<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Kalsbeek-Jasperse Scheltema-de NieKorthalsSoutendijk-van Appeldoorn (CDA) over een strafrechtelijke opsporingsaktie (Ingezonden 16 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">15Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR1035
</item>
         <item attribuut="Inhoud">Betreft het transport van grote hoeveelheden drugs naar Groot-Brittannië.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Criminaliteit en openbare orde (Drugsbestrijding) Strafrecht en strafprocesrecht (Opsporingsonderzoek)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Opsporingen Drugsbestrijding</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 404, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Justitie</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Kalsbeek-Jasperse</persoon>
            <persoon partij="CDA">Scheltema-de Nie</persoon>
            <persoon partij="CDA">Korthals</persoon>
            <persoon partij="CDA">Soutendijk-van Appeldoorn</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-25</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-16</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR1035</item>
         <item attribuut="Omvang">1 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="821" allpagenumbers="821" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="404" onderwerp="" indiendatum="1994-12-16">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Kalsbeek-Jasperse</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Scheltema-de Nie</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Korthals</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Soutendijk-van Appeldoorn</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1995-01-25">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Justitie">Sorgdrager</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="3">
      <vraag nummer="1">Kunt u alsnog antwoord geven op de vraag of «met medeweten van het vorig jaar opgeheven Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht in het kader van een strafrechtelijke opsporingsaktie grote hoeveelheden weed, xtc en amfetamine naar Groot-Brittannie¨ zijn vervoerd zonder dat de Engelse Politie of Justitie daarvan op de hoogte is gebracht»? 1 2 </vraag>
      <vraag nummer="2" voetnoot="1">Zijn de Britse Justitie en Politie nu wel of niet geı¨nformeerd terzake van de in vraag 1 en de eerdere vragen <voetnoot nummer="1"/>bedoelde aktie? </vraag>
      <vraag nummer="3">Ware het niet beter geweest – indien onvermijdelijk gegeven de aard van de zaak – aan te geven dat de eerdere vragen slechts vertrouwelijk konden worden beantwoord dan ze te beantwoorden op de wijze zoals nu is geschied? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1">Zie Aanhangsel Handelingen nr. 256</noot>
         <noot nummer="2">Beantwoord is een niet gestelde vraag, namelijk of onder verantwoordelijkheid van het IRT ... grote hoeveelheden .... </noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="2">
      <antwoord nummer="1 en 2">Het begrip medeweten kent verschillende gradaties, zoals zeker weten, redelijk vermoeden en vaag vermoeden. Van zeker weten of van feiten en omstandigheden die een redelijk vermoeden van schuld konden rechtvaardigen (artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering) was bij de door de vragenstellers bedoelde drugstransporten naar Groot-Brittannie¨ geen sprake. Wel beschikte het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht (hierna: IRT) over informatie die een vaag vermoeden opleverde. Deze informatie was echter van dien aard dat het onvoldoende was voor een verdenking ex artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. Aangezien het in de onderhavige gevallen dus ging om strafvorderlijk niet hanteerbare gegevens, zijn de Britse autoriteiten niet over deze mogelijke drugstransporten door het IRT of het openbaar ministerie op de hoogte gesteld. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">In mijn antwoord van 6 december 1994 op de vragen van de kamerleden Kalsbeek-Jasperse, Dittrich, Korthals en Soutendijk-van Appeldoorn van 26 oktober 1994 over een strafrechtelijke opsporingsactie heb ik de suggestie willen wegnemen die wordt gewekt in het kranteartikel in de Volkskrant van 21 oktober 1994 waarop de vragen waren gebaseerd. Deze suggestie is namelijk volstrekt onjuist. De suggestie houdt immers in dat onder verantwo´o´rdelijkheid van het in december 1993 opgeheven IRT in 1993 grote hoeveelheden weed, XTC en amfetamine naar Groot-Brittannie¨ zouden zijn vervoerd zonder de Britse Justitie of politie daarvan op de hoogte te stellen. Voor het overige heb ik er bewust voor gekozen geen nadere inhoudelijke informatie te verschaffen, teneinde te voorkomen dat daardoor een ree¨el gevaar voor de veiligheid van personen zou kunnen ontstaan. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

