<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="4">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Holdijk (SGP) inzake arresten Hoge Raad mbt artikel 31 Wegenverkeerswet (Ingezonden 16 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR1006
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen de uitleg van artikel 31 Wegenverkeerswet in de arresten van de Hoge Raad Anja Kellenaers en IZA/Vrerink.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Verkeer, vervoer en waterstaat (Verkeersveiligheid)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Schadevergoeding Verkeersveiligheid Verkeerswetgeving</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 12, Eerste Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Justitie</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="SGP">Holdijk</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-23</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-16</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR1006</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Eerste Kamer der Staten-Generaal" kamer="1" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen door de leden der Kamer gesteld overeenkomstig artikel schriftelijk gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="23" allpagenumbers="23 24" vetnummer="" code="" lopendefooter="Eerste Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 738x" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="12" onderwerp="" indiendatum="1994-12-16">
         <vrager partij="SGP" oorsprong="parlement">Holdijk</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1995-01-23">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Justitie">Sorgdrager</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1">Heeft U kennis genomen van het interview met Prof. mr. C. J. H. Brunner, opgenomen in het Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, jaargang 11, nummer 8 (oktober 1994), p. 184–188, waarin deze commentaar levert op de arresten van de Hoge Raad Anja Kellenaers, Rechtspraak van de Week (RvdW 1994, 11 ) en IZA/Vrerink, Nederlandse Jurisprudentie (NJ 1993, 566) ter zake van de uitleg die daarin gegeven wordt aan artikel 31 Wegenverkeerswet (WVW)? </vraag>
      <vraag nummer="2">Deelt U de opvatting van Brunner dat de Hoge Raad met de in de genoemde arresten gegeven interpretatie de grenzen van een redelijke uitleg heeft overschreden zodat artikel 31 WVW door een andere bepaling is vervangen en dat de Raad zich aldus als wetgever heeft gedragen, zonder legitimatie daartoe? </vraag>
      <vraag nummer="3">Deelt U de opvatting dat de Hoge Raad in IZA/Vrerink een uitleg heeft gegeven die niemand heeft voorgesteld en die wetshistorisch ook nergens op berust? </vraag>
      <vraag nummer="4">Bent U voornemens, in overleg met de Minister van Verkeer en Waterstaat, een wijziging van artikel 31 WVW voor te stellen, zodanig dat de aan het huidige artikel gegeven uitleg daarin zijn neerslag zal vinden? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag"/>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="4">
      <antwoord nummer="1">Ja. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">De opvatting van Brunner als zou de Hoge Raad in de arresten IZA/Vrerink en Anja Kellenaers artikel 31 Wegenverkeerswet (WVW) hebben geı¨nterpreteerd op een wijze waarmee de grenzen van een redelijke uitleg zijn overschreden, kan ik niet delen. De Hoge Raad heeft in deze arresten beslist dat in geval de bestuurder van een motorrijtuig geen overmacht aannemelijk kan maken, maar er wel sprake is van een fout van de fietser of voetganger, zonder dat er evenwel sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van de kant van de fietser of voetganger, de billijkheid bij de verdeling van de schade eist dat ten minste 50 percent van de schade ten laste van het motorrijtuig wordt gebracht. Deze beslissing moet worden gezien als een toepassing van artikel 6:101 BW. Dit bepaalt dat uitgaande van de hoofdregel dat bij eigen schuld de vergoedingsplicht wordt verminderd in evenredigheid met de mate waarin de benadeelde aan de schade heeft bijgedragen, een andere verdeling van de vergoedingsplicht plaatsvindt indien de billijkheid dit wegens de omstandigheden van het geval eist. Bij deze beslissingen speelt de omstandigheid dat bij ongevallen met motorrijtuigen de schade aanmerkelijk groter is door de verwezenlijking van het daaraan verbonden gevaar. De billijkheid eist dan in de visie van de Hoge Raad dat de gevolgen van deze verwezenlijking niet ten laste van de voetganger of fietser moet worden gebracht. Het is dan ook naar mijn mening onjuist om te stellen dat artikel 31 WVW door een andere bepaling is vervangen. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Deze opvatting kan niet worden gedeeld. In de zojuist genoemde beslissingen van de Hoge Raad wordt geen uitleg gegeven aan artikel 31 Wegenverkeerswet, maar – als gezegd – toepassing gegeven aan de zojuist beschreven billijkheidscorrectie van artikel 6:101 lid 1 BW. Hierbij kan overigens worden opgemerkt dat bij de invoering van Boek 6 BW artikel 31 lid 6 WVW is vervallen, omdat dit naast artikel 6:101 BW overbodig was. Deze laatste bepaling biedt evenwel meer dan het oude artikel 31 lid 6 WVW aan de rechter de ruimte om bij eigen schuld een andere verdelingsmaatstaf te hanteren dan die waarbij alleen acht wordt geslagen op de mate waarin beide partijen aan de schade hebben bijgedragen. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Op dit moment wordt op mijn Ministerie een wetsvoorstel voorbereid waarbij een nieuw wettelijk stelsel van verkeersaansprakelijkheid ter vervanging van het huidige artikel 185 WVW (de opvolger van artikel 31 WVW) zal worden voorgesteld. Daarin zal evenals in de rechtspraak van de Hoge Raad bijzondere aandacht worden besteed aan de positie van de zwakkere verkeersdeelnemers. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

