<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN6559A15]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Lijst van ingekomen stukken, met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen (dinsdag 17 maart 1998)</item>
<item attribuut="Bestand"> 23 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Parlement)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Parlement</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 1997-1998, nr. 35, Tweede Kamer, pag. 4584-4586</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">17-03-1998</item>
<item attribuut="Document-id">HAN6559A15</item>
<item attribuut="Omvang">3 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Presidiumbesluit</item>
<item attribuut="doccode">TK 61</item>
</metadata>

<text>	
van het totaal aantal bewind-
voeringen dat een kredietbank voor
haar rekening neemt en anderzijds
van de noodzakelijke lengte van die
aanloopperiode. Overigens zal het in
goed overleg worden vastgesteld.
Verder is ter ondersteuning van de
kredietbanken aan de NVVK een
bedrag van rond de vier ton
beschikbaar gesteld voor de
aanloopkosten. Overigens ben ik nog
wel in afwachting van een voorstel
van de NVVK voor de wijze waarop
de middelen ten behoeve van de
invoering van de wet zullen worden
ingezet. Op dit moment is nog
onduidelijk of de kredietbanken
overal in voldoende mate inzetbaar
zijn. Dat vergt toch nog wel enig
overleg. Voor het daadwerkelijk
beschikbaar stellen van het geld
moet er dan ook duidelijkheid
bestaan over het aantal banken dat
daadwerkelijk bereid is het
bewindvoerderschap op zich te
nemen. Ik denk overigens wel dat op
korte termijn die duidelijkheid
verkregen kan worden.
Dat hangt ook samen met de
vraag wanneer het geheel ingevoerd
kan worden. 
<spreker pagina="61-4584" anker="257" partij="RPF" naam="Van Dijke">
 Voordat u
daaraan toekomt, stel ik nog een
vraag over het vorige punt. Ik ben
blij dat er vanuit de kredietbanken
een positieve insteek is om voor te
sorteren op de nieuwe taak. Betekent
het dat het bedrag dat beschikbaar
wordt gesteld om dat voorsorteren
mogelijk te maken, uitsluitend
beschikbaar is voor die gemeente-
lijke kredietbanken? 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="258" soort="Minister" naam="Sorgdrager">
 Ja, dat is nu
net het verschil tussen de krediet-
bank en een particuliere organisatie
die zich als schuldhulpverlener
aanmeldt. Het is wel een nieuwe taak
voor de kredietbanken. Wij willen de
hoofdtaak van dit geheel bij de
gemeentelijke kredietbanken leggen
en wij willen daar een grote mate
van deskundigheid cree¨ren. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="259" partij="RPF" naam="Van Dijke">
 Dat begrijp
ik, maar het betekent dat er door
middel van dit soort subsidies een
zekere mate – ik druk mij voorzichtig
uit – van concurrentievervalsing kan
optreden. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="260" soort="Minister" naam="Sorgdrager">
 In de
aanvangsperiode. Het is bedoeld om
te starten en dan houdt het op.
Daarna krijgt iedereen op dezelfde
manier geld van de overheid. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="261" partij="PvdA" naam="Noorman-den Uyl">

Er is 25 mln. uitgetrokken voor de
invoering van de Wet schuld-
sanering. Hiervan gaat 10 mln. naar
de rechterlijke macht en de
advocatuur en 15 mln. naar de
bewindvoerders. Ik heb begrepen dat
dit geld bedoeld is om de bewind-
voering van de grote aantallen
nieuwe zaken op grond van de
nieuwe wet los te trekken. Wanneer
de rechter de bewindvoering in dit
kader aan een ander dan de
gemeentelijke kredietbank opdraagt,
is dus daarop de subsidieregeling
van toepassing. Het geld gaat dus
niet bij uitsluiting naar de kredietban-
ken, maar naar de bewindvoerders,
die in de regel wel de kredietbanken
zullen zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="262" soort="Minister" naam="Sorgdrager">
 Dat is een
andere pot. Ik spreek nu over de pot
die speciaal voor de invoering is
bedoeld. De 15 mln. waarover u
spreekt, blijft voor de bewindvoering
zelf gereserveerd. Dat klopt. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="263" partij="RPF" naam="Van Dijke">
 Voorzit-
ter!... 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="264" naam="De voorzitter">
 Mag ik u vragen of u
nog veel interrupties hebt? De
minister heeft namelijk om zes uur
andere verplichtingen. Ook het
voetballen begint om zes uur. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="265" partij="RPF" naam="Van Dijke">
 Het kan
wel een tweede termijn voorkomen. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="266" soort="Minister" naam="Sorgdrager">
 Misschien
wilde u net een vraag stellen over
die 9%. Deze staat weer los van het
voorgaande. Het is een misverstand
dat deze zaken bij elkaar getrokken
worden. De 9%, tot een maximum
van ƒ 75, heeft betrekking op het
bedrag dat particuliere schuld-
bemiddelingsbureaus mogen vragen
voor buitenwettelijke bemiddeling.
Deze 9% is ontleend aan een besluit
van Economische Zaken over de
erkenning van de private schuld-
hulpverlening in het algemeen,
waarover wij al gesproken hebben.
De heer Van der Burg zei dat het
uitgangspunt is en blijft om via een
minnelijke regeling natuurlijke
personen van hun schulden af te
helpen. Daarna komt de rechter
eraan te pas, die een regeling oplegt.
De fractie van het CDA ziet graag,
zegt de heer Van der Burg, dat ik
nauwgezet volg welk percentage
schuldeisers in de praktijk tot
medewerking bereid is omdat zij
anders het risico lopen helemaal
niets te krijgen. Dit is inderdaad een
heel belangrijke vraag. Het gaat
erom hoe aantrekkelijk de buitenge-
rechtelijke schuldsanering is.
Wanneer je het bedrag dat verdiend
kan worden niet te hoog maakt,
wordt de voorgerechtelijke procedure
des te aantrekkelijker. Dit proberen
wij in evenwicht te brengen. In de
evaluatie zal dit natuurlijk een van de
onderwerpen zijn die wij bekijken.
Wanneer treedt een en ander nu in
werking? Wij hadden gehoopt dat
het op 1 juli zou zijn, maar wij moeten ree¨el zijn: dat halen wij
gewoon niet. Ik ga er ook niet naar
streven of extra druk op zetten. De
VNG vraagt inderdaad om drie
maanden en ik vind dan ook dat deze
gewoon gegeven moeten worden.
Men kan zich natuurlijk wel al
enigszins voorbereiden, maar het
moment van publicatie is toch het
moment waarop het wetsvoorstel
wet wordt. Ik denk dat 1 oktober
haalbaar moet zijn als wij dit voorstel
vandaag kunnen afronden. Daarna
komt nog de behandeling in de
Eerste Kamer en volgt die termijn
van drie maanden. Naar mijn mening
is dat mogelijk. Ik vind dat de wet in
elk geval voor 1 januari een feit moet
zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="267" naam="De voorzitter">
 Ik constateer, dat er
geen behoefte is aan een tweede
termijn.
De algemene beraadslaging wordt
gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="61-4584" anker="268" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor, aan-
staande dinsdag te stemmen.
Daartoe wordt besloten.

</spreker>
<blok pagina="61-4584">Lijst van ingekomen stukken,
met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen:
1. een koninklijk boodschap, ten
geleide van het voorstel van wet
Wijziging van de Wet geluidhinder
(25905).
Deze koninklijke boodschap, met de
erbij behorende stukken, is al
gedrukt en rondgedeeld;
2. de volgende brieven:
twee, van de minister van Buitenlandse Zaken, te weten:
een, over het verzoek van Suriname
om een topoverleg en de toekom-
stige relatie met Nederland (20361,
nr. 90);
een, ten geleide van het Verdrag tot
oprichting van het Internationaal
vaccinatie-instituut (25909);
twee, van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, te weten:
een, ten geleide van een beknopte
notitie n.a.v. vragen, gesteld tijdens
het algemeen overleg van 22 januari
1998 door de leden van uw Kamer
Koenders en Verhagen inzake
mogelijke fraude met hulpgelden van
de Europese Unie in Cambodja,
Bosnie¨-Herzegovina en de Palestijnse
gebieden (21501-02, nr. 241);
een, ten geleide van acht fiches die
werden opgesteld naar aanleiding
van overleg door de Werkgroep
Beoordeling Nieuwe Commissie-
voorstellen (22112, nr. 97);
een, van de minister van Justitie,
over de wijze waarop de intensive-
ring gefinancierd zal worden in
relatie tot – wat het kabinets-
standpunt noemt – het voorlopig
perspectief van het inbedden van de
gebiedsprojecten in een bijzondere
bijdrage op grond van artikel 44
Politiewet (25846, nr. 2);
een, van de ministers van Justitie
en van Binnenlandse Zaken, ten
geleide van de tweede voortgangs-
rapportage over de Implementatie
van de aanbevelingen van de
Parlementaire enqueˆte opsporings-
methoden (IPEO) (24072, nr. 97);
een, van de minister van
Binnenlandse Zaken, over toekenning
van de tegemoetkoming in ziektekos-
ten aan deeltijders (25600-VII, nr. 33);
een, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, inzake de oprichting van het
Netherlands Institute for the Study of
Islam in the Modern World (NISIM)
(25608, nr. 9);
vier, van de staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap- pen, te weten:
een, over intrasectorale programma’s
MAVO-VBO (24578, nr. 9);
een, inzake invoering van het
schoolplan, de schoolgids en het
klachtenrecht (25459, nr. 10);
een, over de gewijzigde motie van de
leden Van Nieuwenhoven en Van
Heemskerck Pillis-Duvekot over de
BTW-verlaging podiumkunsten
(25600-VIII, nr. 68);
een, over het rapport ’’Risico’s rond
risicogroepen’’ (25635, nr. 8);
een, van de minister van Defensie,
over een uitbreiding van de
Nederlandse bijdrage aan het ’’Mine
Action Centre’’ (MAC) in Bosnie¨-
Herzegovina (22181, nr. 197);
twee, van de staatssecretaris van Defensie, te weten:
een, over de beleidsbrief Emancipa-
tie Defensie (25436, nr. 3);
een, inzake het NAVO helikopter-
project NH-90 (25928);
een, van de minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, over de
discrepantie tussen de berekende en
de gemeten ammoniakconcentratie
in de lucht (24445, nr. 39);
een, van de staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, over
afkoop dynamische-kostprijssubsi-
dies beleggers en particulieren
(25600-XI, nr. 49);
vier, van de minister van Verkeer en Waterstaat, te weten:
een, over de problematiek inzake de
ontwikkeling van Schiphol (25466, nr.
10);
een, over grondwaterbelasting
(25600-IXB, nr. 16);
een, over agressiebestrijding in het
openbaar vervoer (25600-XII, nr. 34);
een, inzake tracevaststelling A4
Dinteloord-Bergen op Zoom (25923);
twee, van de minister van Economische Zaken, te weten:
een, over opwerking van radioactief
materiaal (25422, nr. 3);
een, ten geleide van de resultaten
van TechnologieRadar (25518, nr. 5);
een, van de staatssecretaris van
Economische Zaken, over aanbeve-
lingen rapport allochtone onderne-
mers (25600-XIII, nr. 39);
vier, van de minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te weten:
een, ten geleide van het verslag van
de vergaderingen van 16 en 17
februari die plaatsvonden in Brussel
van de Europese ministers van
landbouw (21501-16, nr. 195);
een, ten geleide van de voorlopige
agenda voor de vergaderingen op 16
en 17 maart in Brussel van de
Europese ministers van landbouw
(21501-16, nr. 196);
een, ten geleide van de agenda van
de Europese Raad van visserij-
ministers die op 24 maart 1998 in
Brussel bijeenkomen (21501-17, nr.
60);
een, ten geleide van de rapportage
van de commissie-Ouwerkerk
(25600-XIV, nr. 55);
een, van de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, over de
stand van zaken gegevens-
uitwisseling van de bijstandssector
met andere sectoren (25661, nr. 11);
een, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
over de motie van de leden Oudkerk
c.s. 25600-XVI, nr. 32 (25600-XVI, nr.
61);
drie, van de staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, te weten:
een, ten geleide van de voortgangs-
rapportage Modernisering ouderen-
zorg (MOZ) (24333, nr. 39);
een, over het persoonsgebonden
budget (PGB) (25657, nr. 3);
een, over de stand van zaken
’’Opmaat tot samenspel’’ (25682, nr.
2).
Deze brieven zijn al gedrukt en
rondgedeeld; 3. de volgende brieven:
een, van de staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken, ten geleide van
een drietal onderzoeksrapporten in
het kader van het grotestedenbeleid;
een, van de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap-
pen, ten geleide van de voortgangs-
rapportage Verder met vitaal
leraarschap;
een, van de minister van Verkeer
en Waterstaat, ten geleide van de
beleidsnota Dienstverlening en
ketenmobiliteit;
een, van de minister van
Economische Zaken, ten geleide van
de ontwerp-Elektriciteitswet 1998;
twee, van de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, te weten:
een, ten geleide van het advies van
de Gezondheidsraad over ’’preventie
van aan osteoporose gerelateerde
fracturen’’;
een, ten geleide van het rapport van
de Economische controledienst (ECD)
’’Onderzoeken Wet tarieven
gezondheidszorg 1997’’.
De voorzitter stelt voor, deze brieven
door te zenden aan de betrokken
commissies en niet te drukken; 4. de volgende brieven:
een, van H.E. Kloosterhuis, over
het jaar van verdraagzaamheid;
een, van het gemeentebestuur van
Olst, ten geleide van een petitie
inzake de varkenshouderij;
een, van KPN, over de behande-
ling van de Telecommunicatiewet.
Deze brieven e.a. liggen op de griffie
ter inzage.</blok>
<blok pagina="61-4586">Presidiumbesluit
Het Presidium heeft met eenparig-
heid van stemmen besloten, te stellen in handen van:
a. de vaste commissie voor Financie¨n:
- het wetsvoorstel Inwerkingtredings-
wet voorlopige teruggaaf (25903);
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Wet van 16 december 1993 tot
wijziging van de Wet op de belasting
van personenauto’s en motorrijwie-
len 1992 in verband met verruiming
van het begrip personenauto (Stb.
673) (bee¨indiging grootwagenpark-
regeling) (25904);
b. de vaste commissie voor
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer:
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Wet geluidhinder (25905);
c. de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat:
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Wet personenvervoer voor het
taxivervoer (deregulering taxi-
vervoer) (25910).
</blok>
</text>

</handeling>


