<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN2048]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Presentie en opening (dinsdag 17 januari 1995)</item>
<item attribuut="Bestand"> 16 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 11, Eerste Kamer, pag. 489-489</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">17-01-1995</item>
<item attribuut="Document-id">HAN2048</item>
<item attribuut="Omvang">1 pag.</item> 
<item attribuut="vergadering">14de vergadering</item>
<item attribuut="dag">Dinsdag</item>
<item attribuut="datum">17 januari 1995</item>
<item attribuut="aanvang">Aanvang 13.30 uur</item>
<item attribuut="kamer">Eerste Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Herdenking</item>
<item attribuut="doccode">EK 14</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="14-489">

Tegenwoordig zijn 65 leden, te weten:
Baarda, Baarveld-Schlaman,
Barendregt, De Boer, Boorsma, Van
Boven, Braks, Van den Broek-Laman
Trip, Coenemans, Van Dijk, Ermen,
Eversdijk, Fleers, Gelderblom-
Lankhout, Van Gennip, Van Gijzen,
Glastra van Loon, Glasz, Van
Graafeiland, Grol-Overling, Heijmans,
Heijne Makkreel, Hilarides, Holdijk,
Huberts-Fokkelman, Jaarsma-
Buijserd, Kassies, Van Kuilenburg-
Lodder, Kuiper, Van Leeuwen,
Luimstra-Albeda, Luteijn, Mastik-
Sonneveldt, Van der Meer, Mertens,
Van der Meulen, Michiels van
Kessenich-Hoogendam, Van Muijen,
Pit, Pitstra, Postma, Redemeijer,
Rongen, De Savornin Lohman,
Schinck, Schuurman, Schuyer, Spier,
Stevens, Talsma, Tiesinga-Autsema,
Tjeenk Willink, Tuinstra, Tummers,
Van Veldhuizen, Veling, Verbeek,
Vermaat, Vis, Vrisekoop, Wagema-
kers, Werner, Van Wijngaarden, Van
de Zandschulp en K. Zijlstra,
alsmede mevrouw Sorgdrager,
minister van Justitie, en mevrouw
Schmitz, staatssecretaris van Justitie.

<blok pagina="14-489">

 
<spreker pagina="14-489" anker="43" naam="De voorzitter">
 Ik deel aan de Kamer
mede, dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:
De Beer, Ginjaar, Korthals Altes,
Staal en R. Zijlstra, wegens verblijf
buitenslands;
Van Velzen, wegens het bijwonen
van een vergadering van het
Europees Parlement;
Van den Berg, wegens bezigheden
elders;
Van Gennip, voor het eerste gedeelte
van de vergadering;
Steenkamp, wegens ziekte.
Deze berichten worden voor
kennisgeving aangenomen. 

</spreker>
<spreker pagina="14-489" anker="44" naam="De voorzitter">
 Ik verzoek de leden,
te gaan staan.
’’Emotieloos hier te staan is mij niet
gegeven.’’ Met deze zin begon Ad
Kaland zijn dankwoord bij het
afscheid op 21 december 1993. Het is een zin die ’’staat’’ zoals Kaland zelf:
krachtig, overtuigend, persoonlijk.
Kaland was een man met emoties,
die ook emoties opriep als bestuur-
der, als volksvertegenwoordiger, als
persoon.
Hij was allereerst een krachtig
bestuurder die stond voor zijn zaak.
Als geen ander wist hij uit ervaring
dat een krachtig bestuur tegenkrach-
ten oproept; niet altijd makkelijk.
Maar als volksvertegenwoordiger
raakte hij er steeds meer van
overtuigd dat een krachtig bestuur
een tegenkracht nodig heeft in een
krachtige volksvertegenwoordiging;
Eerste e`n vooral Tweede Kamer.
Daarvan getuigde hij hier. Daaraan
was zo nodig ook het partijbelang
ondergeschikt. Kaland was een man
in de traditie van de CHU.
Als bestuurder was hij overtuigd
pleitbezorger van de welvaarts-
ontwikkeling van ons land. Eerst
brood op de plank. Nimmer vergat
hij de boerenfamilie – zijn familie –
uit Westkapelle in de crisisjaren.
Maar als volksvertegenwoordiger liet
hij niet na te waarschuwen tegen het
onbehagen in de overvloed. Naar het woord van Calvijn: ’’Laten zij die
overvloed hebben eraan denken dat
zij zijn omgeven met doornen en laat
ze goed oppassen dat zij er niet door
worden geprikt.’’ Hard werken aan
de gemeenschappelijke welvaart e`n
individuele soberheid. Tevreden zijn!
Ook in deze Kamer was en bleef
hij de krachtige bestuurder, de
regisseur. Hij symboliseerde in
zekere zin de zwaardere legitimering
van deze Kamer sinds de Grondwet
1983. Hij zag de mogelijkheden,
maakte er als goed volksvertegen-
woordiger gebruik van e`n genoot.
Toch zat hij niet gebakken aan zijn
positie. Hij twijfelde soms of hij niet
te lang was doorgegaan.
Bij zijn afscheid, nu ruim een jaar
geleden, werd duidelijk op hoeveel
waardering en sympathie Ad bij de
leden, van welke politieke partij dan
ook, e`n de medewerkers kon
rekenen. Ook de laatste maanden
hebben wij, op afstand, met hem en
zijn vrouw meegeleefd.
Zelf houd ik goede herinneringen
aan een bijzonder genoeglijk bezoek
deze zomer in Zoutelande. Dankbaar
was hij toen voor alles wat hij had
mogen doen en de tijd, hoe onzeker
ook, die hem nog gegeven zou
worden. ’’Ik heb geluk gehad.’’ Hij
dicteerde zijn herinneringen en was
juist begonnen aan de Eerste Kamer
toen het niet meer ging. De laatste
bandjes kwamen leeg terug.
Hij overleed in groot vertrouwen.
Moge dat ook zijn kleinkinderen en
kinderen maar vooral zijn vrouw
Maria sterken. Ad Kaland liet weinigen onberoerd: als bestuurder
voor- noch tegenstanders; als
volksvertegenwoordiger binnen noch
buiten zijn partij; als persoon tijdens
zijn leven noch nu bij zijn overlijden.
’’Emotieloos hier te staan is ons niet
gegeven.’’</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


