<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Hirsch BallinLeers (beiden CDA) over de handel in gedistilleerd (Ingezonden 25 november 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR1019
</item>
         <item attribuut="Inhoud">Het betreft de import op bestelling bij derden van maximaal 120 flessen wijn per persoon zonder dat hierover accijnzen worden geheven, waardoor een groeiende handel in gedestilleerd buiten het wettig gevestigde slijtersbedrijf om bestaat.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Belastingen (Accijnzen) Consument (Levensmiddelen) Handel en economie (Economische delicten) Handel en economie (Import)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Accijnzen Alcoholhoudende dranken Fraude Import</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 388, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Economische Zaken (EZ)</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Hirsch Ballin</persoon>
            <persoon partij="CDA">Leers</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-23</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-11-25</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR1019</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="789" allpagenumbers="789 790" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="388" onderwerp="" indiendatum="1994-11-25">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Hirsch Ballin</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Leers</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="23 januari 1995) 1, 3 en 4 Ja. In deze artikelen wordt gewag gemaakt van het voor handelsdoeleinden in Nederland brengen van wijn en gedistilleerd buiten de reguliere kanalen om, alsmede van het oneerlijke concurrentie-effect daarvan. Ook naar mijn oordeel is hier sprake van oneerlijke concurrentie. Deze is mede ongewenst vanuit oogpunt van het belang van het reguliere kanaal voor gedistilleerd en wijn gelet op de maatschappelijke gevolgen van alcoholmisbruik. Ook is deze oneerlijke concurrentie het gevolg van het misbruiken voor handelsdoeleinden van een regeling die is bedoeld voor particulieren. Deze regeling – in de beantwoording van vraag 2 kom ik hier uitgebreider op terug – voorziet namelijk in de mogelijkheid zonder administratieve verplichtingen en betaling van Nederlandse accijns deze goederen naar Nederland te brengen mits zij zijn bestemd voor eigen gebruik. In dit verband zij opgemerkt, dat wat in de artikelen wordt beschreven net zo als dat het geval zou zijn geweest voor het vervallen van de fiscale grenzen per 1 januari 1993 in Europa, als frauduleus kan worden gekwalificeerd. Op de signalen die van deze artikelen zijn uitgegaan heeft de douane onderzoek ingesteld. 2 Op grond van artikel 2c van de huidige Wet op de accijns is een natuurlijk persoon, die een accijnsgoed voor eigen gebruik, anders dan als ondernemer vanuit een andere Lid-Staat naar Nederland brengt geen accijns verschuldigd. De uitvoeringsregeling accijns noemt in artikel 3a als indicatief niveau voor wijn voor eigen gebruik een hoeveelheid van 90 liter, welke hoeveelheid nagenoeg overeenkomt met de in de vraagstelling gebezigde hoeveelheid van 120 flessen. Voor een grotere hoeveelheid dan de genoemde 90 liter meegebrachte wijn zal moeten worden aangetoond dat de wijn (voor gedistilleerd is dat een hoeveelheid van 10 liter) bestemd is voor particulier eigen gebruik. Waar dit niet kan worden aangetoond, wordt een commercieel doel aangenomen waarvoor over de totale hoeveelheid meegebrachte wijn accijns is verschuldigd in de Lid-Staat waar de wijn in de verbruikssfeer komt. De hiervoor aangehaalde wettelijke bepalingen vloeien voort uit de Europese regelgeving (de zogenaamde horizontale richtlijn), die toestaat dat particulieren voor eigen gebruik meer accijnsgoederen buiten Nederland kunnen aanschaffen zonder daarvoor Nederlandse accijns verschuldigd te worden dan voor 1993 het geval was. De in de vraag beschreven situatie (bestelling bij een derde) valt niet onder deze regeling. 5 De Drank- en Horecawet wordt gecontroleerd door de politie en de Inspectie voor de Drankwetgeving/Hoofdinspectie Gezondheidsbescherming. Hierin is geen verandering gekomen. De controle op de juiste naleving van de accijnswetgeving bij ondernemers (slijterijen, horecabedrijven, e.d.) berust bij de douane. Het toezicht op het vervoer en het voorhanden hebben van accijnsgoederen – ook door particulieren – is ingebed in de totale controletaak van de Belastingdienst/douane. De voorgenomen wijzigingen van de vestigingswetgeving, waaraan op 17 maart 1993 steun is gegeven door de vaste Kamercommissie voor het Midden- en Kleinbedrijf">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Economische Zaken">Wijers</antwoorder>
         <mede-antwoorder>de staatssecretaris van Financie¨n</mede-antwoorder>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="5">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Kent u de berichten over groeiende handel in gedistilleerd buiten het wettig gevestigde slijtersbedrijf om? <voetnoot nummer="1"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="2">Staat de inspectie der douane en accijnzen toe, dat op bestelling bij derden maximaal 120 flessen wijn per persoon worden geı¨mporteerd zonder dat hierover accijnzen worden geheven? </vraag>
      <vraag nummer="3">Levert dergelijke parallelhandel geen oneerlijke concurrentie op? </vraag>
      <vraag nummer="4">Erkent u het belang van vakkundige en beheersbare afzetkanalen voor gedistilleerd en wijn, gelet op de maatschappelijke gevolgen van alcoholmisbruik? </vraag>
      <vraag nummer="5">Heeft de Economische Controledienst de handhaving van de hierop gerichte wetgeving, in het bijzonder de vestigingswetgeving en de Drank- en Horecawet, gestaakt zonder de beslissing van de wetgever over het al dan niet herzien van deze wetgeving af te wachten? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" titel="Klare Taal">Zie het Slijtersvakblad van oktober 1994 en «Klare Taal» (officieel orgaan van de Verenigde Nederlandse Slijters en Wijnhandelaren) van oktober 1994</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="3">
      <antwoord nummer="1, 3 en 4">Ja. In deze artikelen wordt gewag gemaakt van het voor handelsdoeleinden in Nederland brengen van wijn en gedistilleerd buiten de reguliere kanalen om, alsmede van het oneerlijke concurrentie-effect daarvan. Ook naar mijn oordeel is hier sprake van oneerlijke concurrentie. Deze is mede ongewenst vanuit oogpunt van het belang van het reguliere kanaal voor gedistilleerd en wijn gelet op de maatschappelijke gevolgen van alcoholmisbruik. Ook is deze oneerlijke concurrentie het gevolg van het misbruiken voor handelsdoeleinden van een regeling die is bedoeld voor particulieren. Deze regeling – in de beantwoording van vraag 2 kom ik hier uitgebreider op terug – voorziet namelijk in de mogelijkheid zonder administratieve verplichtingen en betaling van Nederlandse accijns deze goederen naar Nederland te brengen mits zij zijn bestemd voor eigen gebruik. In dit verband zij opgemerkt, dat wat in de artikelen wordt beschreven net zo als dat het geval zou zijn geweest voor het vervallen van de fiscale grenzen per 1 januari 1993 in Europa, als frauduleus kan worden gekwalificeerd. Op de signalen die van deze artikelen zijn uitgegaan heeft de douane onderzoek ingesteld. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">Op grond van artikel 2c van de huidige Wet op de accijns is een natuurlijk persoon, die een accijnsgoed voor eigen gebruik, anders dan als ondernemer vanuit een andere Lid-Staat naar Nederland brengt geen accijns verschuldigd. De uitvoeringsregeling accijns noemt in artikel 3a als indicatief niveau voor wijn voor eigen gebruik een hoeveelheid van 90 liter, welke hoeveelheid nagenoeg overeenkomt met de in de vraagstelling gebezigde hoeveelheid van 120 flessen. Voor een grotere hoeveelheid dan de genoemde 90 liter meegebrachte wijn zal moeten worden aangetoond dat de wijn (voor gedistilleerd is dat een hoeveelheid van 10 liter) bestemd is voor particulier eigen gebruik. Waar dit niet kan worden aangetoond, wordt een commercieel doel aangenomen waarvoor over de totale hoeveelheid meegebrachte wijn accijns is verschuldigd in de Lid-Staat waar de wijn in de verbruikssfeer komt. De hiervoor aangehaalde wettelijke bepalingen vloeien voort uit de Europese regelgeving (de zogenaamde horizontale richtlijn), die toestaat dat particulieren voor eigen gebruik meer accijnsgoederen buiten Nederland kunnen aanschaffen zonder daarvoor Nederlandse accijns verschuldigd te worden dan voor 1993 het geval was. De in de vraag beschreven situatie (bestelling bij een derde) valt niet onder deze regeling. </antwoord>
      <antwoord nummer="5" voetnoot="1">De Drank- en Horecawet wordt gecontroleerd door de politie en de Inspectie voor de Drankwetgeving/Hoofdinspectie Gezondheidsbescherming. Hierin is geen verandering gekomen. De controle op de juiste naleving van de accijnswetgeving bij ondernemers (slijterijen, horecabedrijven, e.d.) berust bij de douane. Het toezicht op het vervoer en het voorhanden hebben van accijnsgoederen – ook door particulieren – is ingebed in de totale controletaak van de Belastingdienst/douane. De voorgenomen wijzigingen van de vestigingswetgeving, waaraan op 17 maart 1993 steun is gegeven door de vaste Kamercommissie voor het Midden- en Kleinbedrijf <voetnoot nummer="1"/>staan hier los van. Onderdeel daarvan is het voornemen tot afschaffen van de strafrechtelijke handhaving van de sociaal-economische vestigingseisen, hetgeen het Openbaar Ministerie en de Economische Controledienst heeft doen besluiten systematische opsporingsactiviteiten in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de vestigingswet te bee¨indigen. Dit heeft evenwel geen relatie met de problematiek die hier aan de orde is. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord">
         <noot nummer="1">Kamerstukken II 1993/94, 22 964, nr. 3</noot>
      </noten>
   </antwoorden>
</kvr>

