<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6519A10]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Lijst van ingekomen stukken, met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen (dinsdag 2 december 1997)</item>
<item attribuut="Bestand"> 22 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Parlement</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 11, Tweede Kamer, pag. 2483-2485</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">02-12-1997</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6519A10</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">TK 31</item>
</metadata>

<text>	
Volgens het verdrag brengt het
gemeenschappelijk controleorgaan
verslag uit over zijn eigen werkzaam-
heden op het gebied van de
dataprotectie, en wel aan de
JBZ-raad. Daarover hoeft de raad
van bestuur niet te adviseren. De
raad van bestuur adviseert natuurlijk
over de vraag of het takenpakket
moet worden uitgebreid, of de
beleidsvelden moeten worden
uitgebreid, of er een andere definitie
moet komen, of er een andere
systeemopbouw moet worden
gehanteerd, enz. Maar de raad
adviseert niet over aspecten van
dataprotectie, althans niet voorzover
ze tot de controlerende bevoegdheid
van het gemeenschappelijk
controleorgaan behoren. De raad
adviseert misschien wel als hij vindt
dat er een verandering in de regeling
van de dataprotectie moet komen.
Dat is echter een andere taak. Als het
zo is als de heer Van den Doel zegt,
namelijk dat de raad van bestuur op
een gegeven moment moet
adviseren over een controle die op
zijn eigen werkzaamheden is
uitgevoerd, dan wordt het inderdaad
een beetje vreemd. Dat is echter niet
de bedoeling van het gemeenschap-
pelijk controleorgaan. 
<spreker pagina="31-2483" anker="474" partij="VVD" naam="Van den Doel">
 Dan is
het misverstand uit de weg. 

</spreker>
<spreker pagina="31-2483" anker="475" soort="Minister" naam="Sorgdrager">
 Het is prettig
dat het uit de wereld is. Anders
ontstaat er een wat moeizame
discussie.
Vervolgens vroeg de heer Van den
Doel of het verslag van het gemeen-
schappelijk controleorgaan aan de
Kamer kan worden gestuurd. Het
verslag wordt uitgebracht aan de
JBZ-raad en in de procedure daarvan
komt het vanzelf bij de Kamer. Ik
weet niet of de heer Van den Doel na
deze uitleg zijn motie nog wil
handhaven. Ik denk dat zij overbodig
is.
Ik kom bij het amendement op
stuk nr. 7, dat nu is ingetrokken en is
vervangen door een motie. Hierin
wordt uitgesproken dat eventuele
uitbreiding van de bevoegdheden
van Europol tot operationele
werkzaamheden al in een ontwerp-
stadium met de Kamer besproken
moet worden. Zoals de letterlijke
tekst nu luidt, heb ik erg veel moeite
met de motie. Ik volg hierbij de
redenering van de heer Verhagen.
Het is heel lastig als de Nederlandse
vertegenwoordiger in een vergade-
ring moet zeggen dat hij er niet over
mag praten. Dit kan niet de
bedoeling zijn. Wanneer het in een
JBZ-raad, een Europese Raad of een
top aan de orde komt, worden er
namens Nederland natuurlijk geen
standpunten ingenomen voordat de
Kamer zich erover heeft uitgelaten.
Dit vind ik vanzelfsprekend, gezien
het belang van het onderwerp,
waarover wij al zo lang praten. Er is
geen zinnige minister van Justitie die
dit zou wegstoppen in een klein
regeltje tussen dertig punten in een
grote map met stukken. Daar is geen
kwestie van. Bovendien wordt het in
JBZ-verband niet allemaal in een
keer geregeld; het is een langdurig
proces van discussie. De Kamer zal
er waarschijnlijk zelfs in verschil-
lende stadia mee geconfronteerd
worden. Als ik de motie zo mag
interpreteren, dat er geen politieke
standpunten door welke vertegen-
woordiger van Nederland dan ook
worden ingenomen voordat de
Kamer een uitspraak heeft gedaan,
heb ik geen bezwaar tegen de motie. Dan zou ik eerder zeggen: natuurlijk.
Het gaat dus om politieke standpun-
ten; ambtenaren mogen natuurlijk
best iets uitwisselen. Tegen de
letterlijke tekst die nu in de motie
staat, heb ik echter overwegende
bezwaren. 

</spreker>
<spreker pagina="31-2483" anker="476" partij="VVD" naam="Van den Doel">
 Voor alle duidelijkheid: het gaat om de
eerste uitleg die u gaf. Dit heb ik ook
in eerste termijn gezegd. Ambtena-
ren mogen best discussie¨ren, maar
over politieke standpunten in naam
van de regering wensen wij overleg
met de Kamer. 

</spreker>
<spreker pagina="31-2483" anker="477" soort="Minister" naam="Sorgdrager">
 Met deze
interpretatie heb ik geen bezwaar
tegen aanneming van de motie.
De heer Dittrich sprak nog over de
samenwerking tussen Europol en
Interpol. In artikel 10 van de
overeenkomst staat Interpol expliciet
vermeld. Overeenkomsten tussen
Europol en derde staten betreffende
de samenwerking en de uitwisseling
van informatie dienen vooraf door de
JBZ-raad te worden goedgekeurd.
Dus komen deze in de Kamer aan de
orde. Tegen de motie die specifiek
over de samenwerking tussen
Europol en Interpol gaat, heb ik op
zich geen bezwaar. Ik heb in eerste
termijn al gezegd dat wij hiermee op
een goede manier moeten omgaan
en dat het goed geregeld moet
worden.
De algemene beraadslaging wordt
gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="31-2483" anker="478" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, morgen
na de lunchpauze te stemmen.
Daartoe wordt besloten.

</spreker>
<blok pagina="31-2483">Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen:
1. drie koninklijk boodschappen, ten
geleide van de volgende voorstellen van (rijks)wet:
Regels inzake een stelsel van
varkensrechten en een heffing ter
zake van het houden van varkens
(Wet herstructurering varkenshoude-
rij) (25746);
Wijziging van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek en van enige
andere wetten in verband met de
verkorting van de bewaartermijn van
boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers (25753);
Wijziging van de Luchtvaartwet
met betrekking tot de bevoegdheden
ter voorkoming van overschrijding
van grenswaarden (25758).
Deze koninklijke boodschappen, met
de erbij behorende stukken, zijn al
gedrukt en rondgedeeld; 2. de volgende brieven:
een, van de minister van
Buitenlandse Zaken, inzake de relatie
tussen de EU en Iran (21501-02, nr.
221);
drie, van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, te weten:
een, ten geleide van het Akkoord
tussen de regeringen van de
Benelux, de Bondsrepubliek
Duitsland en Frankrijk betreffende
geleidelijke afschaffing van grens-
controles (19326, nr. 181);
een, inzake ontwerprichtlijnen
Europese Commissie (22112, nr. 95);
een, over de betrokkenheid van het
Nederlandse parlement bij de
Europese besluitvorming (25181, nr.
5);
twee, van de minister van Justitie, te weten:
een, over de oprichting stichting
Nationaal platform criminaliteits-
beheersing en de oprichting stichting
Aanpak voertuigcriminaliteit (25751);
een, over de stichting Geschillen-
commissie voor consumentenzaken
(25754);
een, van de ministers van Justitie
en van Binnenlandse Zaken, ten
geleide van de agenda voor de
bijeenkomst van de Raad van Justitie
en van Binnenlandse Zaken (23490,
nr. 81);
een, van de ministers van Justitie
en van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport, ten geleide van het Besluit
van 19 november 1997, houdende
vaststelling van de formulieren als
bedoeld in artikel 10 van de Wet op
de lijkbezorging betreffende het
overlijden ten gevolge van een
niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde
levensbee¨indiging zonder uitdrukke-
lijk verzoek (23877, nr. 16);
drie, van de staatssecretaris van Justitie, te weten:
een, over het terugkeerbeleid (19637,
nr. 290);
een, ten geleide van een notitie over
de problematiek van de binnenkomst
van ongedocumenteerde asielzoekers
in Nederland en de mogelijke
maatregelen daartegen (19637, nr.
291);
een, over de vergunningen en
reglementen van vergunninghouders
(24557, nr. 23);
een, van de staatssecretaris van
Justitie, de minister van Binnen-
landse Zaken en de staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken, ten geleide
van de tweede halfjaarlijkse
rapportage asielketen 1997 (19637,
nr. 289);
een, van de minister van
Binnenlandse Zaken, over politieel
vuurwapengebruik (25616, nr. 8);
een, van de staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken en de minister
van Economische Zaken, over het
Millenniumplatform (25674, nr. 2);
een, van de staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, ten geleide van het Besluit
invoering profielen voortgezet
onderwijs (25755);
een, van de minister van
Financie¨n, ten geleide van het
verslag van de vergadering van de
Ecofin-Raad van 17 november 1997
(21501-07, nr. 202, nr. 202);
een, van de staatssecretaris van
Financie¨n, ten geleide van de
verslagen van de commissie voor de
Verzoekschriften (25702, nr. 25);
twee, van de minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, te weten:
een, over een geheimhoudingsplicht
voor milieuambtenaren (20633, nr. 6);
een, over de kostenveroorzaking
door rijksbeleid bij de afval-
verwerking (25011, nr. 17);
een, van de minister van Verkeer
en Waterstaat, over de nieuwe
uitwijkhaven nabij Lobith (25600-XII,
nr. 22);
een, van de minister van
Economische Zaken, over de op 23
juni 1997 in Midden-Nederland
opgetreden stroomstoring (25600-
XIII, nr. 27);
een, van de ministers van
Economische Zaken en van Justitie,
over de voortgang van het proces
(25389, nr. 28);
een, van de staatssecretaris van
Economische Zaken, ten geleide van
de voortgangsbrief van AVN en NBT
met als bijlage de Actiekrant waarin
wordt teruggerapporteerd aan de
sector (24750, nr. 4);
een, van de staatssecretaris van
Economische Zaken en de minister
voor Ontwikkelingssamenwerking
over het verslag van de WTO
High-Level Meeting ten behoeve van
de minst ontwikkelde landen
(25600-XIII, nr. 26);
twee, van de minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te weten:
een, over de zogenoemde
EG-Nitraatrichtlijn (25448, nr. 2);
een, over de amendementen op de
stukken nrs. 30 en 31 van het lid
Meijer (25600-XIV, nr. 34);
een, van de staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
over een wettelijke algemene
vervangingsplicht inzake organisch
psychosyndroom (25720, nr. 6);
drie, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, te weten:
een, over de financie¨le ontwikkeling
van de omslagregeling op grond van
de Wet op de toegang tot ziektekos-
tenverzekeringen (WTZ) (25600-XVI,
nr. 40);
een, over de WTZ-maximumpremies
(25600-XVI, nr. 43);
een, ten geleide van een schriftelijke
reactie op de ingediende amende-
menten en moties bij de behandeling
van het JOZ en de begroting 1998
(25604, nr. 22);
drie, van de staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, te weten:
een, over de inzet van een structu-
reel bedrag voor buitenschoolse
activiteiten voor jongeren (25457, nr.
3);
een, ten geleide van de rapportage
over de welzijnsconvenanten
(25600-XVI, nr. 42);
een, over het opnemen van
opvoedingsondersteuning in het
inburgeringsprogramma voor
nieuwkomers (25601, nr. 22);
een, van de Algemene Rekenka-
mer, over Herbezinning reikwijdte
taken en bevoegdheden Algemene
Rekenkamer (24479, nr. 2).
Deze brieven zijn al gedrukt en
rondgedeeld; 3. de volgende brieven:
een, van de minister van
Buitenlandse Zaken, ten geleide van
de Nederlandse versie van de
voorzitterschapsconclusies van de
buitengewone Europese Raad d.d.
20/21 november 1997;
een, van de minister van
Binnenlandse Zaken, ten geleide van
de voortgangsrapportage 1997,
Vrouwen in politiek en openbaar
bestuur;
een, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, ten geleide van het contract
inzake OV-studentenkaart;
een, van de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, ten
geleide van de ’’Najaarsrapportage
CAO-afspraken 1997’’;
een, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
ten geleide van een afschrift van een
brief aan het Medisch Centrum
Leeuwarden inzake werknemerspoli.
De voorzitter stelt voor, deze brieven
door te zenden aan de betrokken
commissies en niet te drukken; 4. de volgende adressen:
een, van G.L. van Koningshoven te
Heemstede, met betrekking tot
kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen 1990;
een, van J. Blom te ’s-Gravenhage,
met betrekking tot een omgangsre-
geling;
een, van M.H.A.B. van den Hurk te
Posterholt, met betrekking tot teveel
betaalde belasting;
een, van S.M. Shah Bukhari te
Amsterdam, met betrekking tot
vernietiging van een naheffings-
aanslag motorrijtuigenbelasting met
verhoging;
een, van J.C. Jager te Geldrop,
met betrekking tot stamrecht-
vrijstelling;
een, van mevrouw R.M.J. ten
Caat-Aalderen te Hoogeveen, met
betrekking tot een klacht over de
handelwijze van de USZO;
een, van C. Heinrich te
’s-Gravenhage, met betrekking tot
kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van C. Wagtmans te
Poortugaal, met betrekking tot
kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen 1995 en 1996;
een, van B. en F. Wermenbol te
Breda, met betrekking tot aftrek van
buitengewone lasten;
een, van M.J. Breinburg te
Spijkenisse, met betrekking tot
kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van F. Balrak te Rotterdam,
met betrekking tot een betalings-
regeling voor aanslagen
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van D. Raghoenath te
Rotterdam, met betrekking tot
kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen over de jaren 1992 t/m
1995;
een, van K. Ramdhan te Rotter-
dam, met betrekking tot kwijtschel-
ding van inkomstenbelasting/premie
volksverzekeringen over de jaren
1992 t/m 1995;
een, van J.F. Brand te Rijswijk, met
betrekking tot een betalingsregeling
voor een aanslag
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen 1996;
een, van J.M. Ree te Enschede,
met betrekking tot kwijtschelding van
aanslagen inkomstenbelasting/
premie volksverzekeringen;
een, van H.C. Chotoe te Zoeter-
meer, met betrekking tot een
betalingsregeling voor aanslagen
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van H.J. ter Maat te Eibergen,
met betrekking tot toepassing
bijzonder tarief op schadevergoe-
ding;
een, van R. Wijnen te Kortgene,
met betrekking tot het gebruik van
bestrijdingsmiddelen;
een, van J.J. Gotje te Zutphen,
met betrekking tot naheffingsaanslag
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van mevrouw T. Staring-van
der Hoek te Arnhem, met betrekking
tot aftrek van buitengewone lasten
voor aangifte inkomstenbelasting;
een, van Zoetelief V.O.F. te De
Koog, met betrekking tot winterstal-
ling van strandpaviljoen Vliezicht;
een, van I. Erokutan te Schiedam,
met betrekking tot kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen 1995;
een, van J.F. de Jong te
’s-Gravenhage, met betrekking tot
een betalingsregeling voor aanslagen
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van G.W. Kalsbeek te den
Helder, met betrekking tot een
ongeval opgelopen tijdens zijn
diensttijd;
een, van P. Strada te Voorhout,
met betrekking tot het omwisselen
van zijn Italiaans rijbewijs in een
Nederlands rijbewijs;
een, van A. Laurens te Zandvoort,
met betrekking tot de betaling van de
geldboete.
Deze adressen zijn gesteld in handen
van de commissie voor de Verzoek-
schriften; 5. de volgende brieven:
een, van Both Ends, over Shell in
Zuid-Nigeria;
een, van drs. H.L.A.A.M. van
Druenen, over politiek en gezags-
dragers;
een, van J. Veldman, over
illegalen;
een, van Interkerkelijk vredesbe-
raad, over ’’Met zestien jaar het leger
in’’;
een, van het gemeentebestuur van
Zaanstad, over een aangenomen
motie inzake de lagere algemene
uitkering die Zaanstad ontvangt.
Deze brieven e.a. liggen op de griffie
ter inzage.
</blok>
</text>

</handeling>


