<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6552A9]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Lijst van besluiten (dinsdag 24 februari 1998)</item>
<item attribuut="Bestand"> 19 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Parlement</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 18, Eerste Kamer, pag. 1033-1034</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">24-02-1998</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6552A9</item>
<item attribuut="Omvang">2 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Eerste Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Besluiten en ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">EK 21</item>
</metadata>

<text>	
nu sta naar mijn gevoel niet de
meest aangewezen weg is.
Mevrouw Tuinstra vroeg zich af of
het nu door de omroep betaald moet
worden. Ik moet het ook wat preciezer zeggen: die archieven zijn
voor het grootste deel archieven van
de omroep. De omroepverenigingen
hoeven dat niet uit hun eigen
middelen te halen. Het is de rente
van de omroepreserve, die voor een
belangrijk deel hiervoor was ingezet.
Deze omroepreserve berust bij de
minister en bestaat uit de opbrengst
van de omroepbijdragen. Dat geeft
hij uit via het Commissariaat voor de
Media aan de verschillende
omroepen. Hij houdt ook iets over,
een buffer, en dat levert rente op. Uit
die rente werd dit voornamelijk
betaald. Dat is ook een dekking van
de Cultuurnota, maar het probleem
van dit stuk dekking is dat ik een
deel van die reserve nu overbreng
naar de NOS. De NOS zal dus
voortaan ook die rente krijgen. Ik
moet nog met de NOS overleggen of
zij bereid zijn om datzelfde te blijven
doen. Er zijn echter ook nog andere
manieren te bedenken. Ze zullen er
zo niet helemaal uitkomen en dus
moet ik eerst vaststellen wat zij echt
nodig hebben, inclusief die nieuw-
bouw, en hoe we dat financie¨le
arrangement rond krijgen. Overigens
zou ik wel willen dat ik die posters
uit mijn studententijd nog had. Ik zou
ze onmiddellijk weer ophangen,
maar dat is nostalgie.
Voorzitter! Als ik niets anders
bekeek dan die dading van 1952, had
ik er niet zo lang mee bezig moeten
zijn. Ik ben het er volstrekt mee eens,
dat het in het hele dossier-
Goudstikker van belang om goed tot
je door te laten dringen wat de
maatschappelijke context is, hoe
mensen toen zo dachten, hoe wij
anders zijn gaan denken. Al die
zaken zijn zeer aan de orde. Ik ben in
Berlijn geweest naar de prijsuitrei-
king voor de film Left Luggage. Het
is een verhaal van Carl Friedmann en
het gaat over dit onderwerp. Het
laatste boek van Marga Minco gaat
over dit onderwerp, evenals het boek
van Jessica Durlacher en de boeken
van Leon de Winter en van Marcel
Mo¨ring. Een hele generatie schrijvers
ontdekt dit als het ware. Niet dat het
ooit onbekend is geweest maar het
komt plotseling aan de oppervlakte.
Dat soort dingen speelt allemaal een
rol, want het is de context waarin die
zaak staat. Het kabinet is zich er zeer
wel van bewust, dat deze zaak met
verstand en gevoel moet worden
behandeld.
Voorzitter! Ik heb even overwogen
of ik niet de Nederlandse componis-
ten kon vragen om bij hun composi-
ties 7% ballades op papier te zetten.
Ik wil daar toch maar van afzien in
het kader van de afstandelijkheid van
de overheid. Ik hoop echter, dat vele
componisten dit debat hebben
gevolgd en dat er morgen een
stroom aanvragen om ballades op
muziek te mogen zetten op mij
afkomt. Dat is misschien voor de
volgende Prinsjesdag een aardige
opluistering van de Troonrede.
De heer Veling vond de balans
mooi maar deze was naar zijn
mening op twee punten uit
evenwicht en wel gezien de
maatschappelijke verantwoording
versus de vrijheid die een gevange-
nis kan worden. Dat is juist, maar ik
deel zijn mening in dat opzicht niet.
Ik heb niet de indruk, dat de kunst op
dit moment aan het doorschieten is
naar de autonomie. Dat is een tijd zo
geweest maar nu buigt het weer
terug. Ik zie dat heel duidelijk in de
theaterwereld. Veel meer dan tien,
vijftien jaar geleden heeft men daar
de neiging rekening te houden met
het effect van wat men doet. Men
vraagt zich daar dus niet alleen af of
wat men zegt van binnen uit komt,
maar ook of het ergens weerklank
vindt. Ik zie dit verschijnsel ook bij de
literatuur. Bij de meeste vormen van
kunst neem ik de terugkeer naar het
evenwicht waar. Ik wil niet zeggen
dat men doorslaat naar de andere
kant. Er is een tijd geweest waarin
kunst gee¨ngageerd moest zijn om
het mee te laten tellen. Dat is nu niet
aan de orde. Ik meen ook dat de
variatie groot is.
Ik ben het overigens eens met een
opmerking van de heer De Boer in
eerste termijn, waarop ik tot nog toe
niet heb gereageerd. De heer De
Boer vond dat het kunstenbudget
verhoogd zou kunnen worden. Dat
staat ook in dat verkiezingspro-
gramma dat ik noemde. Ik wil een
verhoging echter niet motiveren met
de opmerking dat kunst een goede
leerschool is voor de moraal. Voor
Freek de Jonge mag dat gelden,
maar gelukkig zijn er nog andere
kunstenaars. Ik vind zelf dat je met
een dergelijke opvatting te veel aan
versmalling doet. De variatie in de
opvattingen over kunst vind ik heel
belangrijk.
De heer Veling vroeg zich af of er
geen gebrek was aan evenwicht
tussen de subsidie¨ring van de grote
kunst en het meer ’’dagelijkse werk’’.
Ik meen dat men die balans in de
gaten moet houden, maar ook dat
men de gemeentelijke bijdragen bij
die van de overheid dan moet
optellen. Dan kan men zich een goed
beeld vormen van het geheel. Ik
meen in ieder geval, dat dit
kunstenplan minder onevenwichtig is
dan het vorige, omdat van de extra
middelen nogal veel geld naar de
verschillende fondsen is gegaan. De
fondsen, waaronder het nu nieuw
opgerichte fonds voor amateurkunst,
zijn veel beter dan wij in staat om
kleine projecten hier en daar in het
land te steunen. Ik ben verder graag
bereid toe te zeggen, dat ook dit
aspect van het bewaren van het
evenwicht bij de voorbereidingen
van een volgende kunstenplan een
rol zal spelen. 
<spreker pagina="21-1033" anker="68" partij="GroenLinks" naam="De Boer">

Voorzitter! Heeft de staatssecretaris
nu impliciet toegezegd, dat hij ons
op de hoogte houdt van de
resultaten van zijn nadenken over de
mogelijkheid van cumulatie van
aankoopbudgetten van kleinere
musea? 

</spreker>
<spreker pagina="21-1033" anker="69" soort="Staatssecretaris" naam="Nuis">
 Voorzitter! Ik
zal dat doen. Hierover zal ik dus
nader berichten.
Voorzitter! De heer De Boer heeft
gezegd, dat hij het eens was met
mijn paar zinnen over het vraagstuk
van het geweld. Vanwege de
beperkte spreektijd, heb ik voor zo
goed mogelijke zinnen gekozen en
verwezen naar het niet-onaanzienlijke
pakket stukken van mijn collega’s in
dit kabinet en van mij zelf. Daarin
wordt uitvoerig op dit onderwerp
ingegaan. Dat maakt hiermee deel uit
van onze beraadslaging.
De beraadslaging wordt gesloten.
Het wetsvoorstel wordt zonder
stemming aangenomen.Besluiten en ingekomen stukken
Lijst van besluiten
De voorzitter heeft na overleg met
het College van senioren besloten om:
a. de openbare behandeling van de
volgende wetsvoorstellen te doen
plaatsvinden op:

Regeling van de inwerkingtreding
van de algemene maatregel van
bestuur van 26 maart 1996 tot
wijziging van het Besluit vergunnin-
gen koolwaterstoffen continentaal
plat 1996 (willekeurige afschrijving)
(Stb. 214) (24671);
Regels ter bescherming van het
Antarctisch milieu ter uitvoering van
het Protocol betreffende milieube-
scherming bij het Verdrag inzake
Antarctica (Wet bescherming
Antarctica) (25211);
Wijziging van enkele onderwijs-
wetten in verband met het onderwijs
in allochtone levende talen en enkele
technische aanpassingen (25176);
Verklaring dat er grond bestaat
een voorstel in overweging te nemen
tot verandering in de Grondwet van
de bepalingen inzake de verdediging
(25367, R1593);

Vaststelling van de begroting van
de uitgaven en de ontvangsten van
het Ministerie van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor
het jaar 1998 (25600 XIV);

Wijziging van de Wet op de
lijkbezorging (verruiming mogelijkhe-
den asbestemming) (25272);

Regels inzake een stelsel van
varkensrechten en een heffing
terzake van het houden van varkens
(Wet herstructurering varkenshoude-
rij) (25746);
b. het voorbereidend onderzoek van
de volgende wetsvoorstellen te doen
plaatsvinden op

door de vaste commissie voor
Wetenschapsbeleid en Hoger onderwijs:
Wijziging van onder meer de Wet
op het hoger onderwijs en weten-
schappelijk onderzoek en de Wet op
de studiefinanciering ter uitvoering
van in het hoger onderwijs- en
onderzoekplan 1996 aangekondigde
maatregelen (25370);

door de vaste commissies voor Justitie:
Wijziging van de Wet op de
kansspelen (piramidespelen) (25523);
Wijziging van de Wet op de
kansspelen (speelautomaten) (25646); Onderwijs:
Wijziging van onder meer de Wet
op het voortgezet onderwijs in
verband met de invoering van
leerwegen in de hogere leerjaren van
het middelbaar algemeen voortgezet
onderwijs en het voorbereidend
beroepsonderwijs, alsmede van
leerwegondersteunend en praktijk-
onderwijs (regeling leerwegen mavo
en vbo; invoering leerweg-
ondersteunend en praktijkonderwijs)
(25410).
Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen:
1. de volgende door de Tweede
Kamer der Staten-Generaal aangenomen wetsvoorstellen:
Goedkeuring van het op 22
augustus 1996 aan boord van het
’’MS Warsteiner Admiral’’ in de
Eemsmonding ter hoogte van Delfzijl
tot stand gekomen Aanvullend
Protocol bij het op 8 april 1960
ondertekende Verdrag tussen het
Koninkrijk der Nederlanden en de
Bondsrepubliek Duitsland tot
regeling van de samenwerking in de
Eemsmonding (Eems-Dollardverdrag)
tot regeling van de samenwerking
met betrekking tot het waterbeheer
en het natuurbeheer in de Eemsmon-
ding (Eems-Dollard-milieuprotocol)
(25162);
Wijziging van de Spoorwegwet ter
implementatie van richtlijn nr.
95/18/EG en richtlijn nr. 95/19/EG
(25335);
Regels inzake plannen op het
terrein van het verkeer en het
vervoer (Planwet verkeer en vervoer)
(25337);
Wijziging van de Wet Nationale
ombudsman en de Wet openbaar-
heid van bestuur (25456);
Instelling van een vast college van
advies inzake internationale
vraagstukken, in het bijzonder met
betrekking tot de rechten van de
mens, vrede en veiligheid, ontwikke-
lingssamenwerking en Europese
integratie (Wet op de Adviesraad
internationale vraagstukken) (25465);
Wijziging van de Wet op de
kansspelen (piramidespelen) (25523);
Wijziging van de Wet op de
kansspelen (speelautomaten) (25646);
Regels inzake gemeenschappelijke
wisselkoersarrangementen van de
euro, alsmede wijziging van enkele
andere wetten (25679);
Wijziging van de Wet milieubeheer
en de Wet inzake de luchtverontreini-
ging (25686);
Nieuwe bepalingen inzake de
Nederlandsche Bank N.V. in verband
met het Verdrag tot oprichting van
de Europese Gemeenschap (Bankwet
1998) (25719);
Uitvoering van de verordening van
de Raad van de Europese Unie
inzake het Gemeenschapsmerk
betreffende de aanwijzing van de
nationale autoriteit voor het
exequatur en de bevoegde rechtbank
(Uitvoeringswet E.G.-verordening
inzake het Gemeenschapsmerk)
(25729);
Wijziging van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek en van enige
andere wetten in verband met de
verkorting van de bewaartermijn van
boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers (25753).
Deze wetsvoorstellen zullen in
handen worden gesteld van de
desbetreffende commissies; 2. de volgende regeringsmissives:
een, van de minister van
Buitenlandse Zaken, houdende
mededeling van de in 1991 ten 1994
aangenomen wijzigingen van de
Bijlagen I en II bij het op 23 juni 1979
te Bonn tot stand gekomen Verdrag
inzake de bescherming van trekkende
wilde diersoorten (Trb. 1997, 9)
(griffienr. 121462);
een, van alsvoren, houdende
mededeling van de op 27 augustus
1996 en 14 januari 1997 te Peking tot
stand gekomen notawisseling tussen
de Nederlandse en de Chinese
regering houdende een verdrag tot
aanvulling van het verdrag vervat in
de nota’s gewisseld te Peking op 28
maart 1980, betreffende binnenkomst
en verblijf van het personeel van de
vertegenwoordigingen van de
luchtvaartmaatschappijen van
Nederland en China en van de
bemanningsleden die geregelde
vluchten uitvoeren (griffienr. 121463);
een, van alsvoren, inzake het op
28 februari 1996 te Stockholm tot
stand gekomen Verdrag inzake
stabiliteitsvereisten voor passagiers-
schepen die geregelde internationale
lijndiensten van en naar havens in
Noord-West-Europa en de Baltische
Zee onderhouden, met Bijlagen en
Aanhangsels (Trb. 1997, 72) (griffienr.
121465);
een, van alsvoren, ten geleide van
een afschrift van zijn brief aan de
voorzitter van de Tweede Kamer,
inzake rapportage over stand van
zaken met betrekking tot parlemen-
taire goedkeuring verdragen
(griffienr. 121466);
een, van de staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken, ten geleide van
</spreker>
</text>

</handeling>


