<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6524C4]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Voortzetting van de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting (aanvullende bijdrage) (24514)</item>
<item attribuut="Bestand"> 31 Kb</item>
<item attribuut="Inhoud">Voorzetting van vergadering van 23 januari 1997.</item>
<item attribuut="Rubriek">Milieu (Bodemverontreiniging)
Volkshuisvesting (Huurwoningen)
Volkshuisvesting (Subsidies)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Bodemverontreiniging
Huurwoningen
Volkshuisvestingssubsidies</item>
<item attribuut="Dossiernr">24514</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 13, Tweede Kamer, pag. 3116-3119</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">18-12-1997</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6524C4</item>
<item attribuut="Omvang">4 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Balansverkorting geldelijke steunvolkshuisvesting</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Herstructurering varkenshouderij</item>
<item attribuut="doccode">TK 39</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="39-3116">

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging
van de Wet balansverkorting
geldelijke steun volkshuisvesting
(aanvullende bijdrage) (24514).
(Zie vergadering van 23 januari
1997.)
De algemene beraadslaging wordt
hervat.

<blok pagina="39-3116">

 
<spreker pagina="39-3116" anker="2490" partij="VVD" naam="Hofstra">
 Voorzitter!
Resteert nog de vraag welke
woningen wel of niet meetellen als
het gaat om de aanvullende bijdrage.
Wij praten dan over het specifieke DKP-bezit: de woningen uit de tijd
van bouwen op de pof. Het
wijzigingsvoorstel is twee jaar
geleden ingediend. Nu gaat het om
de afronding. Hiermee is toch een
extra bedrag gemoeid van 115 mln.
Als je dat relateert aan de 35 mld.
waarover in het kader van de
balansverkorting wordt gesproken, dan kan worden gezegd: het is
peanuts en wij kunnen iets anders
gaan doen. Er moet toch nog even
van gedachten over worden
gewisseld. De fractie van de VVD
heeft nog een paar vragen. Na het
antwoord zullen wij ons definitieve
standpunt bepalen.
De peildatum in de wet is terugliggend: 1 januari 1993. Die
datum is bewust gekozen opdat geen
strategisch beleid mogelijk is.
Hieraan is de moeizame discussie
gekoppeld van juridische eigendom
en economische eigendom die alleen
maar onder bepaalde condities geldt.
Het moet wel een gemeente of
toegelaten instelling zijn die de
juridische eigenaar was. Verder
moest er sprake zijn van vertraging
als gevolg van bodemsanering.
Tussentijds is de staatssecretaris met
een voorstel gekomen om iets te
doen. Aanvankelijk wilde hij dat niet.
Wij hebben hem gesteund om niets
te doen, maar vervolgens kwam de
staatssecretaris met een aanpassing,
maar het was een kwakkeloplossing. Er werd niet echt gezegd: men heeft
gelijk en wij zullen het repareren. Ook werd niet gezegd: de wet is
goed en wij gaan die niet verande-
ren. Er was sprake van een ingewik-
kelde techniek waarbij het werd
gekoppeld aan die 3,8% huur-
verhoging. Het mocht 4% zijn en de
rest zou het Rijk dan wel betalen. Wij
zijn blij dat nu het advies van de
landsadvocaat er is. Het is voor de
staatssecretaris aanleiding geweest
om van de kwakkeloplossing af te
stappen en een duidelijke keuze te
maken. In het advies van de
landsadvocaat is sprake van de
moeilijke discussie over gelijke
behandeling. Het begint steeds
ingewikkelder te worden. Ook als je
kijkt naar het bruteringsakkoord waar
niet werd gesproken over de
economische en juridische eigen-
dom, was het achteraf gezien beter
geweest om dat eerder te onderken-
nen.
Kan de staatssecretaris zeggen
hoe dat bedrag is opgebouwd? Ik
heb gezien dat 35 mln. rente is. Blijft
er toch nog een bedrag van 80 mln.
over. Kan hij ook aangeven waar dat
terechtkomt? Is onze indruk juist, dat
het voor een deel terechtkomt bij
corporaties die woningbezit hebben
met relatief lage huren?
Waarom wordt de regeling zo
sterk verruimd? Als ik het goed heb
begrepen, heeft de landsadvocaat
geadviseerd om toch vast te houden
aan de noodzaak van de aanwezig-
heid van een schriftelijke overeen-
komst waar het gaat om het beheren
van andermans woningen. De
staatssecretaris heeft nu ook
voorgesteld dat element uit de
regeling te halen. Waarom? Wat kost
dat?
Ik kom over die gelijke behande-
ling te spreken. Wij hebben bij de
behandeling van de Wet balans-
verkorting geworsteld met het
probleem van kapitaalmarktleningen
tegenover de rijksleningen. Op dat
punt zijn er initiatieven vanuit het
veld gekomen. Overigens gingen die
over een bedrag van bijna 2 mld. De
landsadvocaat heeft toentertijd over dat onderwerp gezegd: wat nu wordt
voorgesteld houdt stand. Als wij
daarnaar kijken in het kader van de
gelijke behandeling, rijst de vraag of
niet te vrezen is dat ook op dat punt
alsnog een beweging kan ontstaan. Voor de fijnproevers: artikel 4, lid 3,
sub c, van de Wet balansverkorting.
Zijn er op dit moment nog
financie¨le of juridische risico’s op dit
onderdeel? Wij hebben gelezen dat
er vier beroepsprocedures lopen en
dat die worden afgedekt door deze
wijziging. Is met die vier procedures
ook die 115 mln. verklaard? Worden
de mensen die klagen geholpen?
Wij hebben net van de staatssecre-
taris de voorstellen inzake afkoop in
de particuliere sector ontvangen,
waarvoor dank. Ik heb dat vanmor-
gen diagonaalsgewijze even
doorgelezen en toen kwam ik het
probleem van juridisch en econo-
misch eigendom niet tegen. Is mijn
indruk juist dat bij die procedure alle
woningen vooraf concreet worden
aangemerkt? Dit is mijn conclusie op
grond van de stukken. Als het zo is,
is het dan juist dat het probleem zich
gewoon niet kan voordoen?
Misschien kan de staatssecretaris
hier nog iets over zeggen. Zoals ik al zei: wij horen graag de reactie van
de staatssecretaris hierop en zullen
dan ons definitieve standpunt
bepalen.
Tot slot zeg ik dat wij als fractie
van de VVD er moeite mee hebben
dat er, als er al of niet gerechtvaar-
digd gepiept wordt in de samenle-
ving, een grote neiging in het
parlement bestaat om er maar aan
toe te geven. Wij zien dit de laatste
tijd vaker; binnenkort houden wij ons
weer uitvoerig bezig met de
vangnetconstructie in de huursubsi-
die. Het is echter ook een van onze
taken de belastinggelden die burgers
opbrengen goed en zorgvuldig te
besteden. Daarom hechten wij eraan
nog even hierover van gedachten te
wisselen. Er is weer een flink bedrag
mee gemoeid en de eerdere
lobbyactie, een paginagrote
dagbladadvertentie, is een extra
stimulans voor mij om dit nog eens
aan de orde te stellen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="39-3117">

 
<spreker pagina="39-3117" anker="2491" soort="Staatssecretaris" naam="Tommel">
 Voorzitter!
De heer Hofstra heeft gevraagd hoe
de zaak budgettair precies in elkaar
steekt. De kosten van de wetswijzi-
ging, 40 mln., zijn opgenomen in de
begroting voor 1997. Dat betrof het
eerste wijzigingsvoorstel. Aanvullend
gaat het om 115 mln. Terecht
constateerde de heer Hofstra dat het
in totaal om 155 mln. in de begroting
voor 1998 gaat.
In het vorige overleg is aan de
orde gekomen dat met het tegemoet-
komen aan de woningcorporaties
met economisch eigendom in het
geval van vertraagde erfpacht-
overdracht van gemeenten naar
toegelaten instellingen een bedrag
van 100 mln. gemoeid is, waarvan
reeds 40 mln. was opgenomen in de
begroting voor 1997. Deze 100 mln.
betreft de contante waarde van de
extra te verstrekken aanvullende
bijdrage voor het DKP-bezit per 1
januari 1995 voor vertraagde
erfpachtoverdrachten van gemeenten
naar toegelaten instellingen. Het
advies van de landsadvocaat houdt
tevens in dat er ingeval van
economische overdracht als gevolg
van vertraagde overdrachten tussen
toegelaten instellingen onderling en
van een toegelaten instelling naar
een gemeente, bijvoorbeeld het
gemeentelijke woningbedrijf, bij de
vaststelling van de aanvullende
bijdrage eveneens met de economi-
sche eigendom rekening gehouden
dient te worden. Dit is de consequen-
tie van het besluit. Op basis van de
bij het ministerie beschikbare
informatie kan het voor deze
gevallen om maximaal 20 mln. aan
extra aanvullende bedragen per 1
januari 1995 gaan. Daarnaast dient
over de extra uit te keren aanvul-
lende bijdragen van ongeveer 120
mln. nog ongeveer 35 mln. rente
uitgekeerd te worden over de
periode van 1 januari 1995 tot de
uitbetalingsdatum eind 1998, begin
1999. Dit bouwt het bedrag van in
totaal 155 mln. op.
De tweede vraag van de heer
Hofstra, die hiermee verband houdt,
betreft de eisen die uiteindelijk worden gesteld: zijn zij precies wat
de landsadvocaat heeft geadviseerd
en, zo nee, waarom wijken zij af? De
landsadvocaat heeft voorgesteld vier
eisen te stellen waaraan het
economische eigendom moet
voldoen. Hiervan zijn er twee
overgenomen. De eerste is de eis
van exploitatie voor eigen rekening
en risico per 1 januari 1993. De
tweede is dat er per 1 januari 1993
geldelijke steun aan de economische
eigenaar toegezegd is. De twee
andere eisen die de landsadvocaat
als mogelijk te hanteren heeft
genoemd, betreffen het eenduidig
schriftelijk vastgelegd zijn van de
economische eigendom en de
schriftelijke vastlegging van een
voorgenomen juridische levering en
leveringsdatum. Bij het merendeel
van de betrokken situaties is er
helaas geen sprake van dergelijke
schriftelijke vastleggingen of slechts
van beperkte, onheldere vastleg-
gingen. Achteraf gezien heeft mij dat
ook wat verbaasd. Ook bij de
situaties rond de bodemverontreini-
ging is er slechts in beperkte mate
sprake van schriftelijke vastleg-
gingen. In geen van de gevallen is er
sprake van heldere wederzijdse
contractuele vastleggingen. De
aanwezige vastleggingen berusten
veelal op toeval of op algemene
brieven zonder directe relatie naar
complexen van woningen. Tenslotte
ging de afkoop over complexen van
woningen. Het stellen van deze
andere twee door de landsadvocaat
gemelde als mogelijk te hanteren
eisen zou derhalve tot interpretatie-
problemen kunnen leiden en
mogelijk weer tot ongelijke behande-
ling en dat was nu juist het probleem
waar wij ons van zouden willen
verlossen met deze operatie. Voor
alle in het geding zijnde corporaties
en die zich gemeld hadden, hebben
wij een overzicht gemaakt voor wie
het nu precies wat betekent. Zij
krijgen alle, kort door de bocht
geformuleerd, waar ze om gevraagd
hebben.
Voorzitter! De kapitaalmarkt-
leningen zijn echt definitief van de
baan. Daar komen wij niet meer op
terug. De tussentijdse oplossing is
inderdaad in de richting die de heer
Hofstra wilde. Hij heeft in eerste
termijn uitgesproken dat wij het of
niet of helemaal goed moesten doen.
Welnu, wij doen het dus helemaal
goed. Wij zijn daarmee dus ook van
de kwetsbaarheid wat betreft de
gelijke behandeling af, een begrip
dat de landsadvocaat hanteert. We
hebben de kant gekozen van geen
risico en geen procedures.
Voorzitter! De heer Hofstra heeft
nog eens zijn ergernis uitgesproken
over de advertentie. Ik heb begrepen
dat ook andere woordvoerders
ergernis over de advertentie hebben,
al was het maar dat de opstellers
van de advertentie zelfs niet op de
hoogte waren wie nu precies de
woordvoerders waren. Dat mag je
toch wel amateuristisch noemen. Ik
heb die advertentie al in eerste
termijn ’’onjuist’’ en ’’misleidend’’
genoemd en ik heb geen reden om
daar ook maar een komma van terug
te nemen. Ik vind het getuigen van
slechte smaak en verspilling van
geld. Dat is niet voor herhaling
vatbaar.
Voorzitter! Wij komen nog
uitvoerig te spreken over de
brutering van de beleggers. Daar
speelt het punt niet in deze zin; wel
heb ik in eerste termijn een
voorbeeld hiervan genoemd naar
aanleiding van het amendement-Ten
Hoopen over de ABP-woningen in
Amsterdam. Ik denk echter niet dat
dit het moment is om daar uitvoerig
op in te gaan. Wij hebben een heel
keurige oplossing gevonden, die
recht doet aan de wens van alle
betrokkenen om die woningen in een
laag huursegment te houden, dat wil
zeggen om ze goedkoop te houden.
Dat is gehonoreerd in de overeen-
komst met de bruteerders. Ik
verheug mij overigens zeer over het
feit dat wij erin geslaagd zijn de
staart van deze bruteringsoperatie af
te maken. Ik beschouw de overeen-
komst met de bruteerders ook als het
staartstuk van de onderhandelingen,
omdat ook destijds de bruteerders
direct in de onderhandelingen zijn
betrokken. Wij zijn er op een goede
en nette manier uitgekomen, ook in
lijn met het akkoord dat wij met de
sociale sector hebben gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2492" partij="VVD" naam="Hofstra">
 Voorzitter!
Een vraag van mij is nog niet
beantwoord en wel die over artikel 4,
lid 3, sub c, over de kapitaalmarkt-
leningen. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2493" soort="Staatssecretaris" naam="Tommel">
 Daar heb
ik iets over gezegd, maar ik zal het
even herhalen. Ik heb die echt
definitief helemaal achter mij
gelaten. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2494" partij="VVD" naam="Hofstra">
 Mijn vraag
was echter of we niet het risico
zouden lopen – misschien mede door
mijn opmerkingen daarover – dat de
mensen wakker worden en dat gaan
toetsen aan het begrip ’’gelijke
behandeling’’. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2495" soort="Staatssecretaris" naam="Tommel">
 Iedereen
die dat wil, kan op dat punt een
stelling innemen, maar wat mij
betreft, is dit niet verder bespreek-
baar. Geen risico en laten we het ook
maar in de zin van het debat achter
ons laten! 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2496" partij="VVD" naam="Hofstra">
 Ik wil nog
een opmerking maken en een vraag
stellen. Wij sturen ontzettend veel
papier rond in dit land, veel te veel
volgens de VVD-fractie. Als echter
blijkt dat wij uit de stukken niet
weten wie eigenaar is van een
bepaalde woning, dan wel wie een
woning beheert, vind ik dat toch
onzorgvuldig. Gaat de staatssecreta-
ris daar iets aan doen? 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2497" soort="Staatssecretaris" naam="Tommel">
 Dat is een
zaak die achter ons ligt. Wij praten
over de situatie januari 1993.
De heer Hofstra kan ervan uitgaan
dat bij de uitbetaling van de gelden
nauwkeurig wordt gekeken of
iemand echt recht hierop heeft. Dat
is onderdeel van het grote project.
De Kamer heeft zicht op de manier
waarop wij daarmee omgaan. De
heer Hofstra mag rekenen op
voldoende zorgvuldigheid. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2498" naam="De voorzitter">
 Hiermee heeft de
heer Hofstra ook geen behoefte meer
aan een termijn? 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2499" partij="VVD" naam="Hofstra">
 Nee,
voorzitter!
De algemene beraadslaging wordt
gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2500" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, aan het
eind van de vergadering te stemmen.
Daartoe wordt besloten. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3118" anker="2501" naam="De voorzitter">
 Wij gaan dadelijk
door met de tweede termijn van het
debat over de herstructurering van
de varkenshouderij. Wij wachten
even totdat de minister binnen is.
Dat kan misschien nog vijf minuten
duren.
De vergadering wordt van 10.32 uur
tot 10.40 uur geschorst.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="39-3119">

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
- het wetsvoorstel Regels
inzake een stelsel van varkens-
rechten en een heffing ter zake
van het houden van varkens
(Wet herstructurering varkens-
houderij) (25746).
(Zie vergadering van 17 december
1997.)
De algemene beraadslaging wordt
hervat. 
<spreker pagina="39-3119" anker="2502" naam="De voorzitter">
 Ik hoop dat de
sprekers de onofficie¨le maat van
eenderde van de spreektijd in eerste
termijn in acht willen nemen.</spreker>
<blok pagina="39-3119">

 
<spreker pagina="39-3119" anker="2503" partij="GroenLinks" naam="Vos">
 Mijnheer
de voorzitter! Ik dank het kabinet
voor de uitvoerige beantwoording.
Wij hebben gisteravond uitvoerig en
lang gediscussieerd over het nieuwe
voorstel van het kabinet. Mijn fractie
blijft bij haar mening dat dit nieuwe
voorstel een terugtocht is van het
kabinet, waarmee zij het niet eens
kan zijn. De percentages van
kortingen zijn steeds verder verlaagd.
Er zal 5% minder reductie van de
varkensstapel gerealiseerd worden.
Wij vinden dat de stok achter de
deur van de welzijnseisen, die eerst
duidelijk in het voorstel zat, op een
onverantwoorde manier naar
achteren is geschoven. Ik sta bij een
aantal punten nog kort stil.
Het belangrijkste punt dat op dit
moment speelt, is het inruilen van
’’minder varkens’’ voor ’’ander voer’’.
Ik heb de minister aangesproken op
zijn eigen woorden. Hij heeft eerder
gezegd dat er geen perspectief meer
in zit, dat er al fors op die toer wordt
gewerkt en dat de fraudedruk
daarmee zal worden verhoogd. Het
blijft voor mij een onbegrijpelijke
zaak waarom de minister dan toch
deze draai heeft gemaakt. Ik hecht
aan een helder antwoord op de volgende vraag: vindt de minister al
met al dat met deze nieuwe inzet zijn
wetsvoorstel er inhoudelijk beter op
is geworden of is de politieke
haalbaarheid van dit wetsvoorstel de
doorslaggevende reden voor de
minister om met dit voorstel te
komen?
Wij hebben nog een aantal vragen
over het voorstel om met een
mindere reductie van de varkens-
stapel genoegen te nemen. Ik heb de
minister gisteren gewezen op het
IKC-rapport uit 1993. Daarin is
aangegeven dat, om NMP-doelen te
halen, de varkensstapel moet worden
gehalveerd. Dat kan voor een fors
deel gebeuren via grootschalige
mestverwerking. Wij weten echter
allemaal dat het niet gaat lukken.
Tegen die achtergrond vraag ik of het
verstandig is om nu al met minder
reductie genoegen te nemen. Is er al
niet heel veel ingeboekt in de
integrale notitie die is aangenomen?
Op dit moment zitten veel antibiotica
in het veevoer. Onder meer door die
antibiotica is de opname-effectiviteit
van de mineralen in het voer
behoorlijk hoog. Maar er komt
natuurlijk een forse discussie op gang: is het verstandig om die
antibiotica toe te staan, ook gelet op
de resistentie? Mensen worden daar
kwetsbaar voor. Stel dat op een gegeven moment wordt gezegd: wij
willen geen antibiotica meer in het
voer. Dat zou dan die andere kant,
zoals het mineralenspoor, kunnen
benadelen. Zitten wij dan niet met
een probleem? Moeten wij dan niet
sowieso een stap verder zetten? 

</spreker>
<spreker pagina="39-3119" anker="2504" partij="PvdA" naam="Huys">
 Voorzitter! Ik
wil mijn collega op het volgende
wijzen. De bedrijven die het meest
ver zijn op het punt van het
terugdringen van mineralen, door
mineralenarm voer te voeren, zijn
ook het meest ver met het terugdrin-
gen van antibiotica. Er bestaan nu in
de mengvoederindustrie plannen om
boeren te kunnen laten kiezen voor
voer zonder antibiotica. Dat heeft dus
niets met het voerspoor te maken. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3119" anker="2505" partij="GroenLinks" naam="Vos">
 Ik dank
de heer Huys voor zijn aanvulling.
Als dat zo is, is dat een geruststelling
voor mij. Ik hoor hier echter nog
graag een reactie van de minister op.
Voorzitter! Eerlijk gezegd, heeft
D66 mij er niet van overtuigd dat het
allemaal zo slecht zou zijn voor de
botten van de dieren. Ik denk dat wij
op dat punt niet zo ongerust
behoeven te zijn. Het gaat mij meer
om de hele kwestie. Om het
probleem echt op te lossen, moet de
varkensstapel fors terug. En aan dat
punt willen wij vasthouden.
Als de D66-fractie zich overigens
druk maakt over het welzijn van de
dieren, wil ik haar uitnodigen om ons
te steunen in ons streven om een
stok achter de deur te houden bij de
aanscherping van de welzijnseisen.
Mijn tweede punt van kritiek is ook
dat het geen goede zaak is dat het
aanscherpen van de welzijnseisen
naar de toekomst is verschoven en
dat in ieder geval bij de eerste
opvulling tot 10% niet meer de stok
achter de deur zit dat men aan de
nieuwe welzijnseisen moet voldoen.
Op dit punt wil mijn fractie dan ook
een motie indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de regering voor
de jaren 1998 en 1999 deels het
oorspronkelijke voornemen heeft
losgelaten dat de aankoop van
varkensrechten slechts zou mogen
plaatsvinden indien wordt voldaan
aan de eisen van het aangescherpte
varkensbesluit, namelijk voor wat
betreft het compenseren van de in
1998 doorgevoerde korting tot 100%;
verzoekt de regering te bewerkstelli-
gen dat alle varkensbedrijven die
vanaf 1998 varkensrechten hebben
verworven, in 2000 dienen te
voldoen aan de eisen van het dan
geldende varkensbesluit, op straffe
van korting van de aangekochte
rechten,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="39-3119" anker="2506" naam="De voorzitter">
 Deze motie is
voorgesteld door het lid M.B. Vos.
Naar mij blijkt, wordt zij voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 51 (25746). 

</spreker>
<spreker pagina="39-3119" anker="2507" partij="GroenLinks" naam="Vos">

Voorzitter! Een ander belangrijk
discussiepunt is het varkensbesluit.
Wij hebben nog niet kunnen
vernemen hoe dit eruit gaat zien. Ik
heb in ieder geval uitgesproken dat,
als het om het welzijn gaat, daar niet
op mag worden ingeleverd. Wat ons
betreft, mag de hoeveelheid
vloeroppervlak niet kleiner worden
dan nu het geval is. Ik wil de
minister ook aansporen om het stro
een grotere plek te geven dan hij nu
van plan is. Ook op dit punt wil ik</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


