<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="6">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Eversdijk (CDA) inzake de Hollandse IJssel (Ingezonden 10 januari 1995); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR1005
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen het uitbaggeren van vaargeulen en havens aan de Hollandse Ijssel en berging van de verontreinigde baggerspecie.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Verkeer, vervoer en waterstaat (Vaarveiligheid) Verkeer, vervoer en waterstaat (Vaarwegen)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Slib Vaarveiligheid Waterwegen</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 11, Eerste Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Verkeer en Waterstaat</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Eversdijk</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-19</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1995-01-10</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR1005</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Eerste Kamer der Staten-Generaal" kamer="1" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen door de leden der Kamer gesteld overeenkomstig artikel schriftelijk gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="21" allpagenumbers="21 22" vetnummer="" code="" lopendefooter="Eerste Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 738x" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="11" onderwerp="" indiendatum="1995-01-10">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Eversdijk</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1995-01-19">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Verkeer en Waterstaat">Jorritsma-Lebbink</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="6">
      <vraag nummer="1">Is het u bekend dat de bevaarbaarheid van de Hollandse IJssel regelmatig onvoldoende is, waardoor schepen aan de grond lopen? </vraag>
      <vraag nummer="2">Is de veiligheid van o.a. schepen met een gevaarlijke lading op de Hollandse IJssel nog volledig gewaarborgd? </vraag>
      <vraag nummer="3">a. Is het waar dat verontreinigde baggerspecie ten gevolge van scheepvaartbewegingen uit die rivier in de bedrijfshavens wordt geperst? b. Zijn deze havens daardoor slechts ten dele bruikbaar? </vraag>
      <vraag nummer="4">Kunt u mededelen wanneer voor de Hollandse IJssel een verdieping van de vaargeul is voorzien? </vraag>
      <vraag nummer="5">Is de baggerspecie in de Hollandse IJssel zodanig vervuild dat geen geschikte opslagplaats voorhanden is? </vraag>
      <vraag nummer="6">Verdient het om financie¨le redenen de voorkeur om sanering van de onderwaterbodem en verdieping van de Hollandse IJssel gelijktijdig te </vraag>
      <noten afkomstig="vraag"/>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="6">
      <antwoord nummer="1">De Hollandse IJssel voldoet aan de eisen verbonden aan de toegekende vaarwegklasse, te weten de klasse-V-eisen, daar waar deze van toepassing zijn, zij het dat de vaargeulbreedte op een aantal plaatsen minimaal is. Wanneer schippers de normale voorzichtigheid in acht nemen, zoals rekening houden met de beschikbare (ten gevolge van de getijdewerking wisselende) waterdiepte is er geen reden aan de grond te lopen. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">De veiligheid van alle schepen is, bij in achtname van voldoende zorgvuldigheid, voldoende gewaarborgd. Bovendien zijn de meeste gebruikers van de vaarweg en met name de schepen met gevaarlijke lading met de plaatselijke omstandigheden zeer goed bekend. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">a. Ten gevolge van scheepsbewegingen kan bodemsediment, dus ook het verontreinigde sediment, worden opgewoeld. Opgewoeld slib dat zich in het water bevindt, kan zich ten gevolge van waterstromingen verplaatsen naar andere delen van de rivier. Aangezien de bedoelde bedrijfshavens een onderdeel van het watersysteem vormen (open verbinding met de rivier) kan ook in de bedrijfshavens en voor loswallen verontreinigd sediment neerslaan. Het onderhoud van deze havens behoort tot de verantwoordelijkheden van de eigenaar/beheerder. Omdat in de praktijk – vanwege de hoge kosten die zijn gemoeid met het verwijderen en milieuhygie¨nisch verantwoord bergen van verontreinigd sediment – met terughoudendheid onderhoud wordt gepleegd door de eigenaren/beheerders, ligt de bodem van veel havens in het algemeen hoger dan de bodem in de vaargeul. Er is overigens geen sprake van dat ten gevolge van scheepsbewegingen specie vanuit de rivier in de havens wordt geperst. b. De bereikbaarheid/bruikbaarheid van de havens is afhankelijk van het uitgevoerd onderhoud. Vanwege het feit dat het veelal slechts om beperkte hoeveelheden specie gaat is in principe berging van het verontreinigd sediment in de Slufter resp. de Papegaaienbek (tegen het gebruikelijke storttarief) mogelijk. Ter formalisering van de stortmogelijkheden van specie, afkomstig uit de zogenaamde «achterlandverbindingen van de Rotterdamse haven» is een wijzigingsprocedure van de vergunningen voor het Slufterdepot in behandeling. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Grootschalig baggerwerk in de vaargeul is pas dan mogelijk als het baggerspeciedepot in het Hollands Diep beschikbaar is. Indien de procedure in het kader van de ruimtelijke ordening (aanpassing van de bestemmingsplannen) voorspoedig verloopt, kan het depot in 1998 in gebruik worden genomen. </antwoord>
      <antwoord nummer="5">Zie antwoord op vraag 4. </antwoord>
      <antwoord nummer="6">Ja. Echter om geen grote vertraging bij het onderhoud van de vaargeuldiepte te laten ontstaan zal het onderhoudsbaggerwerk in de vaargeul voorrang worden gegeven boven het baggerwerk op de, gedeeltelijk onder de waterlijn gelegen, taluds. De uitvoering van een ingrijpende sanering van de Hollandse IJssel is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende bergingscapaciteit (zie mede antwoord 4) en van voldoende financie¨le middelen. Bovendien is het gewenst dat overeenstemming wordt bereikt met de andere bij de sanering van de Hollandse IJssel betrokken overheden. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

