<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van de leden Van der Hoeven, Bijleveld-Schouten, Wolters (allen CDA) over het Nederlands-Duitse belastingverdrag (Ingezonden 9 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">17Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR947
</item>
         <item attribuut="Rubriek">Belastingen (Belastingverdragen)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Belastingverdragen Duitsland</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 320, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Financiën</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Van der Hoeven</persoon>
            <persoon partij="CDA">Bijleveld-Schouten</persoon>
            <persoon partij="CDA">Wolters</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1994-12-28</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-09</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR947</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="649" allpagenumbers="649 650" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="320" onderwerp="" indiendatum="1994-12-9">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Van der Hoeven</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Bijleveld-Schouten</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Wolters</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1994-12-28">
         <antwoorder functie="staatssecretaris" ministerie="Financie¨n">Vermeend</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Kent u de recente Duitse publikatie <voetnoot nummer="1"/>als zouden er onderhandelingen plaatsvinden over het Nederlands-Duitse belastingverdrag? </vraag>
      <vraag nummer="2">Wat zijn de precieze voornemens omtrent het Nederlands-Duitse belastingverdrag? </vraag>
      <vraag nummer="3">Deelt u de mening, dat het voorhanden zijn van fiscaal voorlichtingsmateriaal voor grensarbeiders (Nederland-Duitsland) absoluut noodzakelijk is? </vraag>
      <vraag nummer="4">Bent u bereid te bevorderen, dat dit fiscaal voorlichtingsmateriaal ten behoeve van de in Duitsland werkende grensarbeiders ontwikkeld wordt op dezelfde wijze zoals ten aanzien van de sociale zekerheid? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" datum="1994-11-25" bron="De Aachener Volkszeitung">De Aachener Volkszeitung, 25 november 1994</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="2">
      <antwoord nummer="1 en 2" voetnoot="1">Ja, ik ken de recente Duitse publikatie in de Aachener Volkszeitung van 25 november jl. waarin wordt vermeld dat ondanks alle «Dementis» tussen Nederland en Duitsland onderhandelingen plaatsvinden over de herziening van het bestaande belastingverdrag. Wat betreft de in dit bericht gemaakte (en niet op de waarheid berustende) toespeling op mogelijke onenigheid tussen Nederland en Duitsland zij vermeld dat in een eerder bericht in deze krant eveneens ten onrechte werd vermeld dat het Nederlands-Duitse belastingverdrag door Nederland zou zijn opgezegd. Van Nederlandse zijde is op deze berichtgeving gereageerd bij persbericht van 23 september 1994 waarin is verklaard dat Nederland het belastingverdrag niet heeft opgezegd en dat noch van Nederlandse noch van Duitse zijde voornemens ter zake bestaan. Dat over de herziening van het Nederlands-Duitse belastingverdrag wordt onderhandeld is overigens geen nieuwsfeit. Aan deze onderhandelingen, die reeds sedert het einde van de jaren zeventig lopen, is reeds in diverse publikaties aandacht besteed. In dit verband zij bij voorbeeld gewezen op het jaarlijkse overzicht van de lopende verdragsonderhandelingen dat is opgenomen in artikel IXB van de Rijksbegroting en het persbericht dat Financie¨n daarover rond de derde dinsdag van september uitgeeft. Voorts wordt door de minister van Buitenlandse Zaken vier keer per jaar een lijst van alle in onderhandeling zijnde verdragen aangeboden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, waarin ook de herziening van het Nederlands-Duitse belastingverdrag wordt vermeld. In de tussenliggende periode is in bepaalde lacunes in het verdrag voorzien via de in 1980 en in 1991 gesloten aanvullende protocollen inzake grensarbeiders en hypothecaire interest. Voorts zij bedacht dat eventuele problemen of interpretatieverschillen met betrekking tot de toepassing van het Nederlands-Duitse verdrag op grond van de in dit verdrag aan de bevoegde autoriteiten geboden mogelijkheid om in onderling te treden via overlegprocedures tot een oplossing kunnen worden gebracht. In verband hiermee en in het licht van zowel de ontwikkelingen binnen de Europese Unie op het punt van de belastingheffing van deelnemingsdividenden en de belastingheffing van arbeidsinkomsten in grensoverschrijdende situaties als nationale ontwikkelingen (bij voorbeeld de Duitse hereniging) is aan deze onderhandelingen noch in Nederland noch in Duitsland de afgelopen jaren een hoge prioriteit gegeven. Niettemin zijn wij van mening dat een voortzetting van de onderhandelingen over de actualisering van het Nederlands-Duitse belastingverdrag, dat reeds dateert van 16 juni 1959, wenselijk is. Wellicht dat een voortzetting van deze besprekingen in de loop van 1995 zal kunnen plaatsvinden. Wat de inzet van de onderhandelingen betreft zij vermeld dat aan Nederlandse zijde het Nederlandse Standaardverdrag <voetnoot nummer="1"/>het uitgangspunt voor deze besprekingen vormt en daarnaast zal worden gestreefd naar een evenwichtige oplossing voor het dilemma van enerzijds de gelijke behandeling van de grensarbeiders in de werkstaat en anderzijds de gelijke behandeling in de woonstaat. </antwoord>
      <antwoord nummer="3 en 4">Ik deel de mening van de vragenstellers dat het voorhanden zijn van fiscaal voorlichtingsmaterieel voor Nederlands-Duitse grensarbeiders wenselijk is. Op dit punt zij vermeld dat de in Nederland wonende grensarbeiders die in Duitsland werken via hun werkgever of het ter zake van de loonbelasting over hun salaris bevoegde Duitse Finanzamt de beschikking kunnen krijgen over een tweetal uitvoeringsformulieren (form. L St 18 (NL) en form. L St 1A (NL)), die zijn opgesteld om op basis daarvan de voordelen van eerdergenoemd in 1980 tussen Nederland en Duitsland overeengekomen grensarbeidersprotocol te kunnen genieten. Op deze door bedoelde grensarbeiders in te vullen formulieren wordt een uitgebreide toelichting gegeven, het zogenoemde «Merkblatt fu¨r beschra¨nkt einkommensteuerpflichtige Grenzga¨nger aus den Niederlanden». Aangezien bij mijn ministerie nauwelijks vragen op fiscaal terrein binnenkomen van deze grensarbeiders lijkt te kunnen worden geconcludeerd dat de toelichting op de Duitse uitvoeringsformulieren in de praktijk weinig vragen oproept. Fiscaal voorlichtingsmateriaal ten behoeve van de in Duitsland werkende grensarbeiders overeenkomstig het voor de sociale zekerheid uitgegeven voorlichtingsmateriaal (ik neem aan dat hiermee gedoeld wordt op uitgaven als bij voorbeeld de door Euregio uitgegeven brochure «De Duitse en Nederlandse Sociale Verzekeringen; Een vergelijkend overzicht» en de door de Stichting Bureau voor Duitse Zaken uitgegeven brochure «De Sociale Verzekering van in Nederland wonende werknemers die in de Bondsrepubliek Duitsland werkzaam zijn») is echter niet voorhanden. Wel zijn over de fiscale aspecten van grensoverschrijdende arbeid in ons land enkele commercie¨le uitgaven verschenen. Van Duitse zijde heb ik vernomen dat men aldaar heeft overwogen wat uitgebreider voorlichtingsmateriaal te maken, maar dat men dat voornemen in verband met ontwikkelingen in nationaal en internationaal verband nog heeft aangehouden totdat op dat gebied meer duidelijkheid zou zijn ontstaan. Omdat de gedane suggestie me zeker aanspreekt ben ik gaarne bereid te bevorderen dat, indien Duitsland desgevraagd bereid is een bijdrage te leveren waar het gaat om informatie over de Duitse wetgeving, het door de vragenstellers bedoelde voorlichtingsmateriaal zal worden vervaardigd. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord">
         <noot nummer="1">Kamerstukken II 1987/88, nr. 20 365</noot>
      </noten>
   </antwoorden>
</kvr>

