<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6517A18]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Les- en cursusgeldwet en van de Wet tegemoetkoming studiekosten in verband met het eerder laten ingaan van de lesplicht en met betaling van het lesgeld in termijnen (25321)</item>
<item attribuut="Bestand"> 60 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (Bekostiging beroepsonderwijs en volwasseneneducatie)
Voortgezet onderwijs (Bekostiging voortgezet onderwijs)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Studiekosten</item>
<item attribuut="Dossiernr">25321</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 10, Tweede Kamer, pag. 2203-2213</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">25-11-1997</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6517A18</item>
<item attribuut="Omvang">11 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Les- en cursusgeldwet</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">TK 28</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="28-2203">

Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging
van de Les- en cursusgeldwet en
van de Wet tegemoetkoming
studiekosten in verband met het
eerder laten ingaan van de
lesplicht en met betaling van het
lesgeld in termijnen (25321).
De algemene beraadslaging wordt
geopend.

<blok pagina="28-2203">

 
<spreker pagina="28-2203" anker="1324" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">

Voorzitter! Reeds bij gelegenheid van
de begrotingsbehandeling 1997 is de
kwestie van de aanpassing van de
ingangsdatum van het heffen van het
lesgeld aan de orde geweest. Op
grond van het feit dat de Informatie-
beheergroep als verantwoordelijke
instantie voor de inning toen nog
niet gereed was om op die korte
termijn tot gewijzigde inning over te
gaan, is het voorstel indertijd
vooruitgeschoven. Het ligt nu, helaas
moet ik zeggen, in deze Kamer ter
behandeling voor.
Het wetsvoorstel dient ter invulling
van een taakstelling. De minister is
daar eerlijk over. Dat stelt mijn fractie
op prijs. Het wetsvoorstel leidt ook
niet tot een grotere eerlijkheid ten
opzichte van de verschillende
leerlingen en hun ouders. Waar eerst
leerlingen in dezelfde klas bij elkaar
zaten die op grond van het feit dat zij
voor of na een bepaalde datum jarig
zijn wel of geen lesgeld betalen,
zitten er nu leerlingen in dezelfde
klas die omdat zij in het vooraf-
gaande kwartaal wel of geen 16 jaar
zijn geworden wel of geen lesgeld
betalen. De discrepantie blijft, maar
de bordjes zijn verhangen. Sommige
ouders hebben heel veel pech omdat
hun kind in het verkeerde kwartaal is
geboren. Daar moet men geen
rekening mee houden. Ouders met
kinderen die zijn geboren tussen 31
juli en 1 oktober gaan er gewoon
ƒ 1272 op achteruit. Dat betreft de
groep ouders van gemiddeld 29.000
leerlingen. Een aantal daarvan wordt
gelukkig gecompenseerd voor de
WTS.
Het zou ons best wat waard zijn
als dit niet nodig was geweest. Wij
zijn tot nu toe niet tot een goede
financie¨le dekking gekomen.
Misschien dat de minister die ooit
vindt. Ook daar zijn wij verantwoor-
delijk voor. In de politiek gaat het
helaas niet altijd over succesvolle,
vernieuwende of leuke dingen. Soms
moeten ook pijnlijke knopen worden
doorgehakt. Dit is er een van. Er ligt
een taakstelling en waar mijn fractie
tot nu toe niet met een betere
oplossing heeft kunnen komen, zal zij
haar verantwoordelijkheid moeten
nemen. Mijn fractie heeft wel een
wijzigingsvoorstel.
De minister verkrijgt de meerop-
brengst door de verplichting tot
betaling van lesgeld reeds in te laten
gaan in het eerste kwartaal dat volgt
op het 16de jaar. Dit in tegenstelling
tot het verleden waarbij het lesgeld
pas werd gevraagd in het eerstvol-
gende schooljaar na het 16de jaar.
Nu de heffing van lesgelden veel
fijnmaziger wordt, acht mijn fractie
het redelijk dat lesgeld alleen
verschuldigd is wanneer men
daadwerkelijk onderwijs volgt in het
betreffende kwartaal of gedeelte van
het kwartaal. Indien een leerling
voortijdig het onderwijs verlaat, acht
mijn fractie het redelijk en ook
fatsoenlijk om voor de resterende
hele kwartalen geen lesgeld meer
verschuldigd te zijn.
Op onze vraag aan de minister in
het verslag heeft deze negatief
geantwoord. De teneur was dat door
restitutie van het resterende lesgeld
het voortijdig schoolverlaten zou
worden aangemoedigd. Dat is een
redenering die elke onderbouwing
mist. Het gaat er bij mijn fractie niet
in dat ouders voor de teruggave van
een paar honderd gulden hun kind
niet zouden stimuleren om zijn of
haar opleiding af te maken of, erger
nog, hem of haar zouden aanmoedi-
gen om er een punt achter te zetten.
Mijn fractie vindt het een kwestie
van bestuurlijk fatsoen om ingeval
men lesgeld gaat berekenen vanaf
het 16de jaar, dit niet langer te doen
dan voor de kwartalen of delen van
kwartalen waarin van het onderwijs
gebruik wordt gemaakt. Ik heb op dat
punt dan ook een amendement
ingediend.
Bij de schriftelijke behandeling van
het wetsvoorstel heb ik het probleem
aan de orde gesteld van de,
weliswaar niet veel voorkomende,
leerlingen die instromen in februari
en derhalve meer lesgeld moeten
betalen dan leerlingen die in
september de opleiding aanvangen.
Ik ga daarbij uit van het bestaande
systeem waarbij men voor een heel
jaar moet betalen. Op dit probleem is
de minister maar oppervlakkig
ingegaan. Hij signaleert het, maar wil
het pas later oplossen. Het door mij
ingediende amendement moet ook
deze problematiek ondervangen als
het goed is. Het wordt nu immers
mogelijk om terugbetaling te
verlangen voor die kwartalen waarin
men niet aan onderwijs heeft
deelgenomen. Dat lijkt mij ook
gelden in het geval men dubbel heeft
betaald. Indien mijn redenering in
dezen niet juist is, wil ik dit van de
minister vernemen, opdat ik ook op
dit punt een amendement kan
indienen. Het lijkt mij niet juist dat
iemand dubbel moet betalen als
gevolg van een andere aanvang van
het schooljaar. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1325" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Het
zou u een lief ding waard zijn als dit
voorstel niet gedaan had behoeven
te worden, maar u neemt uw
verantwoordelijkheid. Waarom vindt
u het een slecht voorstel? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1326" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Ik
vind het geen slecht voorstel. Het is
een voorstel waarin een taakstelling
wordt ingevuld. Ik kan daarbij geen
mooie politieke doelstelling of een
idee¨el doel bedenken. Het verbetert
de deelname aan het onderwijs niet. Je kunt zeggen: sommigen hadden
geluk, want die hoefden maar een
jaar te betalen en anderen twee jaar,
dat hangt van hun verjaardag af; nu
doen wij het per kwartaal. Dat is
gewoon het invullen van een
taakstelling. Helaas is mijn fractie
daar met de andere coalitiefracties
verantwoordelijk voor. Ik ga niet
zeggen dat het iets prachtigs is, want
dat is het niet. Ik heb echter geen
betere invulling voor die taakstelling
kunnen vinden en de minister
kennelijk ook niet. Ik heb die ook niet
vernomen van andere fracties bij de
algemene beschouwingen noch bij
de behandeling van de onderwijs-
begroting. Dit maakt dat wij met zijn
allen, in ieder geval de coalitie-
fracties en de minister, verantwoor-
delijk zijn voor het probleem, want
het gaat wel om een gat van tegen
de 70 mln. en dat is niet niks. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1327" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Dat is
het financie¨le verhaal. Hebt u geen
inhoudelijke redenen op grond waarvan u zegt: het is jammer dat dit
voorstel voorligt? Vindt u het niet
jammer dat de koppeling tussen
gratis onderwijs en leerplicht op de
helling gaat? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1328" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Wij
kunnen heel huilerig doen en ik wil
best mijn zakdoek pakken, maar
regeren doet pijn. U zit ook in een
coalitiefractie. Wij zijn verantwoorde-
lijk voor de portemonnee van de
Staat. Daar zijn wij nu mee bezig. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1329" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Wij zijn
ook verantwoordelijk voor goed
onderwijs. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1330" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Het
onderwijs zelf wordt er niet door
aangetast. Voor de inkomensgroepen
onder de ƒ 50.000 is er een
tegemoetkoming. Zij zullen er dus
niet eens wat van merken. Andere
mensen wel en die zijn mij even lief. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1331" partij="RPF" naam="Stellingwerf">

Mevrouw De Vries is vrij nuchter in
haar analyse. In de afgelopen jaren is
het vaker gebeurd dat bezuinigingen
niet doorgingen, omdat men achteraf
tot de conclusie kwam dat zoiets niet
juist was, waarna de financie¨le
problematiek werd opgelost. Dat zou
hier toch ook kunnen? Zou dit ook de
conclusie van mevrouw De Vries
kunnen zijn? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1332" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Dat
vind ik een te gemakkelijke conclusie.
Als het om 1 mln. of 2 mln. gaat – ik
wijs op wat wij gedaan hebben bij de
begrotingsbehandeling in het kader
van het heffen van hogere college-
gelden voor niet-EU-studenten – durf ik te zeggen: het lukt ons wel om dat
op een andere wijze in te vullen. Als
het echter gaat om 67 mln. a` 70 mln.
en ik meen dat het niet door moet
gaat, vind ik dat ik moet zeggen hoe
het gat dan gedekt moet worden. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1333" partij="RPF" naam="Stellingwerf">
 De
argumenten zijn voor u niet
zwaarwegend genoeg om hieraan
iets te doen, begrijp ik. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1334" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 De
argumenten moeten onderbouwd
worden door een financieel voorstel
dat voor de dekking zorgt. De
financie¨n zijn voor mij net zo
belangrijk. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1335" partij="GroenLinks" naam="Rabbae">
 Uw
formulering en uw motivering zijn
duidelijk. U vindt het een lelijk
voorstel, zeg ik in mijn woorden. De
VVD staat als coalitiepartner voor
deze bezuinigingsmaatregel, want
deze zaak moet worden geregeld,
hetgeen niet gebeurd is in de
begroting en ook niet bij de
algemene beschouwingen. Ik had mij
kunnen voorstellen dat u tegen de minister zou hebben gezegd: wacht
af wat de Voorjaarsnota oplevert en
als dat geen oplossing biedt, zijn wij
bereid ons standpunt te heroverwe-
gen. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1336" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Zo
werkt het niet. Bovendien wisten wij
al erg lang dat dit wetsvoorstel eraan kwam. Je kunt natuurlijk zeggen: ’’als
het niet op de agenda staat, bestaat
het niet en is het probleem er niet’’,
maar dat vind ik te gemakkelijk. Wij
wisten al bij de behandeling van de
begroting voor 1997 dat dit
wetsvoorstel er lag. Toen was er
sprake van een uitvoerings-
problematiek. De behandeling is toen
een jaar opgeschoven. Wij hebben in
de tussentijd van niemand gehoord,
ook niet van uw fractie, hoe dit zou
kunnen worden opgelost. Als je het
niet kunt oplossen omdat het een te
groot bedrag is, betekent het dat je
met een alternatief moet komen. Dan
moet je door de zure appel heen
bijten. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1337" partij="GroenLinks" naam="Rabbae">
 Toen
het ging over het kunstvakonderwijs,
heeft mevrouw De Vries zeer terecht
tegen de staatssecretaris van Cultuur gezegd: ga maar eerst uw huiswerk
doen en daarna willen wij praten
over het bezuinigen van de 25 mln.
Dat zal zij zich nog herinneren. Dat
was volledig juist. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1338" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Maar
ik heb mij gecommitteerd aan de
bezuiniging. Dat was ook omdat ik
zie dat je er op de lange termijn uit
kunt komen, overigens misschien
niet op de manier waarop de
staatssecretaris het doet. Maar goed,
laten wij hier niet even een heel
andere portefeuille behandelen. Op
de onderdelen die er nu komen, zeg ik: op het ene onderdeel kan het wel,
op het andere onderdeel zie ik het
niet voor mij. Dat kan ik echter wel
overzien. Ik heb het idee dat wij daar
wel uit kunnen komen. Nu gaat het
om een veel te groot bedrag. Als het
zo makkelijk was, hadden wij het
allemaal al gedaan. Dus ook de heer
Rabbae. Dan was het aanvaardbaar
geweest voor de hele Kamer. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1339" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">

Mevrouw De Vries spreekt vandaag
over ’’helaas’’. Gisteren heb ik haar
fractievoorzitter, de heer Bolkestein,
horen spreken over een verlaging
van les- en collegegelden. Hoe
verhoudt zich dat? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2204" anker="1340" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Ik
denk dat u een aantal dingen door
elkaar haalt. Ik wil het u best
uitleggen, want de avond komt toch
wel om. Er was gisteren een forum.
Daarin kwamen de technische
studies aan de orde. Men heeft
gefilosofeerd over de vraag hoe het
komt dat er zo weinig belangstelling
is voor de technische studies, de
be`tastudies. In dat gesprek opperde
mijn fractievoorzitter als mogelijk-
heid dat men zou kunnen overwe-
gen, in het kader van het enthou-
siasmeren van meer studenten voor
die studies, te komen tot een
verlaging van het collegegeld. Dat
zou een mogelijkheid kunnen zijn. Ik
kan er nog wel een paar noemen.
Daarna heeft de heer Van Zijl, van
PvdA-huize, die ook aanwezig was bij
het forum, gezegd dat in dat geval
zijn voorkeur ernaar uitging naar het
lesgeld te kijken. Dat is de situatie.
Mijn fractievoorzitter heeft het
helemaal niet over de Les- en
cursusgeldwet gehad. Die was pas
vanmorgen in de fractie aan de orde.
Het ging tijdens het forum om de
be`tastudies en om het bekijken of er
misschien manieren te verzinnen zijn
om deze studies, waar minder
studenten komen dan wij gewenst
achten, aantrekkelijker te maken voor
studenten. Dat zou je bij die ideee¨n
kunnen betrekken. Overigens zijn al
die ideee¨n al eens geopperd, zo niet
tien keer geopperd. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2205" anker="1341" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">
 Mag ik
dan concluderen dat het selectief
winkelen is en dat er geen dekking is
voor de verlaging van het college-
geld? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2205" anker="1342" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Het
zijn heel andere winkels.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="28-2205">

 
<spreker pagina="28-2205" anker="1343" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Voorzit-
ter! Voor ons ligt een wetsvoorstel met twee gezichten: een somber
gezicht en een mooi gezicht. Het
wetsvoorstel behelst invoering van
lesgeldplicht voor leerplichtige
leerlingen die de leeftijd van 16 jaar
hebben bereikt. Daar heeft de
PvdA-fractie nogal wat commentaar
op. Daarnaast beoogt het wetsvoor-
stel betaling van het lesgeld in
termijnen te regelen. Het moge
duidelijk zijn dat wij dat een goede
zaak vinden. De minister heeft
erkend dat de vervroeging van de
lesgeldplicht voornamelijk een
financie¨le achtergrond kent. Het
moet alleen al in 1998 netto 67 mln.
opleveren. Dat is een fors bedrag.
Het is een bedrag dat je niet zomaar
even op een andere manier
bijeengrabbelt.
Ik zal achtereenvolgens ingaan op
de vervroeging van de lesgeldplicht
en de invoering daarvan. Daarnaast
zal ik spreken over de gespreide
betaling.
Aan de vervroeging van de
lesgeldplicht kleeft een aantal
bezwaren, die wij al hebben
geformuleerd in onze bijdrage aan
het schriftelijk verslag. Het wetsvoor-
stel knipt het verband tussen
leerplicht en vrijstelling van lesgeld
door, hoewel de minister slechts
spreekt van ’’een nuancering van de
lesgeldplicht’’. In de nieuwe regeling
gaat het nog om jongeren die
lesgeld moeten betalen wanneer zij
16 jaar zijn geworden. Mijn fractie
ziet echter een groot gevaar, namelijk
dat de leeftijdsgrens in de toekomst
verder naar beneden schuift. Als het
daarop zou neerkomen, is de term
’’nuancering’’ toch niet meer aan de
orde. Is de minister van mening dat,
wanneer lesgeld geheven wordt bij
jongeren die jonger zijn dan 16 jaar,
er wel degelijk sprake is van
schending van internationale
verdragen?
Voorzitter! Over de financie¨le
gevolgen heeft mijn fractie ook
vragen. Laat ik beginnen te zeggen
dat hier niet een wetsvoorstel ligt dat
de allerarmsten pakt. Gelukkig biedt
de minister een volledige compensa-
tie voor de lagere-inkomensgroepen.
In hoeverre komen echter mensen
met een middeninkomen in de
problemen? De PvdA heeft in haar
schriftelijke bijdrage aan de minister
gevraagd of het zinvol zou zijn om in
dit verband het lesgeld fiscaal
aftrekbaar te maken. Hij heeft daarop
summier gereageerd. Het is een
voorstel dat het karakter van dit
wetsvoorstel overstijgt, aldus de
minister. De minister maakt zich er
volgens mij toch iets te gemakkelijk
van af en wij horen graag zijn
mening over dit idee.
De invoeringstermijn van 1
augustus 1998 baart ons zeer
ernstige zorgen. Vorig jaar reeds was
dit wetsvoorstel bij de behandeling
van de onderwijsbegroting voor 1997
aan de orde. Het voorstel verdween
toen geruisloos van de agenda in
verband met technische problemen
bij de Informatiebeheergroep. Die
problemen waren er, maar ze zijn
opgelost, zo schrijft de minister op
26 september. Je zou nu denken dat
het glashelder is; wat er ook gebeurt,
de invoering verloopt op rolletjes.
Als wij echter de brief van de
minister zorgvuldig lezen, dan blijkt
dit alles heel wat genuanceerder te
liggen. Het wetstraject zou zo
spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1
januari 1998 moeten zijn afgerond en
elke substantie¨le wijziging zou leiden
tot een problematische invoering per
1 augustus 1998. In gewoon Nederlands betekent dit: slikken of
stikken voor de Kamer, of allebei. Dat
mag ook! Hoe dan ook, een discussie
over de inhoud zou nergens toe
kunnen leiden.
Mijn fractie meent dat deze Kamer
zichzelf tekort zou doen als zij zich
daarbij zonder meer zou neerleggen.
In ieder geval willen wij amende-
menten op hun eigen merites
beoordelen en zullen wij ook
daarover ons besluit nemen. Als wij
dat niet zouden doen, zou het risico
immers des te groter zijn dat de
Eerste Kamer het wetsvoorstel
vanwege details in zijn geheel zou
afschieten? Ik meld dit maar even
voor het goede begrip. Er circuleren
reeds enkele amendementen op dit
wetsvoorstel. Juist voor een
weloverwogen stellingname
verlangen wij van deze minister dat
hij op elk amendement dat voorligt,
reageert.
Voorzitter! Wij leven nu eind
november 1997. De fractie van de
PvdA heeft eerder gevraagd of tijdige
invoering van deze wet technisch
mogelijk was. Wil de minister nu nog
volhouden dat invoering per 1
augustus a.s. mogelijk is? De
Informatiebeheergroep had eerder
problemen. Die krijgen zij opnieuw
wanneer amendementen worden
aangenomen en die krijgen zij
misschien ook gezien het late tijdstip
– ik bedoel niet op deze avond –
waarop wij dit wetsvoorstel
behandelen. Wil de minister nu nog
volhouden dat invoering per 1
augustus a.s. verantwoord is?
De fractie van de PvdA is blij met
de invoering van de mogelijkheid
van betaling van het lesgeld in
termijnen. Dat biedt soelaas voor
veel ouders die zo’n bedrag niet in
een keer op tafel kunnen leggen.
Toch hebben wij twijfels bij de
voorgestelde aanpak. Het gaat hier
om ouders die hun termijnbedrag
niet tijdig betalen. Hen hangt een
invordering van het totale lesgeld
ineens boven het hoofd. De fractie
van de PvdA vindt het een zeer
rigide maatregel, terwijl het er dik in
zit dat mensen met financie¨le
problemen juist sterker zijn
vertegenwoordigd onder diegenen
die gebruik maken van gespreide
betaling. Waarom moet een
eenmalige betalingsachterstand ertoe
leiden dat zulke mensen zich
gigantisch in de nesten werken? Ook
het feit dat lesgeldplichtigen nu in
het algemeen een goed betaalgedrag
vertonen, rechtvaardigt ons niet om
geen oog meer te hebben voor
incidentele problemen. Mijn fractie
heeft eveneens twijfels over de
voorgestelde verhoging van het
lesgeldbedrag met ƒ 20. Waarom
moeten de extra kosten van
gespreide betaling specifiek worden
verhaald op degenen die ervan
gebruik maken? Waarom kan dat
geld niet uit sociale overwegingen
worden versleuteld over het bedrag
dat iedereen betaalt?
Voorzitter! Ik heb gesproken over
gemengde gevoelens ten aanzien
van dit wetsvoorstel. Ik heb twijfels
en bezwaren voorgelegd. Niettemin
onderkent de PvdA-fractie dat
afwijzing van dit wetsvoorstel
betekent dat wij een gat van netto 67
mln. in de begroting zouden
schieten. Los van alle inhoudelijke
punten heeft de PvdA de overtuiging
dat invoering van dit wetsvoorstel
per 1 augustus a.s. onverantwoord
is. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1344" partij="SP" naam="Poppe">
 Ik wil een min
of meer principie¨le vraag stellen. Er
is veel kritiek en er worden voorstel-
len gedaan om aan te geven hoe het
anders zou kunnen. Maar de
principie¨le vraag is of het voor de
PvdA acceptabel is dat er geknabbeld
wordt aan gratis onderwijs voor
leerplichtige leerlingen. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1345" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Er ligt
een wetsvoorstel voor. En over de
inhoud daarvan heb ik mijn mening
uitgesproken. Ook heb ik mijn zorgen
uitgesproken. Het is echter niet zo
dat ik op dit moment 67 mln. in mijn
achterzak heb. Dat is er op een later
tijdstip misschien wel, maar niet nu
al. Wij hopen dan ook dat wij op een
bepaald moment de kans hebben om
een dergelijk voorstel niet te hoeven
uitvoeren. Maar als nu zonder meer
67 mln. wordt geschrapt, worden wij
waarschijnlijk geconfronteerd met
een bezuiniging van 67 mln. op, laat
ik zeggen, de studiefinanciering. En
dan voeren wij vervolgens hier
hetzelfde debat. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1346" partij="SP" naam="Poppe">
 Ik heb een
nadere vraag. Het is een feit, dat ik
niet juist vind, dat er een taakstelling
is van een kleine 70 mln. voor dit
kabinet. Er gaat hier echter iets
principieels op de helling, zoals u
ook zelf heeft geconstateerd, voor
een veel langere termijn, voor volgende kabinetten. Mijn vraag is:
vindt u het juist dat vanwege een
financieel probleempje van deze
minister op dit moment een principe
voor de lange termijn, dat al lang
bestaat, op de helling gaat? Dat is de
kwestie. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1347" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Ik heb die
discussie met de minister willen
voeren. Ik wil een kleine correctie
aanbrengen op datgene wat u naar
voren brengt, mijnheer Poppe. Het
gaat niet om een financieel
probleempje. Het gaat hier om een
behoorlijk financieel probleem, niet
zozeer voor dit jaar maar ook voor
de komende jaren. Wij zullen met
een oplossing moeten komen. Die
heb ik op deze avond niet in mijn
achterzak zitten. Volgens mij heeft
niemand die in de achterzak. Ik heb
namelijk van geen enkele partij een
voorstel voor dekking gezien. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1348" partij="GroenLinks" naam="Rabbae">
 Voorzitter! Mevrouw Dijksma zegt:
het is stikken of slikken. Zij voegt
daaraan toe dat zij het niet verant-
woord vindt dat deze maatregel
wordt ingevoerd per 1 januari 1998. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1349" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 1
augustus 1998. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1350" partij="GroenLinks" naam="Rabbae">
 Inderdaad. Stel dat de minister zegt:
ik wil dat het per 1 augustus wordt
ingevoerd, want dat kan. Is het dan
toch slikken? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1351" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Volgens
mij kan het niet. Maar laten wij dat
maar even van de minister horen. Ik
denk dat het heel lastig wordt. Ik heb
een aantal redenen naar voren
gebracht waarom het heel moeilijk
zal worden. De minister heeft het op
een presenteerblaadje aan de Kamer
aangeboden door te zeggen dat
amendementen op dit wetsvoorstel
problemen zullen opleveren voor de
invoering van de hele zaak voor 1
augustus 1998. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1352" partij="GroenLinks" naam="Rabbae">
 Mag ik het als volgt zien? U zegt: ik ben
overtuigd van mijn gelijk dat deze
zaak niet kan worden ingevoerd per
1 augustus a.s.; zelfs als de minister
mij probeert te overtuigen, zal ik
’’nee’’ zeggen en dus niet met hem
meegaan. Mag ik het zo zien? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1353" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Ik denk
dat u dat wel zo mag zien, ja. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1354" partij="D66" naam="Lambrechts">

Voorzitter! Mevrouw Dijksma vindt
het natuurlijk ook niks. Dat laat zij
blijken met haar inbreng nu. Het
blijkt nog meer uit het verslag. Zij
vindt het ook niet prettig dat de
leerplicht niet blijft gekoppeld aan
het gratis onderwijs. Wij zullen straks
horen hoe groot het gat precies is
voor 1998. Dat weten wij nu
inderdaad nog niet. Maar is
mevrouw Dijksma bereid om met
ons en eventueel met het kabinet
nog eens te bekijken of een goede
dekking kan worden gevonden,
anders dan die nu wordt voorge-
steld? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1355" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Wij zijn
daartoe natuurlijk altijd bereid. Maar
u moet een ding niet vergeten. Als
dergelijke dekkingen bestonden, dan
hadden wij die naar voren gebracht.
Het gaat dan wel om dekking binnen
de onderwijsbegroting. Immers, wij
hebben dit niet bij de algemene
politieke beschouwingen en zelfs niet
bij de behandeling van de onderwijs-
begroting geregeld. Dat verplicht ons
om te zoeken binnen de onderwijs-
begroting, als wij het vanavond
willen regelen. Dat zal echter
problemen opleveren. Want tot nu
toe hebben wij geen van allen die
dekking gevonden. De bereidheid is
er dus wel. Maar wij staan hier
vanavond allemaal met aan de ene
kant pijn in de buik en aan de andere
kant geen poen op zak! 

</spreker>
<spreker pagina="28-2206" anker="1356" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Ik weet
niet of wij dit vanavond kunnen
regelen, maar misschien kunnen wij
dat kort daarna. Per slot van
rekening hebben wij over de
onderwijsbegroting nog niet
gestemd.
Verder wijs ik mevrouw Dijksma
erop dat deze gang van zaken op
buitenstaanders een rare indruk zal
maken. De PvdA heeft namelijk
gisteren bij monde van de heer Van
Zijl gepleit voor het in de komende
periode doen van een investering
van 200 mln. extra om het lesgeld
voor bepaalde groepen te verlagen.
Nu zouden wij echter gedwongen
worden om ’’ja’’ te zeggen tegen dit
wetsvoorstel, maar wij weten
allemaal dat het er zeker niet moet
komen. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2207" anker="1357" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Wat is nu
zo frappant? Er zijn inderdaad met
andere fracties afspraken gemaakt.
Dat gebeurde echter in een andere
tijd en wij kunnen niet een onge-
dekte cheque aan de minister geven.
Er zou zich een probleem kunnen
voordoen als de minister terugkomt
met een alternatieve financiering
waarvoor het geld binnen de
onderwijsbegroting wordt gevonden. Wij zouden wellicht moeten zeggen:
sorry, maar hier zijn we ook niet
tevreden mee. Met dat probleem
zouden wij allen te maken kunnen
krijgen, en ik wijs mevrouw
Lambrechts er dan ook op dat wij
daar rekening mee moeten houden.
Ik sta hier om de inhoud te beoorde-
len, maar ook met verantwoordelijk-
heid waarop wij aangesproken
moeten kunnen worden. Wij zouden
niet graag zien dat onze opmerkin-
gen leiden tot een andere financie-
ring die misschien nog moeilijker is
te verdedigen. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2207" anker="1358" partij="D66" naam="Lambrechts">

Voorzitter! Ik ontken niet dat wij een
probleem hebben, maar ik wijs erop
dat het probleem groter wordt als wij
allemaal het voorstel van de minister
niet willen, maar toch er ’’ja’’ tegen
zeggen. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2207" anker="1359" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Maar
naar mijn mening zullen wij ook een
probleem hebben als wij vanavond
zeggen dat wij het wetsvoorstel niet
willen, maar later het geld niet
kunnen vinden voor een ander
voorstel. Dan zouden wij met de
gebakken peren zitten en een andere
bezuiniging binnen de onderwijs-
begroting voor onze kiezen krijgen.
Met die nieuwe bezuiniging zouden
wij het dan ook weer niet eens
kunnen zijn. Dat is ons gezamenlijk
probleem. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2207" anker="1360" partij="RPF" naam="Stellingwerf">

Voorzitter! Voorzover ik kan nagaan,
is de voorgestelde maatregel niet
afgesproken bij de opstelling van het
regeerakkoord. Het is dus een
voorstel van deze minister en wij
moeten dat voorstel nu beoordelen.
Ik vind dat wij niet elk gek voorstel
van deze minister hoeven te
accepteren. Daarom is het niet
stikken of slikken.
Stel dat wij de datum van 1
augustus 1998 niet halen. Zou het
dan niet verstandig zijn om, gelet
ook wat de heer Van Zijl heeft
gezegd, dit vuiltje maar weg te
werken bij de komende onderhande-
ling over een nieuw regeerakkoord? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2207" anker="1361" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Met dat
laatste kan ik zeker instemmen. In
haar verkiezingsprogramma heeft de
Partij van de Arbeid niet alleen geld
uitgetrokken voor verruiming van de
Wet tegemoetkoming studiekosten –
daarover sprak de heer Van Zijl
gisteravond namelijk – maar ook
voor het ongedaan maken van een
bezuiniging als deze. Daarover zullen
wij natuurlijk met de coalitiepartners
moeten spreken. Echter, op dit
moment kan ik daarover niet
beslissen. Nu heb ik namelijk geen
67 mln. op zak. Hierin wil ik eerlijk
zijn.,
Wat dat stikken of slikken betreft,
ging het mij om het volgende. De minister zou kunnen zeggen: als
jullie met amendementen op het
wetsvoorstel komen, staat de zaak op
losse schroeven; dan hebben wij een
probleem. Met het oog daarop heb ik gezegd: het gaat niet om stikken of
slikken, want de Kamer bepaalt
uiteindelijk of amendementen
worden ingediend en of ze worden
aangenomen, en niet de minister.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="28-2207">

 
<spreker pagina="28-2207" anker="1362" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">

Voorzitter! Het CDA is zeer blij met
de mogelijkheid van gespreide
betaling van het lesgeld die nu wordt
voorgesteld. Het verdelen van de
betaling van het toch al wat forse
lesgeld van nu, zo’n ƒ 1507, over het
gehele jaar, kan voor de gezinnen
met een beperkt budget zeker een
verlichting betekenen. Van de
vervroegde inning vanaf het kwartaal
nadat de leerling 16 jaar is gewor-
den, is het CDA geen voorstander.
Dat hebben wij reeds vorig jaar
kenbaar gemaakt, ook bij de
behandeling van de begroting van
OCW. Reeds toen hebben wij
aangegeven grote moeite te hebben
met het loslaten van de koppeling
tussen de leerplicht en de lesgeld-
plicht. Internationale verdragen
dwingen ook Nederland om het
leerplichtig onderwijs daadwerkelijk
kosteloos te houden. Als dit principe
wordt losgelaten, zoals in dit
wetsvoorstel wordt voorgesteld, zal
naar onze mening de natuurlijke
drempel geslecht zijn, met als gevolg
dat de onderwijskosten voor ouders
verder zullen stijgen. De overheid
cree¨ert namelijk zelf de ruimte voor
verhoging. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2207" anker="1363" partij="GroenLinks" naam="Rabbae">

Voorzitter! Ook bij de schriftelijke
voorbereiding van dit wetsvoorstel
heeft de heer Ten Hoopen dit
opgeworpen. De minister kwam tot
de conclusie dat het niet in strijd was
met de internationale verdragen. Hoe
staat de heer Ten Hoopen tegenover
de verdediging van de minister? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2207" anker="1364" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">
 Daar
kom ik op; dat is mijn volgende punt.
De interpretatie door het kabinet
van de verplichte frase uit het
IVESCR in verband met invoering
van gratis onderwijs, dat er geen
financie¨le belemmeringen voor de
toegang tot het voortgezet onderwijs
mogen worden opgeworpen, deelt
de CDA-fractie niet. De kosten voor
het onderwijs in Nederland zijn
substantieel. Dat ouders van
kinderen daarover zorg hebben,
moge als bekend worden veronder-
steld. Door de onderwijskosten nu
met zo’n 70 mln. te verhogen wordt
een oneigenlijk beroep gedaan op
ouders. Dat staat wat ons betreft dan
ook in schril contrast met datgene
wat Kamerbreed wordt onderschre-
ven, te weten dat investeren in
onderwijs een voorwaarde is voor
een kennissamenleving c.q.
kennisconcurrentie voor de
toekomst. Weliswaar bestaat er een
tegemoetkoming in de studiekosten
voor ouders met een gezamenlijk
belastbaar inkomen van zo’n
ƒ 50.274. Maar neem een gezin
waarvan twee kinderen aan het
voortgezet onderwijs deelnemen en
een ander in het hoger onderwijs studeert: het cumulatie-effect in de
gezinnen. Als je daarbij de cumula-
tieve effecten betrekt van meerdere
kinderen in een gezin die in het
voortgezet onderwijs of beroepson-
derwijs een opleiding volgen, dan is
het voor de CDA-fractie duidelijk dat
een vervroeging van de inning van
lesgeld een verkeerde manier van
bezuinigen is. De discussie over de
telkinderensystematiek is blijkbaar
nog steeds actueel.
De door het kabinet gehanteerde
argumentatie dat de sterkste
schouders de zwaarste lasten
moeten dragen, heeft ons verre van
overtuigd. Wij stellen door middel
van ons amendement voor om van
deze maatregel af te zien. Wij
brengen het amendement in –
mevrouw Dijksma heeft er al op
gewezen – hoewel de minister in zijn
brief van 25 september jl. over de
Informatiebeheergroep zegt dat elke
substantie¨le wijziging van het
wetsvoorstel kan leiden tot een
problematische invoering per 1
augustus 1998. Het wordt niet
gezegd, maar je zou uit de brief
haast kunnen opmaken dat de minister zegt: Kamer, u mag er wel
over praten, maar uw fundamentele
recht van amendement mag u niet
gebruiken. Dat is geen winst.
Het is in politieke zin op zichzelf
ook merkwaardig dat de minister op
dit moment met zo’n voorstel komt.
De commissie-Hermans bepleit
afschaffing van les- en cursusgeld,
met name in het voortgezet
onderwijs en het middelbaar
beroepsonderwijs. De partij van de
minister spreekt in haar verkiezings-
programma uit dat voor leerlingen
die dat nodig hebben de toegang tot
het onderwijs wordt gesteund door
een forse verruiming van de
tegemoetkoming in de studiekosten.
De PvdA wil meer investeren in
onderwijsachterstanden. Door
intrekking van dit wetsvoorstel kan
niet alleen de minister maar ook de
PvdA-fractie onderwijsachterstand
voorkomen. Dat is beter dan te
repareren en later te moeten
herstellen.
Voorzitter! De CDA-fractie is voor
gespreide betaling, maar werkt er
niet aan mee om ouders met 70 mln.
aan onderwijskosten op te zadelen. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2208" anker="1365" partij="D66" naam="Lambrechts">

Voorzitter! De heer Ten Hoopen heeft
een heel sympathiek amendement
ingediend waarin hij het wetsvoor-
stel knipt met aan de ene kant de
gespreide betaling, wat hij wel wil,
en aan de andere kant het vervroegd
betalen van het lesgeld, dat hij
wegknipt. Ik vraag mij af of dat nodig
is. Heeft hij gezien dat er al een
algemene maatregel van bestuur is
van 29 april waarin die gespreide
betaling wordt geregeld? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2208" anker="1366" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">
 Ja, dat
heb ik gezien. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2208" anker="1367" partij="D66" naam="Lambrechts">

Volgens mij maakt dat uw amende-
ment volstrekt overbodig. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2208" anker="1368" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">

Waarom? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2208" anker="1369" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Omdat
dat deel al is geregeld en niet
afhankelijk is gemaakt van de
invoering van dit wetsvoorstel. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2208" anker="1370" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">
 Daarom
kan ik er toch nog wel een amende-
ment op indienen? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2208" anker="1371" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Maar
ook als u het niet indient of als wij
het niet aannemen, gaat die
gespreide betaling gewoon door.
Misschien moeten wij eens aan de
minister vragen hoe dat zit. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2208" anker="1372" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">
 Dat lijkt
mij zinnig.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="28-2208">

 
<spreker pagina="28-2208" anker="1373" partij="RPF" naam="Stellingwerf">

Voorzitter! Ik mag deze bijdrage
mede namens de fracties van het
GPV en de SGP uitspreken.
Voorzitter! De minister was op
zoek naar geld, en de minister heeft
geld gevonden. Daarom dit
wetsvoorstel. Over de ene helft van
het wetsvoorstel kunnen onze fracties kort zijn: het gaat dan om de
mogelijkheid om het lesgeld in
termijnen te betalen. Dat is een
vooruitgang ten opzichte van de
huidige situatie, waarin ouders in
een keer soms voor meerdere
kinderen een flink bedrag op tafel
moesten leggen. Gespreid betalen
kan de acute financie¨le pijn
verzachten.
Over de andere helft bestaat
onvrede, en niet alleen bij onze
fracties. Het betreft de vervroeging
van de lesgeldplicht naar het
moment waarop de leerling 16 jaar
wordt, ook al is dat halverwege het
schooljaar. Het is de vraag of dat
voorstel het u¨berhaupt zal halen als
de minister met twee aparte
wetsvoorstellen zou zijn gekomen.
Nu de minister beide voorstellen in
een geı¨ntegreerd wetsvoorstel heeft
gegoten, komt de vervroeging van
de lesgeldplicht waarschijnlijk door
het parlement, alhoewel ik daar op
dit moment nog niet zeker van ben,
gehoord de voorgaande sprekers.
Het onaangename deel van het
wetsvoorstel lijkt het te halen op de
slippen van het aangename deel van
het wetsvoorstel.
Voorzitter! Het is duidelijk dat wij
grote moeite hebben met de
vervroeging van de lesgeldplicht. De
minister heeft niet verhuld dat het
hem hierbij alleen maar om het geld
is te doen. Die eerlijkheid is oprecht,
maar ontnuchterend. Er zitten verder
geen diepere pedagogische motieven
achter. In de memorie van toelichting
werd nog even over vermeende
onvrede over de huidige situatie
gesproken, maar voorzover er nu van
onvrede sprake is, is dat alleen maar
bij de minister zelf. Verder zit
niemand op dat deel van het
wetsvoorstel te wachten. Het is
namelijk merkwaardig om een
ongelijkheid te cree¨ren tussen de ene
leerplichtige en de andere. De ene is
net 16 geworden en moet betalen,
zelfs als dat vlak voor de zomerva-
kantie is en de lessen voornamelijk
bestaan uit het spelen van galgje of
andere activiteiten. Voorzitter! U zult
begrijpen dat dit een wat vertekend
beeld van de werkelijkheid is. Ik wil
hiermee maar aangeven dat met
name de kinderen die op dat
moment 16 worden, en met name de
ouders wat vervelende gevoelens
over dit voorstel zullen hebben.
Daarmee begeeft de minister zich
volgens ons op glad ijs. Er wordt
namelijk afbreuk gedaan aan het
principe dat leerplichtig onderwijs
kosteloos onderwijs is. Dat is een
uitgangspunt dat internationaal is
vastgelegd. Hoewel in de schriftelijke
voorbereiding een poging is
ondernomen om aan te tonen dat
geen afbreuk wordt gedaan aan dit
uitgangspunt, overtuigt de minister
naar mijn mening niet. Wanneer
leerlingen 16 jaar worden, moeten ze
lesgeld gaan betalen. Maar in deze
redenering zou het logisch zijn om
vrijstelling dan wel restitutie van het
lesgeld te verlenen op het moment
dat zo’n leerling het onderwijs
verlaat. Maar in de nota naar
aanleiding van het verslag wordt dit
een premie op schoolverlating
genoemd, en wordt gesteld dat dit
niet aan de orde is. Het is van tweee¨n een: of je bent ouder dan 16
jaar, moet lesgeld betalen, bent niet
meer leerplichtig en kunt dus
kosteloos de school verlaten, of je
bent wel leerplichtig, hoeft niets te
betalen en mag de school niet
voortijdig verlaten. Maar het lijkt
erop dat de minister niet wil kiezen,
of omwille van het geld een
financieel gezien zo voordelig
mogelijke regeling heeft willen
treffen. De minister stelt in de nota
dat het beleidsuitgangspunt slechts
wordt genuanceerd, en dat het leidt
tot een meer geleidelijke wijze van
de verplichting tot het betalen van
lesgeld, zodat er meer geleidelijkheid
wordt gecree¨erd. Het moet bijna op
een heel goede maatregel gaan
lijken, maar ik denk dat de inbreng
van de SGP-fractie in de nota naar
aanleiding van het verslag juist is,
waarin zij stelt dat het wetsvoorstel
juist de geleidelijke invoering van
kostendragend onderwijs tot gevolg
heeft. Het is dus net andersom, wat
de minister in de nota natuurlijk
ontkent.
Ondertussen moeten de ouders de
begrote tientallen miljoenen gaan
opbrengen. Daarmee wordt risico
genomen voor de toegankelijkheid
van het onderwijs, en wordt een
extra beroep gedaan op ouders die
vaak al zware lasten hebben. Ik denk
dan aan extra kosten van kampen,
excursies, boekengeld, reisgeld,
kortingen op kinderbijslag, om nog
maar te zwijgen van de dreigende
tariefverhoging bij de NS, die veel
gezinnen zal gaan treffen.
Daarmee kom ik op het laatste punt: de voorlichting over de
mogelijkheid van compensatie in het
kader van de Wet tegemoetkoming
studiekosten. Het laatste wat ik de
minister kan vragen, is om hier nog
eens serieus naar te kijken, in die zin
dat bekeken zou moeten worden hoe
die voorlichting zo kan worden
verbeterd dat meer ouders gebruik
maken van de mogelijkheid van
compensatie en dat er geen sprake is
van een niet-gebruik, zoals bijvoor-
beeld bij de IHS het geval is.
Voorzitter! Het spreekt voor zich
dat wij in ieder geval het amende-
ment van de CDA-fractie van harte
zullen ondersteunen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="28-2209">

 
<spreker pagina="28-2209" anker="1374" partij="GroenLinks" naam="Rabbae">

Mijnheer de voorzitter! Mevrouw De
Vries heeft gelijk als zij zegt dat het
in dit geval eigenlijk gaat om een
gewone bezuinigingsmaatregel. Ook
de minister is zo eerlijk om dat
expliciet aan te geven. Maar ook een
eerlijke bezuinigingsmaatregel
hoeven wij eigenlijk niet over te
nemen als deze maatregel een aantal
implicaties heeft op het punt van de
toegankelijkheid van het onderwijs.
Dat is toch een belangrijk thema,
juist voor de PvdA die als sociaal-
democraten proberen de emancipatie
van de zwakke groepen te bevorde-
ren.
De minister komt aan – zoals
gebruikelijk, is hij kunstig in het
vinden van bezuinigingen – met een
geknipte maatregel. Dat moet hem
nagegeven worden, maar die
maatregel heeft wel een aantal
consequenties. Wat doen wij
bijvoorbeeld met ouders die kinderen
hebben die studeren in het voortge-
zet onderwijs en in het hoger
onderwijs? Wat doen wij met ouders
wier inkomen net boven de
ƒ 50.000 ligt? Wat doen wij met
ouders die waarschijnlijk geen
beroep doen op verschillende
compensatiemaatregelen? De
minister zegt dat wij de Wet
tegemoetkoming studiekosten
hebben, waar een en ander mee kan
worden gecompenseerd. Iedereen in
deze Kamer weet dat deze maatregel
zeker door mijn fractie fel is
bekritiseerd, omdat de minister die
compensatie niet zelf regelt, maar de
mensen doorstuurt naar de
bijzondere bijstand bij de sociale
diensten. Waarom heeft hij dat zelf
niet in handen genomen en deze
mensen vanuit het budget voor
onderwijs compensatie gegeven?
De minister heeft voor 1997 een
bedrag van 50 mln. begroot. Uit de
berekeningen komt echter een
bedrag van 70 mln. tevoorschijn. Wat
doen wij met het verschil? Daar doet
de minister geen enkele uitspraak
over. Er is dus kennelijk een
calculatiewinst van 20 mln.
Ik sluit mij aan bij de vraag van
collega Ten Hoopen of deze
maatregel niet in strijd is met de
internationale verdragen.
Zoals het gaat in het leven, zijn
niet alle dingen slecht. Ook deze
maatregel is niet slecht, want die
heeft ook een positieve component,
namelijk de gespreide termijnbeta-
ling. Dat heeft onze steun, maar als
het gaat om het eenmalig ophoesten
van het hele bedrag door mensen
die achterstallig zijn, is dat te veel
gevraagd, zeker als het gaat om
mensen met een laag inkomen. Dat
kunnen wij niet steunen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="28-2209">

 
<spreker pagina="28-2209" anker="1375" partij="D66" naam="Lambrechts">

Mijnheer de voorzitter! Laat ik ook
maar meteen de koe bij de horens
nemen. De fractie van D66 heeft echt
grote moeite met dit wetsvoorstel. Ik
heb dat overigens ook al kenbaar
gemaakt tijdens de behandeling van
de onderwijsbegroting. Toen dacht ik
overigens nog het een tegen het
ander te kunnen wegstrepen. Dat
blijkt echter niet te kunnen, omdat de
gespreide betaling al bij algemene
maatregel van bestuur is geregeld.
Kennelijk ben ik niet de enige die dat
tot nu toe niet echt in de gaten had.
Het gaat ons ook niet om die
gespreide betaling. Dat is op zichzelf
een prima voorstel. Wij hebben
echter wel bezwaar tegen het eerder
betalen van het lesgeld en daarmee
het loslaten van de koppeling tussen
leerplicht en lesgeld. Daarvoor
hebben wij drie redenen.
De eerste is dat leerlingen
voortaan lesgeld verschuldigd zijn
vanaf het moment waarop zij 16
worden, ook al zijn ze dan nog
leerplichtig. Daarmee verlaten wij
dus een wezenlijk uitgangspunt,
namelijk dat tegenover de verplich-
ting om aan het onderwijs deel te
nemen, het recht op bekostiging
staat. De Raad van State verwoordde
het ook op die manier. Leerplicht en
bekostiging zijn tot op dit moment
aan elkaar gekoppeld. D66 hecht
eraan dat dit zo blijft.
De tweede reden waarom we dit
wetsvoorstel niet zien zitten, betreft
de toegankelijkheid van het
onderwijs. In de eerste week van het
zomerreces hebben wij een advies
gekregen van de Onderwijsraad. Dat
ging over de toegankelijkheid van
het onderwijs. Uit dat advies blijkt
hoe ontzettend moeilijk het is om dit
begrip goed te definie¨ren en precies
aan te geven welke factoren hierbij
een rol spelen. In dat advies wordt in
elk geval duidelijk dat toegankelijk-
heid, in tegenstelling tot wat de term
in eerste instantie suggereert, niet
alleen te maken heeft met geen
drempels – ’’komt u binnen’’ – maar
ook met ’’hoe blijft u binnen’’. Het
openzetten van de deur voor wie
binnenkomt is een, maar vervolgens
moet je de deur heel erg snel
dichtdoen voor degenen die binnen
zijn, want je wilt niet dat ze weer
naar buiten gaan. Als wij het advies
van de Onderwijsraad serieus
nemen, dan betekent dat dat alle
beleidsprikkels er juist op gericht
moeten zijn om leerlingen binnen het
onderwijs te houden. Dit wetsvoor-
stel is in onze ogen zeker geen
prikkel om binnen het onderwijs te
blijven. Mijn vraag aan de minister is
of hij dit een prikkel vindt die de
toegankelijkheid ten goede komt?
Waarom wordt er om 67 mln. te
besparen nu zo’n risicovolle
maatregel genomen waarvan het
effect niet voorspelbaar is? In onze ogen geldt hiervoor: penny-wise and
pound-foolish. Als we het aantal
drop-outs willen verminderen en
werkelijk iets voor kansarme
leerlingen willen doen, zouden we
eerder moeten overwegen om
leerplicht en overheidsbekostiging uit
te breiden tot en met het behalen
van op zijn minst een diploma of
startkwalificatie, zelfs als dat een jaar
langer overheidsbekostiging vraagt.
’’Niemand zonder diploma de deur
uit’’, zou de leuze moeten zijn. Ik
begrijp dat dat nu een stap te ver is.
Ik vraag dat ook niet. Ik zeg dat
alleen om de minister ons perspec-
tief te geven. Maar tot een stap terug
zijn wij ook niet bereid.
De derde reden waarom we dit
wetsvoorstel niet zien zitten, is
vanwege de lastenverzwaring die uit
deze maatregel voortvloeit voor al
degenen die het niet geheel of
gedeeltelijk vergoed krijgen via een
tegemoetkoming in de studiekosten.
Een dergelijke lastenverzwaring is in
strijd met de afspraken die we
daarover in het regeerakkoord
gemaakt hebben. Voor sommigen,
zoals al door anderen is gememo-
reerd, zal dit een lastenverzwaring
van ƒ 1000 of meer per kind
betekenen. In het geval van twee
kinderen is dat het dubbele.
Voorzitter! Tot zover onze
argumenten, maar ik wil ook nog
even ingaan op de argumenten van
de minister. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1376" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">

Voorzitter! Mevrouw Lambrechts
houdt een roerend betoog. Niettemin
ligt dit wetsvoorstel er al heel lang.
We wisten een jaar geleden al dat
het eraan kwam. Het is toen even
weggeschoven vanwege een
probleem met de uitvoerbaarheid. Ik
heb bij de algemene beschouwingen
1997, de begrotingsbehandeling
1997, de Voorjaarsnota 1997, de
algemene beschouwingen 1998 en
de begrotingsbehandeling 1998 geen
amendementen van u gezien,
mevrouw Lambrechts. Er is bij de
algemene beschouwingen een
slordige 200 mln. extra ter beschik-
king gesteld voor zaken die de
Kamer graag wilde. Ik geloof dat uw
fractie erg enthousiast was om wat
geld voor nieuwe kunstuitingen uit te
geven. U houdt nu een betoog dat
het u zeer zwaar op de maag ligt dat
de toegankelijkheid van het
onderwijs bedreigd wordt. U hebt
meer dan veertien maanden de tijd
gehad en u gaat hier nu zo’n verhaal
houden. Het is niet leuk. We doen
het allemaal met lange tanden en
pijn in onze buik, maar u hebt
medeverantwoordelijkheid. Waarom
heeft uw fractie daar dan geen
prioriteit van gemaakt? Het is te gemakkelijk om te zeggen: ’’we
zeiden het al in het verslag; we
hebben er nooit zin in gehad’’. Ik
vind dat u zich nu ook een beetje als
een volwassen coalitiepartner moet
gedragen. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1377" partij="D66" naam="Lambrechts">

Voorzitter! Als het de VVD zo zwaar
weegt als nu blijkt, dan zou ook zij
moeten proberen om alsnog een
oplossing te zoeken. Ik weet niet hoe
groot het probleem voor 1998 is. Ik
denk dat mevrouw Dijksma gelijk
heeft. Zij heeft gezegd dat wij 1
augustus 1998 niet meer halen. En
als we die datum niet meer halen,
dan is het geen probleem van de
Kamer om dat gedekt te krijgen.
Vervolgens hebben we natuurlijk
wel een probleem bij de meerjaren-
ramingen. Wij zijn bereid te kijken
hoe wij dat eventueel kunnen
oplossen. Daar zou echter ook de
periode van de onderhandelingen
over het nieuwe regeerakkoord voor
gebruikt kunnen worden. Ik sluit niet
uit dat wij, als u daartoe bereid bent
en als ook de regering daartoe
bereid is, dat dan nu misschien al in
de meerjarenraming moeten
aangeven. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1378" partij="VVD" naam="J.M. de Vries">
 Het
is geen kwestie van bereidheid.
Mevrouw Lambrechts hanteert nu de
tactiek van ’’van uitstel komt afstel’’.
Zij houdt een betoog waaruit
opgemaakt zou kunnen worden dat
D66 de enige is die dit niet over het
hart kan verkrijgen. Er was meer dan
een jaar de tijd om daar oplossingen
voor te vinden. En dat is niet
makkelijk, want anders hadden wij ze
al, en de PvdA en de minister ook.
Niemand vindt het hier leuk, maar
mevrouw Lambrechts moet niet
doen alsof zij een soort heilige
maagd Maria is die beter dan
iedereen weet wat er niet moet
gebeuren, terwijl zij de oplossing ook
niet heeft. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1379" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Ik heb
vandaag kunnen vaststellen dat
velen met mij niet in de gaten
hadden dat de gespreide betaling
kennelijk al is ingevoerd. Ik dacht
tijdens de behandeling van de
onderwijsbegroting nog dat dan
maar het een tegen het ander moest
worden weggestreept, waardoor wij
voor driee¨nhalf, vier jaar, ook voor
de meerjarenraming, uit de kosten
waren geweest. Dit blijkt dus niet
mogelijk te zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1380" partij="VVD" naam="J.M. De Vries">

Voorzitter! Mevrouw Lambrechts
wilde toch niet beweren dat dit
wetsvoorstel gaat over gespreide
betaling? Dat was iets wat annex ook
geregeld kon worden. Het was ook
gewoon de invulling van een
taakstelling. Doet u nu gewoon
eerlijk, mevrouw Lambrechts. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1381" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Het is
zeker de invulling van een taakstel-
ling, maar de gespreide betaling kost
wel geld, namelijk 142 mln. als ik het
juist heb. Dan kan het een voorlopig
tegen het ander weggestreept
worden, maar ik ben het met
mevrouw De Vries eens dat dit nu
niet kan. Ik hoor wel van de minister
wat voor 1998 het probleem is. Als
dat een probleem is dat de Kamer
zich zou moeten aantrekken, dan
zullen wij ons dat aantrekken. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1382" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Voorzit-
ter! Dit is geen oefening in heilig-
heid, maar het gaat er natuurlijk wel
om dat eerlijk en duidelijk wordt
aangegeven waar de pijn geleden
moet worden. Als wij deze 67 mln.
niet via dit wetsvoorstel invullen,
waar moet dat bedrag dan vandaan
komen? Mevrouw Lambrechts gaf
aan dat D66 zoekende is. Dat is
natuurlijk heel mooi, maar is de
fractie van D66 bereid om bijvoor-
beeld ergens anders op de
onderwijsbegroting voor meerdere
jaren zo’n financiering te vinden, of
moet het volgens haar niet op de
onderwijsbegroting gevonden
worden maar elders? Als het laatste
het geval is, hebben wij ook een
probleem binnen het kabinet. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1383" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Ik zal
eerst ingaan op het eerlijk en
duidelijk zijn. Vindt mevrouw
Dijksma het eerlijk en duidelijk
tegenover de burgers om nu ’’ja’’ te
zeggen tegen een wetsvoorstel
waarvan wij allemaal weten dat het
bij een volgend regeerakkoord hoe
dan ook weer ongedaan zal worden
gemaakt? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2210" anker="1384" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Als
ergens geld vandaan wordt gehaald,
moet duidelijk verantwoord worden
wie dat moet gaan betalen. Als
maatregel X niet gewenst is, moet
een slimme oplossing worden
aangedragen waarmee die maatregel
op termijn ongedaan kan worden
gemaakt, maar er moet geen
ongedekte cheque worden neerge-
legd. Dat zou immers betekenen dat
misschien zelfs wel D66-
bewindslieden in dit kabinet de
minister van Onderwijs terugsturen
en het hem op zijn eigen begroting
laten uitzoeken. Is dan volgens
mevrouw Lambrechts het probleem
opgelost? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1385" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Wat
mevrouw Dijksma zegt, is misschien
mogelijk, maar zullen wij dat dan
even afwachten? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1386" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 De vraag
is of mevrouw Lambrechts dat
accepteert. Zij neemt een politieke
stellingname in. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1387" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Ik heb
dezelfde vraag bij de minister neergelegd als mevrouw Dijksma:
hebben wij voor 1998 een probleem
dat deze Kamer moet oplossen?
Onlangs hebben wij over de
begroting gesproken en daarover
gaan wij binnenkort stemmen. Als
dat een probleem voor 1998 bevat
dat de Kamer moet oplossen, dan
zullen wij ons dat aantrekken. Wij
zullen verder bekijken hoe het met
problemen voor 1999 zit. Er is veel
voor te zeggen om dat mee te
nemen bij de onderhandelingen voor
een nieuw regeerakkoord. Als de
PvdA en de VVD daartoe bereid zijn,
dan wil D66 daar ook nu al naar
kijken. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1388" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Maar nu
al liggen er meerjarenramingen vast,
niet alleen voor 1998, maar ook voor
de jaren daarna. Op dit moment
kunnen wij daar niet van zeggen dat
wij het dan wel weer zien. Misschien
moet nu een, eventueel tijdelijke,
dekking gezocht worden, maar dan
hoeven wij in elk geval niet te
zeggen dat wij het dan wel weer
zien. Vindt mevrouw Lambrechts het
een goede zaak en neemt zij het
politiek voor haar rekening dat het er
misschien op neerkomt dat wij het
bedrag van 67 mln. straks ergens
anders op de onderwijsbegroting
moeten zoeken? Als dat het geval is,
zijn wij er volgens mij geen steek
mee opgeschoten. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1389" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Ik zou
het absoluut liever voor mijn
rekening nemen om nieuwe dekking
te zoeken, bijvoorbeeld in de centraal
beheerde middelen, dan om dit
wetsvoorstel door te laten gaan in de
veronderstelling dat het misschien
straks wel wordt rechtgezet. Wij
moeten nog maar afwachten of dat
werkelijk gaat gebeuren als wij er nu
’’ja’’ tegen zeggen. Ik vind het
overigens ook niet uit te leggen aan
de burgers. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1390" partij="PvdA" naam="Dijksma">
 Het is
ook niet uit te leggen dat je hier
’’nee’’ tegen zegt en dat je tegen een
vergelijkbare maatregel ergens
anders in het onderwijsveld,
bijvoorbeeld studiefinanciering, ’’ja’’
zegt. Wat is nu precies de politieke
inzet van de fractie van D66? Gaat zij
dit financie¨le probleem elders in het
kabinet neerleggen, of moet minister
Jo Ritzen dat straks alsnog op zijn
begroting vinden? Dat is de vraag
die nu voorligt. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1391" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Wij
treden toch in herhaling. Ik heb de
minister gevraagd of er voor 1998
een probleem is dat wij ons moeten
aantrekken. Vervolgens spreken wij
over de volgende jaren. Dan is het
de vraag of je het probleem van de
dekking nu zo zwaar moet laten
wegen dat je ’’ja’’ zegt tegen iets wat
wij allemaal – de een meer dan de
ander, maar ik weet dat mevrouw
Dijksma dat ook vindt – verwerpelijk
vinden. Daarmee komen wij immers
op een glijdende schaal terecht. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1392" partij="RPF" naam="Stellingwerf">
 De
conclusie kan nu al zijn dat de
duidelijke actie van mevrouw
Lambrechts, die ik overigens zeer
waardeer, tot resultaat moet leiden.
Gelet op haar woorden kan het al
bijna niet zo zijn dat dit niet tot iets
leidt. Of moeten wij haar interventie
als een soort zelfkastijding zien? Dat
blijkt straks wel in tweede termijn. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2211" anker="1393" partij="D66" naam="Lambrechts">
 Ik snap
niet hoe men iets anders uit mijn
woorden kan opmaken dan dat wij
dit wetsvoorstel niet willen en er dus
tegen zullen stemmen. In het begin
zei ik al dat ik de koe bij de horens
zou nemen. Ik dacht dat ik zo
duidelijk was.
Voorzitter! Ik ga toch nog even in
op de argumenten van de minister.
Aanvankelijk werd gesuggereerd dat
het ging om het rechtzetten van
rechtsongelijkheid tussen de ene en
de andere 16-jarige, gebaseerd op
hun toevallige geboortedatum. De
minister spreekt in de nota naar
aanleiding van het verslag van meer
gelijkheid tussen jongeren van
dezelfde leeftijd. Dit is een non-
argument, aangezien dezelfde
leerlingen ook op verschillende
momenten hun zesde of zevende
levensjaar in het onderwijs begon-
nen zijn. Het aantal jaren genoten
onderwijs is dus waarschijnlijk min
of meer hetzelfde. Daarnaast geeft de
minister ook nog het onderwijskun-
dige argument. Tot nu toe heb ik er
eerlijk gezegd niet een gehoord of
gelezen. Zelf kunnen wij alleen maar
onderwijskundige argumenten
bedenken die juist tegen dit
wetsvoorstel pleiten, bijvoorbeeld de
toegankelijkheid van het onderwijs.
Inmiddels erkent de minister
gelukkig dat het vooral gaat om een
financie¨le maatregel. Ik zeg met
opzet ’’gelukkig’’, want dat verheldert
de discussie. Dat is inmiddels
gebleken. Dan weten wij waar wij het
over hebben.
Het is maar de vraag of deze
maatregel op den duur niet veel
meer kost dan zij oplevert. Als nogal
wat kinderen ten gevolge van deze
maatregel het onderwijs eerder
verlaten, zijn wij heel snel meer kwijt
dan de 67 mln. die wij op deze wijze
denken te bezuinigen.
De minister vraagt ons begrip voor
de taakstelling. Wij hebben begrip
voor die taakstelling, maar dat
betekent nog niet dat wij daarom
instemmen met een wetsvoorstel dat
ons absoluut niet zint. Wij willen wel
meedenken over een andere manier
om daaraan vorm te geven. Als er
voor 1998 een probleem is, is dat
zeker het geval. Wij zijn ook bereid
mee te denken over de jaren daarna.
Dat zou overigens ook bij een
volgend regeerakkoord kunnen.
De conclusie. D66 wil de koppeling
tussen overheidsbekostiging en
leerplicht niet loslaten. Wij hechten
zeer aan het gratis onderwijs in de
leerplichtige leeftijd. Als wij daaraan
gaan morrelen, komen wij op een
glijdend vlak. Wij gaan ervan uit dat
de invoering per 1 januari 1998 heel
moeilijk te realiseren zal zijn. Ik hoor
dat zo dadelijk wel. Dat betekent dat
pas per 1 augustus 1999 een
probleem optreedt. Hierover wil ik geen misverstand laten bestaan: ook
per 1 augustus 1999 willen wij de
koppeling leerplicht-lesgeld niet
loslaten.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="28-2211">

 
<spreker pagina="28-2211" anker="1394" partij="SP" naam="Poppe">
 Mijnheer de
voorzitter! Voorzover ik dat in mijn
korte leventje als Kamerlid heb
meegemaakt, is dit wetsvoorstel op
de agenda het vaakst doorgescho-
ven. Keer op keer schoof het op en
kwam het op een nieuwe agenda te
staan. Even dacht ik zelfs ’’dit wordt
definitief afschuiven’’, zeker gelet op
de kritiek van de coalitiepartijen die
ik in kranten heb gelezen. Mooi weer
spelen buiten en hier ach en wee
roepen. Definitief afschuiven zou
eigenlijk de enig juiste manier
geweest zijn omdat, als het aan de
SP ligt, het leerplichtonderwijs
zonder kosten toegankelijk moet
blijven. Dat is altijd het uitgangspunt
geweest. In dit wetsvoorstel wordt
dat uitgangspunt verlaten. Ik meen
dat de staatssecretaris dit ontkende
en liever sprak over een nuancering.
De minister moet dat maar eens
uitleggen. Er is immers voor gekozen
dat de systematiek van de Leerplicht-
wet in stand moet blijven, waardoor
het eind van de leerplicht blijft
samenvallen met het einde van het
cursusjaar. Dat betekent dat
leerlingen die in april jarig zijn, tot
september leerplichtig zijn, maar wel
lesgeld moeten betalen. Mevrouw De
Vries rekende voor dat dit per
leerling kan oplopen tot ƒ 1200 voor
de ouders. Op het moment dat ook
maar een leerplichtige leerling
lesgeld moet betalen, is volgens mij
het uitgangspunt dat leerplicht-
onderwijs gratis toegankelijk moet
zijn, verlaten.
Terecht vreest mevrouw Dijksma
dat dit wel eens een afglijden zou
kunnen zijn naar verlaging van de
leeftijdsgrens. Het is daarom des te
vreemder dat zij niet onverbloemd
’’nee’’ zegt tegen dit wetsvoorstel,
maar mee gaat jeremie¨ren over 67
mln., die ergens anders op de
begroting gevonden moet worden, in plaats van te zeggen: haal het maar
ergens anders bij de regering. Er was
toch ook 900 mln. voor een tunnel
door het Groene Hart?
Ik begrijp deze maatregel dus niet,
zeker niet van een minister van de
Partij van de Arbeid, of ook weer
wel, want hij levert 70 mln. meer
lesgeld op. Daarom is het ook niet
anders te zien dan als een ordinaire
manier om lesgeld binnen te halen.
Dan kom ik op de lesgeld-
compensatie voor ouders met een
inkomen beneden ƒ 50.275 per jaar.
De minister erkent dat niet alle
ouders die hiervoor in aanmerking
komen, er gebruik van maken. Dat is
een probleem. Het is niet helemaal
duidelijk waarom zij er geen gebruik
van maken. Dat probleem zien wij
ook bij de huursubsidie. Is de
minister bereid onderzoek te doen
naar het niet-gebruik en voorstellen
aan de Kamer voor te leggen die het
gebruik van de Wet tegemoetkoming
studiekosten vergroten?
Hoewel de inkomensgrens als
zodanig hier niet ter discussie staat,
wil ik er toch een opmerking over
maken. Voor ouders die net boven
deze grens zitten en meerdere
kinderen hebben, moet de betaling
van lesgeld langzaam maar zeker
grijze haren opleveren, of een kale
kop van het in het haar wrijven bij de
vraag hoe zij dat probleem op
moeten lossen. Tel daarbij op de
’’vrijwillige’’ ouderbijdrage en andere
kosten en je snapt dat de ouders
voor grote financie¨le problemen
staan. Het wetsvoorstel maakt
weliswaar gespreide betaling
mogelijk, maar het blijft een hoop
geld.
Het is natuurlijk beter als al die
eigen bijdragen zouden worden
afgeschaft en de financiering van het
onderwijs gewoon via belastinghef-
fing zou worden geregeld. Tenslotte
is het onderwijs van algemeen
maatschappelijk belang en niet
alleen voor de jeugd en hun ouders.
Daarmee zou ook een heleboel
bureaucratie en rondpompen van
geld worden voorkomen. Dat levert
weer geld op dat nu verdwijnt in
uitvoeringskosten. Ik hoor graag van
de minister hoe hij hierover denkt.
Naar mijn mening kan hij ook niet
gelukkig zijn met al deze regelingen
en met dit wetsvoorstel.
Mijnheer de voorzitter! Geen
amendementen van onze kant, geen
bloemen, geen zakdoeken met
tranen, maar gewoon tegenstem-
men, omdat de SP-fractie zeker in dit
geval niet anders kan. Wij zullen de
twee amendementen van mevrouw
De Vries en de heer Ten Hoopen wel
steunen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="28-2212">

 
<spreker pagina="28-2212" anker="1395" naam="De voorzitter">
 Wij zijn hiermee
gekomen aan het einde van de
eerste termijn van de kant van de
Kamer. De minister heeft mij
meegedeeld dat hij, gehoord de
beraadslaging inclusief de interrup-
ties, niet in staat is om duidelijk te
antwoorden voordat hij nader beraad
heeft kunnen voeren. Ik denk dat wij
een duidelijk antwoord prefereren.
Dat betekent dat wij ons bij de wens
van de minister neer moeten leggen.
Dit impliceert wel dat de verantwoor-
delijkheid voor het niet tijdig kunnen
indienen van dit wetsvoorstel aan de
overzijde, bij de Eerste Kamer, niet
meer bij ons ligt. Die vrijwarings-
opmerking wil ik graag hier maken
vanwege het feit dat er in deze tijd
van het jaar nogal eens wat
verwijten heen en weer vliegen. In
ieder geval zal zo’n verwijt naar onze
kant niet ontvankelijk worden
verklaard. Ik vraag de minister wel
om zo snel mogelijk de mogelijkheid
te cree¨ren voor een antwoord aan de
Kamer. Wij vinden ook dat er
voortgang gemaakt moet worden
met behandeling van het wetsvoor-
stel. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2212" anker="1396" partij="RPF" naam="Stellingwerf">

Voorzitter! Ik heb er alle begrip voor
dat de minister deze stap nodig
vindt. Ik vraag hem wel om ook
duidelijkheid te geven over wat dit
uitstel verder gaat betekenen. Dit
plaatst wellicht de discussies van
straks in een heel ander daglicht. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2212" anker="1397" partij="CDA" naam="Ten Hoopen">
 Is het
overleg dat de minister gaat voeren
overleg op het departement of in het
kabinet? Aan welke termijn denkt hij
daarbij? 

</spreker>
<spreker pagina="28-2212" anker="1398" soort="Minister" naam="Ritzen">
 In antwoord op de
eerste vraag zeg ik dat ik vanzelfspre-
kend de consequenties van enig
uitstel meeneem. De termijn waarop
een en ander gaat gebeuren, zal een
aantal dagen inhouden. Het zal een
breed politiek beraad moeten zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2212" anker="1399" naam="De voorzitter">
 Dat betekent dat het
niet voor vrijdag kan plaatsvinden.
Dat is de manier waarop ik dit versta.
Dit is de realiteit. Wij wachten het
moment af waarop de minister de
Kamer kan antwoorden in eerste
termijn. Ik wil hem vragen om
daarbij zoveel mogelijk spoed te
betrachten.
De algemene beraadslaging wordt
geschorst. 

</spreker>
<spreker pagina="28-2212" anker="1400" naam="De voorzitter">
 Wat betreft de
agenda van heden stond de
problematiek van de allochtone
levende talen nog op de agenda. Ik
zal mijn uiterste best doen om daar
morgen aan het einde van de
middag ruimte voor te reserveren,
zodat wij alsdan dit wetsvoorstel
kunnen afhandelen in eerste en
tweede termijn. Dat hangt een beetje
af van het verloop van de zaken
morgen.</spreker>
</blok>
<blok pagina="28-2213">Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen:
1. zeven koninklijk boodschappen,
ten geleide van de volgende voorstellen van (rijks)wet:
Invoering van de mogelijkheid tot
het treffen van bijzondere maatrege-
len door de ondernemingskamer
over de zeggenschap in de naamloze
vennootschap (25732);
Wijziging van de Gemeentewet, de
Waterschapswet en de Invoeringswet
Financie¨le-verhoudingswet met
betrekking tot de werktuigen-
vrijstelling (Wet wijziging
werktuigenvrijstelling) (25736);
Wijziging van de Opiumwet om
onderscheid te kunnen maken tussen
Opiumwetmiddelen bij het geven
van regels voor het voorschrijven
van Opiumwetmiddelen op recept
(25737);
Regels inzake het treffen van
voorzieningen ten behoeve van
remigratie (Remigratiewet) (25741);
Wijziging van de Luchtvaartwet,
houdende aanpassing van de
geluidsheffing (25743);
Wijziging van de Wet van 1
oktober 1992, houdende bijzondere
regels met betrekking tot het recht
op uitkering als bedoeld in de
Uitkeringswet gewezen militairen
(25744);
Privatisering Fonds Voorheffing
Pensioenverzekering (Wet privatise-
ring FVP) (25745).
Deze koninklijke boodschappen, met
de erbij behorende stukken, zijn al
gedrukt en rondgedeeld; 2. de volgende brieven:
twee, van de minister voor
Nederland-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, te weten:
een, inzake het door de Nederlandse
Participatie Maatschappij voor de
Nederlandse Antillen NV geactuali-
seerd overzicht van nog te ontvan-
gen bedragen ’’leningen bevordering
bedrijfsvestiging’’ per ultimo
september 1997 (25479, 25470, nr.
39);
een, over de rapporten Wawoe en
Biesheuvel (25600-IV, nr. 18);
vier, van de minister van Buitenlandse Zaken, te weten:
een, ten geleide van het verslag van
de Algemene Raad van 10 november
1997 (21501-02, nr. 218);
een, ten geleide van de agenda van
de Algemene Raad van 24/25
november 1997 (21501-02, nr. 219);
een, over de inspecties in Irak
(21664, nr. 92);
een, over het voornemen tot het
sluiten van uitvoeringsverdragen
(23908, R1519, nr. 27);
een, van de minister van Justitie,
inzake evaluatie van de Eurotop
(25419, nr. 5);
een, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, inzake de uitvoering van de
nascholingsactiviteiten in het kader
van de uitvoering van het ICT-
beleidsplan ’’Investeren in voor-
sprong’’ (25733, nr. 6);
twee, van de staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap- pen, te weten:
een, ten geleide van de agenda voor
de bijeenkomst van de Europese
Unie op 24 november over de
Cultuurraad (21501-05, nr. 29);
een, over het beleidsplan de Rugzak
(25600-VIII, nr. 25);
twee, van de minister van Financie¨n, te weten:
een, over de maandelijkse opbreng-
sten van de brandstofaccijnzen in
vergelijking met de prognoses
(25600-IXB, nr. 11);
een, over gecodeerde rekeningen
(25714, nr. 2);
een, van de staatssecretaris van
Financie¨n, ten geleide van de
antwoorden n.a.v. het overleg van 11
september 1997 (25600-IXB, nr. 9);
een, van de minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, ten
geleide van het beleidsstandpunt
PVC (25723);
een, van de staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, over de
vangnetconstructie huursubsidie
(25090, nr. 68);
een, van de minister van Verkeer
en Waterstaat, over het standpunt
inzake de trajectnota/MER A2
gedeelten Everdingen-Deil en
Zaltbommel-Empel (25752);
zes, van de minister van Land-
bouw, Natuurbeheer en Visserij, te weten:
een, ten geleide van het verslag van
de Visserijraad (21501-17, nr. 57);
een, inzake vrijgave van gebieden
inzake de varkenspestepidemie
(25229, nr. 36);
een, ten geleide van het Besluit
voorraden en Meststoffenwet en het
Besluit stikstofcorrectie Meststoffen-
wet (25747);
een, ten geleide van het Besluit
houdende wijziging van het
Varkensbesluit (25748);
een, ten geleide van het Besluit
houdende wijziging van het
Kalverenbesluit (25749);
een, ten geleide van het Besluit
identificatie en registratie van dieren
(25750);
een, van de staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
inzake de asbestproblematiek in de
Cannerberg (25323, nr. 8);
een, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
inzake de praktische uitvoerbaarheid
van een IZA-achtige eigenbijdrage-
regeling bij enkele huisartsen-
praktijken (24678, nr. 25);
een, van de minister en de
staatssecretaris van Volksgezond-
heid, Welzijn en Sport, over de derde
voortgangsrapportage thuiszorg
(23235, nr. 48);
een, van de staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
inzake vrijwilligerswerk (25600-XVI,
nr. 27).
Deze brieven zijn al gedrukt en
rondgedeeld; 3. de volgende brieven:
twee, van de minister voor
Ontwikkelingssamenwerking, te weten:
een, ten geleide van het verslag van
de conferentie te Wolfsberg,
georganiseerd door het Internatio-
nale Rode Kruis Comite op 8 en 10
juni 1997;
een, ten geleide van de jaarverslagen
1996 CNV en FNV in het kader van
het Vakbondsmedefinancieringspro-
gramma;
drie, van de minister van Binnenlandse Zaken, te weten:
een, ten geleide van het besluit
waarbij de subsidieregeling voor
politieke vormings- en scholings-
activiteiten 1995 is gewijzigd;
een, ten geleide van het besluit
waarbij de subsidieregeling voor
politiek-wetenschappelijke instituten
1995 is gewijzigd;
een, ten geleide van de brochure
’’C2000 maatwerk in communicatie’’;
een, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, ten geleide van het ontwerp-
besluit tot wijziging van het

</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


