<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN2073]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Lijst van ingekomen stukken, met de door de voorzitter ter zake gedane voorstellen (woensdag 25 januari 1995)</item>
<item attribuut="Bestand"> 19 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 15, Tweede Kamer, pag. 2793-2794</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">25-01-1995</item>
<item attribuut="Document-id">HAN2073</item>
<item attribuut="Omvang">2 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">TK 40</item>
</metadata>

<text>	
enkel bezwaar tegen dat gemeenten
over een langere periode met
provincies afspraken maken over
herverdeling. Het behoeft echt niet
per se over drie maanden te gaan.
Als de situatie structureel zo is dat
de gemeente de taakstelling in
redelijkheid niet aankan, is er geen
bezwaar tegen om het over een wat
langere periode te doen. Per slot van
rekening heeft men ook die gehele
periode in het vooruitzicht. Ik geef
toe dat er iets meer aan zit. Je moet
een aantal dingen wat vaker doen,
wat vaker dat ene A4’tje versturen en
dergelijke. Maar ik denk dat het te
overkomen is.
Er is gevraagd naar een evaluatie-
bepaling na twee jaar. Als je na twee
jaar de huisvestingsaspecten gaat
evalueren, doe je dat zowel voor de
Huisvestingswet als voor de VVTV.
Dat lijkt mij evident. Ik denk niet dat
wij er een gewoonte van moeten
maken om als wij op een avond twee
wetsvoorstellen behandelen, daarin
drie verschillende evaluatie-
bepalingen op te nemen met drie
verschillende termijnen, namelijk
twee jaar, vier jaar en vijf jaar. Dat
lijkt een beetje op ’’evaluı¨tis’’. Ik denk
niet dat wij dat moeten doen.
Wij zouden natuurlijk, ook nu er
op dit moment nog geen evaluatie-
bepaling in het wetsvoorstel is
opgenomen, kunnen besluiten dat
wij gedurende een periode van
bijvoorbeeld twee jaar kijken hoe het
loopt. Uiteraard kunnen wij meteen
met elkaar in overleg treden als blijkt
dat er iets niet klopt. Als wij naar die
periode van zes maanden zouden
gaan, wat ik zeer zou betreuren, dan
is mijn behoefte aan een snelle
evaluatie nog veel groter geworden.
Maar of je die evaluatiebepaling nog
eens extra, naast de al voorkomende
evaluatiebepaling in de wet moet
opnemen? Wat mij betreft hoeft dat
niet. Mij lijkt dat overbodig, omdat in
ieder geval vrij continu gekeken gaat
worden hoe de werking van de wet
is. 
<spreker pagina="40-2793" anker="220" partij="VVD" naam="Verbugt">
 Voorzitter! Er staat in de Huisvestingswet: vijf
jaar. Als wij daaraan vasthouden,
zullen wij echter veel te weinig zicht
hebben op de uitwerking hiervan op
de samenleving. Wij hebben allerlei
problemen en knelpunten naar voren
gebracht. Er moet nog worden
gekeken naar de uitwerking. Wij
kunnen natuurlijk van tevoren niet
zeggen hoe groot de stroom is. De
staatssecretaris denkt nu het hele
probleem te hebben opgenomen in
prognoses. Maar zolang ik in de
Kamer zit, ben ik bij voortduring
geconfronteerd met nieuwe
prognoses over de woningbouw-
taakstelling. Die is steeds verhoogd. Wij moeten niet te makkelijk denken:
wij hebben het nu geregeld. Daarom
is het goed om een en ander
nauwkeurig te volgen. Wij moeten
bezien of wat wij nu regelen in deze
wet, ook echt werkt. 

</spreker>
<spreker pagina="40-2793" anker="221" soort="Staatssecretaris" naam="Tommel">
 Voorzitter!
Daarover zijn wij het volstrekt eens.
De vraag is alleen of daarvoor een
formele evaluatiebepaling nodig is. Mijn stelling was: wat mij betreft is
die niet nodig.
Dan kom ik bij het laatste punt, de
rol van de provincie. Die moet
terughoudend zijn. Daarover zijn wij
het volstrekt eens. De provincie zal
naar mijn opvatting nooit uit eigen
initiatief gaan herverdelen. Er is geen
reden om te denken dat de provincie
dat zal doen. Bovendien zit er een
heel duidelijk gevaar in voor de
provincie. Als de provincie gaat
herverdelen, komen de gemeenten
wellicht in de verleiding om niet zelf
al meteen te beginnen met de
uitvoering van hun taakstelling, maar
om eerst te wachten of de provincie
zo vriendelijk wil zijn om iets van de
taakstelling te verlichten. Daar heeft
de provincie helemaal geen belang
bij. Ook wij hebben daar geen belang
bij. Ik denk dus dat het niet zal
gebeuren. Naar mijn gevoel is een
amendement in de richting van de
provincie – herverdelen zonder een
gemeentelijk initiatief – niet nodig.
Het zal namelijk niet gebeuren. Het is
overigens wel zinvol dat de
provincie, als zij het gevoel heeft dat
er een probleem dreigt, het initiatief
kan nemen om met een aantal
gemeenten, bijvoorbeeld op grond
van een rapportage en ervaringen uit
het verleden, te praten. Dan kan
worden nagegaan of er wellicht een
probleem dreigt. Dat is iets anders
dan op eigen initiatief herverdelen
zonder een verzoek van de
gemeente. 

</spreker>
<spreker pagina="40-2793" anker="222" partij="CDA" naam="Gabor">
 Voorzitter! Het
is goed om in dit verband de rol van
de WGR-gebieden behoorlijk in de
gaten te houden. Daar wordt
gelukkig in goede samenspraak
tussen gemeenten heel wat geregeld. 

</spreker>
<spreker pagina="40-2793" anker="223" soort="Staatssecretaris" naam="Tommel">
 Voorzitter!
Ik hoop dat u het goed vindt dat ik
deze opmerking op dit moment laat
voor wat zij is. Er wordt een aantal
dingen geregeld. Er wordt een aantal
dingen ook niet geregeld. De
provinciale taak op dit punt is helder
vastgelegd.
De algemene beraadslaging wordt
geschorst. 

</spreker>
<spreker pagina="40-2793" anker="224" naam="De voorzitter">
 De behandeling van
beide wetsvoorstellen zal morgen-
ochtend om kwart over tien worden
voortgezet.

</spreker>
<blok pagina="40-2793">Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter ter zake gedane voorstellen: 1. de volgende brieven:
een, van de staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken, ten geleide van
de agenda van de Algemene Raad
d.d. 23/24 januari 1995 (21501-02, nr.
139);
twee, van de staatssecretaris van Justitie, te weten:
een, ten geleide van het concept-
besluit tot wijziging van het
Voorschrift Vreemdelingen (19637, nr.
122);
een, over de toelating van langdurig
in Nederland verblijvende illegalen
(22981, nr. 6);
een, van de staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, over Administratie, Beheer en
Bestuur (ABB) (23900-VIII, nr. 66);
twee, van de minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te weten:
een, ten geleide van de agenda voor
de vergadering van de ministers van
landbouw op maandag 23 januari
1995 te Brussel (21501-16, nr. 115);
een, ten geleide van het verslag van
de Visserijraad van 19, 20 en 21
december 1994 te Brussel (21501-
17,nr. 37);
een, van de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, over de
toekomst van Arbeidsvoorziening
(21477, nr. 47).
Deze brieven zijn al gedrukt en
rondgedeeld; 2. de volgende brieven:
een, van de minister van
Financie¨n, over de financie¨le
verhouding Nederland/Europese
Unie;
een, van de staatssecretaris van
Financie¨n, over besprekingen met de
Nederlandse Antillen op 5, 6 en 9
januari 1995 te Willemstad en met
Aruba op 10 januari 1995 te
Oranjestad;
twee, van de minister van Verkeer en Waterstaat, te weten:
een, ten geleide van het rapport van
de Commissie Betuweroute
(commissie-Hermans);
een, over de aanwijzingsprocedure
rijksweg 14;
een, van de staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
ten geleide van het SER-advies
’’Alcohol en Werk’’.
De voorzitter stelt voor, deze brieven
door te zenden aan de betrokken
commissies ter afdoening en niet te
drukken; 3. de volgende brieven:
een, van P.A. Zwart, over de
standaard-pakketpolis ziektekosten-
verzekering;
een, van het eilandengebied
Curac¸ao, ten geleide van een
afschrift van een motie van de
Eilandsraad van het Eilandgebied
Curac¸ao;
een, van W.H. Kools, over
rechtshandhaving in Nederland;
een, van P. Djurrema, over
persoonlijke ondervindingen van de
nieuwe WAO-wetgeving.
De voorzitter stelt voor, deze brieven
door te zenden aan de betrokken
commissies.
</blok>
</text>

</handeling>


