<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6517C2]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Behandeling van: - het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 4 december 1996 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Maleisië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol, ondertekend te 's-Gravenhage op 7 maart 1988, met briefwisseling (Trb. 1997, 13) (25345); - en zes andere wetsvoorstellen</item>
<item attribuut="Bestand"> 23 Kb</item>
<item attribuut="Inhoud">Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.</item>
<item attribuut="Rubriek">Belastingen (Belastingverdragen)
Belastingen (Inkomstenbelasting)
Landbouw (Subsidies)
Veeteelt (Subsidies)
Visserij (Subsidies)
Verkeer, vervoer en waterstaat (Algemeen)
Natuur (Algemeen)
Veeteelt (Organische mest)
Landbouw (Bestrijdingsmiddelen)
Inkomen en rechtspositie (VUT en pensionering)
Sociale zekerheid (Ouderdomsvoorzieningen en pensioenen (AOW))
Staats- en bestuursrecht (Raad van State)
Burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht (Personen- en familierecht)
Criminaliteit en openbare orde (Persoonsregistratie en identificatie)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Belastingverdragen
Inkomstenbelasting
Landbouwsubsidies
Veeteelt
Visserij
Subsidies
Verkeer en Waterstaat (ministerie)
Bossen
Landelijke gebieden
Natuurbescherming
Organische mest
Bestrijdingsmiddelen
Pensioenen
Raad van State
Rechtspositie
Samenlevingsvormen
Persoonsregistratie</item>
<item attribuut="Dossiernr">25345, 25265, 25534, 25186, 25525, 25526, 25624, 25407</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 10, Tweede Kamer, pag. 2327-2328</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">27-11-1997</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6517C2</item>
<item attribuut="Omvang">2 pag.</item> 
<item attribuut="vergadering">30ste vergadering</item>
<item attribuut="dag">Donderdag</item>
<item attribuut="datum">27 november 1997</item>
<item attribuut="aanvang">Aanvang 9.15 uur</item>
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Diverse wetsvoorstellen</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Wetboek van Strafvordering</item>
<item attribuut="doccode">TK 30</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="30-2327">

Tegenwoordig zijn 129 leden, te weten:
Adelmund, Aiking-van Wageningen,
Apostolou, Van Ardenne-van der
Hoeven, Assen, Augusteijn-Esser,
Bakker, Van den Berg, Biesheuvel,
Bijleveld-Schouten, Blaauw, Blauw,
Van Blerck-Woerdman, Van den Bos,
Van Boxtel, Bremmer, Bukman, M.M.
van der Burg, Van de Camp, Cherribi,
De Cloe, Cornielje, Crone, Van Dijke,
Dittrich, Van den Doel, Doelman-Pel,
Duivesteijn, Essers, Feenstra,
Fermina, Gabor, Van Gelder, Van
Gijzel, Giskes, De Graaf, De Haan,
Van Heemskerck Pillis-Duvekot, Van
Heemst, Heeringa, Van der Heijden,
Hendriks, Hillen, Hoekema, Van der
Hoeven, Hofstra, Van Hoof, Hooger-
vorst, De Hoop Scheffer, Ten
Hoopen, Huys, Janmaat, Jeekel, A.
de Jong, G. de Jong, Jorritsma-van
Oosten, Kalsbeek-Jasperse, H.G.J.
Kamp, M.M.H. Kamp, Keur, Klein
Molekamp, Koekkoek, Koenders,
Korthals, Lambrechts, Liemburg,
Lilipaly, Van der Linden, Luchtenveld,
Marijnissen, Meijer, Meyer, Van
Middelkoop, Mulder-van Dam,
Nijpels-Hezemans, Noorman-den Uyl,
Oedayraj Singh Varma, Oudkerk, Van
Oven, Passtoors, Van der Ploeg,
Poppe, Rabbae, Rehwinkel, Reitsma,
Remkes, Van Rey, Van ’t Riet,
Rijpstra, Roethof, Rosenmo¨ller,
Scheltema-de Nie, Schimmel,
Schutte, Schuurman, Sipkes, Smits,
Soutendijk-van Appeldoorn,
Stellingwerf, Sterk, Van der Stoel,
Swildens-Rozendaal, Terpstra, Valk,
Ter Veer, Te Veldhuis, Verbugt,
Verhagen, Versnel-Schmitz,
Verspaget, Visser-van Doorn,
Vliegenthart, Van der Vlies, Van Vliet,
H. Vos, M.B. Vos, Vouˆte-Droste, B.M.
de Vries, Wallage, Van Walsem, Van
Waning, Weisglas, Van Wingerden,
Witteveen-Hevinga, Wolffensperger,
Wolters, Ybema, Van Zijl en Van
Zuijlen,
en mevrouw Sorgdrager, minister
van Justitie, de heren Zalm, minister
van Financie¨n, Melkert, minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
mevrouw Borst-Eilers, minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
de heer Pronk, minister voor
Ontwikkelingssamenwerking,
mevrouw Van de Vondervoort,
staatssecretaris van Binnenlandse
Zaken, mevrouw Netelenbos,
staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen, en
mevrouw Terpstra, staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport.

<blok pagina="30-2327">

 
<spreker pagina="30-2327" anker="1794" naam="De voorzitter">
 Ik deel aan de Kamer
mede, dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:
Van der Vlies, wegens bezigheden
elders, alleen voor de ochtend-
vergadering;
Leers en V.A.M. van der Burg,
wegens bezigheden elders.
Deze berichten worden voor
kennisgeving aangenomen. 

</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="30-2327">

Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Goedkeu-
ring van het op 4 december
1996 te ’s-Gravenhage tot stand
gekomen Protocol tot wijziging
van de Overeenkomst tussen de
Regering van het Koninkrijk der
Nederlanden en de Regering van
Maleisie
¨ tot het vermijden van
dubbele belasting en het
voorkomen van het ontgaan van
belasting met betrekking tot
belastingen naar het inkomen,
met Protocol, ondertekend te
’s-Gravenhage op 7 maart 1988,
met briefwisseling (Trb. 1997,
13) (25345);
- het wetsvoorstel Regels
inzake de verstrekking van
subsidies door de Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij (Kaderwet LNV-subsidies)
(25265);
- het wetsvoorstel Regels
inzake de verstrekking van
subsidies door de Minister van
Verkeer en Waterstaat (Kaderwet
subsidies Verkeer en Waterstaat)
(25534);
- het wetsvoorstel Regelen ter
instelling van de natuur-
planbureaufunctie (25186);
- het wetsvoorstel Wijziging
van de Meststoffenwet (25525);
- het wetsvoorstel Wijziging
van de Bestrijdingsmiddelenwet
1962 (25526);
- het wetsvoorstel Aanpassing
van de Rijkswet van 12 decem-
ber 1985, houdende bepalingen
omtrent de regeling van de
schadeloosstelling van en andere
financie
¨ le voorzieningen voor
het lid van de Raad van State
van het Koninkrijk, benoemd
ingevolge artikel 13, tweede lid,
van het Statuut voor het
Koninkrijk, in verband met de
privatisering van het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds (25624,
R1599);
- het wetsvoorstel Aanpassing
van wetgeving aan de invoering
van het geregistreerd partner-
schap in Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek
(Aanpassingswet geregistreerd
partnerschap) (25407).
Deze wetsvoorstellen worden zonder
beraadslaging en, na goedkeuring
van de onderdelen, zonder stemming
aangenomen. 
<spreker pagina="30-2328" anker="1795" naam="De voorzitter">
 De fractie van de SGP
wordt aantekening verleend dat zij
geacht wenst te worden tegen het
wetsvoorstel inzake de Aanpassings-
wet geregistreerd partnerschap
(25407) te hebben gestemd. 
</spreker>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="30-2328">

Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging
van het Wetboek van Strafvorde-
ring in verband met de
verlengingsprocedure voorlopige
hechtenis en de termijn van de
uitspraak van het schriftelijk
vonnis van de alleenrecht-
sprekende rechter (24219).
De algemene beraadslaging wordt
geopend.

<blok pagina="30-2328">

 
<spreker pagina="30-2328" anker="1796" partij="D66" naam="Dittrich">
 Voorzitter!
Het wetsvoorstel dat wij behandelen,
betreft de voorlopige hechtenis, het
meest ingrijpende dwangmiddel dat
het stelsel van strafvordering kent,
want iemand wordt van zijn vrijheid
beroofd zonder dat een rechter in
eerste aanleg de betrokkene heeft
veroordeeld. Is de betrokkene in
bewaring gesteld of gevangen
gehouden, maar wordt hij uiteindelijk
op of na de zitting vrijgesproken, dan
is er eigenlijk alleen de mogelijkheid
dat hij een schadevergoeding
ontvangt voor de tijd dat hij ten
onrechte opgesloten heeft gezeten.
Op die wijze koopt de overheid als
het ware de onrechtmatige inbreuk
op iemands vrijheid af. Uiteraard
hangt dat wel van allerlei omstandig-
heden af.
Maar er zijn ook rechtssystemen
waarin men die vrijheid van het
individu tot aan het veroordelend
vonnis wat zwaarder laat wegen. In
de Verenigde Staten bijvoorbeeld kan
men, ook al heeft men een zeer
ernstig misdrijf gepleegd, zichzelf als
het ware uit de voorlopige hechtenis
vrijkopen door de opgelegde
borgsom, de bail, te betalen. Slechts
in uitzonderlijke gevallen wordt die
mogelijkheid van een op te leggen
bail niet geboden.
De vraag of iemand in voorlopige
hechtenis moet worden genomen,
zal altijd een discussiepunt blijven. Ik
wil even stilstaan bij een zeer recent
voorbeeld. Zo is in Amsterdam
degene die het schilderij van Barnett
Newman in het Stedelijk Museum
aan flarden heeft gesneden, na zes
uur politieverhoor naar huis
gestuurd. De reden is dat vernieling
van openbaar kunstbezit slechts een
gevangenisstraf van maximaal twee
jaar kent en voorlopige hechtenis
niet mogelijk is. Want artikel 350 van
het Wetboek van Strafrecht geldt
ongeacht welk goed beschadigd of
vernield is, of het nu een Rembrandt,
een Malevich, een Newman of een
bushokje is, de wet maakt geen
onderscheid.
In dit soort zaken waarbij iemand
op heterdaad wordt betrapt terwijl hij
nog met het stanleymes in zijn hand
naast het schilderij staat, zou het
beter zijn wanneer iemand op een
zeer snelle manier berecht wordt. Dat
zou wel inhouden dat de verdachte
aansluitend aan het politieverhoor
naar een huis van bewaring moet
kunnen worden gebracht. Nu hebben
wij mogen horen dat de man in
kwestie voor de radio heeft gezegd
dat hij de mogelijkheid openlaat
opnieuw een meesterwerk te
beschadigen. En hij loopt vrij rond.
De fractie van D66 heeft deze
kwestie eergisteren aangekaart en
aan de staatssecretaris van Cultuur
gevraagd namens de regering een
brief aan de Kamer te sturen met als
centrale vraag hoe wij ons openbaar
kunstbezit beter zouden kunnen
beschermen. Naar onze mening
behoort daar ook een differentiatie in
strafbaarstelling bij en daaraan
vastgekoppeld een mogelijkheid voor
voorlopige hechtenis.
Ik keer terug naar dit wetsvoorstel.
Wij zijn het met de inhoud eens. Het
is goed dat de voorlopige hechtenis
periodiek door de rechter wordt
getoetst. De rechter moet kijken of
de gronden daarvoor nog wel
aanwezig zijn. Als dat niet zo is,
moet de verdachte worden vrijgela-
ten. De minister heeft een verstan-
dige keuze gemaakt door het
oorspronkelijke voorstel van de
commissie-Moons om de vaste
termijnen af te schaffen, niet over te
nemen. In appe`l in hoger beroep zijn
de termijnen wel aangepast. Die
keuze komt voort uit praktische
motieven.
Volgens mijn fractie gaat het
nieuwe systeem niet ten koste van
de positie van de veroordeelde. Hij
kan immers als hij meent dat er geen
goede gronden voor de voorlopige
hechtenis zijn, opheffing daarvan
vragen of desnoods schorsing.
Kortom, het wetsvoorstel heeft een
juist evenwicht gevonden tussen de
belangen van de samenleving en de
belangen van de verdachte. Toch wil
ik nog een enkele opmerking maken.
De fractie van D66 constateert dat
er in de rechtspraktijk onduidelijkheid
bestaat over de reikwijdte van artikel
75, lid 2. Wanneer zijn er alsnog
ernstige bezwaren tegen de
verdachte of veroordeelde gerezen
die leiden tot voorlopige hechtenis?
De situatie kan zich voordoen dat de
voorlopige hechtenis van de
verdachte wordt opgeheven omdat
de raadkamer van de rechtbank in
eerste aanleg van mening is dat de
gronden daarvoor niet meer
aanwezig zijn. Pikant detail is dat het
hierbij om de alleensprekende
rechter kan gaan die een dergelijke
beslissing neemt, terwijl later de
meervoudige strafkamer de zitting
houdt en tot een veroordeling komt.
Daar kan een lange gevangenisstraf
uit voortkomen.
Dit is het geval geweest in de
moordzaak op het Sneker echtpaar
Schuiten. Door de enkelvoudige
raadkamer was de voorlopige
hechtenis opgeheven. De meervou-
dige kamer veroordeelde de
verdachte tot maar liefst vijftien jaar
gevangenisstraf, maar de voorlopige
hechtenis was opgeheven. In hoger
beroep werd de veroordeelde maar
liefst tot achttien jaar gevangenis-
straf veroordeeld. Zowel het
openbaar ministerie als het
gerechtshof hebben naar artikel 75,
lid 2, gekeken en geoordeeld dat een
nieuwe voorlopige hechtenis niet
mogelijk was. De in twee instanties
veroordeelde man, veroordeeld
wegens moord meermalen gepleegd,
loopt nog steeds vrij rond, want hij is
in cassatie gegaan. Een dergelijke
situatie is ongewenst. Ik heb daarom
een amendement ingediend. Dat is
het amendement op stuk nr. 16, dat
zojuist aan de collega’s is uitgereikt.
Daarin wordt duidelijk aangegeven
dat onder alsnog ernstige bezwaren
tevens kan worden begrepen een
veroordelend vonnis in eerdere
feitelijke aanleg. Ik zeg er overigens
meteen bij dat het natuurlijk altijd
aan de rechter blijft om te beoorde-
len of voorlopige hechtenis
geı¨ndiceerd is.
Voorzitter! Naar aanleiding van de
uitgebreide schriftelijke voorberei-
ding met betrekking tot dit wetsvoor-
stel wil ik mijn grote zorg nog
uitspreken over de vertraging in de</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


