<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6545A2]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Vragen lid Marijnissen aan minister Borst (VWS) over bouw expertisecentra voor zieke werknemers; mondeling vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van orde</item>
<item attribuut="Bestand"> 40 Kb</item>
<item attribuut="Inhoud">Marijnissen is bezorgd over het gevaar van tweedeling in de gezondheidszorg.</item>
<item attribuut="Rubriek">Gezondheidszorg (Zorginstellingen)
Arbeid (Werknemers)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Ziekenhuizen
Werknemers</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 26, Tweede Kamer, pag. 3947-3950</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">10-02-1998</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6545A2</item>
<item attribuut="Omvang">4 pag.</item> 
<item attribuut="vergadering">52ste vergadering</item>
<item attribuut="dag">Dinsdag</item>
<item attribuut="datum">10 februari 1998</item>
<item attribuut="aanvang">Aanvang 14.00 uur</item>
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Vragenuur</item>
<item attribuut="doccode">TK 52</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="52-3947">

Tegenwoordig zijn 137 leden, te weten:
Adelmund, Aiking-van Wageningen,
Apostolou, Van Ardenne-van der
Hoeven, Augusteijn-Esser, Bakker,
Beinema, Van den Berg, Biesheuvel,
Bijleveld-Schouten, Blaauw, Blauw,
Van Blerck-Woerdman, Bolkestein,
Van den Bos, Van Boxtel, Bremmer,
Bukman, M.M. van der Burg, V.A.M.
van der Burg, Van de Camp, Cherribi,
De Cloe, Cornielje, Crone, Dankers,
Van Dijke, Dijksma, Van den Doel,
Doelman-Pel, Duivesteijn, Elsthout,
Essers, Feenstra, Gabor, Van Gelder,
Van Gijzel, Giskes, De Graaf, De
Haan, Van Heemskerck Pillis-Duvekot,
Van Heemst, Heeringa, Van der
Heijden, Hendriks, Hessing, Hillen,
Hoekema, Van der Hoeven, Hofstra,
Van Hoof, Hoogervorst, De Hoop
Scheffer, Ten Hoopen, Huys,
Janmaat, Jeekel, A. de Jong, G. de
Jong, Jorritsma-van Oosten,
Kalsbeek-Jasperse, H.G.J. Kamp,
M.M.H. Kamp, Keur, Klein Molekamp,
Koekkoek, Koenders, De Koning,
Korthals, Lambrechts, Lansink,
Leerkes, Leers, Liemburg, Van der
Linden, Luchtenveld, Marijnissen,
Mateman, Meijer, Meyer, Van
Nieuwenhoven, Nijpels-Hezemans,
Noorman-den Uyl, Oedayraj Singh
Varma, Oudkerk, Passtoors, Van der
Ploeg, Poppe, Rabbae, Rehwinkel,
Reitsma, Remkes, Van Rey, Van
’t Riet, Rijpstra, Roethof, Rosenmo¨l-
ler, Rouvoet, Schutte, Schuurman,
Sipkes, Stellingwerf, Sterk, Van der
Stoel, Swildens-Rozendaal, Terpstra,
Valk, Ter Veer, Verbugt, Verhagen,
Verkerk, Versnel-Schmitz, Verspaget,
Visser-van Doorn, Vliegenthart, Van
der Vlies, Van Vliet, H. Vos, M.B. Vos,
O.P.G. Vos, Vouˆte-Droste, B.M. de
Vries, J.M. de Vries, Wagenaar,
Wallage, Van Walsem, Van Waning,
Weisglas, Wessels, Van Wingerden,
Witteveen-Hevinga, Wolters, Woltjer,
Ybema, Van Zijl, Zijlstra en Van
Zuijlen,
en mevrouw Sorgdrager, minister
van Justitie, de heer Ritzen, minister
van Onderwijs, Cultuur en Weten-
schappen, mevrouw Jorritsma-
Lebbink, minister van Verkeer en
Waterstaat, mevrouw Borst-Eilers,
minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, de heer Kohn-
stamm, staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken, mevrouw
Netelenbos, staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, en de heer Tommel, staatssecre-
taris van Volkshuisvesting, Ruimte-
lijke Ordening en Milieubeheer.

<blok pagina="52-3947">

 
<spreker pagina="52-3947" anker="484" naam="De voorzitter">
 Ik deel aan de Kamer
mede, dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:
Assen, wegens bezigheden elders,
alleen voor de middagvergadering;
Van Oven, Lilipaly, Mulder-van Dam
en Smits, wegens verblijf elders in
het Koninkrijk, de gehele week;
Dittrich, wegens bezigheden elders,
de gehele week;
Middel, wegens ziekte.
Deze berichten worden voor
kennisgeving aangenomen. 

</spreker>
<spreker pagina="52-3947" anker="485" naam="De voorzitter">
 De ingekomen
stukken staan op een lijst die op de
tafel van de griffier ter inzage ligt. Op
die lijst heb ik voorstellen gedaan
over de wijze van behandeling. Als
aan het einde van de vergadering
daartegen geen bezwaren zijn
ingekomen, neem ik aan dat de
Kamer zich met de voorstellen heeft
verenigd.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="52-3947">

Aan de orde is het mondelinge
vragenuur, overeenkomstig artikel
136 van het Reglement van orde.
</onderwerp>
<onderwerp pagina="52-3947">

Vragen van het lid Marijnissen aan
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, over de bouw van
expertisecentra voor zieke
werknemers.

<blok pagina="52-3947">

 
<spreker pagina="52-3947" anker="486" partij="SP" naam="Marijnissen">
 Mijnheer
de voorzitter! De afschaffing van de
Ziektewet heeft veel nadelen
opgeleverd in de samenleving.
Allereerst merken wij dat mensen die
iets mankeren en ouderen steeds
moeilijker aan de slag komen. Een
tweede probleem waarmee wij
geconfronteerd zijn, is de zoge-
naamde voorrangszorg. Die is niet
alleen het resultaat van de Ziektewet,
maar natuurlijk ook van het bestaan
van wachtlijsten in de gezondheids-
zorg. Tweedeling mag dan iets zijn
dat het Paarse kabinet kenmerkt,
maar tweedeling op het gebied van
toegang tot de zorg is natuurlijk
buitengewoon navrant.
Al bij de eerste berichten in 1995
over die voorrangszorg heeft mijn
fractie dan ook fel geprotesteerd
tegen voorrang voor werknemers
boven mensen die gepensioneerd
zijn, in de WAO zitten of werkloos
zijn. Eind november bij de behande-
ling van de begroting van Volksge-
zondheid, Welzijn en Sport sprak de
Kamer ook over de voorrangszorg.
Toen bleek een overgrote meerder-
heid in de Kamer fundamenteel
bezwaar te hebben tegen deze
ontwikkeling. Tot zover is alles prima.
Veertien dagen geleden vond zelfs
een hoorzitting plaats waarop bleek
dat zowel werkgevers als werkne-
mers, de vakbonden en alle
betrokken organisaties, van mening
waren dat voorrangszorg uit den
boze was.
Nu blijkt echter dat 20 ziekenhui-
zen tezamen met VNO-NCW
inmiddels aan een nieuw netwerk
werken door middel waarvan men
wil proberen mensen in de bouw en
ook andere werknemers voorrang te
geven op mensen die geen werk
hebben. Mijn vragen aan de minister
zijn de volgende.
1. Was de minister op de hoogte
van dit initiatief?
2. Wat heeft zij vervolgens gedaan
om het uitvoeren of het doorzetten
van dit initiatief tegen te gaan?
3. Voldoet het initiatief van CMG,
voorzover nu bekend, aan de criteria
die de minister eerder zelf heeft
aangelegd, namelijk dat mensen
nooit voorrang mogen krijgen op
anderen, anders dan op grond van
medische indicatie?
4. Wanneer mag de Kamer het
samenhangende standpunt van de
minister met betrekking tot de
voorrangszorg verwachten?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3948">

 
<spreker pagina="52-3948" anker="487" soort="Minister" naam="Borst-Eilers">
 Mijnheer de
voorzitter! De eerste vraag van de
heer Marijnissen is of ik van het
initiatief op de hoogte was. Wij
hebben al enige tijd contact met de
betrokken gezondheidsmanagement-
groep. Zij was aanvankelijk samen
met het Nationaal ziekenhuisinstituut
van plan om een initiatief te nemen
voor een aantal centra voor
voorrangszorg voor werknemers. Zij
heeft van ons te horen gekregen dat
dit niet de bedoeling is, omdat dit
niet strookt met ons beleid van geen
voorrang voor werkenden boven
niet-werkenden. Ik ben overigens blij
dat de Kamer dit beleid steeds
opnieuw bevestigt.
Wat hebben wij gedaan om het
tegen te gaan? Er is aan deze groep
mensen te verstaan gegeven dat zij
alleen initiatieven kon nemen die in
de richting gingen van expertise-
centra voor arbeidsgerelateerde
aandoeningen. Die zouden dan ook
toegankelijk moeten zijn voor
mensen die geen arbeid verrichten,
maar wel aan dezelfde aandoening
lijden. De zorgverzekeraars zouden
dat dan gewoon moeten betalen.
Op grond van het artikel in de
Volkskrant heb ik aan mijn
’’wachtlijstbrigadiers’’, de heren
Roscam Abbing en Kroonen,
gevraagd om opnieuw contact op te
nemen met deze groep ziekenhuizen.
Toen is gebleken dat de initiatiefne-
mers goede notie hebben genomen
van mijn standpunt, het standpunt
van de Kamer, het standpunt zoals
naar voren is gebracht in het
rondetafelgesprek. Zij zijn dan ook
van plan om hun initiatief zodanig
aan te passen dat het in die kaders
past. Zoals ook is gezegd tijdens de
bijeenkomst op 28 januari, zijn
partijen in de zorg, te weten het
zogenaamde Treek-overleg samen
met de werkgevers, bezig met een
plan van aanpak binnen de grenzen
zoals wij die hier in de Kamer
hebben vastgesteld, een plan van
aanpak voor betere zorg voor
arbeidsgerelateerde ziekten enerzijds
en voor het wegwerken van de
wachtlijsten anderzijds. Dat plan van
aanpak hopen zij begin maart gereed
te hebben. De initiatiefnemers
waarop de heer Marijnissen doelde,
zijn van plan om hun initiatief
zodanig vorm te geven dat het
daarbinnen past. Ik zal dat plan van
aanpak natuurlijk ook met de Kamer
bespreken. In ieder geval zal ik het
ook toetsen aan mijn uitgangspunt
van geen voorrang.
De laatste vraag was, wanneer
mijn standpunt naar de Kamer gaat.
Met het formuleren van het
standpunt in laatste instantie, dus
het aanpassen van mijn stukken, heb
ik gewacht tot na uw rondetafel-
gesprek, omdat ik al vermoedde dat
dit een interessante input zou
opleveren, hetgeen ook is gebleken.
Vervolgens moet het stuk de
ministerraad passeren, omdat er ook
een financie¨le paragraaf in staat. Dat
zal in de ministerraadsvergadering
van aanstaande vrijdag worden
afgerond. Dan hoop ik het nog
dezelfde dag of in het weekend naar
de Kamer te sturen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3948">

 
<spreker pagina="52-3948" anker="488" partij="SP" naam="Marijnissen">
 Mijnheer
de voorzitter! Ik zal maar eerlijk
zeggen waar ik bang voor ben. Ik
ben er bang voor dat de constructie
die door CMG gekozen is, in overleg
met de 20 ziekenhuizen en met de
werkgeversorganisatie VNO-NCW,
een soort sluiproute wordt naar
precies die tweedeling waarvan de
Kamer in meerderheid in november gezegd heeft: en die willen wij niet in
de zorg. Ik zal uitleggen waarom. Het
is duidelijk dat de infrastructuur, dat
netwerk dat nu wordt gecree¨erd,
gericht is op arbeidsgerelateerde
ziekten, zoals de minister terecht
opmerkt. Pro forma – ik zeg dat
nadrukkelijk – wordt er ook aan
anderen gelegenheid gegeven daar
gebruik van te maken, maar het
netwerk is natuurlijk specifiek in het
leven geroepen om mensen die werk
hebben en daardoor bijvoorbeeld
een hernia hebben opgelopen, bij
voorrang te kunnen behandelen. Met andere woorden: ik wil toch graag
een expliciete veroordeling van de
minister, indien zij het met mij eens
is dat hetgeen nu wordt voorgesteld,
mogelijk toch een soort sluiproute is.
Ik zeg dat omdat de minister expliciet
in antwoord op vragen van mij in
januari 1997 over de bedrijvenpoli’s
van de gezondheidsmanagement- groep schreef: elk initiatief om te
komen tot verkorting van de
wachttijd moet gericht zijn op
snellere hulp voor iedereen die
daartoe medisch geı¨ndiceerd is. Met andere woorden: geen andere
voorrang dan op medische gronden.
In hoeverre zijn de zorg-
verzekeraars bij dit initiatief
betrokken en wordt deze extra
geldstroom verrekend met het
reguliere budget?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3948">

 
<spreker pagina="52-3948" anker="489" soort="Minister" naam="Borst-Eilers">
 Mijnheer de
voorzitter! Ik begrijp de zorgen van
mijnheer Marijnissen. Ik wil hier
graag herhalen dat wanneer dit
initiatief zo uitgewerkt zou worden
en er toch sprake is van voorrang
voor bepaalde groepen mensen die
daardoor sneller geholpen worden
dan anderen met soortgelijke
klachten, ik dat absoluut veroordeel.
Nu schiet je met veroordelen niet
zoveel op als je niet ook instrumen-
ten hebt om er iets aan te doen. In
dit verband zijn twee instrumenten
aan de orde. Wanneer er extra geld
door werkgevers wordt gelegd bij
een ziekenhuis om zorg te verlenen
die ook al normaal in de
verzekeringspakketten zit, dan wordt
dat ingevolge de Wet tarieven
gezondheidszorg afgeroomd op het
budget van het ziekenhuis. Nu zou
men dat kunnen omzeilen – die
indruk krijg je ook als je het
krantenartikel leest – door een
stichting op te richten. Als men een
stichting opricht die dit soort zorg
verleent, dan geldt die stichting als
een prive-kliniek, in ieder geval als
een behandelcentrum dat ik nu via
een ministerie¨le regeling onder de
Wet ziekenhuisvoorzieningen breng.
Die regeling is jongstleden vrijdag de
ministerraad gepasseerd en zal een
dezer dagen in het Staatsblad
verschijnen. Een aparte stichting
moet een vergunning op grond van
de Wet ziekenhuisvoorzieningen
krijgen. Die vergunning wordt alleen
verleend als wordt voldaan aan de
gestelde criteria. Er moet behoefte
aan zijn en er mag geen voorrangs-
zorg worden verleend.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3949">

 
<spreker pagina="52-3949" anker="490" partij="D66" naam="Van Boxtel">
 Voorzit-
ter! Wat is de grond om binnen een
ziekenhuis aan aparte stichting in het
leven te roepen? Ik onderschrijf de
opmerking van de minister dat dit
klinkt als een prive-kliniek in een
ziekenhuis. Ik verneem graag of de
minister afstand neemt van deze
gedachte. Als zij dat vandaag niet
kan doen, krijg ik daarover graag
meer helderheid in de brief over de
voorrangszorg.
Voorzitter! Aan dit initiatief wordt
deelgenomen door 20 ziekenhuizen.
Wellicht verklaart dit waarom de
ziekenhuizen mijn verzoek tijdens de
rondetafelconferentie om een soort
moratorium aan te gaan, van de
hand hebben gewezen. Men wist hier
kennelijk al van.
Het gaat om arbeidsgerelateerde
zorg, die niet gelijk is aan
aandoeningsgerichte zorg, waar op
zichzelf niemand tegen is. Arbeids-
gerelateerd betekent dat ook een
kleine zelfstandige niet aan de bak
kan komen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3949">

 
<spreker pagina="52-3949" anker="491" soort="Minister" naam="Borst-Eilers">
 Voorzitter! De
ratio achter het oprichten van een
aparte stichting is het mogelijk
maken van een extra geldstroom los
van het COTG-budget.
Ik kan geen reactie geven op de
veronderstelling van de heer Van
Boxtel inzake het moratorium. Hij
kan dit beter aan de betrokkenen
vragen.
Ik heb gesproken over arbeids-
gerelateerde aandoeningen, dus
aandoeningen die vooral voorkomen
bij het uitoefenen van een bepaald
beroep. Zij kunnen echter ook
voorkomen bij mensen die het
beroep niet uitoefenen. Het mooiste
voorbeeld daarvan is de muisarm,
die kan ontstaan na langdurig
werken achter een beeldscherm.
Velen doen dat juist buiten hun werk
om. Wij willen bevorderen dat er
meer kennis wordt ontwikkeld op het
gebied van allerlei aandoeningen die
soms met een bepaald beroep of
met een bepaald soort lichaamsbe-
weging samenhangen. Door
toename van deze deskundigheid
kan de kwaliteit van de zorg
verbeteren. Wij willen absoluut niet
dat er zorgverlening ontstaat die
alleen op bepaalde groepen is
gericht.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3949">

 
<spreker pagina="52-3949" anker="492" partij="PvdA" naam="Oudkerk">
 Voorzitter!
Het begin van de commotie was het
bericht in november dat het Medisch
centrum Leeuwarden zou beginnen
met een zogenaamd arbeids-
geneeskundig spreekuur. Op verzoek
van de minister heeft het Medisch
centrum Leeuwarden dit initiatief in
afwachting van het Kamerdebat een
maand uitgesteld. In Zorgvisie staat
dat de heer Blaauw namens het
Medisch centrum Leeuwarden heeft
gezegd dat het Kamerdebat tamelijk
onbevredigend is verlopen. Ik neem
aan dat hij de hoorzitting bedoelt. Hij
wil nog deze maand dit initiatief toch
vormgeven. Is de minister daarvan
op de hoogte en, zo ja, wat wil zij
daar nu aan doen? 

</spreker>
<spreker pagina="52-3949" anker="493" naam="De voorzitter">
 Voordat ik de
minister het woord geef, verzoek ik
de leden en de belangstellenden op
de publieke tribune om de onder-
linge gesprekken tot een absoluut
minimum te beperken of deze elders
te voeren. Wij hebben problemen
met het geluid. Als de deelnemers
aan de discussie elkaar niet kunnen
verstaan, komt er van de discussie
niets terecht.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3949">

 
<spreker pagina="52-3949" anker="494" soort="Minister" naam="Borst-Eilers">
 Voorzitter! Het
is mij bekend dat de heer Blaauw
van plan was om na uitstel van een
maand opnieuw met het initiatief te
beginnen. Wij zijn opnieuw met hem
in overleg getreden en hebben hem
dringend gevraagd om het plan van
aanpak dat door de sector – waartoe
de heer Blaauw zelf behoort – wordt
ontwikkeld, af te wachten. Wij
hebben hem erop gewezen dat er,
als zijn initiatief niet past binnen de
kaders die wij wenselijk achten,
mogelijkheden zijn om daar een eind
aan te maken.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3949">

 
<spreker pagina="52-3949" anker="495" partij="VVD" naam="Kamp">
 Voorzitter! Is
het de minister bekend dat veel
ziekteverzuim samenhangt met
stress? Werkgevers, zorgverzekeraars
en andere verzekeraars trekken extra
geld uit – dus buiten het COTG-
budget om – om zorg in te kopen
voor de behandeling van stress,
waardoor het ziekteverzuim kan
afnemen. Wat is nu het verschil? Als
er wel extra geld komt in de
geestelijke volksgezondheid, waarom
mag dat nu niet in de somatische
gezondheidszorg? De minister weet
dat mijn fractie voorstander was van
de Robin Hoodgedachte. De minister
krijgt extra geld en daardoor wordt
iedereen uiteindelijk eerder
geholpen. Waarom kan dit wel in de
geestelijke volksgezondheid en niet
in de somatische?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3949">

 
<spreker pagina="52-3949" anker="496" soort="Minister" naam="Borst-Eilers">
 Mijnheer de
voorzitter! Ik denk dat dit vrij ver
voert, omdat dit het type debat is dat
wij met elkaar zouden hebben naar
aanleiding van het stuk dat de Kamer
binnenkort van mij krijgt. Dit is
namelijk de vraag naar waar de
grens ligt tussen wat wel en niet
acceptabel is. Wij vinden het
acceptabel dat een arts van een
Arbo-dienst met iemand een gesprek
voert en ook dat hij een analyse
maakt. Is het dan wel of niet
acceptabel, als datzelfde bedrijf een
psycholoog in dienst heeft, dat
iemand een aantal gesprekken met
die psycholoog heeft in het kader
van de aanpak van het stress-
probleem van de betreffende
werknemer? Dat soort dingen
gebeurt. Men heeft soms ook zo’n
bedrijfspsychologisch bureau buiten
de deur, waar men dan als bedrijf die
gesprekshulp inkoopt. Dat is
natuurlijk iets anders dan dat men
gedeeltelijk de capaciteit van een van
de reguliere GGZ-instellingen gaat
bezetten met extra geld alleen voor
werknemers.
Nogmaals, ik zou het erg op prijs
stellen als wij het debat over welke
verschijnselen zich voordoen en
waar voor ons principieel de grens
ligt tussen wat wel en wat geen
aanvaardbare Arbo-zorg is, uitstellen
tot het debat over mijn notitie. Maar
	
mevrouw Kamp stelt een heel
belangrijk punt aan de orde.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3950">
<spreker pagina="52-3950" anker="497" partij="GroenLinks" naam="Oedayraj Singh Varma">
 Voorzitter! Deze
ziekenhuizen gaan nu een expertise-
centrum opzetten in verband met
arbeidsgerelateerde zorg. Is het geen
truc van deze ziekenhuizen om op
deze manier het probleem van de
wachtlijsten te omzeilen? Kunnen we
deze ziekenhuizen niet wijzen op de
succesvolle manier waarop het
Westeindeziekenhuis daarmee
omgegaan is, namelijk dat ze beter
de problemen rond de wachtlijsten
kunnen oplossen in plaats van deze
trucage te gebruiken om alsnog de
wachtlijsten te omzeilen?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3950">

 
<spreker pagina="52-3950" anker="498" soort="Minister" naam="Borst-Eilers">
 Voorzitter! Het
is zeker een methode – ik zou het
woord ’’truc’’ zelf niet willen
gebruiken – om ondanks de lange
wachtlijsten werknemers toch sneller
weer aan het werk te krijgen. Dat is
een begrijpelijke wens bij werkge-
vers, gezien de goede zorg voor de
werknemers en daarnaast het
financie¨le risico dat zij lopen. Ik ben
blij dat mevrouw Varma het
voorbeeld van het Westeinde-
ziekenhuis aanhaalt. Ik heb dat ook
met genoegen gezien. Wat de
directie van het Westeindeziekenhuis
heeft gedaan voor het eigen
ziekenhuis, namelijk wat extra geld
om de achterstand weg te werken en
logistieke ondersteuning om te
zorgen dat er geen nieuwe wachtlijs-
ten ontstaan, zou ik graag voor heel
Nederland willen doen. Wij zullen het
daar volgende week ook over
hebben.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="52-3950">

Vragen van het lid Feenstra aan de
minister van Verkeer en Waterstaat,
over de tweede Maasvlakte.

<blok pagina="52-3950">

 
<spreker pagina="52-3950" anker="499" partij="PvdA" naam="Feenstra">
 Voorzitter!
Wij hebben hier in december een
besluit genomen om een planologi-
sche kernbeslissing en een MER op
te starten inzake de ruimtebehoefte
van de mainport Rotterdam. Namens
een aantal collega-woordvoerders
heb ik die nadere uitwerking ook in
een motie vastgelegd ten behoeve
van de definitieve besluitvorming. De
verschillende alternatieven met
betrekking tot het benodigd areaal
inclusief het beter gebruiken van de
bestaande ruimte, moeten volledig
gelijkwaardig en evenwichtig worden
uitgewerkt. We hadden de indruk dat
de minister het daarmee eens was,
want bij herhaling en zelfs met nadruk gaf zij aan: Dit is geen
beslissing tot aanleg, maar tot verder
onderzoek; alle alternatieven zullen
worden bekeken en de uitkomst kan
zijn dat er geen landaanwinning
nodig is.
Wat lezen wij echter in Mainport
news, het nieuwe blad van de
Rotterdamse haven, waarmee ik ze overigens feliciteer: Voor mij is het
niet de vraag of de tweede Maas-
vlakte er komt, maar veeleer hoe die
er komt.
Ik vind dit om twee redenen een
ongelukkige uitspraak. Ten eerste
gezien de eerdere uitspraken van
minister en Kamer. We moeten
onszelf wel serieus nemen. Ten
tweede vind ik het een ontijdig en
eenzijdig signaal naar alle betrokke-
nen in de procedure, niet in het
minst naar de projectorganisatie. Wij
hebben juist gepleit voor een
evenwichtige uitwerking, zowel voor
het vaststellen van de beste variant
als voor het kunnen verwerpen van
de mindere. Voor de goede orde, ik
had hier ook gestaan als de minister
had geroepen dat er in Rotterdam
geen hectare bijkomt. De minister
heeft het in eigen hand... 

</spreker>
<spreker pagina="52-3950" anker="500" naam="De voorzitter">
 Wilt u uw vragen
stellen, want uw spreektijd is
praktisch om. 

</spreker>
<spreker pagina="52-3950" anker="501" partij="PvdA" naam="Feenstra">
 Ik vraag de
minister dringend om een kwaliteits-
slag te maken, om onbevooroordeeld
alle varianten gelijkwaardig uit te
werken en om vervolgens een
gemotiveerde keuze te doen, voor
het een en tegen het ander.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="52-3950">

 
<spreker pagina="52-3950" anker="502" soort="Minister" naam="Jorritsma-Lebbink">

Voorzitter! Ik neem adviezen van de
heer Feenstra altijd graag ter harte,
maar wij waren al bezig met hetgeen
door hem wordt gevraagd. Ik geef
nog een toelichting op mijn
uitlatingen. In een PKB-procedure is
er op zichzelf altijd een spannings- veld: enerzijds een evenwichtige en
gelijkwaardige presentatie van en
een zorgvuldige afweging tussen de
diverse oplossingsrichtingen en
anderzijds de voorkeur van het
kabinet. Het ligt er maar net aan
waar men ten aanzien van mijn
woorden de klemtoon op legt.
Overigens ben ik niet voor de kop
van het artikel verantwoordelijk. ’’Ik
ga ervan uit dat’’ is iets anders dan
hetgeen de heer Feenstra heeft
gelezen. Als ik niet de overtuiging
De heer Feenstra (PvdA)

</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


