<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="8">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van het lid Sterk (PvdA) over seksuele intimidatie in sport. (Ingezonden 27 februari 1996); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR2774
</item>
         <item attribuut="Rubriek">Vrijetijdsbesteding (Sport)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Ongewenste intimiteiten Sport</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1995-1996, nr. 823, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Volksgezondheid, Welzijn en Sport</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="PvdA">Sterk</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1996-03-22</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1996-02-27</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR2774</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1995–1996" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="1669" allpagenumbers="1669 1670" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1995–1996, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 1996"/>
      <vraagdata vraagnummer="823" onderwerp="" indiendatum="1996-02-27">
         <vrager partij="PvdA" oorsprong="parlement">Sterk</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1996-03-22">
         <antwoorder functie="staatssecretaris" ministerie="Volksgezondheid, Welzijn en Sport">Terpstra</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="8">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Hebt u kennisgenomen van het feit, dat drie sportvrouwen de moed hebben gehad de seksuele intimidatie die ze, naar hun zeggen, van hun coach hebben moeten verduren, openbaar te maken? <voetnoot nummer="1"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="2">Krijgt de afdeling Individuele begeleiding van NOC/NSF steeds meer signalen binnen over machtsmisbruik door trainers en coaches ten opzichte van pupillen? </vraag>
      <vraag nummer="3">Kunnen sportmensen in voldoende mate terecht bij sportbonden of -koepels in geval van seksuele intimidatie en/of machtsmisbruik door trainers/coaches? </vraag>
      <vraag nummer="4">Beschikken de bonden/koepels over voldoende know-how in deze? Wordt hieraan in de opleiding tot trainer/coach voldoende aandacht geschonken? </vraag>
      <vraag nummer="5">Zo neen, welke voornemens bestaan er om het beleid dienaangaande te verbeteren? </vraag>
      <vraag nummer="6">Verdient het geen aanbeveling om bonden op te roepen tot het opstellen van een gedragscode inzake seksuele intimidatie? </vraag>
      <vraag nummer="7">Bent u bereid in overleg met NOC/NSF c.q. de bonden te komen tot nadere vormgeving van een dergelijke gedragscode? </vraag>
      <vraag nummer="8">Wilt u de Kamer hierover zo mogelijk berichten? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" datum="1996-02-23" bron="De Volkskrant dd">De Volkskrant dd, 23 februari 1996</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="8">
      <antwoord nummer="1">Ja, daar heb ik kennis van genomen. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">De individuele begeleiding zoals NOC*NSF deze aanbiedt aan 1000 (aankomende) topsporters is een systeem waarbij de sporter een nauw contact opbouwt met een individuele consulent. Via dit kanaal zijn meer signalen over machtsmisbruik naar voren gekomen, dan alleen die van de judoka’s. Aangezien deze informatie vertrouwelijk wordt behandeld kan en wil ik geen concrete aantallen noemen. In ieder geval blijkt de individuele begeleiding voor de topsporters de mogelijkheid te bieden om misbruik bespreekbaar te maken. Van de vertrouwenscommissie die ook door de sportkoepel ingesteld is wordt niet of nauwelijks gebruik gemaakt. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Laat ik voorop stellen dat seksuele intimidatie niet alleen in de topsport kan voorkomen, maar op alle niveaus in de sportsector. Bovendien is het niet iets dat alleen aan de sportsector is voorbehouden, het is een breed maatschappelijk probleem. Dat neemt niet weg dat ook de sportsector dit probleem serieus moet nemen. En dat nu ook doet. De drie betrokken judoka’s, die met het naar buiten treden de discussie over seksuele intimidatie actueel hebben gemaakt verdienen daarvoor een groot compliment, aangezien een dergelijk initiatief niet zonder risico’s voor betrokkenen is. Zoals in antwoord op vraag 2 gezegd blijkt het systeem van individuele begeleiding voor topsporters een goed kanaal te zijn. Voor de breedtesport is de situatie niet zo eenduidig. Er zijn sportbonden met een vertrouwenscommissie, maar dit lijkt niet altijd het juiste middel om seksuele intimidatie of machtsmisbruik bespreekbaar te maken. De sportsector heeft aangegeven een discussie te willen starten over de wijze waarop het bespreekbaar maken van dit thema het beste geregeld kan worden voor sporters van elk niveau. Gedacht wordt aan maatregelen ter voorkoming van ongewenste intimiteiten en afspraken voor behandeling van klachten op dit gebied; zoals het opstellen van protocollen en gedragscodes, de aanpassing van opleidingen en bondsreglementen of het instellen van een telefonisch meldpunt. De plannen die met betrekking tot de jeugdzorg en de zorg voor verstandelijk gehandicapten zijn ontwikkeld kan ik hierbij als voorbeeld naar voren brengen. Want omdat het probleem van seksuele intimidatie niet iets is dat alleen in de sportsector voorkomt vind ik het goed dat gekeken wordt wat er in andere sectoren reeds gedaan is. Als na overleg besloten wordt tot ontwikkeling van e´e´n of meerdere instrumenten, dan laat ik de uitwerking graag aan de sportsector over. Ik zal de sportsector hierbij ondersteunen. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Ik heb geen inzicht in de kennis die de landelijke sportbonden/koepels op dit gebied hebben, per bond zullen er verschillen zijn. Naar aanleiding van de actie die de sportsector gaat ondernemen, zullen eventuele hiaten in kennis kunnen verdwijnen. Zoals gezegd zal ik tevens de aandacht die aan dit thema in de opleidingen besteed moet worden in de discussie met de sportsector bespreken. Bij een aantal sportbonden en in de ALO- en CIOS-opleidingen is dit thema reeds opgenomen in het lesprogramma. </antwoord>
      <antwoord nummer="5">Zie antwoord op vraag 3 en 4. </antwoord>
      <antwoord nummer="6">De Nederlandse Federatie van Werkers in de sport is e´e´n van de organisaties die heeft aangegeven een gedragscode op te willen stellen. De bij hen aangesloten trainers en coaches staan positief tegenover een gedragscode. De code zou bovendien meer onderwerpen kunnen bevatten, die in de relatie tussen sporter en begeleider een rol kunnen spelen, dan alleen de seksuele intimidatie. </antwoord>
      <antwoord nummer="7">Ja. </antwoord>
      <antwoord nummer="8">Ik zal u over de ontwikkelingen blijven informeren. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

