<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Nijpels-Hezemans (AOV) over de Wet Van Otterloo (Ingezonden 23 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">14Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR1004
</item>
         <item attribuut="Inhoud">Vragen betreffen de 'lozing met zachte drang' van oudere patiënten, die als gevolg van de Wet Van Otterloo tot ziekenfonds zijn toegelaten, door sommige huisartsen.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Gezondheidszorg (Zorgverzekeringen) Welzijn (Ouderen)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">AOW Ziekenfondsverzekering</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 375, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Volksgezondheid, Welzijn en Sport</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="AOV">Nijpels-Hezemans</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-18</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-23</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR1004</item>
         <item attribuut="Omvang">1 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="763" allpagenumbers="763" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="375" onderwerp="" indiendatum="1994-12-23">
         <vrager partij="AOV" oorsprong="parlement">Nijpels-Hezemans</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1995-01-18">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Volksgezondheid, Welzijn en Sport">Borst-Eilers</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Worden oudere patie¨nten, die als gevolg van de Wet Van Otterloo tot het ziekenfonds zijn toegelaten, door sommige huisartsen «met zachte drang geloosd» <voetnoot nummer="1"/>, omdat zij te duur worden? </vraag>
      <vraag nummer="2">Zo ja, hebt u enig idee van de omvang van deze handelwijze? </vraag>
      <vraag nummer="3">Deelt u de mening, dat een dergelijke handelwijze absoluut ontoelaatbaar is? </vraag>
      <vraag nummer="4">Zo ja, welke maatregelen denkt u te nemen om zo spoedig mogelijk aan deze ontwikkeling een halt toe te roepen? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" datum="1994-12-22" bron="Zie Algemeen Dagblad">Zie Algemeen Dagblad, 22 december 1994</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="3">
      <antwoord nummer="1 en 2">Ook mij is dit verschijnsel uit kranteberichten bekend. Zowel bij de Ziekenfondsraad als de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) zijn geen gegevens voorhanden over de omvang van deze handelwijze. Gezien de beperkte signalen over dit onderwerp ga ik er evenwel vanuit dat de omvang gering is. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Ik ben absoluut van mening, dat een dergelijke handelwijze ontoelaatbaar is. Ook de LHV heeft zich in die zin uitgelaten. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Op 16 december 1994 heb ik een overeenkomst gesloten met de LHV. Onderdeel daarvan vormt de instelling van een gezamenlijke werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van VWS en LHV. Deze werkgroep zal onder meer de effecten van de Van Otterloo-maatregel bezien en voorstellen doen voor de gewenste tariefstructuur. Ik ga er vanuit dat deze werkgroep tot resultaten komt die ertoe zullen leiden dat geen huisarts meer zal trachten patie¨nten af te stoten. Intussen zal ik in voorkomende gevallen impliciet dan wel expliciet mijn afkeuring laten blijken. Mede gelet overigens op de opstelling van de LHV meen ik te mogen aannemen dat bedoelde handelwijze niet vaak meer zal voorkomen. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

