<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="4">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van de leden Remkes en Van Hoof (beiden VVD) over taxivergunningen (Ingezonden 8 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">17Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR951
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen uitheringsfraude bij Amsterdamse taxi-loondienstbedrijven en het verpachten van taxivergunningen.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Sociale zekerheid (Misbruik sociale zekerheid) Verkeer, vervoer en waterstaat (Personenvervoer)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Chauffeurs Misbruik sociale verzekeringen Taxi's</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 324, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Verkeer en Waterstaat</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="VVD">Remkes</persoon>
            <persoon partij="VVD">Van Hoof</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1994-12-28</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-08</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR951</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="657" allpagenumbers="657 658" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="324" onderwerp="" indiendatum="1994-12-8">
         <vrager partij="VVD" oorsprong="parlement">Remkes</vrager>
         <vrager partij="VVD" oorsprong="parlement">Van Hoof</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1994-12-28">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Verkeer en Waterstaat">Jorritsma-Lebbink</antwoorder>
         <mede-antwoorder>de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid</mede-antwoorder>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Kent u het artikel: «Miljoenenfraude in de Taxiwereld»? <voetnoot nummer="1"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="2">Zijn er werknemers van taxibedrijven die ook een uitkering hebben genoten? Zo ja, hoeveel werknemers? Welke maatregelen gaat u nemen om dit te voorkomen? </vraag>
      <vraag nummer="3">Zijn er vergunninghouders van taxibedrijven die hun vergunning verpachten? Zo ja, hoeveel vergunninghouders? </vraag>
      <vraag nummer="4">Is het wettelijk toegestaan taxivergunningen te verpachten? Zo neen, welke maatregelen gaat u, in overleg met de vergunningverlenende instanties (provincies), nemen om dit te voorkomen? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" datum="1994-12-6" bron="Telegraaf">Telegraaf, 6 december 1994</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="4">
      <antwoord nummer="1">Ja. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">Ja. Uit het nog vertrouwelijke evaluatie-rapport van het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam (RIF) Amsterdam blijkt dat veel werknemers ook een uitkering hebben. Dit rapport is een tussenrapportage; het onderzoek is nog gaande. De definitieve resultaten worden medio januari 1995 verwacht. Het RIF heeft 20 Amsterdamse taxi-loondienst-bedrijven onderzocht op werkgevers- en werknemersfraude op basis van een algemene branche-verdenking. Op een totaal van ca. 3000 personen die gedurende kortere of langere tijd een arbeidsverband met de taxi-branche hebben onderhouden, had een aantal van 1231 personen (40%) tevens een uitkeringsrelatie. Hierbij dient te worden aangetekend, dat deze relaties niet noodzakelijk op fraude wijzen: het hebben van een uitkering naast het rijden op een taxi is niet noodzakelijkerwijs onrechtmatig. Door de GSD zijn van de 380 relaties (het gelijktijdig hebben van een chauffeursvergunning en het genieten van een uitkering) er inmiddels 310 onderzocht. In 138 gevallen is daarbij fraude geconstateerd, 55 uitkeringen zijn in dit kader bee¨indigd. In 13 gevallen volgt strafrechtelijke vervolging. De overige gevallen worden administratief afgehandeld. De totale fraudeschuld voor de GSD van de onderzochte gevallen is voorlopig vastgesteld op f 680.000,=. De door het GAK en de ZABV (Zelf administrerende bedrijfsverenigingen) vastgestelde relaties zijn nog in onderzoek. Op initiatief van de vier grote steden is in het bestuursakkoord VNG–Rijk over de bijstand, afgesproken dat de vier grote steden regionale interdisciplinaire fraudeteams ontwikkelen en op de rails zetten. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid treedt daarbij bemiddelend op en ondersteunt het project financieel. Daartoe is in de begroting voor 1994 een bedrag van 5 miljoen gereserveerd en met ingang van 1995 een bedrag van 6 miljoen per jaar. In 1995 zal een evaluatie van deze teams plaatsvinden. Mede aan de hand van deze evaluatie zullen de mogelijkheden worden bekeken voor oprichting van dergelijke teams in andere steden/regio’s. Binnen het RIF-team is een preventie-werkgroep van start gegaan, die in de loop van 1995 vanuit een integraal analyse-kader voorstellen zal doen om fraudemogelijkheden in het bestuurlijk administratieve traject weg te nemen. De Rijksverkeersinspectie maakt in dit project deel uit van het RIF-team en verleent in die zin een ondersteunende rol bij het houden van bedrijfscontroles. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Ja. Op het aantal van 20 onderzochte taxibedrijven, is gebleken dat 8 bedrijven structureel taxivergunningen verpachten. In totaal behelst het de exploitatie van 90 taxi’s. </antwoord>
      <antwoord nummer="4" voetnoot="1">Nee, dat is in strijd met het systeem van de Wet personenvervoer. Bij het verpachten van vergunningen wordt door de pachter voor eigen rekening en risico een vervoersonderneming gee¨xploiteerd, zonder dat de bestuurder van die onderneming over de vereiste vergunning beschikt. In eerste instantie ligt hier een verantwoordelijkheid van de vergunningverlenende instantie belast met het taxibeleid in het gebied. De Rijksverkeersinspectie (die deel uitmaakt van het RIF-team) kan hierbij een ondersteunende rol vervullen door het uitvoeren van bedrijfscontroles. De Wet personenvervoer geeft aan Provinciale Staten de, aan een openbaar lichaam van gemeenten overdraagbare, bevoegdheid om nadere regels in het belang van het taxivervoer te stellen. Het verpachten van de vergunningen is in strijd met de Taxiverordening van de AZAM, de vergunningverlenende instantie voor Amsterdam, Zaanstreek, Amstelland en Meerlanden. Daarnaast zal de werkgroep taxivervoer van het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit zich buigen over de bestaande regelgeving binnen de taxiwereld. Daarbij kan bovengenoemd aspect eventueel aan de orde komen. Momenteel vindt door het RIF-team Amsterdam een onderzoek plaats naar netwerken van bedrijfsconstructies in de taxibranche, waarbij ook het verpachten van vergunningen wordt onderzocht. Naar verwachting zullen de uitkomsten van dit onderzoek in januari 1995 in de eerder genoemde eindrapportage bekend worden gemaakt. Dan zal bekeken worden of, en zo ja, welke maatregelen door wie genomen dienen te worden. Dit zal ook worden bekeken in samenhang met de evaluatie van de Wet personenvervoer en het in dat kader recent uitgebrachte advies van de Raad voor Verkeer en Waterstaat over de marktordening in het taxivervoer. Ik heb u dit advies bij brief van 6 december j.l. reeds toegezonden <voetnoot nummer="1"/>. De Raad komt onder andere tot de conclusie dat het huidige stelsel van vergunningverlening niet meer voldoet. Over mijn nadere oordeel over dit advies zal ik u na overleg met de belanghebbende partijen informeren. Bij de evaluatie van de Wet personenvervoer is naar voren gebracht, dat voor het taxivervoer meer gerichte controle zal moeten plaatsvinden op naleving van de regelgeving. Om de vergunningverlenende instanties te ondersteunen bij het voeren van een effectief vergunningenbeleid, wordt door de Rijksverkeersinspectie momenteel een controlemethodiek voor handhaving van taxiregelgeving ontwikkeld. Onderdeel van de controlemethodiek zal zijn het verrichten van brede bedrijfscontroles, onder meer om het verpachten van vergunningen tegen te gaan. Tevens wordt een plan voor regionale handhavingsplatforms met vergunningverleners, RVI en politie nader uitgewerkt. De Tweede Kamer komt naar verwachting in het voorjaar van 1995 te spreken over de evaluatie van de Wet personenvervoer. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord">
         <noot nummer="1">Ter inzage bij de vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat, nr. VW-94-0481</noot>
      </noten>
   </antwoorden>
</kvr>

