<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN2043]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Lijst van besluiten (dinsdag 10 januari 1995)</item>
<item attribuut="Bestand"> 18 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 10, Eerste Kamer, pag. 483-484</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">10-01-1995</item>
<item attribuut="Document-id">HAN2043</item>
<item attribuut="Omvang">2 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Eerste Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Besluiten en ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">EK 13</item>
</metadata>

<text>	
die termijn van zes maanden. Zij zal
er waarschijnlijk verbaasd over zijn.
Dit alles leidt mij tot de conclusie
dat dit soort zaken bij een executie-
rechter terecht moeten komen.
Nogmaals, dit zeg ik niet omdat ik
twijfel aan de goede trouw van de
huidige betrokken beslissers. De
rechter heeft nu eenmaal meer
afstand en kan beter de andere kant
van de zaak meewegen. Naar mijn
mening zou dat de oorspronkelijke
rechter moeten zijn, die ook het
vonnis gewezen heeft, zoals ook bij
gratieverlening gebeurt. Er zou ook
een aparte rechter kunnen worden
ingeschakeld.
Wat is nu de achtergrond van dit
alles? De rechtsstaat die wij in
Nederland allemaal willen is er niet
alleen aan de bovenzijde, ter
bescherming van de burger tegen
een te ver ingrijpende overheid. De
rechtsstaat kent ook een afgrenzing aan de onderzijde: de overheid mag
niet op zichzelf duidelijke wetten dan
weer wel en dan weer niet toepassen
of daar eigen regelingen voor
cree¨ren.
Voorzitter! Ik sluit af met nog een
paar korte opmerkingen. Twee
punten heb ik al eens eerder
aangekaart, maar ik heb hiermee tot
nu toe geen succes kunnen behalen.
Het eerste is de hoogst noodzake-
lijke wijziging in het BW in het
huurrecht van woningen. Ik heb dit
reeds enige malen bepleit. De
noodzaak ervan is door bewindsper-
sonen van vorige kabinetten wel
erkend, maar ’’men was ermee
bezig’’, en ’’het zou worden
gekoppeld aan de liberalisatie van de
huren’’. Deze is er ondertussen
gekomen, maar er is niets aan
gekoppeld. Ik hoor nu dat het in het
nieuwe BW zal worden geregeld. Ik
zou graag zien dat dit op korte
termijn werd aangepakt.
Ik baseer mij mede op het boek
van de vroegere kantonrechter A.
Bockwinkel uit Rotterdam, die maar
liefst dertig praktische punten van
kritiek heeft genoemd op het
toenmalige nieuwe huurrecht. Deze
zakelijke opsomming van punten die
in de praktijk tot bijzonder veel
verwarring, extra procederen en
onduidelijkheden leiden, is nog
steeds onweersproken overeind
gebleven. Ik zou graag zien dat de
minister op korte termijn een
wijzigingsvoorstel ter tafel brengt.
Ik heb indertijd de suggestie
gedaan om hiertoe een opdracht te
geven aan de heer Bockwinkel. Het antwoord hierop was toen: ’’Nee, dit
hoeft niet, wij hebben juristen
genoeg op het departement’’. Hier
stagneert het dus kennelijk niet door.
Laat het daarom dan eens een keer
gebeuren.
Het tweede punt is van minder
grote betekenis, maar ik zou graag
zien dat de minister een bepaalde
’’stroperigheid’’ enigszins weet weg
te werken. Het gaat om een in de
praktijk belangrijk punt, namelijk dat
ons BW nog steeds op een andere
manier genummerd is dan de
praktijk doet. We hebben een aantal
boeken. De nieuwe artikelen worden
in de praktijk steeds aangeduid als (bijvoorbeeld): ’’art. 7:123 BW’’. In de
wettelijke regeling die minister
Hirsch Ballin heeft gemaakt, is dit
niet opgenomen. Het gevolg is dat
alle wetboeken van conscie¨ntieuze
uitgevers deze artikelnummering niet
kennen. Als je dus in zo’n wetboek
bladert, moet je steeds naar de
nummeringen en tegelijkertijd ook
naar de bovenzijde van de bladzijde
kijken. De minister heeft erkend dat
Hoge Raad, kantongerecht, rechtbank
en hof de nummering in de praktijk
toepassen, maar hij vond veranderen
niet nodig.
Hier is een druk op de knop
voldoende. Het gaat om een
uitvoeringsbesluit, waarbij de
minister gemachtigd is om de
nummering aan te brengen. Volgens
mij impliceert dit ook de bevoegd-
heid om dit alsnog te veranderen.
Het is een klein punt, maar het lijkt
mij een ideaal terrein om de
daadkracht eens te laten zien.
Voorzitter! Ik maak nog twee korte
opmerkingen over de politie. Ik
begrijp dat wij vandaag alleen zaken
behandelen die met justitie te maken
hebben. Welke bevoegdheden heeft
het openbaar ministerie tegenover
de politie op justitiegebied? Doordat
de politie nu organisatorisch is
ingedeeld in regio’s met een
korpsbeheerder per regio – ressorte-
rend onder het departement van
Binnenlandse Zaken – hebben
ambtenaren van Justitie wat moeite
met het inschakelen van de politie
voor justitie¨le taken. Ik hoor dat van
verschillende kanten uit de praktijk.
Ik heb echter ook een uitstekende
officie¨le bron, namelijk de heer
Docters van Leeuwen. Hij is door de
minister pas benoemd tot voorzitter
van de vergadering van de
procureurs-generaal. In een interview
met de NRC van 13 december 1994
zegt hij dat justitie meer de baas
moet kunnen spelen over de politie.
Dit staat zowel in de kop als in de
tekst van het artikel. Ik ga er nu niet
verder op in, maar ik stel het op prijs
als de minister enigszins schetst hoe
deze kant van het politiebeheer er
naar haar mening op korte termijn
kan uitzien.
Mijn slotopmerking handelt over
Europol, het Europese instituut voor
internationale samenwerking in de
politiesfeer. Dit instituut is in
Nederland gevestigd, maar het komt
nog niet goed van de grond. Ik heb
begrepen dat Frankrijk en Engeland
het aanvankelijk alleen maar wilden
zien als een soort informatiecentrum
voor de verschillende nationale
politiekorpsen. Nederland wilde, naar
ik meen terecht, verder gaan en daar
een eigen Europees politieapparaat
in zien. Vooral in Duitsland was men
daar ook voor. Als ik het goed heb
begrepen, heeft minister-president
Kohl onlangs in Essen bij het
Europees overleg bereikt dat de
eigen taak van Europol nu door de
Europese partners is vastgesteld.
Nederland had dat graag nog in een
verdrag vastgelegd gezien. De heer
Kohl voelde daar niet voor en in de
krant lees ik dat Nederland zich
daarbij heeft neergelegd. Naar mijn
mening is het uiterst belangrijk dat
dit goede instituut zo gauw mogelijk
goed gaat werken. Het moet nog
veel ervaring opdoen. In dat verband
wil ik nog eens als voorbeeld wijzen
op het meer dan uitstekende
Bundeskriminalamt, dat in Wies-
baden voor Duitsland werkt en over
de verschillende La¨nder een eigen
coo¨rdinerende taak had. Kan de
minister nader aangeven, hoe de
regeling voor Europol er nu precies
uitziet? Wanneer kan zij volledig in
werking treden?
De beraadslaging wordt geschorst. 
<spreker pagina="13-483" anker="13" naam="De voorzitter">
 De regering zal
volgende week antwoorden. Dan
zullen ook de re- en duplieken
plaatsvinden.Besluiten en ingekomen stukken Lijst van besluiten:
De voorzitter heeft na overleg met
het College van senioren besloten
om het voorbereidend onderzoek van
het volgende wetsvoorstel door de
vaste commissie voor Onderwijs te
doen plaatsvinden op 17 januari 1995
(eerder geagendeerd voor 20 december 1994):
Wijziging van enkele onderwijs-
wetten in verband met de budgette-
ring van ten laste van het Rijk
komende werkloosheidsuitkeringen
of herplaatsingswachtgelden in het
onderwijs, alsmede de instelling van
een participatiefonds ten behoeve
van de beheersing van de werkloos-
heidsuitkeringen of herplaatsings-
wachtgelden (budgettering wachtgel-
den en instelling participatiefonds)
(23693).
Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter ter zake gedane voorstellen:
1. de volgende door de Tweede
Kamer der Staten-Generaal aangenomen wetsvoorstellen:
Wijziging van de Wet uitkeringen
burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945
(geweld tegen derden) (23654);
Gemeentelijke herindeling in het
samenwerkingsgebied
’s-Hertogenbosch (23712);
Wijziging van de Algemene
burgerlijke pensioenwet en de Wet
uitkering wegens vrijwillig vervroegd
uittreden (Vut-wet) in verband met
de verhoging van de pensioen-
opbouw bij afzien van het recht op
vut en wijziging van het begrip
bezoldiging (23763);
Wijziging van de Vreemdelingen-
wet (veilig derde land) (23807);
Vaststelling en invoering van titel
15 (Het luchtvaartuig) van Boek 8 van
het Burgerlijk Wetboek (23814);
Wijziging van hoofdstuk XV
(Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid) van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten
voor het jaar 1993 (Slotwet;
rekening) (23838);
Wijziging van hoofdstuk XVI
(Ministerie van Welzijn, Volksgezond-
heid en Cultuur) van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten
voor het jaar 1993 (Slotwet;
rekening) (23846);
Vaststelling van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten van
het ministerie van Justitie (VI) voor
het jaar 1995 (23900 VI);
Vaststelling van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten van
het ministerie van Binnenlandse
Zaken (VII) voor het jaar 1995 (23900
VII);
Vaststelling van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten van
het ministerie van Verkeer en
Waterstaat (XII) voor het jaar 1995
(23900 XII);
Vaststelling van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten van
het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid (XV) voor het jaar
1995 (23900 XV);
Vaststelling van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten van
het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar
1995 (23900 XVI);
Vaststelling van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten van
het Gemeentefonds voor het jaar
1995 (23900 C);
Vaststelling van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten van
het Provinciefonds voor het jaar 1995
(23900 D);
Wijziging van hoofdstuk II (Hoge
Colleges van Staat en Kabinet der
Koningin) van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten voor het
jaar 1994 (wijziging samenhangende
met de Najaarsnota) (24001);
Wijziging van hoofdstuk III
(Ministerie van Algemene Zaken) van
de begroting van de uitgaven en de
ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24002);
Wijziging van hoofdstuk IV
(Kabinet voor Nederlands-
Antilliaanse en Arubaanse Zaken)
van de begroting van de uitgaven en
de ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24003);
Wijziging van hoofdstuk V
(Ministerie van Buitenlandse Zaken)
van de begroting van de uitgaven en
de ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24004);
Wijziging van hoofdstuk VI
(Ministerie van Justitie) van de
begroting van de uitgaven en de
ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24005);
Wijziging van hoofdstuk VII
(Ministerie van Binnenlandse Zaken)
van de begroting van de uitgaven en
de ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24006);
Wijziging van hoofdstuk IXA
(Nationale Schuld) van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten
voor het jaar 1994 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(24007);
Wijziging van hoofdstuk IXB
(Ministerie van Financie¨n) van de
begroting van de uitgaven en de
ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24008);
Wijziging van hoofdstuk X
(Ministerie van Defensie) van de
begroting van de uitgaven en de
ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24009);
Wijziging van hoofdstuk XI
(Ministerie van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieube-
heer) van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten voor het
jaar 1994 (wijziging samenhangende
met de Najaarsnota) (24010);
Wijziging van hoofdstuk XII
(Ministerie van Verkeer en Water-
staat) van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten voor het
jaar 1994 (wijziging samenhangende
met de Najaarsnota) (24011);
Wijziging van hoofdstuk XIV
(Ministerie van Landbouw, Natuur-
beheer en Visserij) van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten
voor het jaar 1994 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(24012);
Wijziging van hoofdstuk XV
(Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid) van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten
voor het jaar 1994 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(24013);
Wijziging van hoofdstuk XVI
(Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport) van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten
voor het jaar 1994 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(24014);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Infrastructuurfonds voor het jaar
1994 (wijziging samenhangende met
de Najaarsnota) (24015);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Landbouw-Egalisatiefonds, Afdeling
A, voor het jaar 1994 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(24016);
Wijziging van hoofdstuk XIII
(Ministerie van Economische Zaken)
van de begroting van de uitgaven en
de ontvangsten voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24017);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Fonds economische structuur-
versterking voor het jaar 1994
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (24018);
</spreker>
</text>

</handeling>


