<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van het lid Van der Hoeven (CDA) over kermisverordeningen. (Ingezonden 21 mei 1996); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">14Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR3216
</item>
         <item attribuut="Inhoud">Vragen naar aanleiding van het artikel 'Openbaarheid van bestuur dient ook bij kermisverpachtingen te gelden?' in Nieuws van de Nationale Bond van Kermisbedrijfshouders van 7 mei 1996.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Bedrijfsleven en industrie (Overig) Staats- en bestuursrecht (Overig) Vrijetijdsbesteding (Overig)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Openbaarheid van bestuur Pacht Recreatie</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1995-1996, nr. 1256, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Binnenlandse Zaken</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Van der Hoeven</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1996-06-06</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1996-05-21</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR3216</item>
         <item attribuut="Omvang">1 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1995–1996" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="2553" allpagenumbers="2553" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1995–1996, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 1996"/>
      <vraagdata vraagnummer="1256" onderwerp="" indiendatum="1996-05-21">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Van der Hoeven</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1996-06-6">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Binnenlandse Zaken">Dijkstal</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="3">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Kent u het artikel «’Openbaarheid van bestuur’ dient ook bij kermisverpachtingen te gelden»? <voetnoot nummer="1"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="2">Deelt u de mening van de BOVAK, dat kermisverordeningen met een zgn. gesloten systeem van kermisverpachting onwenselijk c.q. in strijd met de WOB zijn? Zo neen, waarom niet? </vraag>
      <vraag nummer="3">Zo ja, welke stappen overweegt u om het gebruik van openbare systemen te bevorderen? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1">In: Nieuws van de Nationale Bond van Kermisbedrijfshouders (BOVAK), 7 mei 1996. BOVAK = Nationale Bond van Kermisbedrijfshouders WOB = Wet Openbaarheid (van) Bestuur</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="2">
      <antwoord nummer="1">Naar aanleiding van deze vraag heb ik van dit artikel kennis genomen. </antwoord>
      <antwoord nummer="2 en 3">In het desbetreffende artikel keert de BOVAK zich tegen procedures voor waarbij niet per definitie wordt gegund aan de hoogste inschrijver na openbare voorlezing van de inschrijvingen. Ik heb tegen dergelijke procedures geen bezwaren. Het staat gemeenten vrij te bepalen op welke gronden zij plaatsen willen gunnen. Andere overwegingen dan de hoogste inschrijving kunnen bij de beslissing een legitieme rol spelen. Wel dienen gemeenten de beslissing tot gunning zorgvuldig te nemen. Zo moeten de beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen. Dit betekent onder meer dat gemeenten voldoende zullen moeten kunnen motiveren waarom een plaats aan de ene exploitant wel en aan de andere niet is gegund. Ik heb overigens geen aanleiding te veronderstellen dat de gemeenten beslissingen tot gunning van kermisstandplaatsen onzorgvuldig nemen. De zogenaamde gesloten inschrijving is niet in strijd met de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Wob bepaalt dat documenten die onder een overheidsorgaan berusten in beginsel openbaar zijn. De Wob ziet niet op de wijze waarop gemeenten opdrachten gunnen. Wel zullen op grond van de Wob de stukken die betrekking hebben op de gunning desgevraagd openbaar moeten worden gemaakt, tenzij dit kan worden geweigerd op e´e´n van de uitzonderingsgronden van de Wob. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

