<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="11">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van de leden Van der Ploeg en Oudkerk(beiden PvdA) over de kosten van farmaceutische hulp (Ingezonden 21 november 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">20Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR953
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen kostenbeheersing van medicijnen, de prijsstelling van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Pharmacie (KNMP) en het Besluit horizontale prijsbinding (Stb. 1993, nr. 80).</item>
         <item attribuut="Rubriek">Gezondheidszorg (Geneesmiddelen)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Geneesmiddelen</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 326, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Economische Zaken</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="PvdA">Van der Ploeg</persoon>
            <persoon partij="PvdA">Oudkerk</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1994-12-28</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-11-21</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR953</item>
         <item attribuut="Omvang">3 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="661" allpagenumbers="661 662 663" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="326" onderwerp="" indiendatum="1994-11-21">
         <vrager partij="PvdA" oorsprong="parlement">Van der Ploeg</vrager>
         <vrager partij="PvdA" oorsprong="parlement">Oudkerk</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1994-12-28">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Economische Zaken">Wijers</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="11">
      <vraag nummer="1">Bent u zich ervan bewust, dat de kosten van farmaceutische hulp fors gestegen zijn het afgelopen jaar? </vraag>
      <vraag nummer="2">Op welke termijn denkt u te komen tot de uitvoering van de aanbevelingen van de interdepartementale werkgroep medicijnen? </vraag>
      <vraag nummer="3">Is de «taxe» (de prijsstelling) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Pharmacie (KNMP) in strijd met het Besluit Horizontale Prijsbinding (Stbl. 1993, nr. 80)? </vraag>
      <vraag nummer="4">Is het voorschrijven van specifieke «merk»-medicijnen in plaats van generieke medicijnen door huisartsen vaak in strijd met het besluit aanbestedingsregelingen generiek onverbindend te verklaren? </vraag>
      <vraag nummer="5">Hoe hoog schat u het bedrag aan bonussen en kortingen dat apothekers van de groothandel ontvangen? </vraag>
      <vraag nummer="6">Is het verstrekken van deze bonussen en kortingen in stijd met het besluit aanbestedingsregelingen generiek onverbinend te verklaren? </vraag>
      <vraag nummer="7">Is de praktijk van gedwongen winkelnering, d.w.z. dat apothekers zich verplichten zoveel mogelijk van e´e´n groothandel te kopen, in strijd met het besluit aanbestedings- dan wel marktverdelingsregelingen generiek onverbindend te verklaren? </vraag>
      <vraag nummer="8">Is de weigering van de groothandel te leveren aan postorder-apothekers in strijd met het besluit marktverdelings- en aanbestedingsregeling generiek onverbindend te verklaren? </vraag>
      <vraag nummer="9">Zijn de in vraag 3 t/m 8 genoemde situaties in strijd met Europese regelgeving? </vraag>
      <vraag nummer="10">Wat zijn de directe en indirecte maatschappelijke kosten van de mogelijke kartels in de farmaceutische groothandel en apothekers? </vraag>
      <vraag nummer="11">Wat voor acties onderneemt u en zult u ondernemen om deze kartelvormen zo spoedig mogelijk de kop in te drukken opdat gezondere marktverhoudingen en een forse en structurele daling van medicijnprijzen mogelijk gemaakt worden? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag"/>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="11">
      <antwoord nummer="1" voetnoot="1">Per brief van 2 december jl. <voetnoot nummer="1"/>hebben mijn collega van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ik de Tweede Kamer geı¨nformeerd over de hoofdlijnen van het voorgenomen kostenbeheersingsbeleid ten aanzien van de farmaceutische hulp. In deze brief deelden wij u mede, dat wij van mening zijn dat de uitgaven voor de farmaceutische hulp nog steeds te hard groeien. Zo wordt op basis van ramingen van de Ziekenfondsraad voor 1994 een overschrijding van de financie¨le kaders verwacht van f 58 mln. en voor 1995 een overschrijding van f 319 mln. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">In de brief van 2 december jl. hebben wij u medegedeeld de aanbevelingen van de Interdepartementale Werkgroep Geneesmiddelendistributie (IWG) waar mogelijk uit te voeren. Mijn collega van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ik zullen ons actief inzetten om het daadwerkelijk toetreden van nieuwe distributeurs te bevorderen. Wettelijke toetredingsbelemmeringen van de distributie zullen worden verminderd door o.a. bepalingen uit de Wet op de geneesmiddelenvoorziening (WOG) te laten vervallen. Inmiddels is op 21 en 29 november jl. daarover advies gevraagd aan de Geneesmiddelen-commissie (GECO). En aantal van de door de IWG voorgestelde maatregelen kan volgens de werkgroep pas worden genomen indien er een kostenbewuste vraagzijde bestaat. De IWG beveelt, teneinde de vraagzijde meer kostenbewust te maken, onder meer een verlaging van het nacalculatie-percentage voor verzekeraars aan, alsmede het tegengaan van de verevening tussen verzekeraars. Thans worden de mogelijkheden bezien hoe de verzekeraars volledig risicodragend te maken voor de kosten van geneesmiddelen. Als blijkt dat de ruimte voor marktwerking die wij publiekrechtelijk cree¨ren en in het kader van de Stelselwijziging ziektekostenverzekering (afschaffing van de contracteerplicht; maximum WTG-tarieven in plaats van vaste WTG-tarieven e.d.) reeds gecree¨erd hebben, door marktpartijen privaatrechtelijk weer teniet wordt gedaan, dan zal ik het mededingingsinstrumentarium prioritair inzetten. Daarmee wordt dan eveneens invulling gegeven aan het actieve (kritische) anti-kartelbeleid ten aanzien van de gezondheidszorg vermeld in het Regeerakkoord. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Het Besluit horizontale prijsbinding heeft horizontale (juridisch bindende) prijsafspraken in mededingingsregelingen onverbindend verklaard (verboden). De «taxe» van de KNMP is een weergave van de lijstprijzen die door de farmaceutische industrie (importeurs) worden gehanteerd en die op grond van de tariefbeschikkingen van de Wet tarieven gezondheidszorg (Stb. 1982, nr. 25) ten hoogste in rekening mogen worden gebracht door apotheekhoudenden. Een apotheekhoudende is dus niet verplicht om die lijstprijzen te hanteren, hij mag lagere prijzen aan de patie¨nt-/consument in rekening brengen. De «taxe-prijzen» spelen eveneens een rol in de onderhandelingen over de zogenoemde individuele medewerkersovereenkomsten met zorgverzekeraars. De Taxe van de KNMP is, als zodanig, derhalve niet in strijd met het verbod op horizontale prijsafspraken zoals opgenomen in het Besluit horizontale prijsbinding (Stb. 1993, nr. 80). </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Neen, de systematiek van de drie recente generieke kartelverboden op basis van de Wet economische mededinging is van dien aard dat bepaalde (bepalingen in) mededingingsregelingen al ten algemene (generiek) onverbindend zijn verklaard. Dat wil zeggen dat de betrokken afspraken nu reeds verboden zijn en civielrechtelijk niet bestaan, behoudens vrijstelling danwel ontheffing van het betrokken verbod. Met andere woorden het Besluit horizontale prijsbinding, het Besluit marktverdelingsregelingen en het Besluit mededingingsregelingen aanbestedingen kunnen niet individueel toegepast worden. Met artikel 19 van de Wet economische mededinging (Stb. 1990, nr. 6) kunnen evenwel (bepalingen in) mededingingsregelingen individueel onverbindend worden verklaard wegens strijd met het algemeen belang. Overigens is het voorschrijven van «merkgeneesmiddelen» als zodanig niet onder het Besluit mededingingsregelingen aanbestedingen te brengen omdat daarbij geen sprake is van een aanbesteding. In de geneesmiddelenbrief van 2 december jl. is aangegeven dat wij, met de Ziekenfondsraad, van mening zijn dat het voorschrijven op «stofnaam» door de arts uit doelmatigheidsoverwegingen dient te worden bevorderd. Hierdoor zouden ook de mogelijkheden van substitutie bevorderd worden. In het kader van het overeenkomstenstelsel zouden individuele zorgaanbieders en zorgverzekeraars hierover afspraken kunnen maken. </antwoord>
      <antwoord nummer="5">Het bedrag aan kortingen en bonussen dat de apothekers rechtstreeks van de groothandel ontvangen kan worden geschat op ten minste f 300 mln. Een externe voorstudie over het functioneren van de groothandel, waarin de kortingen en bonussen aan de orde komen, is afgerond en wordt momenteel bestudeerd. De eerste indruk is dat voornoemde schatting, als bodemschatting zonder meer juist kan worden genoemd. Deze voorstudie is inmiddels naar de Tweede Kamer gestuurd. </antwoord>
      <antwoord nummer="6">Neen, zie het antwoord op vraag 4. Als er echter collectieve afspraken zijn gemaakt over kortingen en bonussen dan zou een en ander wellicht onder het verbod van horizontale prijsafspraken in het Besluit horizontale prijsbinding kunnen vallen. </antwoord>
      <antwoord nummer="7">Neen, zie het antwoord op vraag 4. Bij gedwongen winkelnering kan sprake zijn van een economische machtspositie van de groothandel. Op basis van artikel 24 van de WEM zouden aanwijzingen kunnen worden gegeven met betrekking tot de leveringsvoorwaarden die de groothandels hanteren. De president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven achtte echter het bestaan van een (collectieve) economische machtspositie van de (volledig gesorteerde) groothandel vooralsnog niet aangetoond in de kort geding-procedure met betrekking tot de postorderfarmacie-zaak. </antwoord>
      <antwoord nummer="8">Neen, zie antwoord bij vraag 4 en bij vraag 7. Dat neemt niet weg dat het per post thuisbezorgen van geneesmiddelen als mogelijkheid wordt gezien om een efficie¨nte distributie te bewerkstelligen. In de reeds aangehaalde brief van 2 december jl. heeft mijn collega van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangegeven, op grond van een van de aanbevelingen van de IWG, de Inspectie voor de geneesmiddelen te hebben verzocht aan betrokkenen kennis te geven van haar standpunt dat de verplichting tot terhandstelling van geneesmiddelen geen belemmering vormt voor het via postservice afleveren van geneesmiddelen. </antwoord>
      <antwoord nummer="9">De Europese mededingingsregelgeving is van toepassing voorzover er sprake is van (potentie¨le) belemmering van het interstatelijke handelsverkeer. Lokale mededingingsaangelegenheden zijn derhalve niet strijdig met de Europese mededingingsregelgeving. Bij mededingingsaangelegenheden met een Europese dimensie is sprake van afstemming met de Europese Commissie. Bij invoering van maatregelen vindt in het algemeen overleg plaats met de Europese Commissie ten einde strijdigheid met Europese regelgeving te vermijden. Zo zijn bijvoorbeeld de «taxe» van de KNMP en de regeling voor het verkrijgen van kortingen en bonussen in het kader van de totstandkoming van het WTG-tariefsysteem in 1988 (en de latere wijzigingen van het tariefsysteem) uitdrukkelijk getoetst aan de Europese regelgeving door de Europese Commissie. </antwoord>
      <antwoord nummer="10">Het rapport van de Interdepartementale Werkgroep Geneesmiddelendistributie (IWG) heeft de meeste belemmeringen voor marktwerking in kaart gebracht. Naast tal van publiekrechtelijke belemmeringen werden ook privaatrechtelijke belemmeringen geı¨nventariseerd. Het gehele complex van publieke en private regelgeving heeft geleid tot een starre structuur van de markt, een relatief dure distributie en het ontbreken van prijsconcurrentie op consumentenniveau. Hier is mede debet aan een gebrek aan prijsafweging aan de vraagzijde. De kostenbesparing die meer marktwerking oplevert, met andere woorden de maatschappelijke kosten van het ontbreken ervan, is moeilijk in te schatten. Overigens verwijs ik ook naar het antwoord op vraag 5. </antwoord>
      <antwoord nummer="11">In het Regeerakkoord is een actief anti-kartelbeleid voor de gezondheidszorg aangekondigd. Al voor de totstandkoming van het Regeerakkoord is het kartelbeleid aangescherpt door het uitvaardigen van een drietal kartelverboden die ook van toepassing zijn op de gezondheidszorg. In het kader van het Besluit horizontale prijsbinding hebben wij een verzoek om ontheffing voor de prijsregeling van de Pharmacon (drogisten) afgewezen. Thans is een bezwaarprocedure tegen die beslissing aanhangig. Daarnaast is een verzoek om ontheffing van het Besluit marktverdelingsregelingen met betrekking tot gedragsregels van de KNMP in behandeling. Als uitvloeisel van de IWG wordt een adviesaanvaag aan de Commissie economische mededinging voorbereid teneinde verticale prijsbinding voor geneesmiddelen te verbieden. Met betrekking tot de boycot van apotheker Dijk vanwege zijn medewerking aan zogenaamde postservice is nader onderzoek verricht en wordt de adviesaanvraag aan de Commissie economische mededinging over toepassing van artikel 24 Wet economische mededinging aangepast. Ik ben voornemens op korte termijn de totstandkoming van de zogenaamde medewerkersovereenkomsten tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars aan een nader onderzoek te onderwerpen zoals aangekondigd in het vorige jaarverslag over toepassing van de Wet economische mededinging. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord">
         <noot nummer="1" documenttype="Kamerstuk" kamerstuk-id="23 904" documentnummer="10">Kamerstuk 23 904, nr. 10</noot>
      </noten>
   </antwoorden>
</kvr>

