voorwaardelijke wijze aanvaard. Dat
betekent dat er met betrekking tot
deze motie in feite sprake is van een
novelle op afstand en op voorwaar-
den. Om achteraf te bereiken wat wij
eigenlijk gisteren al hadden willen
bereiken, zullen wij deze motie toch
steunen.
In stemming komt de motie. 

</spreker>
<spreker pagina="12-437" anker="254" naam="De voorzitter">
 Ik constateer dat deze
motie met algemene stemmen is
aangenomen.
De vergadering wordt enkele
minuten geschorst.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="12-438">

Aan de orde is de voortzetting van
de behandeling van de wetsvoorstel- len:
- Vaststelling van de begroting
van de uitgaven en de ontvang-
sten van de Nationale Schuld
(IXA) voor het jaar 1995
(23900-IXA);
- Wijziging van hoofdstuk IXA
(Nationale Schuld) van de
begroting van de uitgaven en de
ontvangsten voor het jaar 1993
(Slotwet; rekening) (23842);
- Vaststelling van de begroting
van de uitgaven en de ontvang-
sten van het ministerie van
Financie
¨ n (IXB) voor het jaar
1995 (23900-IXB);
- Wijziging van hoofdstuk IXB
(Ministerie van Financie
¨ n) van de
begroting van de uitgaven en de
ontvangsten voor het jaar 1993
(Slotwet; rekening) (23843);
- Wijziging van de begroting
van de lasten en de baten en van
de kapitaaluitgaven en
-ontvangsten van het Staats-
muntbedrijf voor het jaar 1993
(Slotwet; rekening) (23844);
- Wijziging van de inkomsten-
belasting (kapitaalverzekeringen
en periodieke uitkeringen)
(23023);
- Wijziging van de Wet op de
loonbelasting 1964, de Wet op
de vermogensbelasting 1964, de
Successiewet 1956, de Wet op
de inkomstenbelasting 1964, de
Wet op de vennootschaps-
belasting 1969, de Invorderings-
wet 1990 en de Coo
¨ rdinatiewet
Sociale Verzekering naar
aanleiding van de herziening van
het fiscale regime voor
onderhoudsvoorzieningen en
bepaalde spaarvormen in de
inkomstenbelasting (Aanpassing
van de Wet op de loonbelasting
1964 en andere wetten aan
Brede Herwaardering) (23046);
- Wijziging van de vermogens-
belasting (wijziging
ondernemingsvrijstelling)
(23940);
- Wijziging van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964, de
Wet op de loonbelasting 1964 en
de Algemene Ouderdomswet in
het kader van de invoering van
een ouderenaftrek (23941);
- Wijziging van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964, de
Wet op de loonbelasting 1964 en
de Wet van 24 december 1993,
Stb. 733, in het kader van het
belastingplan 1995 (23942);
- Wijziging van de Wet op de
loonbelasting 1964 en van een
aantal andere wetten houdende
aanpassing van het regime voor
werknemersspaarregelingen
(23943);
- Wijziging van de Wet op de
omzetbelasting 1968 in verband
met de invoering van een
bijzondere regeling voor
gebruikte goederen, kunstvoor-
werpen, voorwerpen voor
verzamelingen en antiquiteiten
(23952);
- Wijziging van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964 en de
Wet op de vennootschaps-
belasting 1969 (onbeperkte
voorwaartse verrekening van
ondernemingsverliezen en
vaststelling van verliezen bij
beschikking) (23962).
(Zie vergadering van 20 december
1994.)
De beraadslaging wordt hervat.<blok pagina="12-438">

 
<spreker pagina="12-438" anker="255" soort="Minister" naam="Zalm">
 Voorzitter! Toen ik
gisteren de betogen in eerste termijn
hoorde, was ik even bang dat er voor
mij weinig vragen te beantwoorden
zouden zijn. Gelukkig hebben enkele
leden de gelegenheid aangegrepen
nog iets te zeggen over de algemene
financie¨le beschouwingen. Ik ga dan
ook graag op de gemaakte opmerkin-
gen in.
De heer Schinck vroeg zich af of in
plaats van een ouderenaftrek het
verhogen van de AOW niet
eenvoudiger zou zijn. Om een aantal
redenen geeft de regering de
voorkeur aan de ouderenaftrek. De
eerste reden is de systematiek van
de WKA, waarin wettelijk is
vastgelegd welke uitkeringen volgens
deze systematiek worden aangepast.
Deze systematiek is gewoon gevolgd.
De tweede reden is, zoals de heer
Schinck zelf opmerkt, dat er sprake is
van een zekere toespitsing bij de
ouderenaftrek op ouderen met een
wat lager inkomen in de eerste schijf.
Om deze twee redenen hebben wij
voor de ouderenaftrek gekozen.
De heren Schinck en Schuyer
hebben gesproken over het
spaarloon en de indirecte effecten
die zich daarbij voordoen, waardoor
alles bij elkaar opgeteld de budget-
taire schade geringer zou zijn. Er zijn
natuurlijk veel maatregelen die
allemaal effecten veroorzaken. Een
van de effecten van loonmatiging is
derving van loonbelasting. Wij
moeten dus niet alleen onze
zegeningen tellen. In ons voorstel
hebben wij rekening gehouden met
een indirect effect. Dat is al een
beetje zondig, omdat wij normaal
gesproken bij autonome maatregelen
louter en alleen het effect van de
eerste orde meetellen. Ik doel nu op
een effect van de tweede orde in de
vennootschapsbelasting, die direct
met het spaarloon samenhangt. De
overhevelingstoeslag leidt, los van
het effect op de loonvorming, tot
extra vennootschapsbelasting. Wij
hebben daarmee rekening gehouden.
Voor het overige zijn wij toch wat
voorzichtig.
Wij weten dat bepaalde maatrege-
len een gunstig effect op de
economische ontwikkeling hebben.
Dat aspect verwaarlozen wij niet. Bij
de budgettaire verantwoording en
afwikkeling staan wij huiverig
tegenover het meetellen van allerlei
indirecte effecten, al was het maar
omdat je zonder Centraal planbureau
nooit meer een budgettaire
opstelling zou kunnen maken. Ik voel
veel liefde voor het Centraal
planbureau, maar het is ook weleens
prettig als je zonder dat bureau kunt.
Voorzitter! De heer De Boer heeft
een vraag gesteld over de dekkings-
problematiek bij het onderwijs. Ik
heb daarover zoe¨ven aan de
overzijde iets mogen zeggen. De
conclusie was dat er geen dekkings-
problematiek is. Daarmee heeft de
opstelling het goedkeuringsstempel
van de minister van Financie¨n
kunnen krijgen.
Ik ben de heer De Boer erkentelijk
voor de drie complimenten die hij
heeft uitgedeeld. Hij zei daarvan zelf
dat dit niet erg gebruikelijk is. Die
complimenten betroffen de
budgetdiscipline, het realiseren van
onderuitputting en de heldere
memorie van toelichting. Voor die
eerste twee punten gaat het krediet
ook naar het vorige kabinet en naar
mijn ambtsvoorganger op deze post.
Voor de heldere taal in de memorie</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


