<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">verspreiding van geschriften van de vereniging «Vrij historisch onderzoek».; Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">16Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR961
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen de strafvervolging van een in België gevestigde vereniging, die geschriften verspreidt waarin de Holocaust wordt ontkend.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Grondrechten) Strafrecht en strafprocesrecht (Vervolging)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Discriminatie Oorlogen Strafvervolging</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 334, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Justitie (JUS)</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Hirsch Ballin</persoon>
            <persoon partij="CDA">De Hoop Scheffer</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-11-25</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR961</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="679" allpagenumbers="679 680" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="334" onderwerp="" indiendatum="1994-11-25">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Hirsch Ballin</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">De Hoop Scheffer</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="4 januari 1995), zie ook aanhangsel Handelingen nr. 283, Vergaderjaar 1994–1995">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Justitie">Sorgdrager</antwoorder>
         <mede-antwoorder>de minister van Buitenlandse Zaken</mede-antwoorder>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Bent u op de hoogte van de verspreiding door een in Belgie¨ gevestigde vereniging «Vrij historisch onderzoek» <voetnoot nummer="1"/>onder Nederlandse scholen van geschriften waarin met quasi-wetenschappelijke redeneringen de massamoorden in de gaskamers in Auschwitz en Birkenau worden ontkend? </vraag>
      <vraag nummer="2">Is de wetgeving in Nederland respectievelijk Belgie¨ toereikend om tegen de verspreiding van zulk ten diepste beledigend drukwerk op te treden? </vraag>
      <vraag nummer="3">Zo ja, is strafvervolging in Nederland en/of Belgie¨ voorzien? Zal de Belgische justitie ontbinding van deze vereniging vorderen? </vraag>
      <vraag nummer="4">Zo neen, ziet u aanleiding te bevorderen dat in ons land en, waar nodig, elders in Europa, tot strafbaarstelling wordt overgegaan, zoals dit ook onlangs in Duitsland is gedaan? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1">Identificatienummer 449/93 Belg. Stb L5.3.1993</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="3">
      <antwoord nummer="1">Ja. </antwoord>
      <antwoord nummer="2 en 3">Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht bevat een bepaling inzake discriminatie op basis waarvan strafrechtelijk toereikend kan worden opgetreden tegen de verspreiding van geschriften die uitlatingen bevatten die beledigend zijn voor een bepaalde groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homosexuele gerichtheid (art. 137e Wetboek van Strafrecht). Naar aanleiding van aangiften die zijn gedaan in verband met de verspreiding door de vereniging «Vrij historisch onderzoek» op Nederlandse scholen van de geschriften als bedoeld in vraag 1 («de Rudolf Expertise»), heeft het openbaar ministerie te Den Haag op basis van artikel 137e Wetboek van Strafrecht een gerechtelijk vooronderzoek geopend en heeft een rogatoire commissie in Belgie¨ plaatsgevonden. In dit verband is onder meer huiszoeking verricht en is een verdachte gehoord. Reeds eerder is een dergelijk geschrift door bovengenoemde vereniging gestuurd naar onder meer bibliotheken en het Haarlems Dagblad. Mede naar aanleiding hiervan is bij de rechtbank te Den Haag een strafzaak aanhangig gemaakt tegen deze vereniging. De behandeling van deze strafzaak ter terechtzitting is aangevangen op 15 december 1994 maar is op verzoek van de vereniging door de rechtbank geschorst tot 2 maart 1995. Het openbaar ministerie streeft ernaar op 2 maart 1995 tevens de bovengenoemde verspreiding van de geschriften onder de diverse scholen aan de rechter voor te leggen. Uiteindelijk is het aan de rechter om te beoordelen, of in deze concrete gevallen de verspreiding van dergelijke geschriften in strijd was met eerder genoemde bepaling uit het Wetboek van Strafrecht. Voor wat betreft de Belgische wetgeving kan worden opgemerkt dat Belgie¨ een anti-racisme wet van 1981 kent op grond waarvan in beginsel kan worden opgetreden tegen onder meer verspreiding van eerder genoemde geschriften. Gezien het feit dat het hier een, zo voorgesteld, historisch wetenschappelijke verhandeling betreft wordt, voorzover bekend, in Belgie¨ in de onderhavige gevallen geen strafvervolging ingesteld en zal geen ontbinding van de vereniging «Vrij historisch onderzoek» worden gevorderd. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Gelet op het bovenstaande zie ik thans geen aanleiding in de Nederlandse strafwetgeving een bepaling op te nemen, zoals onlangs in Duitsland is geschied. Ik merk op dat in het kader van de Europese Unie op dit moment door Stuurgroep III (de groep internationale georganiseerde criminaliteit) een inventarisatie wordt gemaakt van de wetsbepalingen van de lid-staten ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat. In dit verband wordt ook geı¨nventariseerd welke rechtsmiddelen de lidstaten ter beschikking hebben om onder meer de verspreiding van propagandamateriaal met racistische of xenofobe inhoud te bestraffen. De Duitse strafbaarstelling van de ontkenning van de holocaust zal dan zeker aan de orde komen. Indien nodig zullen met inachtneming van de basisbeginselen van het nationale recht van de lid-staten voorstellen door de Unie worden gedaan met het oog op de onderlinge aanpassing van de juridische bepalingen ter bestrijding van racistische en xenofobe activiteiten. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

