<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="5">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van de leden Van der Hoeven, Bijleveld-Schouten en Wolters (allen CDA) over het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 (Ingezonden 8 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR941
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen de termijn die de Sociale Verzekeringsbank hanteert bij aanvragen tot vrijstelling van de verzekeringsplicht AOW-AWW-AKW-AAW.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Sociale zekerheid (Overig)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Volksverzekeringen</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 314, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Sociale Zaken en Werkgelegenheid</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Van der Hoeven</persoon>
            <persoon partij="CDA">Bijleveld-Schouten</persoon>
            <persoon partij="CDA">Wolters</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1994-12-27</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-08</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR941</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="635" allpagenumbers="635 636" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="314" onderwerp="" indiendatum="1994-12-8">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Van der Hoeven</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Bijleveld-Schouten</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Wolters</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1994-12-27">
         <antwoorder functie="staatssecretaris" ministerie="Sociale Zaken en Werkgelegenheid">Linschoten</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="5">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Hanteert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bij de beoordeling van beroepen op de in artikel 39 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 (KB 164) <voetnoot nummer="1"/>omschreven terugwerkende kracht bij aanvragen tot vrijstelling van de verzekeringsplicht AOW-AWW-AKW-AAW een buitenwettelijke voorwaarde, namelijk een aanvraagtermijn van e´e´n jaar? </vraag>
      <vraag nummer="2">Hebben zowel de Arrondissementsrechtbank als de Centrale Raad van Beroep reeds meermalen uitgesproken, dat het hanteren door de SVB van een niet vooraf kenbare termijn van e´e´n jaar voor het indienen van verzoeken om vrijstelling, een niet op het genoemde KB of enige andere wettelijke bevoegdheid berustende beknotting van rechten inhoudt, zulks ook in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel? </vraag>
      <vraag nummer="3">Heeft genoemde handelwijze van de SVB ook naar uw mening geen wettelijke basis? </vraag>
      <vraag nummer="4">Wat bent u voornemens te doen teneinde te bevorderen dat aan artikel 39 van het KB 164 een correcte uitvoering wordt gegeven, zoals door de wetgever bedoeld en beschreven? </vraag>
      <vraag nummer="5">Wanneer kan de Kamer de aanpassing van het KB 164 tegemoet zien? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1">Staatsblad 1989, nr. 164</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="5">
      <antwoord nummer="1">Het is juist dat de Sociale Verzekeringsbank zich aanvankelijk op het standpunt heeft gesteld dat een verzoek om vrijstelling van de verzekering volksverzekeringen moest worden gedaan binnen een redelijke termijn na inwerkingtreding van KB 164, teneinde ongewenste risicoselectie te voorkomen. Als redelijke termijn is een termijn van e´e´n jaar gehanteerd. Hiermee is aansluiting gezocht bij de andere overgangsbepalingen van KB 164. </antwoord>
      <antwoord nummer="2" voetnoot="1">Diverse arrondissementsrechtbanken hebben geoordeeld dat voor de door de SVB gehanteerde aanvraagtermijn geen aanknopingspunt in het KB 164 te vinden is. De Centrale Raad van Beroep heeft zich hierbij aangesloten en voor het eerst in de uitspraak van 27 juli 1994 (AOW 1992/106, 107, 110, 111 en AOW 1993/1 en 31, bijgevoegd) <voetnoot nummer="1"/>geoordeeld dat een niet vooraf kenbaar gemaakte aanmeldingstermijn van e´e´n jaar een niet op het koninklijk besluit of enige andere wettelijke bevoegdheid berustende essentie¨le beknotting van rechten inhoudt die ook overigens in strijd is met het rechtszekerheids- beginsel. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">De SVB heeft destijds na overleg met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeend dat er voldoende redenen waren om, gelet op de voorgeschiedenis van artikel 39 en ter voorkoming van ongewenste risicoselectie, de terugwerkende kracht te beperken door het stellen van een aanmeldingstermijn. Dit departement kon zich destijds in het oordeel van de SVB vinden. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Bovengenoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep heeft tot gevolg dat de SVB alsnog terugwerkende kracht zal verlenen aan vrijstellingen, indien betrokkene op 1 juli 1989 aan de voorwaarden voor vrijstelling voldeed, ook al zijn of worden verzoeken daartoe ver na 1 juli 1990 ingediend. De SVB zal zich aan de uitspraak conformeren. </antwoord>
      <antwoord nummer="5" voetnoot="2">Bij brief van 25 juni 1992 heeft de toenmalige staatssecretaris, mevrouw Ter Veld, mede namens haar ambtgenoot, de staatssecretaris van WVC (nu: VWS), aan de SVr verzocht om te adviseren over de vraag hoe de verzekeringspositie van postactieven die in het buitenland wonen, zou moeten worden geregeld. Daarop heeft de Ziekenfondsraad op 26 november 1992 en op 9 september 1993 de SVr advies uitgebracht. Deze adviezen zullen worden betrokken bij de herbezinning op KB 164. Bij de behandeling van de grensarbeidersproblematiek in het op 13 april 1994 gevoerde mondeling overleg tussen de vorige staatssecretaris, de heer Wallage, en de Kamer is toegezegd dat de Kamer vo´o´r het eind van 1994 een notitie over de ingewikkelde materie waar het bij KB 164 om gaat, zou ontvangen. <voetnoot nummer="2"/>De oorspronkelijke toezegging dat een notitie nog vo´o´r eind 1994 aan de Kamer zou worden voorgelegd, zal niet meer haalbaar zijn. De vertraging ten opzichte van die planning is veroorzaakt door prioriteitsstelling en door de complexiteit van de materie. Er wordt naar gestreefd om de toegezegde notitie in de loop van het tweede kwartaal 1995 aan de Kamer voor te leggen. Aan de hand van deze notitie kan desgewenst een gedachtenwisseling plaatsvinden over de inrichting van KB 164. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord">
         <noot nummer="1">Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie</noot>
         <noot nummer="2">Kamerstukken II, 1993/1994, 23 400 XV, nr. 41, pp. 6, 7 en 8</noot>
      </noten>
   </antwoorden>
</kvr>

