<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN2037]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Behandeling van het wetsvoorstel Overgangsregeling voor de heffing van motorrijtuigenbelasting inzake motorrijtuigen met een tenaamstelling van het kentekenbewijs van voor het kalenderjaar 1988, en vervanging van het wisseldisconto van De Nederlandsche Bank N.V. door de voorschotrente van De Nederlandsche Bank N.V. in de Wet op de accijns en de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (23981)</item>
<item attribuut="Bestand"> 25 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Belastingen (Motorrijtuigenbelasting)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Motorrijtuigenbelasting
Kentekens</item>
<item attribuut="Dossiernr">23981</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 9, Eerste Kamer, pag. 461-463</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">21-12-1994</item>
<item attribuut="Document-id">HAN2037</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Eerste Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Grijs kenteken</item>
<item attribuut="doccode">EK 12</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="12-461">

Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Overgangs-
regeling voor de heffing van
motorrijtuigenbelasting inzake
motorrijtuigen met een tenaam-
stelling van het kentekenbewijs
van voor het kalenderjaar 1988,
en vervanging van het wisseldis-
conto van De Nederlandsche
Bank N.V. door de voorschot-
rente van De Nederlandsche
Bank N.V. in de Wet op de
accijns en de Wet op de belas-
ting van personenauto’s en
motorrijwielen 1992 (23981).
De beraadslaging wordt geopend.

<blok pagina="12-461">

 
<spreker pagina="12-461" anker="41" partij="CDA" naam="Boorsma">
 Mijnheer
de voorzitter! Het is laat en het is de
laatste vergadering. Ik geloof, dat het
50 meter van hier was dat gezegd werd: maak het kort! Dat zal ik ook
doen.
De afgelopen maandagavond is
wetsvoorstel 23782 behandeld, de
faciliteit voor de zeevaart. Dat
wetsvoorstel is ingediend – en
inmiddels aangenomen – op grond
van een motie, waarvoor de
voorzitter en ik ons destijds hebben
ingespannen en welke kamerbreed
werd aanvaard. Het ging daarbij om
de vereenvoudiging van regelgeving,
een van de punten waarop dit huis
pleegt te letten en waar in dit geval
de kracht van de Kamer bleek.
Bij het voorliggende wetsvoorstel
23981 gaat het om een ander punt
waar dit huis op pleegt te letten,
namelijk de betrouwbaarheid van de
overheid als het gaat om gewekte
verwachtingen en gedane toezeggin-
gen. Er is toen een toezegging
gedaan om eerbiedigende werking te
verstrekken.
Een enkele opmerking wil ik over
dat wetsvoorstel nog maken. In de
memorie van toelichting wordt
gesuggereerd, dat diverse leden van
de Eerste Kamer gevraagd hebben
om die toezegging. Uit het stenogra-
fisch verslag blijkt, dat de heer Van
Rey van de VVD ons te hulp komt
door erop te wijzen dat het vooral
een toezegging is geweest aan het
adres van de CDA-fractie, die zich op
dat punt nogal beijverd heeft.
De memorie van toelichting is
overigens een heel merkwaardig stuk: ’’Tijdens de mondelinge
behandeling in de Eerste Kamer op
15 december 1993 van het voorstel ...
heb ik toegezegd een wetsvoorstel
aan het parlement te zullen
voorleggen.’’ Op de volgende bladzijde staat: ’’Tijdens de monde-
linge behandeling van de wet op 16
december 1993 herinnerden diverse
leden van de Eerste Kamer mij aan
deze groep motorrijtuigen.’’ ... ’’Van
deze gelegenheid maak ik tevens
gebruik ...’’ Was getekend de
staatssecretaris van Financie¨n,
Vermeend. Zou het gaan om een
wettekst, dan zou ik moeten vragen
om een novelle omdat er duidelijk
sprake is van een verschrijving. Mijn
geheugen leert mij namelijk, dat op
dat moment de heer staatssecretaris
een belangrijk lid van de Tweede
Kamer was doch geen staatssecreta-
ris van Financie¨n. Er is hier dus
duidelijk sprake van een verschrij-
ving. Ik vond het leuk om dit op te
merken.
Mijnheer de voorzitter! Wij zijn blij
met de totstandkoming van deze
aanpassing, omdat het hier gaat om
een toezegging welke ons destijds is
gedaan. Ik wilde daar toch een enkel
woord aan wijden als dank.
Voorzitter! De heer Barendregt
heeft gezegd, dat dit een van de
laatste keren was dat hij zou kunnen
spreken met de bewindslieden, in
ieder geval waar het gaat om de
vaststelling van een begroting e.d. Ik
hecht eraan om hier, ook voor de
Handelingen, op te merken dat dit de
laatste keer is dat wij in deze Kamer
een andere collega zullen zien die
niet in de commissie Financie¨n zit en
toch hier pleegt te blijven zitten,
namelijk collega Henk Pro¨pper. Hij is
gisteren uitvoerig uitgezwaaid door
de voorzitter en ik zal dat ook niet
herhalen. De grote waardering die
toen geuit is, wil ik hier herhalen
voor de Handelingen. Henk Pro¨pper,
geen lid van de commissie Financie¨n
en toch zit hij hier nog steeds naar
ons te luisteren. Ik weet dat er nog
een aantal leden naar ons luistert
maar collega Henk Pro¨pper was altijd
van de partij. Geweldig bedankt!
Voorzitter! Rest mij een gezegende
Kerst en de beste wensen voor het
nieuwe jaar toe te wensen aan de
staatssecretaris van Financie¨n, de
voorzitter, de collegae in dit huis, het
personeel van dit huis dat nu ook
heel lange en zware dagen maakt, en
de ambtenaren van Financie¨n op de
tribune.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="12-461">

 
<spreker pagina="12-461" anker="42" partij="D66" naam="Schuyer">
 Voorzitter!
Wij hebben het de afgelopen uren
gehad over de mogelijkheden om
ergens geld te zoeken en het dan
weer ergens anders af te halen.
Welnu, bij het grijs kenteken zijn er
mogelijk een paar tips te geven.
De staatssecretaris heeft in de
Tweede Kamer opgemerkt dat bij dit
onderwerp toch niets nieuws aan de
hand is, dat het uitvoering van
toegezegd beleid is. Daar heeft hij
gelijk in. Maar het feit dat er telkens
weer over dit onderwerp gesproken
wordt, laat zien hoe ontevreden men
erover is. De woorden ’’overkill’’ en
’’frustratie’’ zijn gevallen en er is
voorgesteld het dossier nu maar snel
te sluiten en te vergeten.
Als dan ook nog blijkt op een
vraag van mijn fractie dat er in het
grijs kenteken tot 3500 kilo ongeveer
565 mln. omgaat, om het zo maar
eens uit te drukken, dan is er toch
reden ons eens te bezinnen of wij
wel op de goede weg zitten, zeker als
je – ik schat het maar aan de veilige
kant – ongeveer 20% oneigenlijk
gebruik mag veronderstellen. Met
andere woorden, zou het niet beter
zijn om het oorspronkelijke voorstel opnieuw te overwegen: elke auto tot
2500 kilo valt onder het begrip
personenauto. De kleine ondernemer
die daarvan de dupe zou worden,
kan toch ook op een andere manier
fiscaal tegemoet gekomen worden
door een aftrek, bijvoorbeeld van
autokosten en aanschaf voor de
inkomstenbelasting.
Men kan rustig aannemen dat het
oneigenlijk gebruik van het kenteken
die 20% a` 30% gemakkelijk haalt. Dat
betekent dan een verlies aan
belastingfaciliteit van 100 mln. tot
150 mln. Als je een dergelijk
wetsvoorstel gepaard zou laten gaan
met een volledige eerbiedigende
werking voor alle auto’s met grijs
kenteken, desnoods ook nog
wanneer ze van eigenaar verwisse-
len, dan valt het met de onrust die
het voorstel zou oproepen in de
ogen van mijn fractie wel mee.
Als ook deze nieuwe bewindslie-
den niets voelen voor een dergelijke
wijziging, dienen zij ook te accepte-
ren dat een oneigenlijk gebruik van
zo’n 20% onvermijdbaar is, ongeacht
welke regeling men ook bedenkt. In
dat geval zou mijn fractie graag zien
dat er de komende tien jaar volledige
rust blijft op het front van het grijs
kenteken en dat de regering toezegt
niet met verdere verfijnings-
maatregelen te komen als blijkt dat
ook deze laatste verfijningen weer
niet het gewenste resultaat blijken te
hebben. Wij zijn benieuwd welke van
de twee mogelijkheden deze nieuwe
staatssecretaris zal kiezen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="12-462">

 
<spreker pagina="12-462" anker="43" soort="Staatssecretaris" naam="Vermeend">

Voorzitter! Ik dank de heer Boorsma.
Hij heeft het buitengewoon goed
gelezen. Ik was niet ’’ik’’, die ’’ik’’
was de vorige staatssecretaris, mijn
ambtsvoorganger. De heer Boorsma
refereerde aan de Zeescheepvaart-
regeling en ook aan deze regeling. Ik
kan alleen maar onderschrijven dat
het toch mede de kracht van dit Huis
was.
De heer Schuyer heeft mij twee
keuzes gelaten en ik kies dan altijd
een derde. Ik heb ook al in de
Tweede Kamer gezegd dat het om
een dossier met een lange voorge-
schiedenis gaat. Ik ga die voorge-
schiedenis nu niet herhalen. Het
dossier is ook in deze Kamer
behandeld. Hier is ook de problema-
tiek van de eerbiedigende werking
aan de orde gesteld, zoals de heer
Boorsma ook zei. Vervolgens is de
zaak besproken in de Tweede Kamer.
Daar zijn opvattingen kenbaar
gemaakt. In reactie op suggesties in
de Tweede Kamer om toch weer tot
aanpassingen te komen, heb ik
gezegd dat elke wijziging die op enig
moment zou worden doorgevoerd,
tot nieuwe onrust zal leiden en ook
weer tot ongelijke behandeling.
Er lag op een gegeven moment
een voorstel voor. Er is toen van
’’overkill’’ gesproken, er is gezegd
dat het voorstel geen schoonheids-
prijs verdiende. Daar ben ik het
allemaal mee eens, het voorstel
verdiende bestuurlijk zeker niet de
schoonheidsprijs. Maar ik vond wel
dat het toch niet de bedoeling kon
zijn om nog weer wijzigingen door te
voeren.
Wij moeten ons namelijk wel
realiseren dat een groot aantal
belastingplichtigen anticiperend
maatregelen heeft getroffen in
overeenstemming met de wettelijke
regeling. Dus als wij weer wijzigin-
gen zouden hebben doorgevoerd,
zouden wij weer een vracht aan
brieven hebben gekregen van juist
die mensen die op grond van het
voorstel maatregelen hadden
getroffen.
De heer Schuyer heeft gevraagd of
het niet beter zou zijn met een nieuw
voorstel te komen. Maar dat station
is gepasseerd. Ook wat de Tweede
Kamer betreft is de trein inmiddels
doorgereden. Die keuze hebben wij
dus niet gemaakt. Dan moeten wij
volgens de heer Schuyer nu maar de
keuze maken dat er nu rust aan het
front moet komen. Dat is de andere
keuze die hij mij laat.
Ik ben het natuurlijk met hem eens
dat het, ook naar de samenleving
toe, van belang is om nu de regeling
uit te voeren zoals die er nu ligt. De
heer Schuyer heeft gezegd dat ik niet
meer met verfijningsmaatregelen
moet komen als ook nu weer zal
blijken dat in 20% van de gevallen
sprake is van een oneigenlijk
gebruik. Ik kan dat percentage niet
bevestigen. Ik dacht nu juist dat de
regeling zodanig was vormgegeven,
dat oneigenlijk gebruik zoveel
mogelijk wordt tegengegaan. Dat is
tenminste de bedoeling van het
wetsvoorstel.
Tegelijkertijd betekent dit dat wij
nauwlettend moeten volgen of
sprake is van misbruik en oneigenlijk
gebruik. Maar dat geldt voor elke
fiscale wetgeving. Dus ik ga niet
toezeggen dat wij niets zouden doen
als er toch weer oneigenlijk gebruik
gaat optreden. Dat zal de heer
Schuyer ook niet verwachten. Ik denk
dat ik dan of in de Tweede Kamer of
hier ter verantwoording zou worden geroepen. Of men zou zeggen: eigen
schuld, dikke bult. Daar kan ik mij
ook nog wel iets bij voorstellen.
Maar als zich opnieuw misbruik of
oneigenlijk gebruik voordoet, lijkt het
mij dat er een fundamentele
afweging moet worden gemaakt of
er misschien een andere regeling
moet worden getroffen. Dat ben ik
wel met de heer Schuyer eens.
De beraadslaging wordt gesloten.
Het wetsvoorstel wordt zonder
stemming aangenomen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="12-462">

 
<spreker pagina="12-462" anker="44" naam="De voorzitter">
 Mag ik nog een
ogenblik uw aandacht? Het is
vroeger dan wij planden en zelfs veel
vroeger dan wij oorspronkelijk
planden. Toch is het al redelijk laat.
Ik zal het dus kort maken ter
afsluiting van het jaar en mij hiertoe
beperken.
Ook het afgelopen jaar is opnieuw
duidelijk de dubbele positie gebleken
die deze Kamer inneemt. Aan de ene
kant hebben wij absoluut niet te
klagen over de publieke belangstel-
ling. Het aantal organisaties en
burgers dat zich tot de Eerste Kamer
wendt in de hoop dat de Kamer iets
zal doen, of vooral nalaten, is groot
en neemt niet af. Het moet ook
gezegd worden dat wanneer de
Kamer gezamenlijk optreedt, de
invloed aanzienlijk kan zijn. Dat was
vorig jaar zo bij de WAO en dat is de
afgelopen maand en ook vandaag
weer gebleken bij Weer samen naar
school. Hoewel het mij inderdaad
wat ver gaat dat de rol die de
Tweede Kamer moet spelen dan
gebaseerd is op een kopie van een
fax van een brief die aan de Eerste
Kamer is gericht.
De Eerste Kamer heeft meer dan
de Tweede Kamer het karakter van
een instituut behouden. Soms wordt
dat gezien als een overblijfsel uit het
verleden, maar het is ook zeer
duidelijk een uiting van eigenbelang
in het heden. Het is de enige
mogelijkheid voor de Kamer om
daadwerkelijk invloed uit te oefenen.
Dat is de ene kant van de dubbele
positie.
De andere kant werd dit jaar ook
duidelijk. Wij werden geconfronteerd
met de beperkte politieke invloed
van deze politieke ’’tweede’’ Kamer.
Ons medelid, helaas nog maar kort,
de heer Vis, heeft erop gewezen dat
de verhoudingen in deze Kamer bij
Koninklijk besluit, namelijk het
benoemingsbesluit van ministers en
staatssecretarissen, veranderden. Bij
Koninklijk besluit werden een tweetal
oppositiepartijen regeringspartij en
werd een regeringspartij oppositie-
partij. Ook hier wordt overigens het
belang zichtbaar van een vagere
grens tussen regerings- en oppositie-
partijen dan aan de overkant het
geval is. Dat werkt ook door in het
College van senioren – daarin zitten
zoals u weet alle fractievoorzitters –
dat het laatste jaar zeer goed
gefunctioneerd heeft in een
plezierige en zakelijke atmosfeer. Dat
heeft ertoe geleid dat wij in een
demissionaire periode nog het een
en ander konden afhandelen,
waarvan wij nog veel plezier hadden.
Ik wijs bijvoorbeeld op het
initiatiefwetsvoorstel-Van Otterloo
en, vlak op de grens van de
demissionaire periode, de Mediawet.
Dat leidde ertoe dat wij die de
afgelopen dagen weer konden
wijzigen, anders was dat onmogelijk
geweest.
Het is ook opmerkelijk dat de
Eerste Kamer steeds beter zicht kan
houden op de actuele politieke
ontwikkelingen, omdat het een
goede traditie is geworden dat
kabinetsformaties in het gebouw van
de Eerste Kamer plaatsvinden. Echter niet alleen kabinetsformaties: het
aantal activiteiten dat rondom en in
ons gebouw plaatsvindt, neemt toe.
U staat mij wel toe, dat ik, mede
namens u, met name de medewer-
kers van de Kamer eens bedank, niet
alleen voor het werk dat zij hier
doen, maar met name voor de
activiteiten die zij daar omheen
verrichten en die afstralen op de
Eerste Kamer en dus op ons allen.
Hun medewerking strekt nog verder.
Dat betreft ook onze gelukkig maar
tijdelijke verhuizing naar deze zaal.
Het feit dat die, na enig gemopper de
eerste keer, daarna – althans tot nu
toe – zonder al te veel problemen
heeft plaatsgevonden, is met name
te danken aan de extra werkzaamhe-
den van de medewerkers. Zij maken
elke keer opnieuw deze zaal voor ons
in orde. U denkt misschien, dat de
opstelling hier en nu blijft staan tot
10 januari. Dat is niet het geval. Zij
wordt iedere week opnieuw
opgebouwd, ook door de medewer-
kers van de Rijksgebouwendienst.
Het feit dat u hier over papier en
dergelijke beschikt, is een kwestie
van kruiwagenwerk en dan eens in
de goede zin des woords.
Wij hebben de afgelopen 2,5 dag
38 wetsvoorstellen behandeld.
Daarbij zitten hamerstukken, maar
niettemin ook belangrijke wetsvoor-
stellen. Dat legt een grote druk op de
Kamer. Het was hard werken, met
name voor de kleinere fracties. Voor
het feit dat dit in een buitengewoon
plezierig klimaat en goede atmosfeer
heeft gekund, ben ik u erkentelijk.
Het maakt het voor mij tot een
genoegen, de vergaderingen voor te
zitten.
Ik wens u allen een heel goede
Kerst en een voorspoedig, kan het
zijn ook persoonlijk gelukkig, 1995
toe.
(Applaus)

</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


