<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6549A12]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Lijst van ingekomen stukken, met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen (dinsdag 17 februari 1998)</item>
<item attribuut="Bestand"> 22 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Ministeries)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Parlement</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 29, Tweede Kamer, pag. 4187-4189</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">17-02-1998</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6549A12</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">TK 55</item>
</metadata>

<text>	
beoogde financiering van de AOW in
gevaar komen; de aangewezen
oplossing in zo’n situatie is dan een
terugkeer naar structureel gezonde
overheidsfinancie¨n.
Is dat nu niet een erg mager
antwoord? Immers, structureel
gezonde overheidsfinancie¨n zijn te
allen tijde van belang. Belangrijker is
echter de vraag of de regering denkt
hiermee werkelijk garanties te bieden
voor de voeding van het spaarfonds
in financieel moeilijker tijden. Dat
valt te bezien. Wat dat betreft zou er
iets voor te zeggen zijn om in het
wetsvoorstel zelve bedragen te
noemen die aan het spaarfonds
gedoteerd zullen moeten worden. En
daarvoor voelt de regering weer
niets. Kan ik daarom nog eens helder
voor ogen krijgen hoe de regering,
vooral in tijden van economische
tegenwind, afgezien van het gezond
maken van overheidsfinancie¨n en het
versterken van de economische
structuur – zaken die immer aan de
orde moeten zijn – de voeding van
het spaarfonds denkt te garanderen?
Daarover verneem ik graag de visie
van de regering nog eens. Het betreft
namelijk het hart van het systeem.
Een op termijn onhaalbare voeding
betekent het einde van het spaar-
fonds en dus van de zekerheid van
bestendiging van de AOW, die wat
ons betreft waardevast moet zijn.
Daar staan wij voor.
Voorzitter! Het tweede punt betreft
niet de voeding van, maar de
uitkering uit het spaarfonds. De
vorming van het spaarfonds zal het
overheidstekort in EMU-termen
drukken. Omgekeerd zullen uitnamen
een vergroting van de staatsschuld betekenen. In mijn termen vertaald:
op korte termijn interessant; op
langere termijn potentieel nadelig.
Maken wij het onszelf in de toekomst
niet al te moeilijk om de overheids-
financie¨n zo gezond mogelijk te
houden. Ook hier geldt dat een
tegenvallende economische situatie
op een later tijdstip hier de nodige
problemen kan veroorzaken. Ook
hiervoor graag nog aandacht.
Voorzitter! Het voorliggende
wetsvoorstel – en daarmee ook de
beide andere voorstellen – heeft de
sympathie van de SGP-fractie. Ik heb
aan het begin van mijn betoog
gezegd dat het goed is een basis-
voorziening voor de oudere
generatie, ook in de toekomst, te
garanderen. Wat betreft de in dit
debat even opgelaaide discussie over
differentiatie van de koppeling ten
behoeve van AOW’ers kort het
volgende. Zeker, er moet sprake zijn
van welvaartsvast delen door
ouderen in de welvaart, maar
waarom wordt anderen die blijvend
aangewezen zijn op een uitkering,
die garantie ook niet geboden? Dan
moet dat over de hele breedte
gebeuren.

<blok pagina="55-4187">

 
<spreker pagina="55-4187" anker="329" partij="Partijloos" naam="Hendriks">
 Voorzitter! Aan
het slot van dit debat heb ik het
genoegen om ook nog iets te zeggen
over het AOW-spaarfonds. Dan
realiseer ik mij altijd dat ik juist voor
het behoud van de AOW hier in de
Kamer ben gekomen. Dat is iedereen
bekend. Doordat er in de vorige
kabinetsperiode een foutieve
uitspraak is gedaan over de AOW,
ontstond er een enorme commotie
onder de gepensioneerden, waartoe
ik behoor. Het CDA werd ervoor door
de pers aangepakt. Na vier jaar moet
ik zeggen dat dit ten onrechte is
gebeurd. Voordat ik mijn kritiek op
het spaarfonds geef, wil ik beginnen
met achter die kritiek op het CDA een
dikke punt te zetten. Ik heb vanmor-
gen deelgenomen aan een manifes-
tatie van de KBO. Daar kregen wij de
rekening gepresenteerd van dit
Paarse kabinet. Het loog er niet om.
Het Paarse kabinet is een en al
reparatiewetgeving. Maar goed, ik zal
daarover nu niets meer zeggen. Ik ga
nu over op het onderwerp dat aan de
orde is.
Voorzitter! Ik sluit mij aan bij de
opmerkingen die mijn collega Van
Wingerden over het spaarfonds heeft
gemaakt. Hij heeft dat gedaan
namens het AOV en namens de Unie
55+. Ik wil hierbij nog een paar
kanttekeningen plaatsen. Ik heb
twijfels over de lange spaarfonds-
termijn waaraan gedacht wordt. Het
is goed dat wij iets gaan borgen dat
over 25 jaar nodig is, maar dan niet
zoals de regering voorstelt. Ik weet
dan nog wel meer van dat soort
onderwerpen aan te wijzen. Ik heb de
indruk dat het financieel absoluut
niet haalbaar is. Vooral op de lange
termijn is mijn visie redelijk
onderbouwd. Als de regering van
mening is dat bij een dergelijk
spaarfonds zekerheid wordt gegeven
voor een generatie die nu nog werkt,
is zij volgens de ouderen echt niet op
de goede weg. Ik zal het uitleggen.
De AOW-uitgave is nu gerelateerd
aan 5,3% bruto binnenlands product.
Na 2050 schijnt dat 4,3% te worden.
Waarom moet je dan zoveel geld
sparen in een fonds dat binnen het
ministerie blijft en op geen enkele
manier door wie dan ook kan
worden aangesproken? De minister
beslist daarover.
Dan wil ik de minister het
volgende vragen. Al twee jaar
geleden heb ik met de minister van
Financie¨n gesproken over 32 mld.
vrijgekomen uit de fusie van banken.
Men zal zich afvragen wat ik
daarmee bedoel. Ik heb twee jaar
geleden de minister van Financie¨n
gevraagd dat eens te onderzoeken en
door te geven aan de minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Deze zou dat bedrag wel eens
kunnen gebruiken voor borging van
de AOW. Ik heb toen alleen van
minister Zalm te horen gekregen dat
mijn voorstel een vondst is waarover
hij zeker nader van gedachten moest
wisselen. Hij zou zich daarover
uitspreken. Tot op heden heeft hij dat
niet gedaan. Mijn vraag aan deze
minister is of zijn collega Zalm met
hem over die 32 mld. heeft gespro-
ken. Dat is tenminste een bedrag
waar je echt iets mee kunt doen. Dat
fusiegeld ligt nu geparkeerd.
Niemand kan eraan komen. Zou het
niet mooi zijn om dat geld gepar-
keerd te laten en over 25 jaar te
gebruiken voor de vermeende
tekorten die dan zullen ontstaan. Ik
wacht met belangstelling het
antwoord van deze minister af.
De algemene beraadslaging wordt
geschorst. 

</spreker>
<spreker pagina="55-4187" anker="330" naam="De voorzitter">
 Het kabinet zal
morgen in de loop van de middag
antwoorden.</spreker>
</blok>
<blok pagina="55-4187">Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen:
1. drie koninklijk boodschappen, ten
geleide van de volgende voorstellen van (rijks)wet:
Wijziging van onder meer de Wet
op het voortgezet onderwijs in
verband met vervanging van de
tijdelijke regeling van de vergoeding
voor de exploitatiekosten door een in
die wet zelf neergelegde regeling
(regeling nieuw bekostigingsstelsel
exploitatiekosten voortgezet
onderwijs) (25878);
Arbeidsomstandighedenwet 1998
(25879);
Verhoging van de grens van de
bevoegdheid van de kantonrechters
en van de appellabiliteit van
vonnissen van deze rechters in
burgerlijke zaken (25881).
Deze koninklijke boodschappen, met
de erbij behorende stukken, zijn al
gedrukt en rondgedeeld; 2. de volgende brieven:
vijf, van de minister van Buiten- landse Zaken, te weten:
een, ten geleide van het verslag van
de Algemene Raad d.d. 26/27 januari
jl. (21501-02, nr. 236);
een, over de problematiek rond Irak
en het standpunt van de EU (21664,
nr. 93);
een, over een NAVO-samenwer-
kingsproject voor de productie van
M483-artilleriemunitie tussen het
Nederlandse bedrijf Eurometaal en
een Turkse producent (22054, nr. 29);
een, ten geleide van het verslag over
de resultaten van de OVSE ministe-
rie¨le raad van 18 en 19 december in
Kopenhagen (25600-V, nr. 55);
een, ten geleide van het Verdrag
inzake luchtvervoer tussen de
Regering van het Koninkrijk der
Nederlanden en de Regering van de
Russische Federatie (25876);
een, van de ministers van
Buitenlandse Zaken en voor
Ontwikkelingssamenwerking, over de
ontwikkelingen in Rwanda, Burundi
en de Democratische Republiek
Congo (25098, nr. 12);
twee, van de minister voor
Ontwikkelingssamenwerking, te weten:
een, over de ervaringen met
gebonden hulp aan Bosnie¨ (22181,
nr. 195);
een, over de voortgang van het
vredesproces, de wederopbouw en
van de humanitaire situatie (22181,
nr. 196);
een, van de staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken, ten geleide van
het Akkoord tussen de Regeringen
van de Benelux, de Bondsrepubliek
Duitsland en Frankrijk betreffende
geleidelijke afschaffing van grens-
controles (19326, nr. 193);
twee, van de minister van Justitie, te weten:
een, over het uitlekken van het
rapport-Bakkenist (25840, nr. 8);
een, ten geleide van de nota
Wetgeving voor de elektronische
snelweg (25880);
twee, van de staatssecretaris van Justitie, te weten:
een, over de identiteitsvaststelling in
het kader van gezinshereniging
(19637, nr. 311);
een, over het huwelijk voor personen
van hetzelfde geslacht (22700, nr. 23);
twee, van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, te weten:
een, over de instellingen van
bijzonder onderwijs, privaatrechte-
lijke organisaties (25456, nr. 11);
een, over de ontwikkeling van het
instituut Nationale ombudsman
(25650, nr. 2);
een, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, inzake uitvoering maatregelen
HOOP 1996 (25370, nr. 44);
drie, van de staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap- pen, te weten:
een, over tarieven kabelabonnemen-
ten (24808, nr. 51);
een, inzake het advies Media-
educatie (25733, nr. 11);
een, inzake regeling exploitatiekosten
vwo-avo-vbo 1998-1999 (25882);
drie van de minister van Finan- cie¨n, te weten:
een, ten geleide van de ontwerp-
agenda van de Ecofin-Raad van 16
februari 1998 (21501-07, nr. 210);
een, over het tijdschema van de
besluitvormingsprocedure inzake de
start van de derde fase EMU (25107,
nr. 8);
een, inzake evaluatie Wet verminde-
ring afdracht loonbelasting en
premie volksverzekeringen (25875);
een, van de staatssecretaris van
Financie¨n, over de gevraagde
kwijtschelding van mevrouw
Hubertus-de Rijk (25702, nr. 39);
een, van de minister van Defensie,
inzake Nederland die politieke steun
zou kunnen verlenen aan het
Amerikaanse en Britse beleid inzake
Irak (21664, nr. 94);
drie, van de staatssecretaris van Defensie, te weten:
een, over de problemen van
militairen met gewetensbezwaren
wegens nodeloze activiteiten op
zondag (25600-X, nr. 38);
een, over antitankwapens (25884);
een, over satellietcommunicatie voor
militair gebruik (25886);
een, van de minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, over de
stand van zaken met betrekking tot
de 69 aanbevelingen van ’’Handha-
ven met effect’’ (22343, nr. 32);
een, van de ministers van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, van
Economische Zaken, van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij en van
Verkeer en Waterstaat en van de
staatssecretaris van Financie¨n en de
minister voor Ontwikkelingssamen-
werking, ten geleide van het derde
Nationaal milieubeleidsplan (25887);
een, van de minister van Verkeer
en Waterstaat, ten geleide van de
voortgangsnota ’’Milieu en scheep-
vaart. Varen onder groene vlag’’
(25868);
een, van de ministers van Verkeer
en Waterstaat en van Volkshuisves-
ting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer, over herziening
Tracewet (25600-XII, nr. 31);
twee, van de staatssecretaris van Economische Zaken, te weten:
een, inzake de ministerie¨le conferen-
tie van de Wereldhandelsorganisatie
(WTO) (25074, nr. 9);
een, over sanering van schulden van
natuurlijke personen (25672, nr. 7);
een, van de minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
ten geleide van de agenda voor de
vergadering van de Europese
ministers van landbouw die op 16 en
17 februari in Brussel gehouden zal
worden (21501-16, nr. 194);
een, van de staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
over de tweedelijns kennis-
infrastructuur (25883);
een, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
over de kostenbeheersing medische
hulpmiddelen (25604, nr. 25).
Deze brieven zijn al gedrukt en
rondgedeeld; 3. de volgende brieven:
een, van de staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken, inzake illegale
immigratie;
een, van de staatssecretaris van
Justitie, over terugkeerregelingen
Ethiopie¨ en Somaliland;
een, van de staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken, over advies-
aanvraag regeling eisen externe
klachtvoorziening;
een, van de minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, inzake
bestemmingsplan ’’De Neel’’,
gemeente Breda.
De voorzitter stelt voor, deze brieven
door te zenden aan de betrokken
commissies en niet te drukken;
4. een brief van de secretaris-
generaal van het Europees Parle-
ment, ten geleide van een aantal
aangenomen resoluties.
Deze brief ligt op de griffie ter
inzage. Kopie is gezonden aan de
betrokken commissie. 5. de volgende brieven:
een, van G.H. Grooters, over de
pensioenbreuk;
een, van H.M. van Zuilen, over
onder andere de CRI en de kwestie
IRT;
een, van drs. L.P. Dorenbos, over
het bezoek van de Chinese premier
Li Peng en over onder andere de
liberalisering van de economie en
bestrijding van corruptie.
Deze brieven e.a. liggen op de griffie
ter inzage.
</blok>
</text>

</handeling>


