<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="3">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Crone (PvdA) over verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (Ingezonden 20 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">17Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR1015
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen het op termijn afschaffen van de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Belastingen (Accijnzen) Consument (Levensmiddelen)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Accijnzen Dranken</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 384, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer FinanciÃ«n</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="PvdA">Crone</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-20</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-20</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR1015</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="781" allpagenumbers="781 782" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="384" onderwerp="" indiendatum="1994-12-20">
         <vrager partij="PvdA" oorsprong="parlement">Crone</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="20 januari 1995), zie ook aanhangsel Handelingen nr. 346, vergaderjaar 1994–1995">
         <antwoorder functie="Staatssecretaris" ministerie="Financie¨n">Vermeend</antwoorder>
         <mede-antwoorder>de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer</mede-antwoorder>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="3">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Herinnert u zich de motie van de heer Van der Vaart c.s. van 26 november 1992 inzake het op termijn afschaffen van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken? <voetnoot nummer="1"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="2">Onderschrijft u het door uw voorganger destijds ingenomen standpunt, dat deze belasting gehandhaafd moet worden op grond van overwegingen van budgettaire aard, gecombineerd met de eenvoudige uitvoerbaarheid? Zo ja, op welke gronden komt u tot dezelfde conclusie? Zo neen, bent u bereid binnen een redelijke termijn te komen met een wetsvoorstel waarmee de motie, uiteraard binnen de budgettaire kaders, alsnog uitgevoerd wordt? </vraag>
      <vraag nummer="3">Is het niet logischer om in de sfeer van frisdranken (en andere dranken) een accijns op milieugrondslag te heffen, bijvoorbeeld op de verpakking voor zover niet meermalig bruikbaar en/of naar rato van de milieubelasting die bij produktie wordt veroorzaakt? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" documenttype="Kamerstuk" kamerstuk-id="22 843" documentnummer="14">Kamerstuk 22 843, nr. 14</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="3">
      <antwoord nummer="1">Ja. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">Bij de voorbereiding van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de accijns in verband met de afschaffing van de fiscale grenzen is de vraag opgekomen of de toen bestaande accijnzen op andere produkten dan die waarop per 1 januari 1993 europeesrechtelijk de heffing van accijns is toegestaan, in een andere vorm gecontinueerd dienden te worden. Het betrof, globaal, de accijnzen van suiker, frisdrank, pruimtabak en snuiftabak. Mijn ambtsvoorganger heeft daarbij de budgettaire problematiek van afschaffing van een heffing afgewogen tegen de mogelijkheden van controle en handhaving van een heffing. In die afweging heeft hij destijds voorgesteld de heffing van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak te continueren en de heffing van suiker en suikerhoudende produkten af te schaffen. De heffing van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak is geregeld in de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten. Bij de behandeling van die wet is een motie aangenomen van de heer Van der Vaart c.s., waarin de Kamer zich uitspreekt voor een op termijn en gefaseerd afschaffen van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Mijn ambtsvoorganger heeft zich niet tegen de strekking van de motie verzet maar wel aangetekend dat, zo er geld voor lastenverlichting zou vrijkomen, andere maatregelen die meer een stimulans voor economie en werkgelegenheid vormen, voorrang zouden hebben. Dit paste ook in de uitdrukkelijke bedoeling van de motie, die diende, zoals de heer Van der Vaart in zijn toelichting opmerkte, om de Kamer te laten aangeven dat zij op termijn van die belasting af wil en niet om de prioriteitenstelling binnen het regeringsbeleid te bestrijden. In deze uitleg van de motie kan ik mij vinden. Ik heb er, toen onlangs de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken bij het wetgevingsoverleg over het belastingplan 1995 in de Tweede Kamer aan de orde was, op gewezen dat een al dan niet gefaseerde afschaffing niet in het regeerakkoord is opgenomen. Voorts heb ik opgemerkt dat een volgende stap, zo er al budgettaire ruimte zou zijn, zal moeten worden afgewogen tegen andere mogelijkheden voor lastenverlichting, waarbij voor het kabinet het zwaartepunt ligt bij maatregelen die een meer directe werking hebben op de economie en de werkgelegenheid, zoals lastenverlichting en wigverkleining. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">In reactie op deze vraag wil ik er in de eerste plaats op wijzen, dat er wat het milieu-aspect betreft reeds generiek werkende fiscale instrumenten zijn die vanuit milieuoogpunt hun weerslag hebben op de onderhavige bedrijfstak. Zo is de grondwaterbelasting uit de Wet belastingen op milieugrondslag ook van toepassing op de frisdrankenindustrie. Indien meermaals te gebruiken produktverpakkingen worden gespoeld met grondwater, is voorzien in een vrijstelling, terwijl bij gebruik van water verkregen van waterleidingbedrijven die hun water geheel of ten dele bereiden uit grondwater een teruggaafmogelijkheid in de regeling is opgenomen. Daarmee wordt reeds een signaal afgegeven dat het overheidsbeleid erop gericht is het gebruik van eenmalige produktverpakkingen zoveel mogelijk terug te dringen. Voorts wijs ik op de betekenis van het convenant verpakkingen voor de frisdrankenindustrie. Dit convenant heeft onder meer tot gevolg dat deze branche zich zal inspannen het gebruik van eenmalige verpakkingen zoveel mogelijk te beperken. Een belasting op milieugrondslag, die meer op de specifieke milieu-aspecten van frisdranken zou zijn toegespitst, zou overigens een vervanging betekenen van een voor de desbetreffende bedrijfstak en de belastingdienst betrekkelijk eenvoudig te hanteren belasting door een veel gecompliceerder instrument. De heffing zou dan moeten worden toegesneden op de aard van de verpakking c.q. naar rato van de belasting van het milieu bij de produktie. Nog daargelaten de uitvoeringstechnische mogelijkheden en de vraag of een herschikking van de huidige budgettaire opbrengst op basis van deze elementen tot een evenwichtige uitkomst zou leiden, geldt dat de wetgever in het onderhavige geval heeft gekozen voor uitvoering van het milieubeleid via een convenant, omdat hij verwacht dat mede door de inspanningen van de industrie op deze wijze de beste resultaten zullen worden geboekt. Daarnaast geldt dat regelgeving wordt opgesteld ter implementatie van de op 13 december 1994 aangenomen Europese richtlijn inzake verpakking en verpakkingsafval, die ook gevolgen zou kunnen hebben voor de aard van de te gebruiken verpakkingssoorten. Volledigheidshalve wijs ik er nog op dat accijnzen op grond van Europese regels slechts kunnen worden geheven op minerale olie¨n, alcohol en alcoholische dranken en tabaksprodukten. Een milieubelasting als bedoeld in de vraag zou daarom een verbruiksbelasting zijn, waarvoor niet de geharmoniseerde accijnsregels gelden. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

