<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van het lid Apostolou (PvdA) over de regeling machtiging tot voorlopig verblijf (Ingezonden 25 november 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR942
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen de regeling tot aanvraag van de machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) door vreemdelingen die al langere tijd in Nederland wonen.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Vreemdelingenrecht)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Vluchtelingen Vreemdelingen</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 315, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Justitie</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="PvdA">Apostolou</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1994-12-27</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-11-25</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR942</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="637" allpagenumbers="637 638" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="315" onderwerp="" indiendatum="1994-11-25">
         <vrager partij="PvdA" oorsprong="parlement">Apostolou</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1994-12-27">
         <antwoorder functie="staatssecretaris" ministerie="Justitie">Schmitz</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="6">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Kent u de uitspraken van de rechtbanken in Amsterdam en Den Haag over de regeling, dat de machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het land van herkomst dient te worden aangevraagd? <voetnoot nummer="1"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="2">Welke consequenties verbindt u aan deze rechterlijke uitspraken voor uw beleid ten aanzien van de MVV? </vraag>
      <vraag nummer="3">Deelt u de mening dat het onredelijk is van vreemdelingen die een reeks van jaren een geldige verblijfsvergunning hebben gehad, maar deze niet binnen de daartoe geldende termijn hebben verlengd, te verlangen naar het land van herkomst te reizen om een aanvraag voor een MVV in te dienen? Kan voor deze nalatigheid niet een gewone sanctie worden opgelegd? </vraag>
      <vraag nummer="4">Gaat deze handelwijze bovendien niet voorbij aan de bedoeling van de MVV, namelijk de toelating van vreemdelingen voor een verblijf langer dan drie maanden? </vraag>
      <vraag nummer="5">Bent u bereid een differentiatie aan te brengen in de regeling voor de aanvraag van een MVV, tussen enerzijds vreemdelingen die uit het buitenland naar Nederland komen, anderzijds vreemdelingen die reeds langere tijd in Nederland wonen en voor vreemdelingen die de verblijfsvergunning door nalatigheid niet tijdig hebben verlengd? </vraag>
      <vraag nummer="6">Zo ja, wilt u dit onderscheid in de Vreemdelingencirculaire aanbrengen? Zo neen, waarom niet? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" titel="zonder enig nader onderzoek">NRC/Handelsblad, 21 november 1994. Volgens de Haagse Rechtbank is de handelwijze van Justitie onredelijk omdat alle vreemdelingen die niet in het bezit van een MVV zijn, automatisch «zonder enig nader onderzoek» naar het land van herkomst worden teruggezonden om daar een MVV aan te vragen</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="2">
      <antwoord nummer="1 en 2" voetnoot="1">Ja. Het betreft twee uitspraken over langdurig «witte» illegalen, die na 1 april 1994 een aanvraag om toelating hebben ingediend. Ik heb op 17 november 1994 de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State, die daarom had verzocht, ingelicht over het beleid inzake langdurig in Nederland verblijvende illegalen. Een kopie van die brief gaat hierbij <voetnoot nummer="1"/>. In deze brief heb ik aangegeven dat de tot nu toe in het individuele geval gehanteerde aandachtspunten zullen worden omgezet in objectieve toetsingscriteria. Deze criteria zullen worden opgenomen in de Vreemdelingencirculaire 1994. Indien wordt aangetoond dat aan de criteria wordt voldaan, wordt verblijf in Nederland toegestaan. Het mvv-vereiste wordt in die gevallen niet tegengeworpen. </antwoord>
      <antwoord nummer="3, 4, 5 en 6">Ik heb inmiddels, mede naar aanleiding van de aangehaalde uitspraken van de Vreemdelingenkamer, besloten bepaalde groepen vreemdelingen alsnog vrij te stellen van het mvv-vereiste. Naast de in het antwoord op de vragen 1 en 2 bedoelde vreemdelingen gaat het om de volgende groepen: a. vreemdelingen die voor 1 april 1994 ingeschreven stonden in de Gemeentelijke Basisadministratie, en na 1 april 1994 een aanvraag om toelating doen. Zij moeten aantonen dat zij na 1 april 1994 onafgebroken in Nederland hebben verbleven. b. vreemdelingen die houder zijn van een verblijfstitel (b.v. studie) en wijziging willen van het verblijfsdoel (b.v. vergunning tot verblijf voor verblijf bij echtgenoot in geval van een huwelijk). c. vreemdelingen, die werkzaam zijn (geweest) op een Nederlands schip, boorplatform of in het internationaal wegtransport, zoals bedoeld in de Vreemdelingencirculaire 1994, B11/6.4. d. vreemdelingen, die op 1 april 1994 in het bezit waren van een verblijfstitel, en niet tijdig hebben verzocht om verlenging van de geldigheidsduur dan wel wijziging van het verblijfsdoel. Voorts zal in die gevallen dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste kennelijk onevenredig hard is, ontheffing van die verplichting worden verleend. De Vreemdelingencirculaire 1994 zal zo spoedig mogelijk in deze zin worden gewijzigd. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord">
         <noot nummer="1">Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie</noot>
      </noten>
   </antwoorden>
</kvr>

