<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="4">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">de houding van de Verenigde Staten ten opzichte van het Nederlandse Drugsbeleid; Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR939
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen de voorlichting over het Nederlandse drugsbeleid, naar aanleiding van passages daarover in een document van het US Department of Justice 'How to hold your own in a drug legalization debate'.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Criminaliteit en openbare orde (Drugsbestrijding) Internationale betrekkingen (Overig)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Drugsbestrijding Softdrugs Verenigde Staten</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 312, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Buitenlandse Zaken</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="D66">De Graaf</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-11-04</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR939</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="631" allpagenumbers="631 632" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="312" onderwerp="" indiendatum="1994-11-4">
         <vrager partij="D66" oorsprong="parlement">De Graaf</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="23 december 1994), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 229, Vergaderjaar 1994–1995">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Buitenlandse Zaken">Van Mierlo</antwoorder>
         <mede-antwoorder>de minister van Justitie</mede-antwoorder>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Hebt u kennis genomen van de handleiding getiteld «How to hold your own in a drug legalization debate» van de Drug Enforcement Administration <voetnoot nummer="1"/>, die recentelijk is gepubliceerd als officieel document van het U.S. Department of Justice? </vraag>
      <vraag nummer="2">Meent u dat in deze handleiding (vide in het bijzonder p. 22) een juiste en objectieve weergave van het Nederlandse drugsbeleid staat? </vraag>
      <vraag nummer="3">Zo neen, bent u voornemens uw bezwaren langs diplomatieke of politieke weg kenbaar te maken aan de Amerikaanse regering? </vraag>
      <vraag nummer="4">Welke actie kunt u ondernemen, opdat in het buitenland een juist en objectief beeld ontstaat van het drugsgebruik en het drugsbeleid in Nederland? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1">Is ondershands aan de regering doorgezonden</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="4">
      <antwoord nummer="1">Ja. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">In de handleiding wordt op de pagina’s 22 en 24 informatie over Nederland verstrekt. Deze informatie is niet altijd juist. Onjuist zijn de mededelingen op pagina 22, dat de Nederlandse wet personen zou beschermen tegen vervolging van feiten die wel strafbaar zijn, in het bijzonder de kleinhandel in marihuana en hashish, en dat de politie opdracht zou hebben niet op te treden tegen straathandel in welke drugs dan ook. In Nederland geldt v.w.b. de vervolging van strafbare feiten het opportuniteitsprincipe, terwijl in veel andere landen het legaliteitsprincipe wordt gehanteerd. Op basis van dit beginsel zijn er richtlijnen vastgesteld voor de opsporing en vervolging van onder andere de kleinhandel in hennepproducten en geringe hoeveelheden drugs bestemd voor eigen gebruik. Apert onjuist is dat de politie niet tegen straathandel van drugs zou mogen optreden. In veel gemeenten is juist de opsporing en vervolging van straathandelaren, mede in verband met de door hen veroorzaakte overlast, tot prioriteit benoemd en is met het oog daarop bijvoorbeeld ook celcapaciteit gereserveerd. Onjuist is tevens de mededeling dat 3,3% van de Rotterdamse bevolking van 15 jaar en ouder thans cocaı¨ne gebruikt. In werkelijkheid antwoordde volgens een in opdracht van de Rotterdamse gemeenteraad uitgevoerde enqueˆte 3,3% van de Rotterdammers van 15 tot 19 jaar bevestigend op de vraag naar cocaı¨negebruik. Onder dit percentage vallen dus ook de ex-gebruikers; een extrapolatie van dit gegeven naar de gehele Rotterdamse bevolking is bovendien niet verantwoord. De overige gegevens zijn weliswaar niet onjuist, maar – ontdaan van de context – gemakkelijk verkeerd te interpreteren. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">De handleiding is geen officieel beleidsdocument. Zij wordt door de Drug Enforcement Administration (DEA) gebruikt om medewerkers en overige belangstellenden te voorzien van argumenten tegen legalisering van drugs, en is derhalve eenzijdig. De Amerikaanse autoriteiten zal ik op de onjuiste weergave van het Nederlandse drugsbeleid wijzen. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Informatie over alle aspecten van het Nederlandse drugsbeleid is vervat in een in vier talen uitgebrachte notitie die in samenwerking met de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie tot stand is gekomen en over de hele wereld wordt verspreid. Daarnaast worden buitenlandse delegaties en vertegenwoordigers van de buitenlandse media, op hun verzoek, steeds uitgebreid te woord gestaan door de met het drugsbeleid belaste Nederlandse autoriteiten. Als recent voorbeeld moge dienen de tweedaagse ontvangst van een Franse delegatie onder leiding van oud-premier Mauroy. Dat de voorlichting effect kan hebben, blijkt uit de bijgevoegde weergave van het Nederlandse drugsbeleid in de 1994-editie van het International Narcotics Control Strategy Report van het Bureau of International Narcotics Matters dat ressorteert onder het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord">
         <noot nummer="1"/>
         <noot nummer="1">Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie</noot>
      </noten>
   </antwoorden>
</kvr>

