<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN8183A16]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Debat over de beveiliging van mevrouw Hirsi Ali</item>
<item attribuut="Bestand"> 234 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Criminaliteit en openbare orde (Veiligheid)
Staats- en bestuursrecht (Politiek)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Openbare orde en veiligheid
Politiek</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 2007-2008, nr. 10, Tweede Kamer, pag. 646-666</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal (SG)</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">09-10-2007</item>
<item attribuut="Document-id">HAN8183A16</item>
<item attribuut="Omvang">21 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Beveiliging Hirsi Ali</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Luchtkwaliteit</item>
<item attribuut="doccode">TK 10</item>
<item attribuut="voorzitter">Ten Hoopen</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="10-646">

Aan de orde is het debat over de beveiliging van
mevrouw Hirsi Ali. 
<spreker pagina="10-646" anker="1042" naam="De voorzitter">
 Voordat wij met het debat beginnen, geef
ik het woord aan de minister van Justitie. Voordat ik dit
doe, wil ik antwoord geven op de vragen van mevrouw
Griffith. Vanmorgen zijn er stukken verspreid in de
Kamer. Daarvoor bestaat een procedure. Voor zover ik nu
kan overzien, is deze procedure misschien niet helemaal
gevolgd. Ik wil de procedure voor de verspreiding van
stukken met u in het Presidium bespreken, maar vandaag
wil ik daarvan geen onderwerp van gesprek maken.
Ik geef het woord aan de minister. 

</spreker>
<spreker pagina="10-646" anker="1043" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Voorzitter. Ik heb vernomen dat
de Kamer vandaag vier stukken heeft gekregen. In een
e-mail heeft de advocate van mevrouw Hirsi Ali verzocht,
deze stukken ter beschikking van de Kamerleden te
stellen. Ik heb begrepen dat deze stukken zijn verspreid.
Het opschrift boven de brief die de advocate aan mij
heeft gericht op 12 januari 2007 luidde ’’persoonlijk en
vertrouwelijk’’. Nu zij geen prijs meer blijkt te stellen op
het vertrouwelijke karakter van deze brief, heb ik er geen
bezwaar tegen als van deze brief kennis wordt genomen
en als deze brief wordt betrokken in de discussie.
Hetzelfde geldt voor mijn brief aan mevrouw Hirsi Ali
van 15 december 2006.
Naast deze twee stukken zijn er twee gespreks-
verslagen ter kennis van de Griffie van de Kamer
gebracht. De inhoud en aard van dit soort gespreks-
verslagen, die iemand betreffen voor wie beveiligings-
maatregelen gelden, lenen zich niet voor bredere
verspreiding. De gespreksverslagen hadden dus geen
bredere verspreiding moeten krijgen. Het lijkt mij niet
juist als die deel uitmaken van het openbare debat.</spreker>
<blok pagina="10-646">

 
<spreker pagina="10-646" anker="1044" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Voorzitter. Ik dank de
minister voor zijn korte toelichting.
Al een groot aantal jaren voert GroenLinks een debat
met de regering over beveiliging door de rijksoverheid
van publieke personen die om politieke redenen, omwille
van hun mening en gebruik van het vrije woord, worden
bedreigd. Dit heeft geleid tot toevoeging van een zeer
beperkt aantal mensen aan de limitatieve lijst van door
het Rijk te beveiligen personen. Het gaat om mensen die
zo ernstig bedreigd worden en waarbij de bedreigingen
tot zo’n grote onvrijheid leiden dat niet langer doorslag-
gevend is of zij een officiële bestuurlijke of politieke
functie vervullen. In het verleden ging de discussie
bijvoorbeeld over Afshin Ellian en sinds haar vertrek uit
de Tweede Kamer behoort ook Ayaan Hirsi Ali tot deze
categorie. GroenLinks vindt ten principale dat de
overheid voor deze politiek bedreigden verantwoordelijk
is zolang zij Nederlands staatsburger zijn, ongeacht of zij
in Nederland of het buitenland verblijven. GroenLinks
weet zich hierin gesteund door bijvoorbeeld Salman
Rushdie en Frits Bolkestein. Tegelijkertijd zal GroenLinks
redelijke alternatieve oplossingen, zoals financiële
verantwoordelijkheid van de werkgever, de betrokkene
zelf of het gastland – in dit geval de Verenigde Staten –
vanzelfsprekend verwelkomen.
Het stopzetten van de beveiliging van Hirsi Ali lijkt
onredelijk te zijn. Ik heb daarover een aantal vragen. Is
het waar dat het nog altijd noodzakelijk is om mevrouw
Hirsi Ali te beveiligen? Een eenvoudig ja of nee volstaat
in dezen. Uit de beschikbare justitiële stukken en
Kamerstukken blijkt niet dat bij de oorspronkelijke
afspraak om haar in de Verenigde Staten te beveiligen is
gesteld dat de beveiliging tijdelijk van aard zou zijn. Is
het waar dat mevrouw Hirsi Ali bij haar plotselinge en
deels gedwongen vertrek niet is verteld dat haar
beveiliging van tijdelijke aard was? Klopt het dat zij zelfs
van regeringszijde gerust is gesteld met het bericht dat
de Nederlandse overheid ook in de VS voor haar
veiligheid verantwoordelijkheid zou dragen? Kan het
kabinet bevestigen dat pas na de ambtsovergang van
minister Donner naar minister Hirsch Ballin voor het
eerst is gemeld dat de beveiliging zou eindigen, dus pas
maanden nadat zij zich in de VS had gevestigd? Is het
waar dat het mevrouw Hirsi Ali pas na verkrijging van
haar green card op 24 september jongstleden is
toegestaan om zelf fondsen te werven om haar
beveiliging te financieren? Klopt het ook dat de
Nederlandse regering van deze beperking in de
handelingsvrijheid van mevrouw Hirsi Ali steeds op de
hoogte is geweest? Waarom heeft de regering dan
besloten om haar beveiliging een week na verkrijging
van de green card stop te zetten als in redelijkheid niet
verwacht mag worden dat Hirsi Ali nu al de aanzienlijke
kosten kan dragen?
De minister heeft kenbaar gemaakt dat bedreigde
personen ook bij een reis of tijdelijk verblijf in het
buitenland niet door de Nederlandse Staat beveiligd
worden. Is dit niet strijdig met de praktijk waarin ook
andere bedreigde mensen beveiligd naar het buitenland
kunnen reizen en strijdig met de toezegging van minister
Donner aan de Kamer dat beveiliging door de Staat de
meest gerede oplossing is? Klopt het dat bij het
ontbreken van beveiliging een zeer kleine groep ernstig
bedreigde mensen Nederland niet meer kan verlaten.
Ik wacht de antwoorden af, maar het mag duidelijk zijn
dat GroenLinks de beslissing van de minister ontijdig en
onverstandig vindt. Nodeloos wordt ook de reputatie van
Nederland in het buitenland geriskeerd. De fractie van
GroenLinks verzoekt het kabinet om een redelijke
verlenging van de beveiligingstermijn. Los van de
principiële afweging dat mensen die om politieke
redenen ernstig worden bedreigd te allen tijde afdoende
moeten worden beveiligd, huldigt GroenLinks namelijk
het motto ’’better safe than sorry’’. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1045" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Ik stel graag nog
een paar vragen. Een deel van de stukken is nu
openbaar. In de brief van december 2006 van de minister aan mevrouw Hirsi Ali staat: ’’Tot op heden is er geen
informatie gevonden die tot de conclusie leidt dat er een
reële dreiging tegen u in de VS bestaat. Strikt genomen
is er daarom geen reden om van overheidswege
beveiligingsmaatregelen te nemen.’’ 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1046" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Bij mijn weten, maar
daar gaat de minister over, betekent een reële dreiging
dat er iemand met een bomgordeltje voor je deur staat.
Dat verschilt van risicoanalyses waaruit dreiging blijkt,
wat abstracter is maar wel buitengewoon serieus moet
worden genomen. Ik heb daarom gevraagd of het nog
altijd noodzakelijk is om mevrouw Hirsi Ali te beveiligen.
Uit de brief van de minister of uit artikelen in de krant
bleek dat de beveiliging van mevrouw Hirsi Ali in de
Verenigde Staten recent is opgevoerd. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1047" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 U stelt een aantal
zeer gedetailleerde vragen. Ik herinner mij vragen van
24 mei 2006 waarin u ook zeer gedetailleerd op de zaak
inging. Mag ik vragen of u contact hebt gehad met de
advocaat van mevrouw Hirsi Ali over haar zaak in de
periode dat zij bijvoorbeeld in de Verenigde Staten was? 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1048" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Andere Kamerleden
kunnen u ook zeggen dat er contact is met de advocaat
omdat zij er prijs op stelt om Kamerleden te informeren. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1049" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Helaas heeft zij
geen contact met mij gezocht, dus het beeld is wisse-
lend. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1050" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik weet van andere
Kamerleden dat er wel contact is geweest. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1051" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Op 16 mei 2006 is
er een debat gevoerd. In dit debat is minister Donner, de
toenmalige minister van Justitie, vrij precies ingegaan op
de beveiliging in Amerika. U hebt toen niet opgelet of er
was iets anders aan de hand, maar zes dagen later stelt
u over die uitspraak in dat debat dat u zelf had aange-
vraagd, een lange lijst van schriftelijke vragen die tot in
detail gaan. Ik heb mij hierover verbaasd toen ik dit
debat voorbereidde. Hebt u in die periode over die
vragen ook contact gehad met de advocate die, natuurlijk
wil ik dit even zeggen, voor uw partij senator is? 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1052" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Misschien is het goed
erop te wijzen dat een advocaat in opdracht van een
cliënt opereert, in dit geval een VVD-politica. Als ik mij
goed herinner, heb ik in die periode contact gehad met
die VVD-politica. Ik ga er inderdaad prat op dat ik in de
Kamer buitengewoon goed geïnformeerd debatten voer
en vragen stel. Ik geloof niet dat er ergens is gezegd of
gesteld dat je je niet zou mogen informeren. Het lijkt mij
ook van groot belang om je goed te informeren en ik zou
het u ook willen adviseren. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1053" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Dat zij zo, maar u
zegt nu een aantal dingen die bij mij weer nieuwe vragen
oproepen. Ik wil weten hoe innig uw relatie is. Wij praten
hier toch over de zaak van een persoon tegen de Staat. Ik
vind het onjuist dat wij nu in de Tweede Kamer als de
advocaat van die ene persoon optreden. U zegt dat u
zich goed laat informeren. Ik laat me over het algemeen
ook goed informeren, maar dan wil ik toch nog weten of
u contact hebt gehad met de advocate toen u vorig jaar
zulke gedetailleerde vragen stelde. Realiseert u zich dat
dit vragen zijn die in een procedure worden gebruikt? 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1054" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik weet niet wat u wilt
suggereren, maar dit begin me eerlijk gezegd steeds
minder aan te staan. Laat ik hier het volgende over
zeggen. Als u de parlementaire geschiedenis kent, dan
weet u dat GroenLinks al geruime tijd op de bres staat
voor mensen die om politieke redenen ernstig worden
bedreigd. Ik meen dat het onze verdienste is dat die
mensen zijn toegelaten in het rijksdomein. Het ging
bijvoorbeeld ook om Afshin Ellian. U kunt veel zeggen,
maar Afshin Ellian is geen vriend noch een politieke
vriend. Hetzelfde geldt voor mevrouw Hirsi Ali. Ik volg
het motto van Voltaire en daarom zal ik altijd opkomen
voor de vrijheid van meningsuiting, juist die van mijn
politieke tegenstanders. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1055" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Ik stel vast dat u
geen antwoord geeft op mijn vraag. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1056" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Volgens mij heb ik u
een behoorlijk helder antwoord gegeven. Zo niet, dan
zou u uw vragen moeten preciseren en niet moeten
suggereren. 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1057" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Voorzitter. Laat ik dan een
heel precieze vraag stellen. Was mevrouw Halsema op
de hoogte van de komst naar Nederland van mevrouw
Hirsi Ali? Zo ja, van wie heeft zij die informatie gekre-
gen? 

</spreker>
<spreker pagina="10-647" anker="1058" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik was er niet van op
de hoogte. Ik ben er op maandag door overvallen.</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1059" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Dit vind ik vreemd, want ik
herinner mij een kort vraaggesprek, ergens in een
achtertuin, althans het leek een achtertuin, waarin
mevrouw Halsema al veel wist over mevrouw Hirsi Ali en
over wat er de dagen daarop volgend zou gebeuren. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1060" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Mag ik vragen ik welke
achtertuin ik met u heb gezeten? 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1061" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Kan mevrouw Halsema
zich dit vraaggesprek niet meer herinneren? Er was een
vraaggesprekje met mevrouw Halsema waarin gevraagd
werd of mevrouw Hirsi Ali in Nederland was en wat er
aan de hand was met de beveiliging van mevrouw Hirsi
Ali. Ik weet niet waar het precies was. Het leek mij een
achtertuin, maar misschien was het ergens anders. Het gaat mij om de inhoud. Daarom vraag ik: van wie wist u
nu dat mevrouw Hirsi Ali in Nederland was? Hebt u dat
van haar of van haar advocate gehoord? U was een van
de weinigen, misschien wel de enige die dit wist. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1062" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Het enige gesprek dat
ik me kan herinneren is een gesprek bij Pauw en
Witteman en dat ging precies hierover. Ik weet niet wat u wilt suggereren. Ik vraag me af: staat u hier nu voor de
zaak of om allerlei politieke suggesties te doen. De enige
uitspraken die ik hierover heb gedaan, waren die op
maandagavond bij Pauw en Witteman nadat ik op
maandag was geïnformeerd over de aanwezigheid van
mevrouw Hirsi Ali. Dit is het enige wat ik erover kan
zeggen. Overigens verkeer ik in de veronderstelling dat
wij hier strijden voor dezelfde zaak of u moet in een
week tijd volledig van mening zijn veranderd. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1063" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Ik doe wat met de
informatie die ik krijg. De minister heeft volgens mij een
heel goede brief geschreven, waarin hij nog steeds zegt
in principe verantwoordelijk te zijn voor de veiligheid van
mevrouw Hirsi Ali, maar waarin hij ook duidelijk
uiteenzet wat er in die tijd allemaal is gebeurd. Ik ben
dus tevreden met de brief van de minister.
Maar u liet zich net even ontvallen dat u op maandag-
avond was geïnformeerd. U praatte er daarna snel
overheen en had het over Pauw en Witteman. Maar door
wie bent u erover geïnformeerd dat mevrouw Hirsi Ali
naar Nederland wilde komen, of in Nederland was? 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1064" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Daarop heb ik al
antwoord gegeven. Ik ben op maandag geïnformeerd. Bij
Pauw en Witteman ben ik daar op maandagavond
uitgebreider op ingegaan. Op verzoek van mevrouw Hirsi
Ali ben ik door haar woordvoerder geïnformeerd. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1065" partij="VVD" naam="Griffith">
 Voorzitter. Mevrouw Halsema
vraagt aan de minister van Justitie of de regeling tijdelijk
was. Zij stelde deze vraag ook al aan de minister in mei
2006. Deze geeft aan dat sprake is van een overgang.
Ziet mevrouw Halsema zoiets als een tijdelijke maatre-
gel?
En wat vindt zij van het feit dat de advocaat van
mevrouw Hirsi Ali vertrouwelijke brieven, die raken aan
de veiligheid van mevrouw Hirsi Ali, zo naar de Tweede
Kamer heeft gestuurd? 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1066" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Eerst mijn antwoord op
uw eerste vraag. Nee, eerlijk gezegd heeft dat mij
verbaasd. Destijds stelde ik de vraag en heb ik natuurlijk
goed op het antwoord gelet. Er was sprake van een
overgang en van overdracht, maar er is nooit bij gesteld
dat het zou worden beëindigd. In de antwoorden op de
vragen is dat ook niet terug te vinden. De vraag was of
de eerste verantwoordelijkheid voor de veiligheid zou
liggen bij de Amerikaanse overheid of bij de Nederlandse
overheid, maar daarbij is nooit gezegd dat de verant-
woordelijkheid zou ophouden. Nu mijn antwoord op uw tweede vraag: ik ga daar niet
over, net zo min als u daarover gaat. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1067" partij="VVD" naam="Griffith">
 Maar u heeft er natuurlijk wel
een mening over. U zei net tegen mevrouw Verdonk dat
u voor dezelfde zaak strijdt. De VVD vindt het natuurlijk
erg belangrijk dat zorgvuldig met de veiligheid van
mevrouw Hirsi Ali wordt omgegaan. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1068" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Dat kan ik me
voorstellen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1069" partij="VVD" naam="Griffith">
 Wij vinden ook dat de
verspreiding van de vertrouwelijke memo’s het leven van
mevrouw Hirsi Ali ernstig in gevaar brengt. Ik kan mij
voorstellen dat u die memo’s ook heeft gelezen. Heeft u
geen mening over het feit dat de advocaat deze memo’s
zo verspreid heeft? 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1070" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Volgens mij behoor je
te zeggen – en u moet dat als jurist beter weten dan ik –
dat mevrouw Hirsi Ali zelf de gegevens naar buiten heeft
gebracht. Elke advocaat handelt alleen in opdracht van
zijn cliënt en mevrouw Hirsi Ali heeft zelf het besluit
genomen om deze gegevens naar buiten te brengen. En
wat ik daarvan vind? Als het om operationele gegevens
gaat, heeft het mij bijvoorbeeld ook verbaasd dat
justitiële brieven vorige week al bij RTL Nieuws lagen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1071" partij="VVD" naam="Griffith">
 Het gaat om déze brief. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1072" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik geef antwoord op
uw vraag. Met operationele gegevens, die raken aan de
huidige veiligheidssituatie, moet buitengewoon
terughoudend en zorgvuldig worden omgegaan. Het valt
nog te bezien of dat bij deze memo’s het geval was,
omdat het gaat om een situatie in het verleden. Ik moet
zeggen dat het mij verbaast dat de Kamer hier nu een
hele toestand van maakt, terwijl in het verleden vaak
brieven van advocaten en hun cliënten zijn gemengd in
parlementaire debatten, waarbij het ook ging om
individuele gegevens. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1073" partij="VVD" naam="Griffith">
 Maar nu gaat het om iemand
die wordt bedreigd, voor wie het dreigingsniveau
onverminderd hoog is; het hoogste dreigingsniveau. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1074" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Volgens het CDA is er
geen dreiging meer. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1075" partij="VVD" naam="Griffith">
 U heeft de brieven gelezen. Ik
kan mij niet voorstellen dat u niet weet of er al dan niet
zorgvuldig is gehandeld. Het verbaast mij dat iemand
met uw intelligentie daar geen standpunt over kan
hebben. 

</spreker>
<spreker pagina="10-648" anker="1076" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Dank u voor het
compliment, maar wat ik precies zei, was dat buitenge-
woon terughoudend en zorgvuldig moet worden
omgegaan met operationele gegevens die toezien op de
huidige veiligheidssituatie. Die memo’s maken geen deel
uit van het debat. Of daarvan sprake was, valt nog te
bezien, maar met operationele gegevens ga je vanzelf-
sprekend buitengewoon zorgvuldig om. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1077" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Voorzitter. Ik was wat
verbaasd toen ik mevrouw Halsema hoorde zeggen dat
zij uit de vragenbeantwoording van vorig jaar niet had
begrepen dat de Nederlandse verantwoordelijkheid
eindig zou zijn in het geval van een vertrek naar het
buitenland. In die beantwoording werd uitdrukkelijk
zowel het woord overdracht gebruikt als overgang. Kan
zij uitleggen hoe zij ondanks het gebruik van die twee
woorden toch ervan uit kon gaan dat de Nederlandse
verantwoordelijkheid bleef voortduren? 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1078" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Omdat dit volledig
afhankelijk is gemaakt van overname van de verantwoor-
delijkheid door de Verenigde Staten. Wat mij overigens
nog steeds verbaast, is dat de Nederlandse staat er
schijnbaar niet van op de hoogte was dat Amerika de
bevoegdheid om privépersonen te beveiligen helemaal
niet heeft of wil hebben. De Nederlandse staat heeft
gesproken over het continueren van veiligheid. Dat stond
buiten kijf. Daarbij was er wel sprake van de overgang
van de beveiliging naar een andere overheid, maar er
was geen sprake van ophouden van de beveiliging.
Anders had ik, daar kunt u van op aan, vervolgvragen
daarover gesteld. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1079" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Dat is een heel andere
interpretatie, want ik had bij het lezen van die vragen
juist op geen enkele manier begrepen dat dit zou beteken
dat de beveiligingsmaatregelen per se tot in lengte van
dagen zouden voortduren. Maar goed, dat is dan
kennelijk een verschil van mening in de uitleg van de
vragenbeantwoording. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1080" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ja. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1081" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Ik heb nog een tweede
vraag. U repte zojuist over reputatieschade van
Nederland in het buitenland. Vindt u het een zelfstandig
argument dat publiciteit hier wordt ingezet als wapen om
dingen te doen waarvan wij op inhoudelijke gronden
eigenlijk niet vinden dat wij ze zouden moeten doen? 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1082" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Als u goed naar mijn
betoog hebt geluisterd, zult u gemerkt hebben dat ik dit
alleen genoemd heb als een bijkomend argument, en
zeker niet als doorslaggevend argument. Als je alle
argumenten weegt, kun je het wel als bijkomend
argument meewegen. Ik moet zeggen dat ik het wel
verontrustend vind – ik weet niet of u het gelezen hebt –
dat uit lezing van de The International Herald Tribune of
The Washington Post blijkt dat er in het buitenland groot
onbegrip is. Dat neemt niet weg dat ik, als ik het eens
was met een beslissing van de regering die reputatie-
schade kan veroorzaken, die beslissing zou steunen. Het
is in dit geval voor mij alleen een bijkomend argument
en geen zelfstandig argument. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1083" partij="PVV" naam="Wilders">
 Voorzitter. Mijn collega van de
GroenLinks-fractie zei net dat er ook in andere debatten
brieven van advocaten werden verspreid, maar het
verschil is natuurlijk dat dit een advocaat is die ook voor
haar partij in de Eerste Kamer zit, die senator is voor
GroenLinks. Nu hebt u hier, mevrouw Halsema, een
debat aangevraagd. Dat is uw goed recht. U bent, zo
blijkt uit een interruptiedebat met het CDA, als eerste
geïnformeerd. Riekt het dan niet op zijn minst naar
onzuiverheid dat dit een-tweetje, want daar lijkt het toch
op, plaatsvindt? Dat is het beste te illustreren door de
vraag die u net kreeg van een collega. Vindt u niet ook
dat mevrouw Böhler, de advocate van mevrouw Hirsi Ali
en uw partijgenote aan de overkant, die stukken niet had moeten verspreiden? Uw antwoord daarop was: dat
heeft mevrouw Hirsi Ali zelf gedaan. Formeel klopt dat,
maar u bent blijkbaar ook niet in staat om als iets fout is – en dit was fout – gewoon te zeggen: verkeerd gedaan.
Partijpolitiek speelt blijkbaar een dubieuze rol in dit
dossier. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1084" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Stelt u mij nu een
vraag of trekt u een conclusie? U trekt uw eigen
conclusie zonder dat u het antwoord op de vraag
afwacht. Ik heb niet gezegd dat ik het goed vind, ik heb
ook niet gezegd dat ik het slecht vind. Ik heb gezegd dat
ik er niet over ga en dat is iets anders. U oordeelt en
veroordeelt het al. Dat doe ik niet. Kijk, naar mijn idee is
de vertrouwelijkheid in deze stukken vooral iets tussen
de minister en de betrokkene, Hirsi Ali. Hirsi Ali
doorbreekt die vertrouwelijkheid. Ik denk dat zij in staat
moet zijn om zelf die beslissing te nemen. Mij verbaast
op mijn beurt waar u het over hebt, terwijl hier een
majeure kwestie aan de orde is, namelijk hoe wij
omgaan met mensen die om politieke redenen zwaar
bedreigd worden. Dat is de kwestie. Ik hoor u tot nu toe
alleen maar vragen stellen over iets wat volstrekt
aangelegen is, wat er maar zijdelings bij hoort. Richt u
zich eens op de kern van de kwestie! 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1085" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik begrijp dat mevrouw Halsema
dat zijdelings noemt. Het is natuurlijk pijnlijk dat een
senator van GroenLinks, de belangenbehartiger, hier zo’n
rol in speelt. Mevrouw Halsema moet gewoon in staat
zijn om te zeggen dat niet alleen mevrouw Hirsi Ali een
fout heeft gemaakt, maar ook de advocate, mevrouw
Böhler, of zij nu een partijgenote is of niet. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1086" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Laat ik er heel simpel
over zijn. Als ik het een fout vond, zou ik dat ronduit en
rondborstig zeggen. Laat ik er nog een opmerking aan
toevoegen. U kunt veel van mij zeggen, maar hierin zult u mij tegemoet moeten komen: ik ben al jaren buitenge-
woon consistent ten aanzien van de bescherming en de
beveiliging van bedreigde personen. Ik ben blij dat u het
daarover met mij eens bent. Ik voeg hier een opmerking
aan toe. Als de advocaat in dezen Kamerlid of senator
van de PVV was geweest, had ik hier exact het zelfde
betoog gehouden. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1087" naam="De voorzitter">
 Mevrouw Griffith, u hebt het woord niet
meer. Het spijt mij, maar ik geef het woord nu echt aan
de heer Dijsselbloem. Iedereen heeft nu een ronde de
kans gehad. 

</spreker>
<spreker pagina="10-649" anker="1088" partij="VVD" naam="Griffith">
 Maar mevrouw Halsema zegt
iets heel belangrijks, namelijk dat mevrouw Hirsi Ali haar
eigen verantwoordelijkheid doorbreekt. 

</spreker>
<spreker pagina="10-650" anker="1089" naam="De voorzitter">
 Mevrouw Griffith, ik neem een beslissing.
U hebt het woord niet. Mevrouw Halsema gaat zitten en
de heer Dijsselbloem gaat het woord voeren.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-650">

 
<spreker pagina="10-650" anker="1090" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Voorzitter. Naar aanleiding
van deze zaak en de brief van de minister heb ik een
reeks vragen. Ik zeg zo welke. Eerst maak ik een
opmerking over de stukken. De advocaat heeft mij ook
gebeld. Laat ik daar maar duidelijkheid over geven. Zij
heeft gevraagd of ik nog behoefte had aan stukken. Ik
heb daarop gezegd dat ik niet met vertrouwelijke stukken
kon werken, omdat ik daar toch niet uit kon citeren.
Verder heb ik gezegd dat zij de stukken naar de Kamer-
voorzitter moest sturen, mocht zij dat nodig vinden,
zodat alle collega’s er kennis van konden nemen.
Vervolgens zijn de stukken gekomen.
Ik heb in het kader van vier thema’s vragen. Het eerste
thema is het Kamerdebat en de periode mei 2006, het
tweede is de positie van de Amerikaanse overheid en de
werkgever van Hirsi Ali, het derde is het formele
standpunt van de minister en het vierde de praktische
betekenis van het standpunt van de minister.
Ik krijg graag een nadere toelichting op de uitspraken
van minister Donner in de periode mei 2006. Twee dingen heb ik genoteerd als belangrijk. Hij zegt: ’’Het is
mijn verantwoordelijkheid, zorg te dragen voor een
verantwoorde overdracht van beveiligingsmaatregelen
aan de Amerikaanse autoriteiten.’’ Mijn vraag is niet of
hierbij al impliciet of expliciet was dat er een overdracht
moest plaatsvinden; dat was duidelijk. De minister vond
dat het de verantwoordelijkheid van de Amerikaanse
overheid/haar werkgever moest worden of eigenlijk eerst
van haar zelf, dan van haar werkgever en daarna van de
Amerikaanse overheid. Ik ben geïnteresseerd in wat de
minister heeft bedoeld met ’’een verantwoorde over-
dracht’’. Die woorden suggereren dat er op enig moment
afspraken worden gemaakt en dat er een overdracht
plaatsvindt. Feitelijk vindt die niet plaats en zijn er ook
geen afspraken over tot stand gekomen. Verder heeft minister Donner in het debat gezegd: ’’Ik garandeer dat
er maatregelen worden genomen.’’ Daarbij maakt hij
geen kanttekening en neemt hij geen beperking op, ook
niet in de tijd. Ik krijg graag een toelichting op wat een
dergelijke toezegging op zo’n moment betekent. Begrijpt
de minister dat bij ons de indruk is ontstaan dat er ook
echt sprake van een overdracht zou zijn en dat dus de
beveiliging in Amerika zou worden gecontinueerd, hetzij
door Nederland, hetzij door de werkgever of de overheid
aldaar? Op welk moment is tijdens de vele overleggen
die na mei 2006 met mevrouw Hirsi Ali zijn gevoerd,
haar voor het eerst te kennen gegeven dat er een einde
aan zou komen, definitief en los van al dan niet tot stand
gekomen afspraken met de Amerikanen? Op welk
moment kwam die afspraak voor het eerst tot stand?
Het tweede thema betreft de positie van de Ameri-
kaanse overheid. Wat is die precies? Zegt zij formeel dat
het niet mogelijk is, omdat zij geen stelsel van preven-
tieve beveiliging van privépersonen kent of zegt zij dat
beveiliging niet nodig is, omdat er volgens haar
dreigingsanalyse geen acuut gevaar is? Wat is de visie
van Nederland daarop? Hebben wij onze eigen analyse
gemaakt of was het te duur?
Ik krijg graag een toelichting op het argument dat
mevrouw Hirsi Ali pas recentelijk een green card heeft
gekregen en niet eerder in staat was om private
middelen voor haar beveiliging te verwerven. Dat is een
belangrijk punt. 

</spreker>
<spreker pagina="10-650" anker="1091" naam="De voorzitter">
 Nu komt uw laatste zin. 

</spreker>
<spreker pagina="10-650" anker="1092" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Voorzitter, ik heb echt nog
een paar vragen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-650" anker="1093" naam="De voorzitter">
 Ja, maar u hebt echt drie minuten. Dit is
een drieminutendebat. U moet nu uw laatste zin
uitspreken. Kiest u maar. 

</spreker>
<spreker pagina="10-650" anker="1094" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik wil tot slot weten wat
de praktische betekenis van de opstelling van het kabinet
is. De minister-president heeft gezegd dat hij het niet
juist vindt dat mevrouw Hirsi Ali terugkeert naar
Nederland omdat haar hier wel bescherming wordt
geboden. Is nu in alle ernst het standpunt van het
kabinet dat zij in de Verenigde Staten had moeten
blijven, ook al was de beveiliging daar nog niet geregeld
door haar zelf en door de Amerikaanse autoriteiten en
werd deze niet langer verzorgd door ons? Is de minister
consistent, ook ten aanzien van andere privépersonen die
onder het stelsel vallen en worden beveiligd? Worden zij
nu wel of niet beveiligd wanneer zij bijvoorbeeld reizen
maken naar het buitenland?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-650">

 
<spreker pagina="10-650" anker="1095" partij="ChristenUnie" naam="Anker">
 Voorzitter. Dit debat moet
wat mijn fractie betreft uitsluitend een
verantwoordelijkhedendebat zijn. In verschillende media
is de afgelopen dagen vooral gediscussieerd over de
vraag naar de kosten van de beveiliging van mevrouw
Hirsi Ali. Wij willen niet meedoen aan die benadering.
Wanneer de overheid de verantwoordelijkheid heeft om
iemand te beveiligen, staan de daarmee gemoeide
kosten op een lager plan. Evenmin doet mijn fractie mee
aan de veelgehoorde discussie of het mevrouw Hirsi Ali
zelf kan worden verweten dat zij bedreigd wordt. Over de
grenzen en de keerzijde van de vrijheid van meningsui-
ting blijft een debat misschien zinvol, maar wat ons
betreft niet bij deze gelegenheid.
Met de minister delen wij het uitgangspunt dat het
niet tot de Nederlandse verantwoordelijkheid behoort om
beveiliging te bieden aan personen die zich in het
buitenland vestigen en geen officiële functie voor de
Nederlandse overheid vervullen. Toch hebben wij wel
een aantal vragen.
Zijn aan mevrouw Hirsi Ali ooit toezeggingen of
uitlatingen gedaan die zo kunnen worden verstaan dat
Nederland ongelimiteerd of voor een langere periode
zorg zou blijven dragen voor haar beveiliging, ook na
haar vertrek naar de Verenigde Staten?
Wanneer is mevrouw Hirsi Ali voor het eerst zwart op
wit duidelijk gemaakt dat en wanneer de bekostiging van
de beveiliging zou eindigen?
Zijn er bij de beslissing tot verlenging van de
zogenaamde overgangsmaatregel concrete afspraken
met mevrouw Hirsi Ali gemaakt waar het gaat om haar
	
	
inspanningen om te komen tot beëindiging van de
bekostiging van de beveiliging door Nederland?
Welke inspanningen heeft mevrouw Hirsi Ali in dit
verband verricht? Welke rol speelde het verkrijgen van
haar Amerikaanse green card daarbij en welke inspannin-
gen zijn door haar Amerikaanse werkgever geleverd?
Is de minister van oordeel dat Nederland heeft
voldaan aan de voorgenomen zorgvuldige overdracht,
zoals genoemd door minister Donner in antwoord op
Kamervragen van collega Halsema in het jaar 2005/2006?
Zo ja, waaruit heeft die overdracht bestaan en welke rol
hebben de Amerikaanse autoriteiten gespeeld in dit
geheel?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-651">

 
<spreker pagina="10-651" anker="1096" partij="SP" naam="Van Raak">
 Voorzitter. Een gezonde
democratie kan niet zonder scherpe kritiek. Als in
Nederland controversiële opiniemakers worden bedreigd,
moeten zij kunnen rekenen op onze bescherming. Dan
organiseert de overheid hun beveiliging.
In de Verenigde Staten gaat dat anders. Daar is
beveiliging een verantwoordelijkheid van de opiniemaker
zelf of van diens werkgever. Het American Enterprise
Institute is een slechte werkgever. Deze denktank is niet
alleen heel conservatief maar ook heel rijk. Het instituut
verbindt zich graag met controversiële opiniemakers,
maar op het moment dat deze opiniemakers omwille van
hun ideeën worden bedreigd, geeft dit instituut niet
thuis. Het American Enterprise Institute is niet bereid om
haar eigen mensen te beschermen, dat moeten zij zelf
betalen. Vrijheid van meningsuiting wordt daarmee een
duur goed, dat alleen is weggelegd voor de allerrijksten.
Als iemand vertrekt naar een ander land, is het wat
ons betreft logisch dat dit nieuwe land zorgt voor
beveiliging. Het vertrek van mevrouw Hirsi Ali was echter
een vertrek onder druk. Eerst zou haar paspoort worden
afgenomen, daarna weer niet. Zij zou een beveiligd huis
krijgen, maar dat stuitte op bezwaren. Bij het in gebreke
blijven van haar nieuwe werkgever is het wat ons betreft
goed dat de Nederlandse regering heeft besloten om een
aantal overgangsmaatregelen te nemen, waardoor de
beveiliging van mevrouw Hirsi Ali niet plotseling zou
worden onderbroken. Toenmalig minister Donner sprak
van een ’’zorgvuldige overgang’’ een ’’verantwoorde
overdracht’’. Wat houdt dat in?
Op 2 oktober jongstleden vroeg de Kamer welke
specifieke maatregelen voor die overgangsperiode zijn
genomen. In de brief van de minister van 4 oktober
jongstleden ontbreken die afspraken echter. Welke
afspraken zijn gemaakt met de Amerikaanse overheden,
met het American Enterprise Institute en natuurlijk met
mevrouw Hirsi Ali zelf?
De regering heeft sinds het vertrek van mevrouw Hirsi
Ali verschillende keren met haar gesproken; was van het
begin af aan duidelijk dat de beveiliging vanuit Neder-
land tijdelijk zou zijn? Hoe verklaart de minister dat zij is
overvallen door het besluit om die beveiliging te staken?
Ook ik vond het erg opmerkelijk dat wij vanochtend
allerlei onofficiële stukken ontvingen. Ik zie graag
concrete afspraken op papier, maar deze waren wel erg
concreet. Ze waren verder erg verbrokkeld en volgens
mij ook vertrouwelijk. Ik schrok er in ieder geval een
beetje van en ik vraag me af of mevrouw Hirsi Ali
zichzelf een dienst bewijst door deze stukken via ons
mogelijk in de openbaarheid te brengen. Ik hoop dat de
minister in ieder geval een helder beeld kan schetsen.
Wat onze fractie betreft, is de beveiliging van
mevrouw Hirsi Ali door Nederland in de Verenigde
Staten eindig, maar de overgang moet wel verantwoord
zijn. Welk scenario ziet de minister voor de beveiliging
van mevrouw Hirsi Ali? Is haar werkgever bijvoorbeeld
bereid om zijn verantwoordelijkheid te nemen?
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-651">

 
<spreker pagina="10-651" anker="1097" partij="PVV" naam="Wilders">
 Voorzitter. U laat de klok al lopen
terwijl ik een slokje water neem, maar dat mag, want ik
heb geen drie minuten nodig. 

</spreker>
<spreker pagina="10-651" anker="1098" naam="De voorzitter">
 Ik vind dit eigenlijk een beetje flauw, want
ik denk dat u gaat praten, maar u neemt een slok water.
Op dat moment zet ik de stopwatch weer stil en daarna
zet ik ’m weer aan. Wij hebben al een keer een uitzen-
ding gehad waarin u de zaal nader informeerde over
mijn ’’knopjesbeleid’’. Ik vind het eigenlijk wel mooi
geweest. Ik geef u precies drie minuten, net als alle
andere sprekers. Als u die niet nodig heeft, gebruikt u ze
niet. 

</spreker>
<spreker pagina="10-651" anker="1099" partij="PVV" naam="Wilders">
 Voorzitter, u mag mijn glaasje
water hebben. Hopelijk is het dan weer goed tussen ons.
Het belang van de veiligheid van mevrouw Hirsi Ali
staat buiten kijf. Iedereen, en zeker ik, is zich ervan
bewust dat bedreigde personen beschermd en beveiligd
moeten worden. De vraag is alleen wie hiervoor de
verantwoordelijkheid heeft. Het beginsel dat iedere staat
verantwoordelijk is voor de veiligheid en de beveiliging
van personen die zich op zijn grondgebied bevinden, is
een juist beginsel. Het is dan ook terecht dat de regering
de kosten van de beveilig van mevrouw Hirsi Ali niet
oneindig regelt en/of betaalt als zij in het buitenland
woont, in dit geval in de Verenigde Staten. Het is terecht
omdat de verantwoordelijkheid voor haar beveiliging niet
meer bij de Nederlandse overheid ligt, als zij in het
buitenland woont. De regering heeft naar onze mening al
een lange, redelijke, ruimhartige overgangstermijn
gehanteerd, die ook nog een paar keer is verlengd, maar
die sinds 1 oktober is beëindigd.Mijn fractie steunt de regering dus bij haar besluit om
de kosten, verbonden met de beveiliging van mevrouw
Hirsi Ali in de Verenigde Staten, per 1 oktober te
beëindigen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-652" anker="1100" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 De regering maakt ook
duidelijk dat zij bedreigde personen die naar het
buitenland reizen of daar tijdelijk verblijven, ook niet zal
beveiligen. Wat vindt u daarvan? 

</spreker>
<spreker pagina="10-652" anker="1101" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik hoor graag welke motivering
de regering daarvoor heeft. In beginsel kunnen mensen
die in Nederland beveiligd worden, ook in het buitenland
beveiligd kunnen worden, als dit nodig is, als een
dreigingsanalyse daar aanleiding toe geeft. Ik kan me
herinneren dat er in de brief van de minister iets staat
over een koppeling met het vervullen van een bepaalde
functie in Nederland, maar uw vraag is wel terecht. Ik
hoor dan ook graag waar die koppeling met een officiële
functie vandaan komt en vooral of deze consistent wordt
toegepast. 

</spreker>
<spreker pagina="10-652" anker="1102" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Er woedt al heel lang
een debat over met de regering dat er een beperkt aantal
personen ongeacht hun functie toegevoegd is aan het
rijksdomein. Die mensen moeten kunnen rekenen op
dezelfde beveiliging; Afshin Ellian is een bekend
voorbeeld. Het komt mij voor dat nu plotseling weer
onderscheid maken tussen het al dan niet hebben van
een politieke of bestuurlijke functie in het rijksdomein
eigenlijk niet terecht is. Hierbij gaat het om de aard van
de politieke bedreiging, niet om de functie. Ik zou u dan ook voor mijn zaak willen winnen: mensen die zo ernstig
bedreigd worden, moeten ongeacht hun functie kunnen
reizen en zij mogen niet in Nederland gevangen zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="10-652" anker="1103" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik wacht de antwoorden van de
minister af. Mevrouw Halsema heeft een punt – en dat
vind ik het belangrijkste – dat het onderscheid niet zozeer
is of je wel of niet op die lijst staat, want mevrouw Hirsi
Ali is daar tijdelijk aan toegevoegd en valt daarom weer
onder de beveiliging. Stel dat mevrouw Hirsi Ali in
Nederland domicilie zou kiezen en zij naar het buitenland
zou reizen. Dan vind ik dat er een goede reden moet zijn
om haar anders te behandelen dan anderen die onder
dat regime vallen. De vraag is waarom anderen die
tijdelijk aan die lijst zijn toegevoegd, niet worden
beveiligd in het buitenland. Als de minister daar een
goed antwoord op heeft, kan ik daarmee instemmen.
Heeft hij geen goed verhaal, dan niet. Zo simpel is het. Ik
verzoek de minister om deze vraag te beantwoorden.
Mijn kernpunt is dat op het moment dat mevrouw Hirsi
Ali niet in Nederland woont maar domicilie kiest in de
Verenigde Staten, het na een jaar wel genoeg is geweest
en zij haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen voor
haar beveiliging.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-652">

 
<spreker pagina="10-652" anker="1104" partij="D66" naam="Pechtold">
 Voorzitter. Ruim een jaar na
haar vertrek spreken wij hier weer over Ayaan Hirsi Ali
en wederom zijn vele ogen in binnen- en buitenland op
ons gericht. De emoties zijn sinds haar terugkeer hoog
opgelopen. Grote woorden werden gebruikt en veel
mensen bleken plots veiligheidsdeskundige. Maar ik ben
hier niet het hoofd beveiliging en ik ben daarom
terughoudend.
Het principe van de eigen verantwoordelijkheid staat
voor de D66-fractie voorop en zo ook bij de beveiliging
van Ayaan Hirsi Ali. Dat erkent zij zelf ook. Er is hier wel
sprake van een speciaal geval, dat kan niet worden
ontkend. Het kabinet heeft bij monde van toenmalig
minister Donner gezegd – en anderen wezen daar ook op
– dat een goede overgang zou worden verzekerd en dat
hij verantwoordelijk was voor een verantwoorde
overdracht. Wat werd daarmee nu precies bedoeld?
De mogelijkheden voor mevrouw Hirsi Ali om zelf
fondsen te werven waren tot twee weken geleden zeer
beperkt in verband met de green card. Nederland heeft
bovendien een, zij het niet ongelimiteerde, achtergrond-
verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar
burgers, of zij zich nu op Nederlands grondgebied
bevinden of elders. Daarom lijkt het mij gepast om haar
de tijd te geven haar beveiliging te regelen wanneer zij
ervoor kiest om terug te gaan naar de Verenigde Staten.
Hoe lang precies hoef ik hier niet vast te leggen, als dat
uit veiligheidsoverwegingen beter is. Met de aansporin-
gen van de Kamer vertrouw ik erop dat de minister het
nieuwe beveiligingsregime van Ayaan Hirsi Ali adequaat
regelt.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-652">

 
<spreker pagina="10-652" anker="1105" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Voorzitter. Vorige week
heeft de SGP-fractie aangegeven het nuttig te achten om
een brief te krijgen waarin de verantwoordelijkheids-
verdeling ten aanzien van bewaken en beveiligen bij
vertrek naar het buitenland helder wordt uiteengezet. Ik
heb toen gezegd dat wij moeite hebben met de focus op
één individueel persoon, in dit geval mevrouw Hirsi Ali.
De kracht van een rechtstaat is juist dat zonder aanzien
des persoons aanspraken tegenover de overheid worden
geformuleerd. Het gevaarlijke alternatief, hoe fraai
verpakt en hoe welsprekend ook geformuleerd, is
uiteindelijk vriendjespolitiek.
De brief van 4 oktober jongstleden van de minister van
Justitie is helder. Het uitgangspunt dat elk land verant-
woordelijk is voor de veiligheid en de benodigde
beveiliging van personen, is volgens de SGP-fractie
alleszins billijk. Het is ook geheel in lijn met wat de
Kamer vorig jaar juni is bericht. Maar wij zijn ons ervan
bewust dat toepassing van op zichzelf redelijke regels in
een individueel geval onbillijke uitkomsten kunnen
hebben. Zou daarvan hier geen sprake kunnen zijn? Dat
lijkt ons bepaald niet het geval. Er is een ruimhartige
overgangsregeling getroffen. Is in het beleid voorzien dat
er mogelijkheden zijn voor dergelijke overgangster-
mijnen? Is er een wettelijke basis? Zijn de wet en het
beleid op dit punt toereikend?
Ruimhartig, maar niet grenzeloos. In deze houding
steunen wij de minister voluit. Als mevrouw Hirsi Ali of
wie dan ook ontevreden is over de uitwerking daarvan in
een concreet geval, is het ieders goed recht om naar de
rechter te stappen met een goede advocaat in de arm. Zo
gaat dat in een rechtstaat.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-652">

 
<spreker pagina="10-652" anker="1106" partij="VVD" naam="Griffith">
 Mevrouw de voorzitter.
Nederlandse burgers hebben recht op bescherming. Deze
zorgplicht is zwaarder als het gaat om de uitoefening van
grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting. De
VVD-fractie heeft kennisgenomen van de brief van de
minister over de reikwijdte van de verantwoordelijkheid
van de overheid bij het bewaken en beveiligen van de
burgers in het binnenland en buitenland. Mijn fractie
deelt die lijn.
Mevrouw Hirsi Ali heeft na haar vertrek uit de Kamer
in het stelsel bewaken en beveiligen een bijzondere
positie gekregen. Gelet op het feit dat mevrouw Hirsi Ali
zich permanent heeft gevestigd in de Verenigde Staten
en gelet op de dreigingen die nog steeds actueel
onverminderd hoog zijn, is het voor mijn fractie van
essentieel belang dat voor een zorgvuldige overgang en
overdracht van de beveiliging van mevrouw Hirsi Ali in
het buitenland wordt gezorgd. De VVD-fractie is en blijft
van mening dat de Nederlandse overheid voor haar
beveiliging hoort zorg te dragen, als mevrouw Hirsi Ali
Nederland bezoekt. Het moet helder zijn dat mevrouw
Hirsi Ali van harte welkom is, als zij naar Nederland komt
om zich permanent te vestigen en wederom permanent
te vestigen.
Mijn vraag aan de minister van Justitie betreft het
causale verband tussen de green card en de fondsen-
werving. Klopt het dat mevrouw Hirsi Ali niet met de
fondsenwerving had kunnen starten zonder een green
card?
Mijn fractie is verbijsterd over de stukken die mevrouw
Britta Böhler, de advocaat van mevrouw Hirsi Ali, naar de
Tweede Kamer heeft gestuurd. Door operationele, zeer
gevoelige informatie naar de Kamer te sturen, heeft
mevrouw Böhler het leven van mevrouw Hirsi Ali in
gevaar gebracht. Ik schrik dan ook als ik mevrouw
Halsema hoor zeggen dat de advocaat van mevrouw
Hirsi Ali niets doet zonder medeweten van mevrouw
Hirsi Ali, want daarmee legt zij een verwijt bij mevrouw
Hirsi Ali dat zij het aan zichzelf te wijten heeft. Een
advocaat is er ook om te zorgen voor de veiligheid van
haar cliënt en haar cliënt tegen zichzelf moet bescher-
men. Hierin heeft mevrouw Böhler verzaakt.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-653">

 
<spreker pagina="10-653" anker="1107" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Mevrouw de voorzitter. Ik
dank de minister voor zijn brief van 4 oktober. Dat is een
heldere en duidelijke brief. Ik vind dit debat toch zeer
risicovol gezien het feit dat er steeds min of meer
operationele informatie over tafel gaat. Ik vind dat dit
niet hoort in een openbaar debat. Dat geeft het meeste
risico voor mevrouw Hirsi Ali zelf.
Ik heb een vraag over de vertrouwelijke gespreks-
verslagen die wij hebben gekregen. Zij waren vertrouwe-
lijk, er staat allerlei operationele informatie in en er staan
ook namen van mensen in. Welke maatregelen gaat de
minister nemen tegen de verspreiding van deze mail in
casu mevrouw Britta Böhler? 

</spreker>
<spreker pagina="10-653" anker="1108" partij="PVV" naam="Wilders">
 De vorige week heeft mevrouw Verdonk gezegd: Hirsi Ali heeft in Nederland gebruik-
gemaakt van het democratische recht van vrijheid van
meningsuiting. Dan moet de Nederlandse regering haar
bescherming bieden. Ik citeer dan persbureau Novum.
Ervan uitgaande dat het een correct citaat is, staat
mevrouw Verdonk nog steeds achter de woorden dat de
Nederlandse regering bescherming moet bieden aan Hirsi Ali? Dat is toch niet anders uit te leggen dan:
daarvoor moet zorgen of betalen. Of zegt zij dat het een
vergissing is en dat zij is overtuigd door de brief van de
minister en instemt met beëindiging ervan? 

</spreker>
<spreker pagina="10-653" anker="1109" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Het was geenszins een
vergissing. Ik heb gezegd dat de minister in principe
verantwoordelijk is voor de beveiliging van mevrouw
Hirsi Ali. Dat vind ik nog steeds. De minister heeft in zijn
brief weergegeven welk zorgvuldig traject is gevolgd,
hoe hij binnen de bestaande wet- en regelgeving heeft
gedaan wat hij kon en dat er uitzonderingen zijn
gemaakt. Ik vind dit heel zorgvuldig. Voor mij is dat
voldoende. 

</spreker>
<spreker pagina="10-653" anker="1110" partij="PVV" naam="Wilders">
 Vorige week zei u: dan moet de
Nederlandse regering haar bescherming bieden. Of hebt
u dat niet gezegd? 

</spreker>
<spreker pagina="10-653" anker="1111" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Ik heb gezegd dat de
minister dan in principe verantwoordelijk is voor haar
bescherming. Dat vind ik nog steeds. De minister heeft
aangegeven hoe en voor welke periode hij die verant-
woordelijkheid heeft gedragen. De eindconclusie van de
minister deel ik. Wat dat betreft hebben wij hetzelfde
standpunt. 

</spreker>
<spreker pagina="10-653" anker="1112" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Bij NOVA was u toch
wel wat beslister dan u nu in retrospectief bent. U legde
de Nederlandse regering een vrij simpele keuze voor. U zei: terroristen aanpakken of burgers beschermen. Ik heb
de brief van de minister heel goed gelezen, maar ik heb
er geen nieuw offensief tegen terroristen in kunnen
ontdekken. Volgens mij staat dan slechts de andere optie
open, namelijk burgers beschermen. En dat wordt ook
niet meer gedaan. Hoe kunt u tevreden zijn? 

</spreker>
<spreker pagina="10-653" anker="1113" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Daarmee komen wij precies op het punt waarover ik eigenlijk niet wil praten:
het dreigingsniveau. Er is hier gezegd dat er een hoog
dreigingsniveau is. Er is hier gezegd dat er een laag
dreigingsniveau is. Uit de stukken van de minister heb ik
de overtuiging gekregen dat hij zijn verantwoordelijkheid
draagt. Er zijn berichten uit Amerika over het dreigings-
niveau. Ik vind niet dat wij daar hier over moeten praten. 

</spreker>
<spreker pagina="10-653" anker="1114" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Dat is een andere
redenering. Daarnet zei u dat door de minister zorgvul-
dige procedures worden gehanteerd. Nu zegt u dat
beveiliging niet meer nodig is. Dat is iets anders. Ik meen
dat u op basis van welk stuk dan ook in een week
gedraaid bent van ’’zij moet beschermd worden’’ tot ’’het
is niet meer nodig’’. Schijnbaar kunt u, als enige
beveiligingsexpert in de Kamer, vaststellen dat het niet
meer nodig is. 

</spreker>
<spreker pagina="10-653" anker="1115" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Ik begrijp dat mevrouw
Halsema graag de aandacht wil afleiden van het
partijpolitieke spel van GroenLinks. Als er een dreiging is, is het van tweeën één: terroristen aanpakken of
beschermen. Als er geen dreiging is, houdt het sowieso
op. Uit de brief van de minister heb ik begrepen dat er in
Amerika een heel ander dreigingsniveau is dan in
Nederland. Meer wil ik daarover niet zeggen. Dat is
operationele informatie. Als wij daarover praten, kan dat
er alleen maar toe leiden dat het risico voor mevrouw
Ayaan Hirsi Ali groter wordt.</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1116" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Los van kleine en grote
steken onder water ... 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1117" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Dat is wederkerig. 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1118" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Eerlijk gezegd weet ik
dat niet, maar goed, dat gun ik u.
U stelt het afhankelijk van de beveiliging, van het
niveau van onveiligheid. Stel dat uit risicoanalyses zou
blijken dat het voor mevrouw Hirsi Ali in de VS wél
onveilig is. Moet de Nederlandse overheid de beveiliging
dan hervatten? 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1119" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Ik neem aan dat de
minister zijn verantwoordelijkheid neemt en dat hij zo
dadelijk op een aantal concrete vragen zal ingaan. 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1120" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Nu wordt het mij te
schimmig. De vraag is heel helder. Hoe verhoudt dit zich
met de tamelijk principiële stelling van mevrouw
Verdonk, dat mevrouw Hirsi Ali beveiligd dient te worden
door de Nederlandse overheid, omdat zij als Nederlands
staatsburger hier in Nederland gebruik heeft gemaakt
van het democratisch recht van de vrijheid van menings-
uiting? Stel dat het dreigingsbeeld in de VS anders zou
zijn. Zou mevrouw Verdonk dan vinden dat de Neder-
landse overheid, zoals zij stellig heeft beweerd voor de
televisie, de verantwoordelijkheid moet nemen voor de
beveiliging? 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1121" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Ik heb gezegd dat de
minister in principe verantwoordelijk is. De minister
schrijft een brief op 4 oktober met allerlei gegevens die
mij niet bekend waren. Heel duidelijk wordt gesteld
welke zeer zorgvuldige procedure is gevolgd rond de
beveiliging van mevrouw Hirsi Ali. Tegen de minister heb
ik gezegd dat ik de brief helder vind en dat ik daar
genoegen mee neem. 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1122" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Dan zou mevrouw
Verdonk, voordat zij een volgende keer zo stellig en
principieel stelling neemt, er goed aan doen de brief af te
wachten. 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1123" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Dat ben ik dus niet met de
heer Dijsselbloem eens. Het is aan ieder van ons om
stelling te nemen, om een mening te geven. Ook voor
ons geldt de vrijheid van meningsuiting. Als de minister
met een heel zorgvuldig, adequaat antwoord komt, dan
luister ik daarnaar.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-654">

 
<spreker pagina="10-654" anker="1124" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Voorzitter. De
Kamer heeft regelmatig gesproken over het stelsel van
bewaken en beveiligen in Nederland. Deze zaak gaat de
Kamer bijzonder aan. Al gauw betreft het individuele
personen; gelukkig gaat het in Nederland altijd over
weinig mensen. Dit is onvermijdelijk, maar wij moeten er
wel voor waken vervolgens onderdeel te worden van de
daarbij gevoerde onderhandelingen. De stukken die wij
vanochtend van de advocaat van Ayaan Hirsi Ali
ontvingen, geven mij het onaangename gevoel dat wij
hier ingezet worden als onderdeel van onderhandelin-
gen. En dat wil ik niet. Daarbij gaat het om stukken die
gedeeltelijk het systeem van bewaken en beveiligen tot
in detail beschrijven. Ik vind dat gevaarlijk en het is een
schande dat een advocaat zoiets doet. Overweegt de
minister eventueel strafrechtelijk op te treden? Is wellicht
sprake van overtreding van artikel 272 van het Wetboek
van Strafrecht?
Ten tijde van haar vertrek uit Nederland was Ayaan
Hirsi Ali een bedreigd persoon. Zij werd terecht beveiligd
door de Nederlandse overheid, ook nadat zij haar
Kamerlidmaatschap had neergelegd. Maar de bescher-
mende arm van de overheid strekt zich niet uit tot andere
landen. Toen Ayaan Hirsi Ali zich in de Verenigde Staten
vestigde, werd haar veiligheid een zaak voor haar nieuwe
woonland. Toch heeft in deze uitzonderlijke situatie de
Nederlandse overheid, met steun van de Kamer, een
overgangsmaatregel getroffen en deze twee keer
verlengd. Wat is er overigens afgesproken over de
overdracht van de beveiliging aan de Verenigde Staten?
Vorig jaar schreef de toenmalige minister ’’zorg te
dragen voor een verantwoorde overdracht van
beveiligingsmaatregelen aan de Amerikaanse autoritei-
ten’’. Wat werd precies met die zin bedoeld? Het is in
ieder geval zeker dat het altijd is bedoeld als een
tijdelijke bemoeienis. De CDA-fractie hecht eraan dat dat
zo blijft, niet omdat wij onze oud-collega niet de beste
beveiliging gunnen die er mogelijk is, maar wellicht juist
omdat wij haar die gunnen. Wij zijn ervan overtuigd dat
beveiliging nooit adequaat vanuit Nederland kan worden
gegeven. Nederland is, waar nodig, verantwoordelijk
voor het geven van veiligheid aan mensen in Nederland;
de Verenigde Staten zijn verantwoordelijk voor de
veiligheid in dat land. De beveiliging moet dan ook
volgens het systeem van dat land gebeuren. Het betalen
van een bijdrage voor veiligheid in de Verenigde Staten
is naar de mening van de CDA-fractie evenmin een
oplossing. Als je geen analyse van de bedreiging kunt
maken, weet je niet waarvoor je moet betalen. Dan is er
geen sprake van het nemen van verantwoordelijkheid,
maar van het afkopen ervan.
Mijn laatste vraag gaat over de brief die de minister
op 4 oktober aan de Kamer heeft gestuurd. Hij zegt
daarin dat de advocaat zich beroept op de rechtsplicht
van de Nederlandse overheid om voor de beveiliging in
het buitenland zorg te dragen. De minister antwoordt dan: ’’gebleken is dat hiervan geen sprake is’’. Daarover gaat mijn vraag: waaruit is dat gebleken? Kan de
minister dit toelichten?
Kortom, de minister is zeer genereus geweest door
twee maal te verlengen. Hij heeft daarmee meer gedaan
dan in het algemeen gevraagd mag worden, maar dat is
in deze uitzonderlijke situatie zeer te billijken. Wat het
CDA betreft is het daarmee afgelopen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1125" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Begrijp ik het goed dat
het belangrijkste argument voor de CDA-fractie eigenlijk
heel pragmatisch is, namelijk dat het voor de Neder-
landse overheid niet mogelijk is om de verantwoordelijk-
heid voor de veiligheid van mevrouw Hirsi Ali in de VS
te dragen? Als dat zo is, dan zou ik daarop ook graag een
reactie van de minister hebben. De heer Van Haersma
Buma heeft niet vragenderwijs maar stellenderwijs
gesproken. Wat zegt de minister daarop? 

</spreker>
<spreker pagina="10-654" anker="1126" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Dat is dus niet een vraag aan mij maar via mij? Mijn antwoord is: ja, maar ik
zie het als meer dan alleen pragmatisch. Als wij vanuit
Nederland mensen willen beveiligen in de Verenigde
Staten – en wie weet gaat zij over twee jaar naar Canada
– dan is het voor ons volstrekt onmogelijk om on the
spot te beoordelen welke beveiliging nodig is. Dit is voor
mij de kern van de zaak. Het is wel nodig dat te
beoordelen, want het gaat niet om de vraag of iemand
over langere termijn een bepaalde beveiliging nodig
heeft, maar het gaat erom op een specifiek moment de
goede beveiliging te geven. Dat kunnen wij wel in
Nederland, maar niet daarbuiten. 

</spreker>
<spreker pagina="10-655" anker="1127" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik probeer de
redenering van de heer Van Haersma Buma helemaal te
volgen. Als ik het goed begrijp, gaat die redenering als volgt: juist omdat wij het zo goed willen regelen en
omdat wij zo betrokken zijn bij de veiligheid, willen wij
dat het overgedragen wordt aan de Verenigde Staten,
want die kunnen het beter. Daarom willen wij ook de
kosten niet dragen. Klopt dat? 

</spreker>
<spreker pagina="10-655" anker="1128" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Wij kunnen in de
VS op geen enkele manier meer bieden dan de suggestie
van veiligheid. Om die reden moeten wij het niet willen.
Wij kunnen er wel een aantal bodyguards omheen
zetten, maar wij weten niet wat de volgende dag de
concrete dreiging in de VS is. Hier kunnen wij bij wijze
van spreken in de boeken van de AIVD kijken. Hier
hebben wij het zelf in de hand. Als iemand uit de VS
naar Nederland komt die beveiliging nodig heeft, dan regelen wij dat. Dan zeggen wij ook niet tegen de VS:
stuur een aantal bodyguards en regel het zelf maar. Ieder
land heeft hierin een verantwoordelijkheid. Willen wij het
goed doen en wil ons systeem ook in de toekomst
houdbaar zijn, dan moeten wij beseffen dat wij alleen
goede beveiliging kunnen bieden als wij die kunnen
waarmaken en ervan afzien als wij alleen de suggestie
van veiligheid kunnen bieden. 

</spreker>
<spreker pagina="10-655" anker="1129" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 U zegt nogal wat.
Impliciet zegt u dat de beveiliging het afgelopen jaar niet
verantwoord genoeg was. Uw uitspraak heeft ook
repercussies voor bedreigde ministers of bedreigde
Kamerleden die voor een maand naar de VS of naar
Rusland gaan. U zegt dat wij hun veiligheid niet kunnen
garanderen. Eigenlijk zegt u dat die mensen maar thuis
moeten blijven of onbeveiligd op reis moeten gaan. Dat
is de consequentie van uw uitspraak. 

</spreker>
<spreker pagina="10-655" anker="1130" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 U begon met een
stelling die u afleidde uit mijn betoog, namelijk dat de
beveiliging het afgelopen jaar niet goed is geweest. Ik
denk dat wij volgens ons het maximale hebben gedaan,
maar of dat voldoende was, is heel lastig te beoordelen.
Wij hebben in de geheime stukken kunnen lezen hoe dat
allemaal heeft plaatsgevonden. Ik heb geen idee of dat
voldoende was. En dan nog wat. Moeten wij onze
minister ter verantwoording roepen als het misgaat in de
VS? Dit is een buitengewoon lastige kwestie. Mijn
hoofdargument is dat het zeer moeilijk is. Als een
beveiligd persoon op reis gaat, zullen in het algemeen
niet zonder melding vooraf mensen meegaan. Ik kan mij
wel voorstellen dat dit gebeurt, maar ik kan mij nog
beter voorstellen dat er vooraf contact is met de
betrokken landen. Dat lijkt mij ook veel beter. Daar gaat
het mij om.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

</spreker>
<spreker pagina="10-655" anker="1131" naam="De voorzitter">
 Voordat wij verder gaan, leg ik nog even
uit wat een interruptie nu eigenlijk is. Een interruptie,
dames en heren, is een korte en bondige vraag, zonder
inleidende beschietingen, dus gewoon kort en bondig
alleen de vraag. Ik beoordeel bij een interruptie
buitengewoon ruimhartig een vraag, een aanvullende
vraag en een afsluitende vraag tezamen als één
interruptie. De minister heeft drie blokken waarin hij
antwoordt, zo is mij geworden. Ik stel mij voor dat u aan
het eind van ieder blok, wanneer u de hele redenering
hebt kunnen horen, de kans krijgt om te interrumperen.
Dan kom ik, zoals ik het zie, uit op drie interrupties.
Mochten aan het eind prangende vragen resteren, dan
gaat het om het goede debat.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-655">

 
<spreker pagina="10-655" anker="1132" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Mevrouw de voorzitter. Ik zal in
een structuur al naar gelang de onderwerpen proberen te
reageren op de diverse vragen die door de leden van de
Kamer zo-even zijn gesteld. In mijn aantekeningen wordt
de volgorde gevolgd waarin de opmerkingen zijn
gemaakt, zo gaat dat nu een keer als zo’n debat wordt
gevoerd. Ik hoop dat ik geen van de opmerkingen die
door de leden van de Kamer over dit onderwerp naar
voren zijn gebracht, over het hoofd zal zien. Als dat wel
zo is, hoor ik dat uiteraard graag.
Misschien is het goed om voorop te stellen dat
persoonsbeveiliging van mensen die bedreigd zijn, een
serieus onderwerp is. Dat heb ik ook beluisterd in alle
bijdragen aan de discussie. Het is een serieus onderwerp
als je je realiseert wat het betekent voor mensen om met
beveiliging door het leven te gaan. De mate waarin die
beveiliging plaatsvindt, bepaalt ook hoe mensen zich
eronder voelen, wat het betekent voor hun persoonlijke
levenssfeer en voor het gevoel van bewegingsvrijheid.
Degenen die zoiets wel eens hebben meegemaakt,
realiseren zich dat ongetwijfeld terdege. Een inzicht dat
wij al sinds lang hebben, is dat het ook weer een gevoel
van ongemak en zorgen bij mensen kan oproepen,
wanneer op een gegeven moment op basis van
professionele inschattingen wordt geconcludeerd dat
minder beveiliging nodig is, of een andere vorm van
beveiliging, omdat er altijd risico’s voorstelbaar zijn die
uitgaan boven wat aan dreiging, gebaseerd op actuele
informatie van de dreiging, aanwezig is.
Het is dus een lastig en delicaat onderwerp voor
betrokkenen. Ik heb het nu niet over één betrokkene,
maar over mensen die dit meemaken in het algemeen.
Het is belangrijk om dit onderwerp te bespreken met een
gezamenlijke aanzet tot inleving in de positie van
mensen om wie het gaat. Toen wij deze verantwoorde-
lijkheid op ons namen, was de gedachte niet dat perfecte
veiligheid mogelijk is, maar wel dat er serieus inspannin-
gen dienen te worden gedaan door de Nederlandse
overheid om voldoende beveiliging te bieden, wat in
redelijkheid mag worden verwacht, tegen diegenen die
terroristische motieven hebben vanwege de manier
waarop zij deelnemen aan de vrijheid van meningsuiting.
Daarvoor gelden ook de grenzen van de wet, maar niet
de grenzen van geweld of dreiging daarmee. Je moet
helaas zeggen dat de ervaring moet leren of dat
voldoende is. Door de mensen die onder leiding van de
Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en onder
mijn verantwoordelijkheid met deze taken bezig zijn in
het nationale domein, wordt dit naar mijn waarneming
serieus en met aandacht voor wat dat betekent voor de
betrokkene uitgevoerd. In het lokale domein gelden
daarvoor weer andere regels en verantwoordelijkheden.
Dat brengt met zich mee dat er in vertrouwelijke
gesprekken met degene die deze beveiliging krijgen, zo
veel mogelijk inzicht wordt gegeven in wat dat teweeg-
brengt. Dat brengt ook met zich mee dat er een
verwachting aan verbonden is van vertrouwelijkheid van
de gesprekken die daarover gaan. Naar mijn indruk is dat
ook in het algemeen duidelijk.
Ik kom nu bij het eerste punt waarover ik een enkele opmerking wil maken: hoe ik de e-mail die aan de griffie
van de Kamer is toegestuurd en de vragen die mij van
enkele kanten zijn gesteld beoordeel. Ik zal daarna ingaan
op hetgeen mijn voorganger in het vooruitzicht heeft
gesteld, hoe ik sindsdien de overgang en de situatie
waarin deze voorzieningen voorlopig zijn getroffen door
de Nederlands overheid heb behandeld, wat er van
betrokkene mag worden verwacht en op de rol van de
Amerikaanse overheid daarin. Daarna zal ik op nog wat
andere aspecten van de besluitvorming over dit
onderwerp ingaan, hetgeen mij tot een conclusie zal
brengen. Dat is de indeling die mij voor ogen staat.
Ik begin met de mail van de advocate van betrokkene.
Ik wil van mijn kant daarop zorgvuldig reageren. Ik heb al
laten blijken dat ik bedenkingen heb bij het beschikbaar
stellen van de gespreksverslagen, blijkens het verzoek in
de e-mail, aan de gehele Kamer en daarmee, zo moet
men aannemen uit de gedachtegang van de afzendster,
aan de openbaarheid. Ik zal daar preciezer naar kijken.
Dat lijkt mij ook juist, nu het gaat om iets dat een
advocaat in het kader van de belangenbehartiging van
haar cliënte heeft gedaan. Ik zal mij daarover zo nodig
met de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten
verstaan. Het lijkt mij het beste om op dit punt met enige
terughoudendheid te reageren op de vragen die daarover
zijn gesteld. 

</spreker>
<spreker pagina="10-656" anker="1133" partij="lid Verdonk" bronpartij="Verdonk" naam="Verdonk">
 Krijgen wij daarover een
schriftelijke verklaring van u, houdt u ons op de hoogte,
krijgen wij het eindresultaat? 

</spreker>
<spreker pagina="10-656" anker="1134" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik denk dat de aard van deze
gesprekken niet noodzakelijkerwijs daartoe leidt, maar nu
het in dit debat deze prominente aandacht heeft
gekregen, zal ik u een brief sturen over de beoordeling
van het in ieder geval in bepaalde mate in omloop
komen van de stukken waarover ik in het begin van dit
debat iets heb gezegd. 

</spreker>
<spreker pagina="10-656" anker="1135" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik ben zeer blij dat u ook met de
deken van de Nederlandse Orde van Advocaten spreekt.
Dat is nogal wat, maar dat is denk ik ook nodig.
Ik heb u een concrete vraag gesteld om de e-mail zelf
te kunnen beoordelen. Er stond namelijk boven
’’commercieel vertrouwelijk’’. Ik heb daar nog nooit van
gehoord. Ik ken ’’vertrouwelijk’’ en ik ken ’’staatsge-
heim’’. U kent de termen allemaal nog beter dan ik. Wat
is ’’commercieel vertrouwelijk’’? 

</spreker>
<spreker pagina="10-656" anker="1136" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik heb niet gezegd dat ik met de
deken van de Nederlandse Orde van Advocaten spreek in
de zin van een klacht. Ik heb gezegd dat ik zorgvuldig-
heid wil betrachten in de reactie op wat zich heeft
voorgedaan en dat ik mij daarover zo nodig zal laten
informeren in een gesprek met de deken. Misschien is
het goed om de opmerking ’’dat is nogal wat’’ van de
heer Wilders te relativeren. Ik zal daarbij de aanduidin-
gen betrekken die op dit punt in de brief zijn gebruikt. Ik
heb al gezegd dat het in de regel voor betrokkenen
duidelijk is dat het verstandig, passend en zorgvuldig is
om daarover te spreken in een gesprek over de wijze van
beveiliging. De aanduiding die de heer Wilders citeert,
kan ik ook niet onmiddellijk plaatsen. Daarom heb ik het
maar even over de aard van de gesprekken en het
vervagen daarvan. 

</spreker>
<spreker pagina="10-656" anker="1137" partij="PVV" naam="Wilders">
 Misschien is die aanduiding ook
geheim en weten wij dat allemaal niet. 

</spreker>
<spreker pagina="10-656" anker="1138" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik heb er geen bezwaar tegen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-656" anker="1139" partij="PVV" naam="Wilders">
 Alle gekheid op een stokje, u
dient inderdaad geen klacht in, maar toch blijf ik erbij dat
het nogal wat is als een minister van Justitie naar
aanleiding van de acties van deze advocaat gaat praten
met de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.
Ik vind het alleen maar goed dat u dat doet. 

</spreker>
<spreker pagina="10-656" anker="1140" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 In het debat in de Kamer in mei
2006 is inderdaad gesproken over de vraag wat er
bekend was bij betrokkene en wat er is gedaan in het
kader van de beveiliging na het vertrek van mevrouw
Hirsi Ali naar de Verenigde Staten. Vervolgens heeft
mevrouw Halsema schriftelijke vragen gesteld aan mijn
ambtsvoorganger. Die zijn op 28 juni 2006 beantwoord.
Niets in dit antwoord wijst erop dat mijn ambts-
voorganger de verantwoordelijkheid duurzaam op zich
neemt voor de beveiliging van mevrouw Hirsi Ali, nadat
zij de Verenigde Staten als plaats van vestiging heeft
gekozen. Integendeel, er staat dat de Nederlandse Staat
bij het vertrek in overleg met de Verenigde Staten zorg
zal dragen voor een zorgvuldige overgang. Niemand kan
dit redelijkerwijs anders lezen dan als een overgang naar
de wijze van beveiliging in de Verenigde Staten. Er is
geen sprake van een usurpatie van bevoegdheden door
de Nederlandse overheid van de manier waarop de
Verenigde Staten dit soort dingen regelen.
Ik kan mij haast niet voorstellen dat er nog enige
onduidelijkheid zou zijn blijven bestaan. Deze onduidelijk-
heid is in ieder geval weggenomen in het gesprek dat ik
op 27 oktober 2006 heb gevoerd met mevrouw Hirsi Ali
en haar zaakwaarnemer, in aanwezigheid van de
Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. In dat
gesprek bleek dat mevrouw Hirsi Ali en haar adviseur
wel uitgingen van een duurzame en niet in tijd beperkte
situatie. Ik heb die indruk weggenomen, zonder enige
ruimte voor misverstand en met verwijzing naar de aard,
inhoud en precieze verwoording van de toezegging van
mijn voorganger.
Op 15 december 2006 heb ik vervolgens een brief
gestuurd aan mevrouw Hirsi Ali. Die brief bevindt zich bij
de stukken die de griffie van de Kamer heeft ontvangen
en die verspreid zijn. Aan het begin van het debat heb ik
duidelijk gemaakt dat ik er geen bezwaar tegen heb als
naar deze brieven wordt verwezen. Zelf doe ik dat ook
maar. In die brief heb ik bevestigd dat er op dit punt door
de minister van Justitie geen duurzame verantwoordelijk-
heid kan worden gedragen. Dit is ook niet mogelijk in
beperkte of afgeleide vorm, bijvoorbeeld door Neder-
landse politieambtenaren in de Verenigde Staten te
plaatsen of de zorg voor de veiligheid in de Verenigde
Staten te betalen uit Nederlandse publieke middelen.
Na dit gesprek en deze brief is er een uitgebreide
briefwisseling gevolgd. Het was denkbaar geweest dat
mevrouw Hirsi Ali op een bepaald moment per brief had
laten weten dat zij de organisatie van de overname van
de verantwoordelijkheid gereed had. Wij hebben in deze
periode ook contact gehad met de Amerikaanse
autoriteiten om hen te voorzien van de informatie die
vanuit Nederland beschikbaar is en van belang kan zijn
voor het inschatten van de veiligheidssituatie in de
Verenigde Staten. Uit deze contacten bleek ook hoe de
Amerikaanse autoriteiten deze beveiligingssituatie
benaderen. Daarbij wordt de regel gehanteerd dat hierin
moet worden voorzien door respectievelijk betrokkene,
zijn werkgever of organisatoren van evenementen. Alle
drie opties zijn in dit verband mogelijk.
Ik wil niet in de financiële positie van wie dan ook
treden. Terecht is verwezen naar het instituut waar
mevrouw Hirsi Ali werkzaam is. Ook is opgemerkt dat bij
een deel van de activiteiten waarbij contact met het
publiek plaatsvindt en zich iets zou kunnen voordoen, het
voorstelbaar is dat organisatoren van zo’n evenement
voorzieningen treffen. In de Verenigde Staten is dit niet
ongebruikelijk.
Wij hebben ook duidelijk gemaakt dat de periode
gedurende welke van Nederlandse kant zorg zou worden
gedragen voor de financiering van beveiliging, beperkt
zou moeten blijven tot een half jaar. Uiteindelijk duurde
de periode tot oktober. Dit is ruim bemeten, als je uitgaat
van einddatum 1 juli. Er is dan ook ruimhartig omgegaan
met de financiering van de beveiliging. Het leek mij niet
juist de beveiligingsactiviteiten in de Verenigde Staten
voort te zetten met Nederlandse politieambtenaren. Dat
zou een verkeerde indruk wekken. De politieambtenaren
zijn daar niet bevoegd tot optreden. Er zouden vragen
kunnen ontstaan over wat zij wel en niet doen. Indertijd
is de keuze gemaakt voor financiering van uitvoering van
de beveiliging door een professioneel Amerikaans
bedrijf. Dit had ook de instemming van betrokkene.
De briefwisseling en de gesprekken met de advocate
van betrokkene zijn gevoerd in de gedachtegang dat er
toch een moment moest naderen aan het einde van het
half jaar dat zij zelf zorg zou dragen voor de beveiliging
c.q. degenen die daarvoor vanuit hun functie verantwoor-
delijkheid hebben. Die zijn al genoemd, het instituut en
mogelijk ook anderen in verband met de boek-
presentaties. Die gesprekken hebben niet tot resultaat
geleid.
Daarin kwam op een gegeven moment ook het
argument van de green card naar voren. Ik meen dat het
niet juist zou zijn als ik hier zou ingaan op de validiteit
van het argument van de green card. Ik heb er al op
gewezen dat er in de Amerikaanse situatie in beginsel
een aantal mogelijkheden is. Er is ook geen soort
onderliggende basisverantwoordelijkheid van de
Nederlandse overheid van onbepaalde datum. De
periode die was gegeven, was alleszins redelijk en
royaal. Ik denk ook meer dan velen zich zullen hebben
voorgesteld bij overgang en tijdelijkheid tot 1 juli. Wij zijn
ermee doorgegaan tot 1 september. In de zomer bleek
dat er nog steeds geen schot zat in het streven naar
enige gemeenschappelijke conclusie, maar omdat het
inmiddels augustus was toen er kon worden gereageerd,
heb ik besloten om de verlenging waarmee inmiddels
was ingestemd, niet op 1 september te beëindigen, maar
om op 1 oktober een einde te maken aan de financiering. 

</spreker>
<spreker pagina="10-657" anker="1141" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Wanneer wist de
Nederlandse regering dat de Amerikaanse autoriteiten
geen bevoegdheid of verantwoordelijkheid accepteren
voor de beveiliging van privépersonen? 

</spreker>
<spreker pagina="10-657" anker="1142" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 De precieze datum heb ik niet
beschikbaar, maar dit was in ieder geval in het najaar
duidelijk. Dit was ook een punt waarover geen onduide-
lijkheid bestond in de gesprekken met betrokkene.
Vandaar dat vrij spoedig helder werd dat hier – huiselijk gezegd – geldt: ’s lands wijs, ’s lands eer. Wij doen dit in
Nederland via de diensten van de beveiliging die uit de
publieke middelen worden gefinancierd. De Verenigde
Staten voeren op dit punt een ander beleid. In internatio-
naal verband geldt dat elk land verantwoordelijk is voor
de ingezetenen van het eigen land. Over die boodschap
kon redelijkerwijs geen misverstand bestaan. 

</spreker>
<spreker pagina="10-657" anker="1143" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik stelde deze vraag,
omdat een journalist vorige week schreef dat een
telefoontje naar de ambassade volstaat om te achterha-
len dat de Amerikaanse autoriteiten hierin geen
verantwoordelijkheid accepteren. Toen de ambts-
voorganger van de minister in antwoord op mijn vragen
schreef dat het tot zijn verantwoordelijkheid werd
gerekend zorg te dragen voor een verantwoorde
overdracht van beveiligingsmaatregelen aan de
Amerikaanse autoriteiten, is toen ook aan mevrouw Hirsi
Ali gemeld dat er geen beveiliging meer zou zijn als de
Amerikaanse autoriteiten dat weigerden? 

</spreker>
<spreker pagina="10-657" anker="1144" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Mevrouw Halsema stelt in haar
vraag ’’als de Amerikaanse autoriteiten dat weigerden’’.
De vraag is of die veronderstelling juist is. De Ameri-
kaanse autoriteiten hebben zich wel degelijk op het
standpunt gesteld dat zij met ons en ook ten behoeve
van die beveiliging, inschattingen moeten kunnen maken
van de dreigingssituatie. Dat is tussen ons en de
Amerikaanse autoriteiten besproken. Wat de fysieke
beveiligingsmaatregelen betreft, zal iedereen die een
beetje bekend is in de Verenigde Staten – en dit geldt
natuurlijk voor iedereen bij het American EnterpriseInstitute – weten hoe dit soort zaken in de Verenigde
Staten wordt geregeld. 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1145" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Het gaat mij niet over
de overdracht van de risicoanalyses. Als ik het goed
begrijp, wordt hierin samengewerkt met de Amerikaanse
autoriteiten. Het gaat mij om de beveiligingsmaatregelen,
dus om beveiliging.
</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1146" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Mijn vraag herhaal ik maar: heeft u of uw ambtsvoorganger toen tegen
mevrouw Hirsi Ali gezegd dat elke beveiliging ophoudt
als de Amerikaanse autoriteiten geen zorg willen dragen
voor de beveiligingsmaatregelen? Kon zij zich daarop
baseren toen zij besloot om zich in de VS te vestigen? 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1147" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Wat mevrouw Hirsi Ali wist, wat
zij zich realiseerde, dat zijn vragen die alleen door
mevrouw Hirsi Ali kunnen worden beantwoord. 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1148" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Mijn vraag was juist
wat de minister, als instituut, heeft gezegd. 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1149" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 U heeft de antwoorden van mijn
ambtsvoorganger op 28 juni 2006 ontvangen. Ik heb
daarvan een gedeelte voorgelezen; misschien is het goed
als ik de daaraan voorafgaande alinea ook voorlees. Daarin staat: ’’Er is overleg gevoerd met de autoriteiten
van de VS. Hierbij zijn alle gegevens, analyses en overige
relevante informatie over de veiligheidssituatie van
mevrouw Hirsi Ali beschikbaar gesteld aan de daartoe
geëigende Amerikaanse instanties. In gezamenlijk
overleg zal er een dreigingsanalyse worden opgesteld.’’
Dat heb ik zo-even ook gezegd. ’’De informatie van de
Amerikaanse autoriteiten is van wezenlijk belang voor
het inschatten van de veiligheidssituatie van mevrouw
Hirsi Ali in de Verenigde Staten. De dreigingsanalyse is
noodzakelijk voor het bepalen van het niveau van de
eventueel benodigde veiligheidsmaatregelen.’’ Hierna
gaat men verder met wat de Nederlandse autoriteiten
doen. Mijn ambtsvoorganger heeft zich niet verstout om
zich uit te spreken over wat de Amerikaanse autoriteiten
zouden doen. Meer kan ik hier niet van maken. 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1150" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Dat was mijn vraag
niet. Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of
mevrouw Hirsi Ali door de minister is verteld dat als de
Amerikaanse autoriteiten geen zorg droegen voor haar
veiligheid, er geen beveiliging meer was. Is dat haar
verteld bij haar vertrek? 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1151" naam="De voorzitter">
 Dit is een herhaling van uw vraag. De
afspraak was dat u drie vragen zou krijgen. Het woord is
aan mevrouw Griffith. 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1152" partij="VVD" naam="Griffith">
 Voorzitter. De VVD-fractie hecht
aan een zorgvuldige overgang en overdracht. De minister
loopt langs mijn vragen over het causaal verband tussen
de green card en de werving van fondsen. De advocate
van mevrouw Hirsi Ali heeft nadrukkelijk aangegeven dat
zij niet kon starten met het werven van fondsen zolang
deze geen green card had. Kan de minister hier een
concrete reactie op geven? En wat betekent dan de
opmerking van de minister-president dat mevrouw Hirsi
Ali eigenlijk eerder initiatieven had kunnen nemen? 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1153" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik heb net gezegd dat ik in mijn
verantwoordelijkheid geen uitspraken kan doen over het
vermeende causale verband tussen de green card en de
werving van fondsen. Er is op enig moment in de
correspondentie door de betrokkenen meegedeeld dat de
green card in juli was verleend. Ik heb begrepen dat die
uiteindelijk in september is uitgereikt. Daar hebben wij
uiteraard geen toezicht op gehad. Het betreft echter het
verwerven van arbeidsinkomsten in de Verenigde Staten.
Het al dan niet hebben van een green card neemt niet
weg dat ook in de Verenigde Staten door anderen,
bijvoorbeeld het American Enterprise Institute waaraan
mevrouw Hirsi Ali is verbonden en dat de reden was
voor haar vertrek naar de Verenigde Staten, voorzienin-
gen voor haar veiligheid kunnen worden getroffen. Het al
dan niet hebben van een green card doet ook niets af
aan de mogelijkheid om voorzieningen te treffen voor de
organisatie van evenementen in de Verenigde Staten. Die
inzichten heeft iedereen die zich een beetje laat
informeren door publieke bronnen.
Dit alles doet niets af aan de basis en daarover heb ik in mijn brief van 4 oktober duidelijk geschreven: de
Nederlandse overheid is verantwoordelijk voor de
beveiliging hier, in Nederland; dat hoort bij de soeverei-
niteit en bij de bevoegdheden van de regering. De
manier waarop dat in de Verenigde Staten wordt
georganiseerd, is de verantwoordelijkheid van de
Verenigde Staten. Als men daar een grote rol aan
particuliere beveiligers geeft, is dat een beslissing van de
Amerikaanse overheid. Mijn voorganger heeft niet
toegezegd dat hij de Amerikaanse situatie naar zijn hand
zal zetten. Ik kan uit eigen waarneming verklaren dat in
de gesprekken en in de correspondentie vanaf het tijdstip
dat ik deze verantwoordelijkheid op mij heb genomen –
dat was nu ruim een jaar geleden – nooit enig misver-
stand over is geweest dat wij niet pretenderen de
Amerikaanse beveiligingsregimes naar onze hand te
kunnen zetten of te kunnen schoeien op dezelfde leest
als wij dat in Nederland doen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1154" partij="VVD" naam="Griffith">
 Wat als een werkgever zegt: ik
ben niet bereid om voor de beveiliging zorg te dragen? U
bent, denk ik, ook iemand die zorg wil dragen voor een
zorgvuldige overdracht. Als er dan wordt gezegd dat
men nog even iets meer tijd nodig heeft voor de
fondsenwerving, kunt u dat dan meenemen? Is zo’n
vraag aan u gesteld? Hebt u daar rekening mee
gehouden bij uw beoordeling? 

</spreker>
<spreker pagina="10-658" anker="1155" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik denk dat de gesprekken
daarover te laat op gang zijn gekomen van de kant van
betrokkene, doordat zij zich in weerwil van wat de
heldere boodschap van meet af aan was, te lang op het
standpunt is blijven stellen dat Justitie een in tijd
onbeperkte verantwoordelijkheid had aanvaard. Dat kan
ik niet voor mijn verantwoording nemen. Er is eerder
gesproken over afspraken. Voor afspraken zijn er twee
nodig. Wij hebben alle bereidheid getoond en in ruime
mate geduld en veel tegemoetkomendheid geïnvesteerd
in de verlengingen. Wij hebben geprobeerd om op dit
punt tot afspraken te komen, maar mijn verantwoorde-
lijkheid reikt niet verder – zij het ook niet minder ver –
dan ons deel van de afspraken. Ik ben niet verantwoorde-
lijk voor de afspraken van de andere kant. 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1156" partij="VVD" naam="Griffith">
 Wanneer hebt u voor het eerst
de opmerking van de advocaat gehoord dat er niet
overgegaan kon worden tot fondsenwerving zonder
green card? 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1157" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik zal de precieze datum nagaan,
maar het was in ieder geval slechts één element in wat
de advocate van betrokkene als overweging naar voren
heeft gebracht. Ik wijs er nogmaals op dat het argument
van de green card dat nu wordt gebruikt uit de Ameri-
kaans context om twee redenen niet doorslaggevend is.
Ten eerste gaan de Verenigde Staten en de autoriteiten
daarvan erover hoe zij dat regelen ten aanzien van
mensen die legaal in de VS verblijven, die daar wonen
en gevestigd zijn in de VS. Ten tweede gaat het niet
alleen om eigen inkomsten, maar ook om wat werkge-
vers doen, wat de organisatoren van evenementen doen.
Er is zeer veel tijd, aandacht en geduld in alle gesprekken
geïnvesteerd om met betrokkene respectievelijk haar
advocate tot afspraken te komen en de situatie was op
een gegeven moment zo dat zich ook na verlenging nog
steeds geen resultaat aftekende. Er is dus niet een moment aangebroken waarop wij konden zeggen: wij
zijn het erover eens dat de verantwoordelijkheid wordt
erkend door betrokkene zelf. Dat was onze inzet geweest
om tot afspraken te komen over de overgang. Huiselijk gezegd: op een bepaald moment houdt het op. Het halve
jaar hield dus niet zes maanden na 27 oktober op, en ook
niet op 1 juli of op 1 september, maar wel in oktober. 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1158" partij="SP" naam="Van Raak">
 Ik vind het toch nog niet
duidelijk genoeg. Een woordvoerder van mevrouw Hirsi
Ali stelde dat zij, zolang zij geen green card heeft, niet in
staat zou zijn om fondsen te werven voor haar eigen
beveiliging. Hoe schat de minister dat in? Waarom is hij
het daar niet mee eens? 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1159" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Wij hebben dat argument wel
degelijk laten meewegen in onze bereidheid om
gesprekken te voeren. Het is jammer dat in de berichtge-
ving die nu blijkbaar tot u is gekomen – ik weet niet
welke berichtgeving precies tot u komt, daar zal ik maar
niet in treden – zo’n eenzijdige nadruk valt op de green card. Maar even afgezien daarvan: wij hebben met het
argument van de green card rekening willen houden. Dat
was een van de redenen waarom wij hebben gezegd dat
er ook voorbij 1 juli nog wel iets bij kon. Bij ontbreken
van de bereidheid om de eigen verantwoordelijkheid te
nemen, zodat een overgangssituatie tot een einde
gebracht kan worden, moest uiteindelijk zonder
overeenstemming de conclusie worden getrokken dat de
overgangssituatie tot een eind was gekomen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1160" partij="SP" naam="Van Raak">
 De beveiliging in de Verenigde
Staten is een verantwoordelijkheid van het individu en
van de werkgever, het American Enterprise Institute.
Heeft de minister ook gesprekken gevoerd met dat
American Enterprise Institute? Wat zijn de uitkomsten
daarvan geweest? Hoe waardeert de minister de
samenwerking in dit verband met het American
Enterprise Institute? 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1161" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik heb geen samenwerkings-
relatie met het American Enterprise Institute. Wij hebben
ook niet met het American Enterprise Institute gespro-
ken. Dat moet de betrokkene zelf doen. Wel hebben wij
met de autoriteiten van de Verenigde Staten gesproken
om inzicht te krijgen in hoe dergelijke situaties in het
algemeen in de Verenigde Staten worden behandeld. Ik
geloof dat dit inmiddels in deze discussie duidelijk is.
Ook hebben wij gegevens uitgewisseld conform de
toezegging die mijn voorganger vorig jaar aan mevrouw
Halsema heeft gedaan. Afspraken maken met het
American Enterprise Institute is niet aan ons. Al herhaal
ik mijzelf, het lijkt mij belangrijk om te zeggen dat geen
enkele Nederlandse autoriteit zich kan aanmatigen om de
Amerikaanse autoriteiten naar zijn hand te zetten in het
kader van het regelen van beveiliging in dat land. Wij
hebben, gelet op de bijzondere omstandigheden,
gedurende al met al een jaar eerst de zorg en vervolgens
de kosten van de beveiliging op ons genomen. Anders was de hoofdregel natuurlijk geweest: als iemand in een
ander land gaat wonen, kiest die ervoor om in een ander
land te gaan wonen. Die gaat de andere kant op. Wij
hebben zorgvuldig en met heel veel aandacht en geduld
gesprekken met de betrokkene gevoerd. Ik meen dat ik
dat helder uiteen heb gezet in mijn brief van 4 oktober
jongstleden. 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1162" partij="SP" naam="Van Raak">
 Toch wil ik de minister vragen
hoe hij de opstelling van het American Enterprise
Institute waardeert of de aanwezigheid daarvan. Het
instituut, de werkgever, neemt geen verantwoordelijk-
heid. Daar kan de minister natuurlijk ook niets aan doen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1163" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Nee. 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1164" partij="SP" naam="Van Raak">
 Daar kan misschien zelfs de
overheid in de Verenigde Staten niets aan doen. De
minister kan daar in dit verband toch wel een mening
over hebben? 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1165" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik ben altijd wat voorzichtig met
het ventileren van meningen die geen gevolg hebben
voor hetgeen waarvoor ik bevoegd ben en met het iets
opiniërend uitwisselen met uw Kamer. U spreekt mij met
recht en reden aan op mijn verantwoordelijkheden. Daar
ben ik graag voor beschikbaar. Ik ben dat toch maar niet
voor opiniebijdragen over een opiniërend instituut in de
Verenigde Staten. 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1166" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Voorzitter. In hoeverre
heeft de minister de mogelijkheid om vanuit Nederland
verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid van
een Nederlands staatsburger in het buitenland? De
minister neemt in zijn brief het formele standpunt in dat
dit niet in ons stelsel past, maar dat daar tijdelijk een
uitzondering voor is gemaakt. Dankzij de opmerking van
collega Van Haersma Buma vraag ik mij ook af of de
minister een dergelijke verantwoordelijkheid überhaupt
in praktische termen kan dragen, gegeven uw bevoegd-
heden. Die reiken niet tot overzee. Hij kan daar geen
mensen heen sturen enzovoort. Als de Kamer de
minister die verantwoordelijkheid gaf, kon hij die dan
dragen? Dat is toch ook wel een relevante vraag. 

</spreker>
<spreker pagina="10-659" anker="1167" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 De vraag van de heer Dijssel-
bloem is zeker relevant. Nee, ik zou die verantwoordelijk-
heid niet kunnen dragen. Om ’’attorney general’’ in de
Verenigde Staten te worden, moet je een procedure bij
de senaat van de Verenigde Staten doorlopen. Het is een
reëel gegeven, dat ook precies de reden vormt waarom
in de internationale verhoudingen het enige bruikbare
standpunt is dat iedere overheid het hare moet doen. Ik
kom dadelijk nog even op het punt van de buitenlandse
reizen. Dat heb ik gereserveerd voor het derde blokje.
Wij kunnen niet op een verantwoorde manier
inschatten welke dreiging uitgaat van wat zich afspeelt in
Washington DC of andere steden van de Verenigde
Staten, waar de presentaties en conferenties hebben
plaatsgevonden. Dat kunnen wij niet en ik zou ook niet
de verantwoordelijkheid kunnen dragen voor het
uitvoeren daarvan. Aanvankelijk was voorzien dat
Nederlandse politieambtenaren de beveiliging in de
overgangssituatie zouden garanderen. Dat was in mijn
ogen niet de beste manier om de overgangssituatie vorm
te geven. Misschien was het praktisch in de hectiek van
het vertrek enzovoort. In ieder geval laat de Nederlandse
minister van Justitie zich over de beveiligings-
maatregelen die hier moeten worden getroffen, via de
diensten die zijn ondergebracht bij de NCTb, van
informatie voorzien door de diensten die hier hun werk
doen. Zij hebben in beginsel geen eigen informatie over
de Verenigde Staten. Daarom heb ik zojuist gezegd dat
wij de Amerikaanse diensten bedienen met onze kennis
en datgene wat mogelijk relevant is voor de beveiligings-
situatie in de VS. Het antwoord op de vraag van de heer
Dijsselbloem of ik verantwoordelijkheid zou kunnen
dragen voor de kwaliteit, de omvang en de adequate
werking van beveiligingsmaatregelen in de VS is dus
nee. 

</spreker>
<spreker pagina="10-660" anker="1168" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Dat is voor ons een
belangrijk punt om te markeren, maar dat roept ook de
vraag op wat wij in het achterliggende jaar hebben
gedaan. Dat besluit is door de voorganger van deze
minister met onze steun genomen. Wij hebben zo goed
en kwaad als mogelijk en met uitwisseling wel verant-
woordelijkheid gedragen voor de veiligheid van
mevrouw Hirsi Ali in de VS. Deze minister is vanaf
oktober duidelijk geweest door te zeggen dat dit een
onwenselijke situatie is waaraan een eind moet komen.
Is datgene wat de vorige minister heeft gedaan dan wel
verantwoord geweest? 

</spreker>
<spreker pagina="10-660" anker="1169" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 De laatste vraag van de heer
Dijsselbloem beantwoord ik met ja, maar dat antwoord
behoeft toelichting. Het is belangrijk dat wij daarbij onder
ogen zien dat dat niet betekent dat mijn voorganger en
vervolgens ik verantwoordelijkheid hebben genomen
voor beveiliging in de VS in de betekenis die wij daaraan
nu geven. Er is voorzien in een beveiligingsbehoefte.
Aanvankelijk was inderdaad gekozen voor de praktische
maar in bepaalde opzichten ook discutabele oplossing
van Nederlandse politiemensen die in de VS beveiliging
boden. Ik doel op de DKDB. Vervolgens is op basis van
afspraken en mede rekening houdend met datgene wat
in de VS, voor zover wij dat kunnen overzien, bekend
was overgegaan tot financiering van de diensten door
een Amerikaans beveiligingsbedrijf. Het is terecht dat de
heer Dijsselbloem de vinger legt bij het verschil in
verantwoordelijkheid. Een overgangssituatie is iets
anders dan het tijdelijk of duurzaam op zich nemen van
beveiliging in een ander land door Nederland. 

</spreker>
<spreker pagina="10-660" anker="1170" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Het is weliswaar voor de
geschiedschrijving, maar ik vraag mij af of wij met deze
kennis en de uitspraak die de minister zojuist heeft
gedaan, achteraf gezien niet een groot risico hebben
genomen. De overheid heeft gezegd dat zij tot op het
moment van overdracht – dat moment is er helaas nooit
gekomen – zorg zou dragen voor de veiligheid van
mevrouw Hirsi Ali. Nederland liep in de VS tegen
beperkingen aan, maar de overheid heeft zo goed en
kwaad als het kon zorggedragen voor de veiligheid van
mevrouw Hirsi Ali. Ik vraag nogmaals of dat achteraf
gezien verantwoord was. 

</spreker>
<spreker pagina="10-660" anker="1171" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Heel bijzondere omstandigheden
hebben mijn voorganger tot dat besluit gebracht. Het
was een heel bijzondere situatie – een persoon die
beveiliging kreeg en besloot om zich in een ander land te
vestigen – en die vergde zeker niet iets als een
standaardreactie. 

</spreker>
<spreker pagina="10-660" anker="1172" partij="PVV" naam="Wilders">
 Uit de brief en uit de stukken
blijkt dat er op een bepaald moment in de Verenigde
Staten volgens de diensten waarmee de minister heeft
samengewerkt geen dreiging was tegen mevrouw Hirsi
Ali. Waarom antwoordt de minister dan niet gewoon dat
dreiging niet aan de orde was en dat beveiliging daarom
niet noodzakelijk was, reden waarom is besloten tot
persoonsbegeleiding in plaats van tot beveiliging? 

</spreker>
<spreker pagina="10-660" anker="1173" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 De heer Wilders vraagt mij nu
naar zaken waarop ik nu niet in detail of per week en
gebeurtenis kan ingaan. Hij verwijst naar stukken die
hem inmiddels blijkbaar zijn geworden na een beoorde-
ling van dreiging in verhouding tot risico’s. Ik neem aan
dat hij daarbij doelt op mijn brief van december 2006. Of
dit betekent dat er geen enkel moment is geweest tussen
de datum van die brief en 1 oktober jongstleden waarin
zou moeten worden gesproken van dreiging of van
verhoogd risico moet ik echt buiten beschouwing laten.
Ik meen dat ik nu op een enkel punt na de vragen over
de procedure en de gang van zaken heb beantwoord,
ook die van de heer Dijsselbloem over het te kennen
geven aan mevrouw Hirsi Ali dat het niet gaat om een
blijvende beveiliging maar om iets wat eindig en in tijd
beperkt is. Voor zover dat niet al duidelijk had kunnen of
moeten zijn uit de eerder gegeven antwoorden door mijn
voorganger, is dat in ieder geval in alle helderheid in het
gesprek op 27 oktober jongstleden aan haar meegedeeld.
Wanneer iemand in Nederland woont en naar het
buitenland reist, moet een onderscheid worden gemaakt
tussen degenen die wel en niet een functie vervullen en
met het oog op die functie naar het buitenland reizen.
Vanwege het nationale belang dat is gediend met hun
veiligheid en het ongestoord kunnen functioneren, staat
een beperkte groep functionarissen die permanent een
officiële functie vervullen voor de overheid op de
limitatieve lijst. Er zijn anderen die daaraan worden
toegevoegd. Buitenlandse optredens van de laatsten zijn
in beginsel niet namens of ten behoeve van de Neder-
landse overheid. Het is aan hen om te beoordelen of zij
dan al dan niet naar het buitenland gaan. Wanneer het
gaat om privéreizen van functionarissen voor wie naar
de aard van hun functie of de specifieke omstandigheden
van het geval de privéreis in hoge mate in het verlengde
ligt van hun functie hier of van de risico’s die zij wegens
die functie lopen, wordt op dat punt een zekere
uitbreiding gegeven aan voorzieningen ten behoeve van
de beveiliging. Dat geschiedt uiteraard altijd via liaison
officers en dergelijke, in afstemming met het land waar
men voor een conferentie, een interparlementaire
vergadering of, in bepaalde uitzonderlijke gevallen, privé
verblijft. De regel is dat de verantwoordelijkheid voor de
bescherming bij tijdelijke verplaatsingen vanuit Neder-
land naar het buitenland beperkt blijft tot wat gerelateerd
is aan de functie, met enkele nuancerende uitzonderin-
gen. Dit geldt dus ook wanneer de betrokkene terugkeert
of is teruggekeerd naar Nederland.
De heer Van der Staaij heeft terecht gezegd dat wij
hier volgens algemene regels moeten werken. Dit
betekent geen blinde toepassing van regels; er is in de
feitelijke uitvoering van beveiligingsmaatregelen, ook
wanneer het gaat om verplaatsingen buiten Nederland,
altijd veel aandacht voor persoonlijke omstandigheden.
Ik vind dit ook gerechtvaardigd, want het is ook voor de
mensen die het betreft, ingrijpend om beveiligd te
worden. Er is dus zeker geen sprake van gevoelloze
toepassing van regels, maar wij moeten wel verantwoor-
delijkheden onderscheiden. Vandaar dat het in de
communicatie met mevrouw Hirsi Ali steeds duidelijk is
geweest dat de situatie niet duurzaam kon zijn, dat de
verantwoordelijkheid voor mensen die in de Verenigde
Staten wonen, moet worden beoordeeld naar de regels
en de praktijk van dat land. Vandaar ook dat wij
voorzieningen hebben getroffen voor de eerste periode
na het vertrek van mevrouw Hirsi Ali, vervolgens
expliciet voor een halfjaar, met een zekere uitrekking tot
1 juli en uiteindelijk tot 1 september en tot 1 oktober. Er
is ook veel zorg en aandacht besteed aan de gesprekken
met haar en zij heeft de ruimte gekregen om met
degenen die haar daarin ondersteunen, andere voorzie-
ningen te treffen. Ik kan het alleen maar betreuren dat zij
dit niet gedaan heeft. Maar tegelijkertijd onderstreep ik
nogmaals dat wij met heel veel zorg en aandacht hebben
gereageerd op de bijzondere situatie van mevrouw Hirsi
Ali bij haar vertrek naar de Verenigde Staten. 

</spreker>
<spreker pagina="10-661" anker="1174" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Voorzitter, ik heb nog een
probleem met een uitlating van de minister-president. Hij
vindt het niet kunnen dat mevrouw Hirsi Ali terugkeert
naar Nederland omdat haar hier wél bescherming wordt
geboden, hij vindt dat zij terug moet gaan naar de
Verenigde Staten. Ik heb hier problemen mee. Iedereen
beoogde een overdracht van de beveiliging, maar daar is
het niet van gekomen, waarvoor een complex van
redenen aan te geven is. Dit betekent wel dat mevrouw
Hirsi Ali een veiligheidsrisico loopt en ik begrijp dan ook
heel goed dat zij naar Nederland teruggekeerd is. Het lijkt
mij ook legitiem, want zij is Nederlandse, zij heeft recht
op veiligheid. Zij voelt zich met het oog op haar
veiligheid gedwongen om terug te keren. Is de minister
het met deze redenering eens? En zou hij in dit licht de
pijnlijke uitlating van de minister-president nog eens
willen beoordelen? 

</spreker>
<spreker pagina="10-661" anker="1175" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Alles wat de regering op dit vlak
heeft gedaan, is zowel in het huidige als in het vorige
kabinet goed op elkaar afgestemd. De minister-president
heeft dan ook net als ik van meet af aan de verantwoor-
delijkheden van Nederland en die van de Verenigde
Staten onderkend. Niemand betwist een Nederlandse het
recht om zich metterwoon in de Verenigde Staten te
vestigen, maar wat de heer Dijsselbloem tot een element
van zijn kritische vraag maakte, namelijk dat zou
vaststaan dat er ook na deze overgangsperiode niet op
adequate wijze in de beveiliging van mevrouw Hirsi Ali
kan worden voorzien, is een conclusie die ik niet zou
kunnen trekken. Er is aan de betrokkene tenslotte al
geruime tijd geleden inzicht gegeven in de noodzaak en
de mogelijkheden om daarin te voorzien. Ik ben er niet
van op de hoogte wat zij hier samen met derden aan
heeft kunnen doen, maar ik wil er ook geen oordeel over
geven. Dat is de stand van zaken. 

</spreker>
<spreker pagina="10-661" anker="1176" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik denk dat wij bij dit punt
niet tot elkaar zullen komen. Ik wil nu niet ingaan op de
redenen waarom de beveiliging niet kon worden
overgedragen; Nederland heeft de beveiliging niet
kunnen overdragen, ik beschouw dit maar even als een
feit. En op zo’n moment zegt de minister-president dat hij
het niet vind kunnen dat een landgenoot naar Nederland
terugkeert omdat zij veiligheid zoekt. Dat vind ik een
verkeerde uitlating. 

</spreker>
<spreker pagina="10-661" anker="1177" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 De heer Dijsselbloem zag mij al
nee schudden, het was niet onvriendelijk bedoeld. Maar
in de antwoorden op de vraag van mevrouw Halsema
die door mijn voorganger op 28 juni zijn gegeven, is niet
gesproken van een overdracht maar van een overgang
en van het beschikbaar stellen van relevante informatie,
gegevens en analyse aan de Amerikaanse autoriteiten.
Dus geen overdracht van beveiliging, geen overdracht
van betrokkene, maar een overgang. Het woord
’’overgang’’ is het trefwoord, het is gebruikt in het
perspectief van de tijdelijkheid.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-661">

 
<spreker pagina="10-661" anker="1178" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Voorzitter. Ik dank de
minister voor zijn beantwoording.
Ik feliciteer mevrouw Verdonk met haar maidenspeech
als lid Verdonk, want dit was volgens mij de eerste keer
dat zij sprak als lid Verdonk. Ik vond het buitengewoon verhelderend. Ik dacht: je hebt linksdraaiende yoghurt en
je hebt rechtsdraaiende yoghurt.
Terugkijkend op dit debat blijft het een feit – dit wordt
ook door de minister niet bestreden – dat mevrouw Hirsi
Ali naar de Verenigde Staten is vertrokken zonder dat de
regering expliciet heeft vermeld dat de beveiliging eindig
was, ongeacht of er overdracht zou plaatsvinden naar
Amerikaanse autoriteiten of haar werkgever.
Wat de green card betreft zegt de minister dat het
derden, zoals de American Enterprise Instituut, vrij had
gestaan om fondsen te werven. Impliciet erkent hij
daarmee dat mevrouw Hirsi Ali zelf die mogelijkheid niet
had met het beperkte werkvisum waarmee zij daar
verbleef. Ongeacht wie tekort is geschoten in zijn
verantwoordelijkheden, het Instituut, de Amerikaanse
autoriteiten of de Nederlandse Staat, er dreigt er een gat
in haar beveiliging te ontstaan.
Als alle onderhandelingen en verschuivingen van
verantwoordelijkheden achter de rug zijn, leidt de
discussie wat ons betreft terug naar de Nederlandse
Staat, omdat mevrouw Hirsi Ali nu eenmaal een Nederlands staatsburger is. En dan geldt voor ons: better
safe than sorry. Mevrouw Hirsi Ali zegt zelf verantwoor-
delijkheid voor haar beveiliging te willen dragen en voor
de kosten daarvan. Het is ons volledig onduidelijk
waarom voor dit bruuske ophouden is gekozen en niet
nog een korte, redelijke overgangstermijn is gegeven. Ik
wil daarover de volgende motie indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat mevrouw Hirsi Ali bereid is om op een
redelijke termijn zelf de verantwoordelijkheid te nemen
voor haar beveiliging in de Verenigde Staten;
overwegende dat mevrouw Hirsi Ali pas sinds de zeer
recente verlening van een zogenaamde green card, op
24 september 2007, in staat is om actief fondsen te
werven voor deze beveiliging;
van mening dat het besluit van de Nederlandse regering
om de financiering van de beveiliging van mevrouw Hirsi
Ali per 1 oktober te stoppen, betrokkene onvoldoende tijd
geeft om voor haar beveiliging in de VS zorg te dragen;
verzoekt de regering, opnieuw in overleg te treden met
mevrouw Hirsi Ali om te komen tot een redelijke termijn
voor een laatste, onvoorwaardelijke, verlenging van haar
beveiliging in de VS,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1179" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door het lid
Halsema. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende onder-
steund.
Zij krijgt nr. 7 (28974). 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1180" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Mag ik vragen wat
een redelijke termijn is? 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1181" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik heb daar bewust niet
in willen treden. Ik wil dat aan de minister overlaten,
natuurlijk in overleg met de betrokkene. 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1182" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 En wat nu als de
minister de beveiliging met twee maanden verlengt en
mevrouw Hirsi Ali zegt dat het niet voldoende is? 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1183" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Dat lijkt mij dan een
kwestie tussen de minister en mevrouw Hirsi Ali. Ik
geloof dat mijn motie duidelijk is. 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1184" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Ik zou het zeer op
prijs stellen als u in elk geval een moment noemt, zodat
wij weten waar die motie over gaat. Een redelijke termijn
kan jaren voortduren. Volgens mij is één ding helder
geworden in het debat, namelijk dat dat nooit de
bedoeling is geweest. 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1185" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Nee, dat is wat u
betreft nooit de bedoeling geweest, dat is inderdaad heel
helder geworden in het debat. Ik ben best bereid om met
u te praten over de lengte van die termijn. Vanzelfspre-
kend! Als ik u daarmee onder mijn motie krijg, graag! 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1186" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Het gaat dus niet
om de beveiliging van Ayaan Hirsi Ali, maar om het
komen tot een motie met mij. Want als het echt om een
redelijke termijn gaat, gaat het om de vraag of de beveiliging is overgedragen. Maar u bedoelt het anders:
u bent bereid met mij te onderhandelen over de lengte –
u kijkt nu heel verrast, maar ik niet – van de termijn. Dat
kan een maand zijn of twee maanden zijn, ongeacht de
vraag of zij dan haar financiering al rond heeft. 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1187" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Mijnheer Van Haersma
Buma, ik kan tellen. Ik weet ook wanneer ik een
Kamermeerderheid heb en wanneer niet. En eerlijk gezegd, voor mij geldt altijd: iets is beter dan niets. Als u
bereid bent om mij tegemoet te komen, ben ik blijer dan
ik was voor het debat. 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1188" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Hoorde ik het goed dat
werd gesproken over een bruuske beëindiging? Hoe
verhoudt dit zich tot het feit dat er meerdere keren een
verlenging is geweest van de overgangstermijn? 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1189" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Op het moment dat
betrokkene duidelijk aangeeft dat zij pas vanaf het
verlenen van de green card in staat is geweest om
fondsen te verwerven, vind ik het nogal bruusk om een
week later te zeggen dat de beveiliging ophoudt. 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1190" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Dus de redenering is dat
een week later bruusk is ten opzichte van de laatste
melding? Ik vind dat toch een heel merkwaardige
redenering als je kijkt naar de duur van de periode.
Een meer principiële vraag is of uw stellingname niet
impliceert dat Nederland verantwoordelijk blijft voor de
beveiliging als anderen, hetzij de werkgever hetzij de
Amerikaanse overheid of wie dan ook, hun verantwoor-
delijkheid niet nemen? Is dat niet in feite de essentie van
uw stelling? Is dat niet een heel kwetsbare opstelling? 

</spreker>
<spreker pagina="10-662" anker="1191" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Het is niet wat in de
motie staat. U hebt goed geluisterd naar mijn betoog in
eerste termijn. Laten wij wel wezen, bij Nederlandse
staatsburgers die om politieke redenen heel ernstig
worden bedreigd, gaat het over een buitengewoon
beperkt aantal mensen in Nederland. Het zijn er twee of
drie, buiten officiële functies om. Dan heb je het wel
gehad. Als het niet lukt om tot overeenstemming te
komen met andere instituten, werkgevers of andere
autoriteiten, vind ik dat het terugkaatst naar de Neder-
landse overheid vanuit het simpele en buitengewoon
pragmatische idee van better safe than sorry. Ik vind dat
wij het ons niet kunnen permitteren dat opinieleiders die
Nederlands staatsburger zijn, onveilig rondlopen, niet
hier en niet in het buitenland.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-662">

 
<spreker pagina="10-662" anker="1192" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Mijnheer de voorzitter.
Het debat is toch een lastig en vervelend debat, omdat
wij het naar mijn gevoel wel moeten voeren maar ik het
liever niet zou voeren. Er is geen land in het vrije Westen
– maar misschien klinkt dat wat pathetisch – waar in
enkele jaren tijd twee publieke figuren op straat zijn
vermoord. Dat is de reden dat wij er zo vaak met elkaar
hier over moeten spreken. Daarom vind ik het pijnlijk dat
wij nu toch het debat moeten voeren over de beveiliging
van opnieuw een zeer bedreigde landgenoot.
De vrijheid van meningsuiting kent geen grenzen,
althans niet vooraf, maar ook de bedreigingen van die
vrijheid kennen helaas geen grenzen en achtervolgen dus
mensen die vanwege hun mening worden bedreigd, over
grenzen heen. Mijn fractie accepteert, wanneer iemand
duurzaam verhuist naar een ander land, dat de verant-
woordelijkheid voor zijn of haar veiligheid mee verhuist.
Die hoort uiteraard primair thuis bij de persoon zelf,
eventueel de werkgever en anders de overheid van het
land zelf.
Zowel het woord ’’overgang’’ als het woord ’’over-
dracht’’ zijn gebruikt, in het Kamerdebat ’’overgang’’ en
in de beantwoording van de vragen ’’overdracht’’. Maar
goed, het zijn woorden. Ik constateer dat die overdracht
nog niet tot stand is gekomen. De minister heeft iets
belangrijks gezegd. Hij heeft gezegd dat hij niet langer de
verantwoordelijkheid voor de veiligheid van onze
landgenote in het buitenland kan en wenst te dragen. Dat
is niet een formele redenering. In de brief vond ik die wel
formeel. Het past niet binnen het stelsel. De minister
heeft gezegd dat hij die verantwoordelijkheid niet kan
dragen gegeven de bevoegdheden, informatie et cetera.
Dat accepteren wij.
Dan is er nog de discussie over de green card. Dacht
de minister – hij heeft dat gezegd in zijn eerste termijn –
dat de green card zou komen omstreeks 1 juli en heeft hij
daarom de termijn verlengd tot 1 oktober? Nu blijkt dat
de green card pas in september kwam, is het dan niet
redelijk om nog enkele maanden de tijd te geven aan
mevrouw Hirsi Ali om de financiering alsnog rond te
krijgen? De green card is gewoon later gekomen dan zij
en blijkbaar ook de minister dacht.
Ik hecht eraan dat de minister in elk geval toezegt dat
mevrouw Hirsi Ali ook vanuit Nederland, waarnaar zij nu
vanwege haar veiligheid is teruggekeerd, buitenlandse
reizen kan blijven afleggen. Ik zou het een buitengewoon
droevige uitkomst vinden voor Nederland en uiteraard
voor mevrouw Hirsi Ali als zij van nu af aan huisarrest in
Nederland heeft.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-663">

 
<spreker pagina="10-663" anker="1193" partij="ChristenUnie" naam="Anker">
 Voorzitter. Ik dank de
minister voor zijn beantwoording. De minister heeft zich
gekweten van zijn wettelijke plicht en ook van zijn morele
plicht, als die er althans was. Er waren bijzondere
omstandigheden waarvoor een overgangsregeling
noodzakelijk was. Daar heeft de minister zich van gekweten. Hij heeft ook een Bijbels principe gehuldigd:
als iemand je vraagt om één mijl te gaan, ga je ook een
tweede mijl. Er is een verlenging geweest en nog een
extra verlenging. De Nederlandse overheid heeft alles
gedaan om toe te werken naar een mooie overgangs-
situatie. Na twee verlengingen heeft de minister echter
nog niet een begin gezien van eigen maatregelen van
mevrouw Hirsi Ali. Wij moeten concluderen dat er een
einde komt aan onze verantwoordelijkheid. Ik ben het
van harte eens met het kabinet.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-663">

 
<spreker pagina="10-663" anker="1194" partij="SP" naam="Van Raak">
 Voorzitter. Wij hebben vandaag
te maken met een ingewikkeld probleem. Beveiliging in
Nederland is een gemeenschappelijke verantwoordelijk-
heid. Die nemen wij allemaal. Beveiliging in de Ver-
enigde Staten is een individuele aangelegenheid, ook
van de werkgever. De werkgever van mevrouw Hirsi Ali,
het American Enterprise Institute, beschermt zijn
medewerkers niet. Collega’s van dat instituut suggereer-
den zelfs dat mevrouw Hirsi Ali maar een geweer moest
kopen als zij bedreigd werd. Ik vond dat stuitend, maar
wij zullen het ermee moeten doen.
Wij hebben vandaag e-mailtjes gekregen van de
advocaat van mevrouw Hirsi Ali. Advocaten moeten hun
cliënten verdedigen, maar soms ook tegen zichzelf. Het
zou goed zijn geweest als haar advocaat mevrouw Hirsi
Ali in dezen tegen zichzelf had verdedigd. Zij had deze
informatie beter niet kunnen geven, gezien de mogelijk-
heid dat vertrouwelijke informatie in de openbaarheid
komt. Ik vind het goed dat de minister de deken van de
Orde van Advocaten om een mening vraagt. Ik vind het
heel goed dat de minister ons vervolgens een brief
stuurt. In zijn eigen brief was de minister overigens wel
heel erg terughoudend met informatie over de afspraken
die met de Amerikaanse overheden en met mevrouw
Hirsi Ali zijn gemaakt, en over de afspraken die niet zijn
gemaakt met de werkgever.
Dat is ook het probleem van dit spoeddebat. Wij
houden een spoeddebat terwijl ik heel weinig informatie
heb over de dreigingen en over de gemaakte afspraken.
Ik had liever een extra brief met meer informatie
ontvangen. Maar goed, wij moeten het hiermee doen.
Hoe nu verder? De minister zegt dat nu in de
Verenigde Staten in de beveiliging van mevrouw Hirsi Ali
kan worden voorzien. GroenLinks stelt voor om toch nog
een korte overgangstermijn mogelijk te maken. Hoe lang
moet die derde verlenging dan zijn? Wij zijn afhankelijk
van de informatie van de minister. De minister zal
moeten inschatten of de veiligheidssituatie in de
Verenigde Staten zodanig is, dat hij zijn handen van de
beveiliging af kan trekken. Was die green card voor
mevrouw Hirsi Ali echt nodig om fondsen voor haar
eigen beveiliging te kunnen werven? In beginsel sta ik
positief tegenover de motie van mevrouw Halsema.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-663">

 
<spreker pagina="10-663" anker="1195" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Voorzitter. Ik dank de
minister voor zijn heldere beantwoording. Het lijkt ons
een alleszins billijk uitgangspunt dat ieder land verant-
woordelijk is voor de beveiliging van de eigen ingezete-
nen. Terecht is daar ook in deze situatie niet op een
rigide, formalistische manier mee omgegaan. Gelet op
de bijzondere omstandigheden is een ruimhartige
overgangsregeling getroffen, ruimhartig maar niet
onbegrensd. Wij steunen de minister in het standpunt
dat er een keer punt achter moest worden gezet. Over de
lengte van een overgangsperiode kun je van mening
verschillen, maar het lijkt ons helder vast te staan dat de
periode zodanig lang is gekozen, dat degenen die in de
Amerikaanse situatie daadwerkelijk verantwoordelijk
waren, hun verantwoordelijkheid ook hebben kunnen
nemen. Daarom staan wij negatief tegenover de motie
van mevrouw Halsema, omdat deze er in mijn visie op
neerkomt dat Nederland verantwoordelijkheid blijft
dragen zolang anderen die verantwoordelijkheid niet
oppakken. Dan wordt een onbegrensde verantwoordelijk-
heid en daarvan kan geen sprake zijn.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-663">

 
<spreker pagina="10-663" anker="1196" partij="VVD" naam="Griffith">
 Voorzitter. Ik dank de minister
voor zijn beantwoording. Ik heb heel goed begrepen dat
er veel zorg en aandacht is besteed aan de gesprekken
en dat hij natuurlijk mevrouw Hirsi Ali veel ruimte heeft
gegeven om zelf voorzieningen te treffen om de
beveiliging te regelen.
Toch heb ik geen afdoende antwoord gekregen op
mijn vraag over de relatie tussen het werven van fondsen en de green card. Het is simpel: kan een
Amerikaan in Nederland ook gewoon fondsen werven of
moet hij eerst in Nederland een verblijfsvergunning
hebben? Kan de minister de vraag in het omgekeerde geval concreet beantwoorden: is het mogelijk in de
Verenigde Staten fondsen te werven zonder te beschik-
ken over een permanente verblijfsvergunning? De
VVD-fractie vindt die vraag essentieel en wil een
antwoord hierop om een zorgvuldige afweging te kunnen
maken, ook al zou de minister de behoefte hebben de
vergadering te schorsen en de Amerikaanse ambassa-
deur te bellen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-664" anker="1197" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik word een beetje gek van dat
verhaal over die green card, want volgens mij heeft dat
er allemaal heel weinig mee te maken. Ook al zou
iemand zonder green card geen fondsen mogen werven,
dan nog had iedereen – vrienden, kennissen en
werkgever – een fonds, dat formeel los van Ayaan Hirsi
Ali staat en waarvan zij niet in het bestuur zit, kunnen
oprichten. Dat was mogelijk vanaf 5 januari toen haar
verteld is dat de beveiliging beëindigd zou worden;
uiteindelijk is het 1 oktober geworden. Als zij zich niet
had verzet tegen dat besluit, maar aan bekenden, aan
haar werkgever en aan anderen had gevraagd een fonds
op te richten voor haar bescherming, dan had dat fonds
nu gevuld kunnen zijn. Dat heeft dus niks te maken met
die gekke green card. 

</spreker>
<spreker pagina="10-664" anker="1198" partij="VVD" naam="Griffith">
 De heer Wilders redeneert of-of
en wij redeneren en-en. Ik heb goed gehoord wat de
minister zei over het instituut, de werkgever. Die had
natuurlijk eveneens een bijdrage kunnen leveren. Ook
anderen, bijvoorbeeld mensen die aanwezig waren bij de
boekpresentatie, hadden dat kunnen doen. Daarnaast is
voor mijn fractie het punt van de green card van belang.
Om alle facetten zorgvuldig te kunnen beoordelen is voor
mijn fractie alle informatie relevant. Ik mis een heel
concreet, direct antwoord op het laatste punt. De heer
Wilders heeft het misschien niet nodig voor zijn
besluitvorming, maar mijn fractie wel. 

</spreker>
<spreker pagina="10-664" anker="1199" partij="PVV" naam="Wilders">
 Dat is een beetje flauw, want
natuurlijk hebt u recht op een antwoord op uw vraag. Ik
heb u een concrete andere vraag gesteld, die losstaat
van de vraag die u zelf hebt opgeworpen of mevrouw
Hirsi Ali dit zonder green card zelf al dan niet had
kunnen doen. Die vraag hebt u aan het kabinet gesteld.
Mijn vraag staat ook los van de opmerking van de
minister over de werkgever. Dat weet u ook al. Mij gaat het hierom: mevrouw Hirsi Ali wist door de brief van de
ambassadeur op 5 januari dat de beveiliging eindig zou
zijn. Is het voor uw fractie niet denkbaar – en u weet
volgens mij het antwoord wel – dat zij op dat moment had kunnen zeggen: ik ga ervoor zorgen dat een stichting
in het leven wordt geroepen, met een bestuur waarin ik
formeel niet zit, die geld gaat inzamelen voor als de
beveiliging ophoudt? Zij had daarmee kunnen beginnen
zonder het formeel zelf te doen, zodat de green card niet
in de weg hoefde te staan. Dit had eerder kunnen leiden
tot een eigen financiering van de beveiliging. Die vraag
stel ik u, meer niet. 

</spreker>
<spreker pagina="10-664" anker="1200" partij="VVD" naam="Griffith">
 Ik ben het geheel eens met de
heer Wilders als hij wijst op de eigen verantwoordelijk-
heid om ongeacht de uitkomst van een geschil – want
daarom gaat het natuurlijk – al stappen te ondernemen.
Ook de minister heeft daarnaar verwezen. Toch is het
voor mijn fractie van belang om alle facetten in beeld te
hebben om tot een eindoordeel te komen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-664">

 
<spreker pagina="10-664" anker="1201" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Voorzitter. Voor het
CDA stond nog de vraag in eerste termijn open die nu
helder is beantwoord. De overdracht naar de Verenigde
Staten betekende niet zozeer de overdracht naar dezelfde
wijze van beveiliging als wij in Nederland gewend zijn,
als wel een zorgvuldige overgang naar de wijze waarop
men in de Verenigde Staten beveiligt. Dat lijkt de
CDA-fractie zeer logisch, want andersom is het natuurlijk
ook niet zo dat wij in Nederland ons systeem van
beveiligen willen laten afhangen van wat men in het
buitenland doet. Iedereen heeft zijn eigen systeem en dat
respecteren wij.
De minister heeft duidelijk gemaakt dat niet alleen het
instituut waar mevrouw Hirsi Ali werkt en mevrouw Hirsi
Ali zelf, maar ook de organisaties die zij bezoekt een
bepaalde verantwoordelijkheid hebben. Zo doen wij dat
in Nederland en dat speelt ook in VS.
Over de green card het volgende. Men mag in de VS
geld werven voor een project in de Derde Wereld.
Daarbij geldt niet het criterium dat de bewoners van de
Derde Wereld geen ingezetenen zijn van de VS. Zij
kunnen wellicht niet zelf werven, maar dat kunnen
anderen doen. Dat had vanaf de eerste dag hier mogen
en kunnen gebeuren. Het is de Nederlandse overheid en
de Nederlandse belastingbetaler niet te verwijten dat dit
niet is gebeurd.
In eerste termijn heb ik gesproken over de positie van
de advocaat van mevrouw Hirsi Ali. Het is waardevol dat
de minister zal spreken met de deken van de Orde. De
deken heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid, maarik houd staande dat er sprake kan zijn van overtreding
van strafrechtelijke normen. Ik ben niet degene die
opdracht geeft tot vervolging, maar ik ben ervan
overtuigd dat dit niet kansloos is.
Ik heb de heer Van Raak niet goed begrepen. Hij steunt
nu wellicht de motie van mevrouw Halsema. Vorige week
meende zijn fractie nog dat de belastingbetaler niet
langer voor de beveiliging zou moeten opdraaien. Ik
vond dat nogal cru. Draaien staat natuurlijk vrij, maar ik
vind het wel opmerkelijk. 

</spreker>
<spreker pagina="10-665" anker="1202" partij="SP" naam="Van Raak">
 Ik ben zeer benieuwd waar de
heer Van Haersma Buma heeft gelezen of gehoord dat
het volgens ons onterecht is dat de belastingbetaler
ervoor opdraait. 

</spreker>
<spreker pagina="10-665" anker="1203" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 In dit kranten- bericht staat: ’’CDA, SP en VVD vinden niet dat de
belastingbetaler er nog langer voor moet opdraaien
zolang Hirsi Ali in het buitenland woont en werkt’’. 

</spreker>
<spreker pagina="10-665" anker="1204" partij="SP" naam="Van Raak">
 Ik wil de heer Van Haersma
Buma aanraden om niet alles te geloven wat in de media
naar voren wordt gebracht. Hij kan beter mij om mijn
mening vragen in plaats van maar lukraak zaken in de
openbaarheid te gooien. 

</spreker>
<spreker pagina="10-665" anker="1205" partij="CDA" naam="Van Haersma Buma">
 Krantenberichten in
de openbaarheid gooien, is iets wat ik niet kan. Het staat
er en als ik u was, zou ik mij verstaan met de betrokken
media. Dit bericht stond overigens in meer kranten.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-665">

 
<spreker pagina="10-665" anker="1206" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Voorzitter. Ik dank veel woord-
voerders voor hun steun. Het is duidelijk dat dit niet voor
mevrouw Halsema geldt. Ik wil graag proberen om de
heer Van Raak van een antwoord te voorzien dat voor
hem voldoende is. Zijn bijdrage in eerste termijn lag heel
dicht bij hetgeen in mijn brief uiteen is gezet. De motie
van mevrouw Halsema is daarvoor een goed aankno-
pingspunt.
Ik neem uiteraard alle onderdelen van deze motie
serieus, zo ook de overweging dat mevrouw Hirsi Ali
bereid is om op een redelijke termijn zelf de verantwoor-
delijkheid te nemen voor haar beveiliging in de VS. Ik
weet niet waar deze constatering op is gebaseerd,
wellicht op berichten in de pers. Wij hebben pas laat in
de eerste helft van het eerste jaar andere standpunten
gehoord van betrokkene en haar advocate dan dat zij
meenden dat er een duurzame, dus niet in tijd beperkte,
beveiliging verwacht mocht worden. Zij baseerden zich
daarbij op hetgeen mijn voorganger en vervolgens ik
daarover hadden gezegd. In eerste termijn heb ik al
opgeroepen om de Handelingen van mei vorig jaar nog
eens goed te lezen. Ik doel op de passage waarin mijn
voorganger vragen van mevrouw Halsema beantwoordt.
Ik wijs ook op hetgeen ik heb gezegd in het gesprek dat
ik in oktober met mevrouw Hirsi Ali had. Het heeft zeer
lang geduurd, namelijk tot aan het laatste deel van de
eerste helft van vorig jaar – de datum van 1 juli naderde
– totdat er een benadering in zicht kwam waarin sprake
was van een overgang van de beveiliging. En dan nog. In
september jongstleden heeft de advocate van betrokkene
zich op het standpunt gesteld dat in 2007 en 2008 niet
voldoende inkomsten zouden kunnen worden geworven
om die eigen verantwoordelijkheid op zich te nemen.
Mogelijk ligt daarin de gedachtegang besloten, dat de
enige manier waarop beveiliging in de Amerikaanse
situatie zou kunnen worden geregeld via eigen arbeidsin-
komsten is, waarvoor een green card nodig is. Mogelijk
is daarbij buiten beschouwing gelaten wat de organisato-
ren van ’’events’’ en het instituut waaraan betrokkene
verbonden is, kunnen doen. Hoe het ook zij, er is geen
sprake van dat van de kant van betrokkene een andere
benadering nodig is, uiteraard wetend hoe de verant- woordelijkheden liggen: wij zijn de Nederlandse overheid
en de Amerikaanse overheid is de Amerikaanse overheid.
Die veronderstelling in de eerste overweging van
mevrouw Halsema vind ik in het licht van de feiten, van
de geschiedenis, een beetje gewaagd. Ik moet dat toch
zeggen. Soms verschillen mevrouw Halsema en ik van
mening op het punt van de waarderingen, maar zelden
op het punt van de feiten. In dit geval is dat dus wel het
geval. 

</spreker>
<spreker pagina="10-665" anker="1207" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 De eerste overweging
is gewoon gebaseerd op uitlatingen van mevrouw Hirsi
Ali en haar woordvoerder vorige week in de media. Wat
er aan vooraf is gegaan, vind ik eigenlijk irrelevant voor
het vaststellen nu van de benodigde beveiliging en de
verantwoordelijkheid die iemand daarvoor zal moeten
dragen. 

</spreker>
<spreker pagina="10-665" anker="1208" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Mevrouw Halsema zegt over de
eerste overweging in haar motie dat zij afgaat op wat zij
heeft opgevangen van mevrouw Hirsi Ali en niet op wat
ik in het debat met de Kamer heb gezegd. Ik dacht dat
het debat daarop is gericht. Wat er ook van zij, in de volgende overweging staat: ’’overwegende, dat mevrouw
Hirsi Ali pas sinds de zeer recente verlening van een
zogenaamde green card, op 24 september 2007, in staat
is om actief fondsen te verwerven voor deze beveili-
ging’’. Ik kom daarmee op de green card waarnaar
mevrouw Griffith begrijpelijkerwijze in het licht van
media en berichtgeving zo uitdrukkelijk vroeg. Wij
hebben ook geprobeerd helderheid te krijgen. Voor ons
is het ook een beetje de vraag hoe het met de green card
zit. De Amerikaanse ambassade voelde zich niet
gerechtigd of in staat om daarop stante pede een reactie
te geven. U weet ook wat een green card is. Dat is de
vergunning op grond waarvan men inkomsten uit arbeid
mag verwerven als vreemdeling in de Verenigde Staten.
Dat dit de enige manier is om in de kosten van de
beveiliging te voorzien, is echter op geen enkele manier
aannemelijk gemaakt in deze hele geschiedenis. Ik heb
gewezen op het instituut, ik heb gewezen op de
organisatoren van events. Ik neem maar even USA Today
erbij. Dit boek heeft elf weken in de top 150 van de ’’best
selling books database’’ gestaan. Naar aanleiding van dit
boek waren er allerlei ’’events’’ en presentaties. Dit
betekent dat er ook andere manieren waren om te
voorzien in beveiliging in situaties waarin die nodig was,
wanneer je daar objectiverend naar kijkt in de beschei-
denheid die ons past ten opzichte van de Amerikaanse
situatie. Wij zijn echter niet de Amerikaanse overheid.
Wij hebben het op ons genomen om eerst te voorzien in mensen – DKDB: Nederlandse politieambtenaren – en
vervolgens in geld, in een situatie die de overgang
mogelijk maakte. Wij hebben dat royaal gedaan. Dat
betekent niet dat wij hier zelf kunnen bewerkstelligen hoe
en met welke modaliteiten van financiering en uitvoering
die overgang daadwerkelijk plaatsvindt.
Vervolgens kom ik op de mening die in de motie tot
uitdrukking wordt gebracht, namelijk dat het besluit om
de financiering van de beveiliging per 1 oktober 2007 te
stoppen betrokkene onvoldoende tijd geeft om voor haar
beveiliging in de Verenigde Staten zorg te dragen. Het is
vandaag 9 oktober. In augustus, na een verlenging van 2
maanden, bleek dat een jaar niet voldoende tijd was.
Waaruit moet dat worden afgeleid? Speelt het misschien
ook een rol dat betrokkene zo lang niets heeft gedaan
om maatregelen te treffen?
In de motie-Halsema wordt gevraagd om een redelijke
termijn voor het regelen van de beveiliging van
mevrouw Hirsi Ali in eigen verantwoordelijkheid. Ik ben
zeer voor het geven van een redelijke termijn. Daarom
hebben wij vanaf het moment van vertrek meer dan een
jaar lang voorzien eerst in de personele en vervolgens in
de financiële aspecten van beveiliging in de Verenigde
Staten. Een redelijke termijn is een zeer redelijk
verlangen, maar wij hebben zeer redelijke termijnen
gegeven.
Op geen enkele manier is aannemelijk geworden dat
de verwerving van arbeidsinkomsten de enige manier is
om inkomsten te verwerven, zolang men nog niet
beschikt over een green card. 

</spreker>
<spreker pagina="10-666" anker="1209" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik zou graag het oordeel van
minister Hirsch Ballin over de motie-Halsema willen
horen. Deelt hij mijn stelling dat mevrouw Hirsi Ali had
kunnen bevorderen dat, behalve door ’’events’’ en haar
werkgever, anderen een stichting in het leven hadden
kunnen roepen en dat zij dus niet staande kan houden
dat er sprake is van een onredelijke termijn? 

</spreker>
<spreker pagina="10-666" anker="1210" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 De kern van de boodschap van
mij en mijn voorganger was dat wij zorg zouden dragen
voor de overgang naar de nieuwe situatie en onder
andere informatie zouden uitwisselen. Ik verwijs daarbij
naar de antwoorden van mijn voorganger in het vorige
jaar op vragen van mevrouw Halsema. Wij kunnen voor
mevrouw Hirsi Ali geen dingen regelen in de verhoudin-
gen van de Verenigde Staten. Daarvoor hebben wij een
redelijke termijn gegeven. De heer Wilders noemde
zojuist terecht de elementen die daarin een rol spelen. Ik
ben het met hem eens dat er zeker geen exclusieve
betekenis aan de green card kan worden toegekend. De
redelijke termijn geldt voor het regelen van de dingen in
de eigen verantwoordelijkheid in de Verenigde Staten.
Wij kunnen niet alle buitenlandse reizen op dezelfde
manier benaderen. Ik heb zojuist gezegd dat wij met
verstand van zaken en gepaste souplesse reageren op
iemand die in Nederland woont en werkt en incidenteel
als deelnemer aan het publieke discours in Nederland
naar het buitenland gaat. Daartegenover staat de
persoon die hier is komen wonen en die in een zeer
intensief patroon over de wereld beweegt, misschien met
aanleidingen waarbij de hoofdregel van de eigen
verantwoordelijkheid geldt. Ik denk dat de heer Dijssel-
bloem niet van mij kan en waarschijnlijk ook niet wil
vragen dat ik voor zo iemand een blanco cheque
uitschrijf. Ik kan mij echter goed een verstandige
benadering voorstellen van mensen die hun thuisbasis in
Nederland hebben en incidenteel naar het buitenland
gaan voor optredens die misschien niet officieel zijn,
maar wel een zeker publiek karakter dragen.
De beraadslaging wordt gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="10-666" anker="1211" naam="De voorzitter">
 Ik dank de minister. Wij zullen aanstaande
donderdag stemmen over de ingediende motie.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.</spreker>
</blok>
</onderwerp>
<onderwerp pagina="10-666">

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een
algemeen overleg op 27 september 2007 over lucht-
kwaliteit.

<blok pagina="10-666">

 
<spreker pagina="10-666" anker="1212" partij="GroenLinks" naam="Duyvendak">
 Voorzitter. Ik zal mijn
inbreng zo kort mogelijk houden, want in een andere zaal
zitten anderen te wachten op de minister en een aantal
Kamerleden.
Ik wil een motie indienen over een onderzoek naar de
mogelijkheden en perspectieven van milieuzones voor
personenauto’s in steden. Ze luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in een groot aantal Nederlandse
steden de grenswaarden van de Europese lucht-
kwaliteitsnormen overschreden worden;
constaterende dat de 5% meest vervuilende auto’s
verantwoordelijk zijn voor 40% van de overschrijdingen;
overwegende dat in Duitsland in diverse steden
milieuzones voor personenauto’s worden ingevoerd en
ook lokale bestuurders in Nederland de mogelijkheid
hiertoe willen hebben;
verzoekt de regering om een onderzoek te laten doen
naar voor- en nadelen van het invoeren van milieuzones
voor personenauto’s, hierin desgevraagd de pro’s en
contra’s van een sloopregeling te betrekken en de
resultaten hiervan binnen vier maanden, begeleid van
een kabinetsstandpunt, aan de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="10-666" anker="1213" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door de leden
Duyvendak en Samsom. Naar mij blijkt, wordt zij
voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 33 (30175).
</spreker>
</blok>
<blok pagina="10-666">

 
<spreker pagina="10-666" anker="1214" partij="CDA" naam="Spies">
 Voorzitter. Wij hebben een
algemeen overleg gevoerd waarin wij gelukkig tot de
conclusie zijn gekomen dat kabinet en Kamer de ambitie
en het gevoel van urgentie delen om op het dossier
luchtkwaliteit met tempo tot merkbare stappen te komen
en resultaatgericht te werken. Wij investeren in maatre-
gelen gericht op de verbetering van de luchtkwaliteit.
Doordat de luchtkwaliteit een stuk beter wordt, doen wij
er nu alles aan om een aantal vastgelopen woningbouw-</spreker>
</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>


