<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="3">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van de leden Boorsma en Van Muijen (beiden CDA) inzake Wet Toezicht Kredietwezen (Ingezonden 15 november 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">15Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR966
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen de mogelijkheid om bepaalde gemeentelijke kredietbanken onder het toezicht van De Nederlandsche Bank.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Bedrijfsleven en industrie (Bank- en verzekeringswezen) Geld (Kredieten)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Bankwezen Kredieten</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 10, Eerste Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Financiën (FIN)</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Boorsma</persoon>
            <persoon partij="CDA">Van Muijen</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-17</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-11-15</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR966</item>
         <item attribuut="Omvang">1 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Eerste Kamer der Staten-Generaal" kamer="1" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen door de leden der Kamer gesteld overeenkomstig artikel schriftelijk gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="19" allpagenumbers="19" vetnummer="" code="" lopendefooter="Eerste Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 738x" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="10" onderwerp="" indiendatum="1994-11-15">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Boorsma</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Van Muijen</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1995-01-17">
         <antwoorder functie="Minister" ministerie="Financie¨n">Zalm</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="3">
      <vraag nummer="1">Is het U bekend dat enkele gemeentelijke kredietbanken activiteiten hebben welke overeenkomen met die van de zgn. algemene banken? </vraag>
      <vraag nummer="2">Kent U het artikel van prof. Van Manen in het Financieel Dagblad van 5 oktober jl. waarin hij zijn zorg uitspreekt over uitlatingen van de betrokken staatssecretaris van Binnenlandse Zaken dat een debaˆcle zoals bij de Groninger Kredietbank zich ook bij een andere gemeentelijke kredietbank kan voordoen? </vraag>
      <vraag nummer="3">Ziet U daarin aanleiding om de Wet Toezicht Kredietwezen te wijzigen in die zin dat bedoelde gemeentelijke kredietbanken onder het toezicht van De Nederlandsche Bank te laten vallen? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag"/>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="3">
      <antwoord nummer="1">De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) heeft mij aangegeven, dat zij bezig is met een onderzoek naar activiteiten van gemeentelijke kredietbanken. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">Ja. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Nee, een wijziging van de Wet Toezicht Kredietwezen (Wtk 1992) is niet nodig. Een gemeentelijke kredietbank heeft in het algemeen tot doel door middel van (sociale) kredietverlening in de behoeften van burgers die voor hun financiering niet elders terecht kunnen te voorzien. Het enkele feit dat krediet wordt verleend maakt de gemeentelijke kredietbank nog niet tot een kredietinstelling in de zin van de Wtk 1992. Om als kredietinstelling in de zin van de Wtk 1992 te worden beschouwd dient te worden voldaan aan de cumulatieve voorwaarden zoals die in de definitie van kredietinstelling in artikel 1, onder a, van de Wtk 1992 zijn neergelegd. Dit betreft niet alleen het bedrijf maken van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden maar ook het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen. Alle gemeentelijke kredietbanken, niet alleen gemeentelijke kredietbanken die zijn georganiseerd als een zelfstandige rechtspersoon maar ook de gemeentelijke kredietbanken die deel uitmaken van de gemeente, dienen met deze regel rekening te houden. Een en ander leidt tot de conclusie dat een gemeentelijke kredietbank die in alle opzichten voldoet aan de definitie van kredietinstelling in de Wtk 1992, onder deze wet valt. Daarbij moet worden opgemerkt dat het op grond van artikel 1, derde en vierde lid, Wtk 1992 mogelijk is dat gemeentelijke kredietinstellingen een vrijstelling danwel ontheffing krijgen. Ik zie daarnaast geen aanleiding om gemeentelijke kredietbanken die niet aan de definitie van kredietinstelling voldoen toch onder de Wtk 1992 te brengen. Voor deze kredietbanken geldt in ieder geval, binnen de gemeentelijke verhoudingen, het normale toezicht van het College van Burgemeester en Wethouders en van de gemeenteraad, hetgeen voldoende hoort te zijn. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

