<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6525B1]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Presentie en opening (dinsdag 23 december 1997)</item>
<item attribuut="Bestand"> 18 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Parlement</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 11, Eerste Kamer, pag. 603-603</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">23-12-1997</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6525B1</item>
<item attribuut="Omvang">1 pag.</item> 
<item attribuut="vergadering">14de vergadering</item>
<item attribuut="dag">Dinsdag</item>
<item attribuut="datum">23 december 1997</item>
<item attribuut="aanvang">Aanvang 10.00 uur</item>
<item attribuut="kamer">Eerste Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Europol</item>
<item attribuut="doccode">EK 14</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="14-603">

Tegenwoordig zijn 64 leden, te weten:
Baarda, De Beer, Van den Berg,
Bierman, De Boer, Boorsma, Braks,
Van den Broek-Laman Trip, Cohen,
Dees, Van Dijk, Van Eekelen,
Eversdijk, Gelderblom-Lankhout, Van
Gennip, Ginjaar, Glasz, Grewel,
Grol-Overling, De Haze Winkelman,
Heijne Makkreel, Hendriks, Hessing,
Van Heukelum, Hilarides, Hirsch
Ballin, Hofstede, Holdijk, Jaarsma, De
Jager, Jurgens, Ketting, Korthals
Altes, J. van Leeuwen, L.M. van
Leeuwen, Linthorst, Lodewijks,
Luijten, Luimstra-Albeda, Lycklama a`
Nijeholt, Meeter, Michiels van
Kessenich-Hoogendam, Pit, Pitstra,
Le Poole, Postma, Roscam Abbing-
Bos, Schoondergang-Horikx,
Schuurman, Staal, Stevens,
Stoffelen, Talsma, Tuinstra, Vare-
kamp, Ter Veld, Veling, Verbeek,
Vrisekoop, Werner, Wiegel, De Wit,
Van de Zandschulp en Zwerver,
en mevrouw Sorgdrager, minister
van Justitie, mevrouw Borst-Eilers,
minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, mevrouw Schmitz,
staatssecretaris van Justitie, en de
heer De Grave, staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

<blok pagina="14-603">

 
<spreker pagina="14-603" anker="28" naam="De voorzitter">
 Ik deel aan de Kamer
mede, dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:
Wo¨ltgens, wegens ziekte;
Roscam Abbing-Bos, alleen voor het
eerste deel van de vergadering.
Deze berichten worden voor
kennisgeving aangenomen. 

</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="14-603">

Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Goedkeu-
ring van de op 26 juli 1995 te
Brussel tot stand gekomen
Overeenkomst op grond van
Artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie
tot oprichting van een Europese
Politiedienst (Europol-
Overeenkomst) (Trb. 1995, 282);
en van het op 24 juli 1996 te
Brussel tot stand gekomen
Protocol opgesteld op grond van
Artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie,
betreffende de prejudicie
¨ le
uitlegging, door het Hof van
Justitie van de Europese
Gemeenschappen, van de
Overeenkomst tot oprichting van
een Europese Politiedienst (Trb.
1996, 265) (25339).
De beraadslaging wordt geopend.

<blok pagina="14-603">

 
<spreker pagina="14-603" anker="29" partij="CDA" naam="Hirsch Ballin">

Mijnheer de voorzitter! Het zal
niemand verbazen dat de fractie van
het CDA haar volle steun geeft aan
de voorliggende verdragen en dus
aan het wetsvoorstel dat wij vandaag
bespreken en daarmee de juridisch
bindende verankering van Europol.
Het initiatief tot oprichting van een
Europese politiedienst had met steun
van de Europese christen-
democraten een krachtige pleitbezor-
ger in de persoon van bondskanse-
lier Helmut Kohl. In de tweede helft
van 1991 kwamen de ministers van
Justitie en van Binnenlandse Zaken
in een vergadering te Den Haag tot
het advies aan de Europese Raad tot
instelling van Europol over te gaan,
waarna dit een plaats kreeg in artikel
K.1 onder 9 van het in Maastricht
gesloten verdrag betreffende de
Europese Unie. In 1993 kwam in
Kopenhagen een ministerieel
akkoord tot stand over de provisio-
nele start van Europol als Europol
Drugseenheid (EDE). De samenwer-
king zou voorzover nodig op
bestaande verdragen worden
gebaseerd, maar zou een nieuwe
dimensie krijgen door de gezamen-
lijke onderbrenging van de
verbindingsfunctionarissen in een
organisatie op een plaats. Nadat over
de vestigingsplaats overeenstem-
ming was bereikt, werd in januari
1994 het Europolgebouw hier ter
stede aan de Raamweg in gebruik
genomen. Europol heeft sindsdien
onder de leiding van de coo¨rdinator,
de heer Storbeck, veel nuttig werk
verricht en belangrijke bijdragen
geleverd aan effectieve samenwer-
king. Het ontbreken van een
specifieke verdragsgrondslag is
echter tot op de dag van vandaag
een beperking gebleven.
Daarom is onze fractie verheugd
dat de Europolovereenkomst van 26
juli 1995 en het protocol daarbij van
24 juli 1996 binnenkort een volwaar-
dig functioneren van Europol
mogelijk maken. De inwerkingtreding
van deze verdragen is een belangrijk
moment in de Europese rechtsont-
wikkeling, waar het belang van
justitie¨le samenwerking helaas pas
veel later is onderkend dan dat van
de economische samenwerking. In
feite kan het een onmogelijk zonder
het ander. Er waren en zijn veel
weerstanden tegen samenwerking op
justitieel en politieel gebied. Terecht
wordt verlangd dat het toezicht en de
verantwoording goed geregeld zijn.
Het protocol bij de Europolovereen-
komst en vervolgens het Verdrag van</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


