<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">De GraafScheltema-de Nie(beiden D66) over het gebruik van handboeien door particuliere beveiligingsmedewerkers (Ingezonden 8 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR1023
</item>
         <item attribuut="Rubriek">Criminaliteit en openbare orde (Particuliere bewakings- en beveiligingsdiensten) Staats- en bestuursrecht (Grondrechten)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Mensenrechten Particuliere beveiligingsdiensten</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 392, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Binnenlandse Zaken Justitie</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="D66">De Graaf</persoon>
            <persoon partij="D66">Scheltema-de Nie</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-23</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-08</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR1023</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="797" allpagenumbers="797 798" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="392" onderwerp="" indiendatum="1994-12-8">
         <vrager partij="D66" oorsprong="parlement">De Graaf</vrager>
         <vrager partij="D66" oorsprong="parlement">Scheltema-de Nie</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Justitie">Sorgdrager</antwoorder>
         <mede-antwoorder>de minister 23 januari 1995), zie ook aanhangsel Handelingen nr</mede-antwoorder>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1">Welke stappen hebt u ondernomen om gebruik van handboeien door anderen dan de politie te voorkomen? </vraag>
      <vraag nummer="2">Worden, behalve bij Vroom en Dreesman, ook bij andere bedrijven respectievelijk particuliere beveiligingsdiensten handboeien gebruikt? </vraag>
      <vraag nummer="3">Acht u de kans groot dat gebruik van handboeien door anderen dan de politie, altijd aan rechterlijke toetsing wordt onderworpen? </vraag>
      <vraag nummer="4">Acht u het niet verstandig, vanwege duidelijkheid en rechtszekerheid voor burgers, om «uiterst ongewenst» gebruik van handboeien door anderen dan de politie wettelijk te verbieden dan wel aan wettelijke voorwaarden te binden? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1">Zie Aanhangsel Handelingen nr. 167, Vergaderjaar 1994–1995</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="2">
      <antwoord nummer="1, 2 en 4" voetnoot="1">Zoals wij in antwoord op uw vragen van 27 september betreffende bovenvermeld onderwerp reeds aangaven, is het gebruik van handboeien door anderen dan de politie niet verboden. Niettemin achten wij een dergelijk gebruik in beginsel zeer ongewenst. Hooguit vinden wij dat particulieren in zeer uitzonderlijke gevallen bij aanhouding van een verdachte op heterdaad gebruik moeten kunnen maken van hulpmiddelen, zoals handboeien, mede om te voorkomen dat de aanhoudingsbevoegdheid van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering voor burgers in bepaalde gevallen illusoir wordt. Er bestaat geen registratie van personen of bedrijven die handboeien (doen) dragen. Branchevertegenwoordigende organisaties zijn tegen het gebruik van handboeien door particuliere beveiligers, met name met het oog op de (juridische) gevolgen van handboeiengebruik voor de beveiligingsmedewerker zelf, alsmede het – volgens hen te vermijden – repressieve imago van de branche dat daarvan het gevolg zal zijn. Ook binnen de beveiligingsbranche kent men geen gevallen van het dragen van handboeien door particuliere beveiligingsmedewerkers. Slechts van V&amp;D zijn ons plannen bekend om beveiligingsmedewerkers met handboeien te gaan uitrusten. V&amp;D heeft overigens aangetoond de uitrusting van haar beveiligingsmedewerkers met alle nodige zorg voor te bereiden, zowel op operationeel (scholing, instructies personeel) als beleidsmatig (overleg met politiekorpsen en het ministerie van justitie) niveau. Het is om deze redenen dat wij tot op heden geen maatregelen hebben getroffen om het gebruik van handboeien door particuliere beveiligingsorganisaties te verbieden of te voorkomen. Ten aanzien van particulieren achten wij dat ook niet nodig. Daarbij tekenen wij aan dat ons niet is gebleken van misbruik of andere ongewenste situaties die om dergelijke maatregelen vragen. Wij achten het bestaande wettelijke instrumentarium in combinatie met de mogelijkheid van rechterlijke toetsing achteraf vooralsnog voldoende om het particuliere gebruik van handboeien te controleren, respectievelijk te beheersen. Wij zijn voornemens het thans bij uw Kamer aanhangige wetsvoorstel Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus <voetnoot nummer="1"/>zodanig te wijzigen dat in beginsel het gebruik van handboeien niet is toegestaan en dat in of bij die wet de uitzonderlijke gevallen worden bepaald waarin dit wel kan. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Of rechterlijke toetsing daadwerkelijk gestalte krijgt, zal primair afhangen van het initiatief van degene die met het gebruik van handboeien door een medeburger wordt geconfronteerd c.q. zijn opvatting in de concrete situatie over de mate waarin dat gebruik al dan niet gerechtvaardigd was. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord">
         <noot nummer="1">Wetsvoorstel 23 478</noot>
      </noten>
   </antwoorden>
</kvr>

