<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN2078]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Regeling van werkzaamheden (donderdag 26 januari 1995)</item>
<item attribuut="Bestand"> 27 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1994-1995, nr. 15, Tweede Kamer, pag. 2815-2817</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten-Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">26-01-1995</item>
<item attribuut="Document-id">HAN2078</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Regeling van werkzaamheden</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Natura-uitvaartverzekering</item>
<item attribuut="doccode">TK 41</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="41-2815">

Regeling van werkzaamheden 
<spreker pagina="41-2815" anker="438" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, te
behandelen donderdag 2 februari bij het begin van de vergadering:
- de Verslagen van de commissie
voor de Verzoekschriften (23954, nrs.
32 t/m 44).
Ik stel voor, toe te voegen aan de
agenda van 31 januari, 1 en 2 februari:
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Wet op de kansspelen in verband
met het instellen van een College
van toezicht op de kansspelen
(23605);
- het wetsvoorstel Wijziging van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek
en van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering in verband met de
vaststelling van kinderalimentaties
(23683);
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Wet op de rechterlijke organisatie en
enige andere wetten (deeltijd en
ancie¨nniteit) (23764);
- het wetsvoorstel Wettelijke
grondslag wijziging bezoldiging
rechterlijke ambtenaren per 1 april
1993 (23826).
Ik stel voor, te behandelen in de vergaderingen van 7, 8 en 9 februari:
- het wetsvoorstel Regelen omtrent
het ter beschikking stellen van
organen (Wet op de orgaandonatie)
(22358);
- de nota Uitbreiding van de
Europese Unie/ICG-notitie (23987),
met maximumspreektijden van 15
minuten voor de fracties van de
PvdA, het CDA en de VVD, 12
minuten voor de fractie van D66, 10
minuten voor de fracties van
GroenLinks en het AOV, 7 minuten
voor de overige fracties en 3,5
minuut voor de heer Hendriks;
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Wet op de omzetbelasting 1968 in
verband met de wijziging van en de
invoering van vereenvoudigings-
maatregelen in de Zesde Richtlijn
(23677);
- het wetsvoorstel Regels ter zake
van de behandeling van klachten van
clie¨nten van uit collectieve middelen
gefinancierde zorgaanbieders op het
terrein van de maatschappelijke zorg
en gezondheidszorg (Wet klachtrecht
clie¨nten zorgsector) (23040);
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Ambtenarenwet en andere wetten
inzake de wijze waarop het georgani-
seerd overleg wordt gevoerd (23792);
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Brandweerwet 1985, de Wet
geneeskundige hulpverlening bij
rampen en enige andere wetten in
verband met wijziging van de opzet
van de inspectie voor het brandweer-
wezen en regeling van enige andere
onderwerpen (23804);
- het verslag van de commissie voor
de Inlichtingen- en Veiligheids-
diensten over haar werkzaamheden
in 1993 (23956);
- het wetsvoorstel Wijziging van
enige bepalingen in het Wetboek van
Strafvordering en enkele andere
wetten inzake de bewaring en de
teruggave van inbeslaggenomen
voorwerpen (23692).
Ik stel voor, te behandelen in de
vergaderingen van 14, 15 en 16 februari:
- het wetsvoorstel Gemeentelijke
indeling van het tot de provincie
Flevoland behorende zuidelijke deel
van het IJsselmeer en opheffing van
het openbaar lichaam Zuidelijke
IJsselmeerpolders (23816);
- het vervolgingsbeleid inzake
euthanasie (23877), met maximum-
spreektijden van 15 minuten voor de
fracties van de PvdA, het CDA en de
VVD, 12 minuten voor de fractie van
D66, 10 minuten voor de fracties van
GroenLinks en het AOV, 7 minuten
voor de overige fracties en 3,5
minuut voor de heer Hendriks.
Ik stel voor, op verzoek van de vaste
commissie voor Justitie de behande-
ling van stuk 23967 (Voordracht Hoge
Raad) te verplaatsen naar 14 februari
en de wetsvoorstellen 23247
(Wijziging Auteurswet) en 23445
(TBS) voorlopig van de agenda af te
voeren.
Tevens stel ik voor, op verzoek van
de fracties van de PvdA en D66 het
wetsvoorstel 23864 (Lastenvereven-
ing) voorlopig van de agenda af te
voeren.
Ik stel voor, de stukken 21300,
23900-VIII, nr. 50 en 23900-XVI, nr. 49
voor kennisgeving aan te nemen.
Het woord is aan de heer Van der
Vlies. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2815" anker="439" partij="SGP" naam="Van der Vlies">

Mijnheer de voorzitter! U heeft voor
de tweede volle week van februari
een debat aangekondigd ter zake van
enkele kwesties rond het euthanasie-
vraagstuk. Daarbij heeft u een
spreektijdverdeling aangegeven
waarbij aan de SGP-fractie 7 minuten
is toegekend. Een formule die
overigens ook geldt. Ik erken dat. Ik
wil u toch wijzen op het bijzondere
karakter van dit debat. Om hier
inhoudelijk adequaat mee bezig te
zijn, heeft men toch wel wat tijd
nodig. Ik wil een beroep op u doen,
de bodem in de spreektijdverdeling –
waar ik overigens begrip voor heb –
wat naar boven te verleggen. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2815" anker="440" partij="GPV" naam="Schutte">
 Voorzitter! Ik
sluit mij graag aan bij de opmerkin-
gen van de heer Van der Vlies. Ook
ik denk aan een bodem van 10
minuten zoals die ook voor iets
grotere fracties geldt. Ik zal hiervan
overigens geen gewoonte maken. Dit
onderwerp leent zich gezien de
samenhang van juridische en
principie¨le zaken moeilijk voor een
discussie van 7 minuten. Het gaat er
toch vooral om dat wij een behoor-
lijke discussie kunnen voeren. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2815" anker="441" naam="De voorzitter">
 Ik ben bereid dat in
dit geval te doen, maar ik wil wel
een kritische kanttekening plaatsen.
Er is een verhouding met de omvang
van de fracties. Men heeft de
consequentie van het feit dat men
klein is, te nemen. Ik heb – het is
overigens een zaak van de wetgever
– nimmer enige kiesdrempel bepleit
die het voor kleine groepen lastiger
maakt om in de Kamer te komen. Het
heeft wel consequenties voor de
werkwijze, ook bij de behandeling
van gevoelige punten, omdat anders
de verhoudingen zoek raken. Of een
punt gevoelig is, is een subjectieve
zaak. Dat ligt voor de een of de
ander verschillend. In die zin vind ik
de argumentatie van de heer Van der
Vlies niet adequaat. Ik wist dat hij
met deze opmerkingen zou komen. Ik
had ook het voornemen om de
Kamer in dezen welwillend te
bejegenen en een bodem van 10
minuten voor te stellen. Ik heb er
behoefte aan deze opmerkingen te
maken, omdat ik strikt genomen toch
een kritische noot bij de argumenta-
tie van de heer Van der Vlies wil
plaatsen. Men heeft de consequen-
ties van het een of het ander te
nemen. Er zijn plussen en minnen.
Men kan niet van twee walletjes
eten. Dit parlement behoort te
midden van alle parlementen tot de
parlementen die als het gaat om
minderheden de meest royale
houding aannemen. Daar ben ik ook
voor. Omgekeerd zal men enige
terughoudendheid in acht moeten
nemen, zonder in regels te vervallen.
Overeenkomstig de voorstellen van
de voorzitter wordt besloten. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2816" anker="442" naam="De voorzitter">
 Het woord is aan de
heer Van Rey. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2816" anker="443" partij="VVD" naam="Van Rey">
 Mijnheer de
voorzitter! Op dit moment worden
honderden burgers in Limburg
gee¨vacueerd. Indien de voorspellin-
gen van Rijkswaterstaat uitkomen,
staan de mensen in Limburg en een
deel van Gelderland nieuwe
nachtmerries te wachten. Iedereen
gaat dan ook weer angstige dagen
tegemoet. Een vierde keer in twee
jaar moeten wij te allen tijde zien te
voorkomen. De fractie van de VVD
zou via u, voorzitter, aan het kabinet
willen vragen om voor het weekend
een brief naar de Kamer te sturen.
Daarin zouden een drietal elementen
naar voren moeten komen.
Ik wijs in de eerste plaats op de
mededeling van de minister van
Verkeer en Waterstaat dat zij bereid
is de kades genoemd door de
commissie-Boertien versneld aan te
leggen. Wij gaan ervan uit, dat de
financie¨le aspecten meegenomen
worden. Met de aanleg van de kades
zijn wij er nog niet. Wij vragen aan
het kabinet om de andere aanbeve-
lingen van die commissie in
ogenschouw te nemen. Ik denk in het
bijzonder aan de uitvoeringstermijn.
Een tweede punt betreft de
hulpverlening. Er bereiken ons
signalen dat de hulpverlening op een
aantal aspecten niet zo goed
verloopt. Op vele punten verloopt die
overigens prima. Het lijkt mij goed,
in de brief die hulpverlening nog
eens op een rij te zetten en voluit de
toezegging te doen, dat alle hulp
wordt geboden.
Het derde punt betreft de
financie¨le aspecten. De minister van
Financie¨n is thans in ons midden.
Het vorige kabinet heeft in een aantal
brieven aan de Kamer meegedeeld
dat de vergoedingen bij dergelijke
rampen op dezelfde wijze zullen
worden verstrekt als de laatste twee
keer is gebeurd. Wij vragen het
kabinet in die brief aandacht te
besteden aan het vrij maken van
financie¨le middelen die dan
vervolgens aan stichtingen of
fondsen worden overgemaakt. Het is
zaak, dat iedereen, burgers, bedrijven
en agrarie¨rs, weer op een vergoe-
ding kan rekenen.
Een ander punt in dit verband is
de verzekerbaarheid. Wij verzoeken
het kabinet de stand van zaken mee
te delen en met name aan te geven
welke systemen er zijn en wanneer
een beslissing tegemoet kan worden
gezien. Nu doet zich het feit voor, dat
aanstonds een wetsvoorstel wordt
behandeld dat over verzekeringen en
toezichtstelling handelt. Wellicht kan
vanwege het spoedeisende karakter
de minister op deze zaak ingaan. Ik
merk nu dat de voorzitter nee schudt,
maar wellicht zou de minister de
ongerustheid bij velen, ook in dit
huis, kunnen wegnemen. Als dat niet
mogelijk is, verzoek ik het kabinet
zeer uitvoerig op deze zaak in te
gaan. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2816" anker="444" partij="CDA" naam="Van der Hoeven">

Voorzitter! Het vorige jaar is
bijzonder lang gesproken over de
vraag wat nu wel en wat nu niet een
ramp was. Die discussie heeft tot een
geweldige onzekerheid geleid. Mijn
fractie dringt er dan ook op aan dat
deze zaak in de gevraagde brief aan
de orde komt. Ook werd het vorige
jaar lang gepraat over de inventarisa-
tie van de schade. Daarvoor zijn
organisaties opgezet en kanalen
ontstaan. Omdat wij een snelle
afwikkeling gewenst achten, vinden
wij dat er goed moet worden
gekeken naar de organisatie die na
de overstroming moet functioneren.
Ook daarover moet duidelijkheid
worden geboden. De mensen dienen
te weten op welke manier de schade
zal worden geı¨nventariseerd.</spreker>
<spreker pagina="41-2816" anker="445" partij="GroenLinks" naam="Rosenmo ¨ ller">

Voorzitter! Ik sluit mij aan bij het
verzoek van collega Van Rey. Ook wij
vinden dat de Kamer in verband met
deze kwestie zo snel mogelijk een
brief van het kabinet dient te krijgen.
Voorts wil ik naar aanleiding van de
opmerkingen van de heer Van Rey
de minister van Verkeer en Water-
staat een kritische vraag voorleggen.
Ik was wat verbaasd, gisteren of
eergisteren van haar te horen dat ze
de uitvoering van de aanbevelingen
van de commissie-Boertien naar
voren wilde halen. Zij deelde dat
mee op het moment dat het water
rap stijgende was. Vooral dit
moment verbaasde mij wat, omdat
daarmee werd gesuggereerd dat
men er in 24 of 48 uur nog iets aan
zou kunnen doen. Waarom heeft het
kabinet juist da`t moment gekozen
om de uitvoering van de genoemde
aanbevelingen naar voren te halen?
Waarom gebeurde dat niet eerder? 

</spreker>
<spreker pagina="41-2816" anker="446" partij="D66" naam="Scheltema-de Nie">

Voorzitter! Ook namens de fractie
van D66 wil ik mij graag aansluiten
bij de heer Van Rey die om een brief
over deze kwestie heeft gevraagd.
Helaas staan wij niet voor de eerste
keer voor een dergelijke ramp. Dat
brengt mij bij dezelfde vragen als
gesteld door mevrouw Van der
Hoeven. Natuurlijk kunnen wij van
een ramp spreken, maar als deze
kwestie zich bij herhaling voordoet,
rijst de vraag of niet snel structurele
maatregelen moeten worden
getroffen. Mijn fractie meent dat
daartoe alle aanleiding bestaat.
Het vorige jaar hebben wij
langdurig gesproken over de
afwikkeling van de vorige ramp. Ik
hoop dat het kabinet zal kunnen
aangeven hoe er nu meer direct en
op korte termijn kan worden
gehandeld, opdat de mensen in
Limburg weten dat heel Nederland
achter hen staat. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2816" anker="447" partij="CDA" naam="Biesheuvel">

Voorzitter! De situatie zoals die nu in
Limburg is e`n de te verwachten
situatie in het rivierdijkengebied,
waaronder de Betuwe en de
gebieden verder stroomafwaarts, zijn
voor mij, als voorzitter van de vaste
kamercommissie, aanleiding geweest
om de commissie vanmiddag tegen
16.00 uur bijeen te roepen. Het leek
mij verstandig, dit nu te vermelden. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2816" anker="448" naam="De voorzitter">
 Waar het gaat om
informatie, standpunten enz. van het
kabinet, stel ik voor, dit deel van het
stenogram door te geleiden naar het
kabinet.
Daartoe wordt besloten. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2817" anker="449" naam="De voorzitter">
 De heer Van Rey
heeft voorgesteld om straks, en
passant, bij de behandeling van
wetsvoorstel 23688 op bepaalde
aspecten van deze kwestie in te
gaan. Naar mijn oordeel is dat geen
goede werkwijze. Een dergelijke
discussie zou buiten de orde zijn. Ik
meen dat de zaak zelve er niet mee
zou zijn gediend wanneer nu, op de
bonnefooi, vragen zouden worden
beantwoord. Wellicht zou de een
daarop wel zijn voorbereid en de
ander niet. Als de brief van de
regering is ontvangen, zal zij worden
behandeld in de commissie of in de
plenaire vergadering. Gelet op de
agendering voor hedenmiddag ben
ik van plan, bij de behandeling van
stuk nr. 23688 de orde zodanig te
handhaven dat er ook over dat
wetsvoorstel wordt gesproken en
niet over iets anders. Mij blijkt dat de
Kamer hiermee kan instemmen.
Het woord is aan de heer
Rosenmo¨ller.</spreker>
<spreker pagina="41-2817" anker="450" partij="GroenLinks" naam="Rosenmo ¨ ller">

Voorzitter! Tijdens het debat over de
regeringsverklaring zijn vanuit de
Kamer nogal kritische kanttekeningen
geplaatst bij het kabinetsvoornemen
met betrekking tot de inkomensaf-
hankelijke partnertoeslag in de AOW.
Tijdens dat debat heeft de minister-
president een politieke koppeling
gemaakt tussen enerzijds de
bereidheid van het kabinet om dat
voornemen ter discussie te stellen en
anderzijds de lastenverlichting die
midden- en hogere inkomens zouden
kunnen krijgen.
De berichten in de media vandaag
en gisteren hebben in ieder geval
mijn fractie buitengewoon veront-
rust. Ik zou de staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
willen vragen, in een brief aan de
Kamer opheldering daarover te
verschaffen. Het moet daarbij om de
volgende punten gaan.
1. Houdt het kabinet bij het
oplossen van het vraagstuk van de
inkomensafhankelijke partnertoeslag
in de AOW nog steeds vast aan de
koppeling met de lastenverlichting
voor midden- en hogere inkomens?
2. Er is sprake geweest van een
mogelijke inzet van een meevaller bij
de WAO ter financiering van de
oplossing van het vraagstuk. Is er
daadwerkelijk sprake van een
meevaller bij de WAO? Mocht dat zo
zijn, is dat dan niet een bevestiging
dat de herkeuringen in de WAO wel
heel rigoureus plaatsvinden, anders
dan de staatssecretaris de afgelopen
dagen in de media heeft gezegd?
Belangrijker in dit kader is, of het
kabinet duidelijk wil maken dat een
eventuele meevaller in de WAO niet
wordt ingezet voor de wijziging van
de AOW-plannen. Dat laatste lijkt mij
een heel dubieuze manier van
politiek bedrijven. De groep AOW’ers
tevreden stellen ten kosten van de
WAO’ers wordt in de volksmond het
tegen elkaar uitspelen van groepen
genoemd. Dat moeten wij niet doen.
Voorzitter! Via u verzoek ik de
staatssecretaris, op een zo kort
mogelijke termijn in een brief
antwoord te geven op deze vragen. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2817" anker="451" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, het
stenogram van dit deel van de
vergadering door te geleiden naar
het kabinet.
Daartoe wordt besloten. 

</spreker>
<spreker pagina="41-2817" anker="452" naam="De voorzitter">
 Omdat een en
wellicht meerderen onder ons snel
terug willen naar Limburg en ook
betrokken zijn bij de behandeling van
wetsvoorstel 23688, over het
natura-uitvaartverzekeringsbedrijf,
heb ik informeel reeds laten weten,
dat wij dat punt op de agenda naar
voren halen en nu eerst behandelen. 
</spreker>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="41-2817">

Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wet
toezicht natura-
uitvaartverzekeringsbedrijf
(23688).
De algemene beraadslaging wordt
geopend.

<blok pagina="41-2817">

 
<spreker pagina="41-2817" anker="453" partij="CDA" naam="Smits">
 Voorzitter! De
Wet toezicht natura-
uitvaartverzekeringsbedrijf heeft een
lange ontstaansgeschiedenis. In de
achter ons liggende jaren heeft zich
een aantal gevallen voorgedaan
waarbij commercie¨le natura-
uitvaartverzekeraars en ook, in een
enkel geval, een plaatselijke
begrafenisvereniging in de proble-
men zijn gekomen. De consequenties
van een deconfiture zijn uiteraard het
gevoeligst voor degenen die zich
verzekerd hebben bij een commer-
cieel uitvaartverzekeringsbedrijf.
Immers, het betalen van premies
leidt tot de contraprestatie van een
uitvaart in natura. Een soortgelijke
situatie doet zich niet voor bij een
deconfiture van een uitvaart-
vereniging. Immers, de doelstelling
van een uitvaartvereniging is om
voor de aangesloten leden een
pie¨teitvolle uitvaart te organiseren.
De deconfiture van een aantal
commercie¨le uitvaartverzekerings-
bedrijven en het ontbreken van een
adequaat toezichtsregime is
aanleiding geweest om ook vanuit de
Tweede Kamer te vragen om het
commercie¨le uitvaartverzekerings-
bedrijf onder het toezicht te brengen
van de Verzekeringskamer. Het
voorliggende wetsvoorstel komt
tegemoet aan de wens van de
Tweede Kamer, zij het dat ook de
plaatselijke uitvaartverenigingen
onder het toezichtsregime worden
geplaatst. Weliswaar is er sprake van
een zogenaamd verlicht toezichts-
regime. Een en ander neemt niet
weg dat plaatselijke begrafenis-
verenigingen dus geconfronteerd
kunnen worden met een aantal
maatregelen die contraproduktief
zullen kunnen werken voor deze
plaatselijke uitvaartverenigingen.
In het wetsvoorstel, de memorie
van toelichting en de nota naar
aanleiding van het verslag blijft de
minister van Financie¨n op zijn
standpunt staan dat er geen
onderscheid gemaakt moet worden
tussen een commercie¨le natura-
uitvaartverzekeraar en een plaatse-
lijke begrafenisvereniging. De
minister motiveert deze weigering er
onder meer mee dat het algemene
civielrechtelijke begrip ’’verzekering’’
als een gegeven wordt beschouwd.
Het kenmerk van een commercie¨le
uitvaartverzekering is, dat de bij de
verzekeraar aangesloten verzekerden
een jaarlijkse premie betalen, waar
een vooraf overeengekomen
contraprestatie in natura tegenover
staat.
Kenmerkend voor een plaatselijke
begrafenisvereniging is dat zij
uiteraard leden kent. Die leden
hebben binnen de vereniging
afgesproken dat zij bemiddelt bij het
verzorgen van een uitvaart. Dit houdt
derhalve niet in dat zij aanspraak
zouden kunnen maken op een
volledig verzorgde uitvaart. Het
lidmaatschap van de uitvaart-
vereniging houdt in dat het bestuur
voor de overledene dan wel voor de</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


