<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6524A16]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Lijst van ingekomen stukken (dinsdag 16 december 1997)</item>
<item attribuut="Bestand"> 23 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Parlement</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 13, Tweede Kamer, pag. 2999-3001</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">16-12-1997</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6524A16</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">TK 37</item>
</metadata>

<text>	
ik dat wij dat verzoek moeten
honoreren. 
<spreker pagina="37-2999" anker="2356" partij="D66" naam="Ter Veer">
 Voorzitter! Ik
ken de minister als een zeer
vastberaden mens en ook als een
mens met een goed onderschei-
dingsvermogen. Als hij op de politiek
meest heikele punten, al zou hij zich
even een halfuurtje terugtrekken om
de gedachten en de antwoorden te
ordenen, tot twaalf uur een antwoord
kan geven en op de minder politiek
beladen punten hetzij schriftelijk,
hetzij daarna in een begin van de
eerste termijn kan antwoorden,
kunnen wij vandaag nog tot twaalf
uur doorgaan. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2357" partij="SP" naam="Poppe">
 Voorzitter! Ik
begrijp niet waarom de minister
geen beraad nodig heeft, want ik heb
vandaag het kabinet toch... 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2358" naam="De voorzitter">
 Als de minister zegt
dat hij geen politiek beraad nodig
heeft, dan doet het niet terzake of u
dat begrijpt. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2359" partij="SP" naam="Poppe">
 Voorzitter! Ik
mag er toch iets van zeggen? Het is
uniek wat er nu gebeurt. Het ene lid
van het kabinet zegt op de televisie
dat de fractie van D66 de poot stijf
moet houden, terwijl hier een ander
lid van kabinet wat anders zegt. Dat
is toch uniek? Daar moeten wij toch
het een en ander over uitwisselen.
Als ik hoor dat de minister niet weet
wat er is gezegd, dan moet hij dat
toch even navragen, wil hij mij
morgen of vanavond een goed
antwoord kunnen geven. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2360" naam="De voorzitter">
 Dat is ter beoordeling
aan de minister, niet aan u. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2361" partij="PvdA" naam="Huys">
 Voorzitter!
Ingefluisterd door mijn fractie lijkt
het mij ook denkbaar – dat ligt meer
in uw handen – om morgenvroeg de
eerste termijn van de minister te
houden, daarna een aantal punten te
behandelen, het debat over de
Eurotop te voeren en aan het eind de
afhandeling van de zijde van de
Kamer te hebben. U schudt het
hoofd. Ik weet in ieder geval dat
delen van de fractieleiding daarin
heel wel mogelijkheden zien. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2362" naam="De voorzitter">
 Maar dat leidt ertoe
dat wij morgen twee dagdelen
besteden aan de varkens-
problematiek. Dan is het afgelopen
met het afhandelen van de agenda.
Er staat nog veel meer op de agenda
dat even relevant is als dit, al lijkt het
minder relevant. Ik denk dat wij een
fors dagdeel nodig hebben voor de
afhandeling van het wetsvoorstel.
Het was het mooiste geweest als de
Kamer iets eerder klaar was geweest,
zodat er vanavond wat meer tijd was
geweest om de minister in eerste
instantie te laten antwoorden. Maar
ja, de tijd is nu krap geworden. Als
de minister persisteert bij zijn wens
om tijd te krijgen voor de voorberei-
ding van zijn antwoord, is het in deze
Kamer een goed gebruik dat wij ons
daarbij, in welke stemming dan ook,
neerleggen.
Ik stel dit voor, met een nadrukke-
lijk ’’maar’’. In de eerste plaats dient
de minister het uiterste te doen om
wat schriftelijk beantwoord kan
worden ook schriftelijk te beantwoor-
den, en de Kamer morgen in de loop
van de dag de antwoorden te doen
toekomen. Ik vraag hem te zorgen
voor een zodanige kwaliteit van de
antwoorden, dat die in de tweede
termijn geen rol meer hoeven te
spelen. In de tweede plaats dient
mede daardoor zijn mondelinge
antwoord in tweede termijn zo
beknopt te zijn, dat wij morgenavond
het debat kunnen afronden. De
gedachte dat, omdat het over de
varkens gaat, elk volgend dagdeel in
beginsel weer beschikbaar is, hoort
niet bij de orde van dit huis. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2363" partij="PvdA" naam="Huys">
 Akkoord. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2364" partij="CDA" naam="Van der Linden">
 Als de minister beraad nodig heeft: oke.
Maar morgenavond kan dan niet
gezegd worden dat de fracties het
debat achter elkaar moeten
afhandelen binnen de tijd die
beschikbaar blijft. Daar wil ik mij niet
aan binden. Ik wil mij binden aan
een inspanningsverplichting, maar
niet aan de verplichting. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2365" naam="De voorzitter">
 Als u die vrijwaring
voor uzelf wilt hebben, is dat prima,
maar dat hangt natuurlijk wel af van
de manier waarop morgen wordt
geantwoord. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2366" partij="CDA" naam="Van der Linden">
 Ja,
natuurlijk. Ik heb begrip voor het feit
dat de minister beraad nodig heeft.
Van ons vraagt u echter dat wij voor
dezelfde ingewikkelde materie direct
’’aan de bak gaan’’, zonder te kunnen
controleren of alle vragen beant-
woord zijn, en zonder voorbereiding.
Ik wil daarom hier het genoemde
voorbehoud maken. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2367" naam="De voorzitter">
 U heeft daar gelijk in.
Ik wijs er wel op dat in tweede
termijn in beginsel altijd gelijk het
woord wordt gevoerd; dat is geen
uitzonderingsgeval. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2368" partij="CDA" naam="Van der Linden">
 Dat
geldt ook voor het kabinet. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2369" naam="De voorzitter">
 Goed. Ik stel voor, dat
wij tegemoetkomen aan de wens van
de minister, in die zin dat wij morgen
tijdig op zoveel mogelijk vragen een
goed en doorwrocht schriftelijk
antwoord krijgen, zodat de eerste
termijn van de kant van de minister
kort kan zijn, en wij morgen als
Kamer de gelegenheid hebben op
een redelijk tijdstip de totale
discussie af te ronden. Wij kunnen
dan op donderdag stemmen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2370" partij="CDA" naam="Van der Linden">
 Wilt
u er rekening mee houden dat ten
minste een spreker van vandaag
morgen om half drie een debat voert
over de Europese top. Als de
antwoorden om half drie binnenko- men, kom ik dus in de knel: ik kan
niet tegelijk een debat voeren en de
antwoorden lezen. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2371" naam="De voorzitter">
 Ik zie dat de minister
dit heeft gehoord. 

</spreker>
<spreker pagina="37-2999" anker="2372" soort="Minister" naam="Van Aartsen">
 De Kamer
krijgt die antwoorden tijdig.
Overeenkomstig het voorstel van de
voorzitter wordt besloten.
De algemene beraadslaging wordt
geschorst.

</spreker>
<blok pagina="37-2999">Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen:
1. drie koninklijk boodschappen, ten
geleide van de volgende voorstellen van (rijks)wet:
Wijziging van de Gemeentewet, de
Provinciewet en de Wet gemeen-
schappelijke regelingen (25766);
Tijdelijke regels in verband met de
overgang naar de non-profitsector
van zorginstellingen waarvan de
werknemers deelnemen in de
Stichting Pensioenfonds ABP (25767);
Wijziging van de Dier-
geneesmiddelenwet (25769).
Deze koninklijke boodschappen, met
de erbij behorende stukken, zijn al
gedrukt en rondgedeeld; 2. de volgende voorstellen van wet:
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse
en Arubaanse Zaken (IV) voor het
jaar 1997 (wijziging samenhangende
met de Najaarsnota) (25774);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Ministerie van Buitenlandse Zaken
(V) voor het jaar 1997 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(25775);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Ministerie van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieube-
heer (XI) voor het jaar 1997
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (25781);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Ministerie van Verkeer en Waterstaat
(XII) voor het jaar 1997 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(25782);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Ministerie van Economische Zaken
(XIII) voor het jaar 1997 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(25783);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Ministerie van Landbouw, Natuur-
beheer en Visserij (XIV) voor het jaar
1997 (wijziging samenhangende met
de Najaarsnota) (25784);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Landbouw-Egalisatiefonds, Afdeling
A, voor het jaar 1997 (wijziging
samenhangende met de Najaarsnota)
(25789);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven en de ontvangsten van het
Fonds economische structuur-
versterking voor het jaar 1997
(wijziging samenhangende met de
Najaarsnota) (25790);
Wijziging van de begroting van de
uitgaven van de ontvangsten an het
Ministerie van Defensie (X) voor het
jaar 1997 (wijziging samenhangende
met de Najaarsnota) (25793).
Deze voorstellen van wet zijn al
gedrukt en rondgedeeld; 3. de volgende brieven:
een, van de minister van Justitie,
ten geleide van een overzicht van het
derde kwartaal van 1997 over de
celcapaciteit vreemdelingenbewaring
(24587, nr. 22);
twee, van de minister van Binnenlandse Zaken, te weten:
een, ten geleide van de rapportage
OOW/USZO betreffende het derde
kwartaal van 1997 (24706, nr. 21);
een, inzake inwerkingtreding van de
WAO, eerste fase (25282, nr. 10);
een, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, over het Islam-instituut
(25600-VIII, nr. 57);
een, van de staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, over de examenprogramma’s
wiskunde (24773, nr. 3);
een, van de minister van
Financie¨n, ten geleide van de
Najaarsnota (25771);
twee, van de minister en de
staatssecretaris van Financie¨n, te weten:
een, ten geleide van de verkenning
van de richting waarin het belasting-
stelsel zich aan het begin van de
21ste eeuw zou moeten ontwikkelen
(25810);
een, over het voorgestelde additio-
nele aftrekbedrag aan ziektekosten
voor chronisch zieken (25691, nr. 21);
een, van de staatssecretarissen
van Financie¨n en van Binnenlandse
Zaken, over het gemeentelijk
belastinginstrumentarium (25011,
nr. 18);
twee, van de staatssecretaris van Defensie, te weten:
een, over de behoefte aan gevechts-
veldcontroleradars (25600-X, nr. 21);
een, over Soldier modernization
programme (SMP) (25600-X, nr. 22);
een, van de staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, over
oprichting van de stichting Habitat
platform (25805);
een, van de minister van Verkeer
en Waterstaat, inzake het ontwerp-
tracebesluit Hogesnelheidslijn-Zuid
(22026, nr. 75);
twee, van de minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te weten:
een, over de Nederlandse varkens-
pest (25229, nr. 37);
een, ten geleide van de nota naar
aanleiding van het verslag inzake de
Wet herstructurering varkenshouderij
(25746, nr. 5);
drie, van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, te weten:
een, over de middellangetermijn- analyse ’’De Nederlandse economie:
1999-2002’’ (23972, nr. 25);
een, over preventie en bestrijding
van stille armoede en sociale
uitsluiting (24515, nr. 42);
een, over de aanmelding van
overheidsvacatures bij de
arbeidsvoorzieningsorganisatie
(25369, nr. 18).
Deze brieven zijn al gedrukt en
rondgedeeld;
4. een brief van het lid Huys c.s., ten
geleide van het voorstel van wet van
de leden Huys, Van Waning, O.P.G.
Vos, Smits, Van der Vlies, M.B. Vos
en Stellingwerf tot wijziging van de
Visserijwet 1963 (25795).
Deze stukken zijn al gedrukt en
rondgedeeld en voor advies naar de
Raad van State gezonden; 5. de volgende brieven:
een, van de minister voor
Ontwikkelingssamenwerking, ten
geleide van een verslag over een
bezoek aan Zimbabwe;
een, van de staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken, over de
negatieve gevolgen van uitstel van
de (partie¨le) invoering van de
Schengenuitvoeringsovereenkomst
in Griekenland (19326);
een, van de minister van Justitie,
inzake verlening van mandaat
directieleden EDE;
een, van staatssecretaris van
Justitie, ten geleide van het rapport
’’Fair Forfaitair’’;
twee, van de minister van binnenlandse Zaken, te weten:
een, inzake de aanbieding advies
over personeelsbeleid voor
burgemeesters;
een, ten geleide van de brief van de
staatssecretaris van SZW inzake
overleg met het CTSV over USZO;
drie, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap- pen, te weten:
een, inzake Pro rato lesgeld;
een, inzake de stand van zaken
Prommitt;
een, over de kwaliteitszorg BVE;
drie, van de staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap- pen, te weten:
een, ten geleide van het jaarbericht
1996 van de Rijksarchiefdienst;
een, inzake de infrastructuur van het
VBO en het MAVO;
een, ten geleide van de rapportage
Regioplan;
een, van de minister van
Financie¨n, ten geleide van de notitie
Taken en bevoegdheden van de
Algemene Rekenkamer;
een, van de minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
ten geleide van het Besluit gebruik
dierlijke meststoffen 1998;
een, van de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, over
Tijdelijke expertise commissie
emancipatie in het nieuwe advies-
stelsel;
een, van de staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
over plannen van werkzaamheden
van de SVB en het LISV;
een, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
over behandeling van patie¨nten van
de Juttenhof;
een, van de staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
over het Nijkerk-beraad.
De voorzitter stelt voor, deze brieven
door te zenden aan de betrokken
commissies en niet te drukken; 6. de volgende adressen:
een, van D.J. de Bies te Rotter-
dam, met betrekking tot een
betalingsregeling voor een aanslag
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van Septie`me BV te Breda,
met betrekking tot vermindering van
in rekening gebrachte rente en
kosten dan wel rentevergoeding over
berekende teruggaven;
een, van J.S. Roseval, met
betrekking tot uitstel van betaling
van zijn belastingschuld;
een, van R. Nohar te Purmerend,
met betrekking tot kwijtschelding van
een aanslag inkomstenbelasting/
premie volksverzekeringen;
een, van mevrouw L. Sonneveldt
te Delft, met betrekking tot toepas-
sing van 45% tarief;
een, van mevrouw A. van Dijk te
Veenendaal, met betrekking tot
kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van S.O. Claassen te
Voerendaal, met betrekking tot
kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen;
een, van mevrouw A.M.
Stutsinger-Willems te Echt, met
betrekking tot kwijtschelding van
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen 1996 en 1997;
een, van mevrouw A.J.M. van der
Werf-Biemans te Zoetermeer, met
betrekking tot een betalingsregeling
voor een aanslag
inkomstenbelasting/premie volksver-
zekeringen 1995.
Deze adressen zijn in handen gesteld
van de commissie voor de Verzoek-
schriften;
7. een brief van de president van de
West-Europese Unie, ten geleide van
het verslag van de 43ste zitting van 1
tot 4 december 1997 van de WEU.
Deze brief ligt op de griffie ter
inzage; 8. de volgende brieven:
een, van H.M.J. Schreuder, ten
geleide van een bundel kritieken op
het bestuur en de gang van zaken in
ons dierbaar vaderland;
een, van D.W. Brunsveld, over de
horeca en de heer Bolkestein;
een, van Chr. Hennekes, over de
bijdrageregeling bejaardentehuizen;
een, van A.L. Moscow, over
klachtenbrieven aan instanties van
de regering in Den Haag en de
gemeente Amsterdam;
een, van J. Glas, over onder
andere de hybride auto.
Deze brieven e.a. liggen op de griffie
ter inzage.
</blok>
</text>

</handeling>


