<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="4">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van de leden Boorsma en Grol-Overling (beiden CDA) inzake betalingsregeling voor lesgelden (Ingezonden 6 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">14Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR965
</item>
         <item attribuut="Rubriek">Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (Overig) Voortgezet onderwijs (Overig)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Studiekosten Voortgezet onderwijs</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 9, Eerste Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Boorsma en Grol-Overling</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1994-12-23</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-06</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR965</item>
         <item attribuut="Omvang">1 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Eerste Kamer der Staten-Generaal" kamer="1" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen door de leden der Kamer gesteld overeenkomstig artikel schriftelijk gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="17" allpagenumbers="17" vetnummer="" code="" lopendefooter="Eerste Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 738x" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="9" onderwerp="" indiendatum="1994-12-6">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Boorsma en Grol-Overling</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1994-12-23">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen">Ritzen</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1">Herinnert U zich de vragen die enkele jaren geleden zijn gesteld over de betalingsregeling voor de lesgelden? </vraag>
      <vraag nummer="2">Kunt U zich voorstellen dat er verbazing bestaat over het feit dat een minister van sociaal-democratische huize gezinnen een acceptgirokaart stuurt, waarmee binnen e´e´n maand f 1385,–, of een veelvoud daarvan, moet worden betaald? </vraag>
      <vraag nummer="3">Waarom wordt niet gekozen voor spreiding van betaling over 3 maanden zoals gebruikelijk is bij gemeentelijke belastingen en andere heffingen? </vraag>
      <vraag nummer="4">Waarom levert U aldus een bijdrage aan het ontstaan van problematische schulden, over welke problematiek het kabinet onlangs een standpunt heeft ingenomen? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag"/>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="4">
      <antwoord nummer="1">Ja. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">Indien er voor minder draagkrachtigen geen ondersteunende voorzieningen zou bestaan en het niet zou gaan om een goed voorzienbare uitgave, dan zou er voor een dergelijke verbazing inderdaad grond zijn. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">De Regeling tegemoetkoming studiekosten en de Wet op de studiefinanciering zorgen er te zamen voor dat de betalingsverplichting van f 1358,– niet in e´e´n keer ontstaat in gezinnen waar redelijkerwijze geen toereikende draagkracht kan worden verondersteld. De uitvoering van eerstgenoemde regeling omvat verrekening van het lesgeld en de tegemoetkoming daarvoor door de Informatie Beheer Groep en onder de WSF is er sprake van bevoorschotting om aan de lesgeldverplichting te kunnen voldoen. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">De betalingsregeling voor de lesgelden levert naar mijn oordeel – gezien het gestelde in het antwoord op vraag 3 – geen noemenswaardige bijdrage aan het ontstaan van problematische schulden. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

