<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">de ontkenning van de Holocaust.; Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">15Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR962
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen de strafvervolging van een in België gevestigde vereniging 'Vrij historisch onderzoek', die geschriften verspreidt waarin de Holocaust wordt ontkend.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Grondrechten) Strafrecht en strafprocesrecht (Vervolging)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Discriminatie Oorlogen Strafvervolging</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 335, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Justitie (JUS)</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="D66">Dittrich</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-11-29</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR962</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="681" allpagenumbers="681 682" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="335" onderwerp="" indiendatum="1994-11-29">
         <vrager partij="D66" oorsprong="parlement">Dittrich</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="4 januari 1995), zie ook aanhangsel Handelingen nr. 284. Vergaderjaar 1994–1995">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Justitie">Sorgdrager</antwoorder>
         <mede-antwoorder>de minister van Buitenlandse Zaken</mede-antwoorder>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="5">
      <vraag nummer="1">Kent u resolutie B4-0261/94 van het Europese Parlement, 27 oktober 1994, waarin onder I 4. overwogen wordt «dat het aanzetten tot racisme en de verspreiding en bevordering van revisionistische standpunten met betrekking tot de Holocaust of de ontkenning dat de Holocaust heeft plaatsgevonden als een misdrijf in de Unie dient te worden beschouwd» en waarin de lidstaten worden opgeroepen hun wetgeving in die zin aan te passen ter bestrijding van alle vormen van racisme? </vraag>
      <vraag nummer="2">Kent u de uitspraak van Ignatz Bubis, voorzitter van de Centrale Raad voor Joden in Duitsland, gedaan tijdens het symposium van het Overleg Orgaan van Joden en Christenen in Nederland (OJEC), 23 november 1994, dat het ook in Nederland – in navolging van Duitsland – bij wet verboden moet worden om de Holocaust te ontkennen? </vraag>
      <vraag nummer="3">Deelt u de mening, dat het «pseudo wetenschappelijke» boek, getiteld «de Rudolf Expertise», waarin het bestaan van de gaskamers in de Nazi concentratiekampen wordt ontkend en welk boekwerk op grote schaal op Nederlandse scholen en bibliotheken verspreid wordt door de Belgische revisionistische organisatie «Vrij Historisch Onderzoek», op een ontoelaatbare wijze de geschiedenis vervalst en een belediging is voor oorlogsslachtoffers en voor iedereen, die herhaling van de Naziperiode wil voorkomen? </vraag>
      <vraag nummer="4">Valt de «enkele» ontkenning van de gaskamers of de Holocaust met het doel deze te vergoeilijken of de daders ervan te rehabiliteren onder de werking van de anti-discriminatiebepalingen van het Wetboek van Strafrecht? Zo ja, kan er dan door het Openbaar Ministerie afdoende worden opgetreden tegen verdachten van dergelijke strafbare feiten? </vraag>
      <vraag nummer="5">Zo neen, bent u bereid een specifieke verbodsbepaling op de ontkenning van de Holocaust in het Wetboek van Strafrecht in overweging te nemen? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag"/>
   </vragen>
   <toelichting>Deze vragen dienen ter aanvulling op de eerdere vragen ter zake van de leden Hirsch Ballin en De Hoop Scheffer, ingezonden 25 november jl. </toelichting>
   <antwoorden aantal="3">
      <antwoord nummer="1 en 2">De resolutie B4-0261/94 van het Europees parlement, 27 oktober 1994 en de uitspraak van Ignatz Bubis zijn mij bekend. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Ja, ten volle. Met het openbaar ministerie ben ik dan ook van oordeel dat deze kwestie aan de strafrechter dient te worden voorgelegd. </antwoord>
      <antwoord nummer="4 en 5">De tenlastelegging in de strafzaak naar aanleiding van de verspreiding door de «Vereniging vrij historisch onderzoek» van geschriften die mede een ontkenning van de holocaust inhouden, is er op gebaseerd dat de ontkenning van de holocaust, zoals vervat in de onderhavige geschriften, beledigend en discriminerend is voor een groep mensen (Joden) wegens hun ras en/of godsdienst. Thans is het aan de rechter om te oordelen of de «enkele» ontkenning van de gaskamers of de holocaust valt onder de anti-discriminatiebepalingen van het Wetboek van Strafrecht. Gelet op het feit dat het openbaar ministerie op grond van een bestaande verbodsbepaling reeds is opgetreden tegen de verspreiding van bovengenoemde geschriften en de zaak heeft voorgelegd aan de rechter, zie ik vooralsnog geen aanleiding een specifieke verbodsbepaling op de ontkenning van de holocaust in het Wetboek van Strafrecht op te nemen. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

