<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="4">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van de leden Van der Heijden en Gabor (beiden CDA) over de vestiging van een agrarisch bedrijf te Marken (Ingezonden 9 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">15Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR983
</item>
         <item attribuut="Inhoud">Betreft een conflict tussen de eigenaar en de gemeente Waterland over het verlenen van een vergunning voor de verbouw tot kaasboerderij.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Gemeenten) Ruimtelijke ordening en infrastructuur (Bestemmingsplannen) Bedrijfsleven en industrie (Vestigingsbeleid) Landbouw (Landbouwbedrijven)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Bestemmingsplannen Landbouwbedrijven Vestigingsbeleid</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 354, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Binnenlandse Zaken</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="CDA">Van der Heijden</persoon>
            <persoon partij="CDA">Gabor</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-13</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-09</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR983</item>
         <item attribuut="Omvang">1 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="719" allpagenumbers="719" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="354" onderwerp="" indiendatum="1994-12-9">
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Van der Heijden</vrager>
         <vrager partij="CDA" oorsprong="parlement">Gabor</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1995-01-13">
         <antwoorder functie="staatssecretaris" ministerie="Binnenlandse Zaken">Van de Vondervoort</antwoorder>
         <mede-antwoorder>de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij</mede-antwoorder>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Bent u bekend met het slepende conflict tussen het gemeentebestuur van Waterland en de heer Mooyer inzake de vestiging van een agrarisch bedrijf te Marken? <voetnoot nummer="1"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="2">Zo ja, deelt u de mening, dat medeoverheden in principe bereid moeten zijn op een slagvaardige manier te zoeken naar een oplossing voor beide partijen? </vraag>
      <vraag nummer="3" voetnoot="2 3">Zo ja, bent u van oordeel, dat het gemeentebestuur van Waterland, naar aanleiding van de uitspraak van de bestuursrechter en na ontvangst van een deskundigenrapport <voetnoot nummer="2"/>waarin werd geconcludeerd dat het hier om een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf gaat, er niet verstandig aan zou hebben gedaan om alsnog haar medewerking aan de vestiging van het agrarisch bedrijf te verlenen? <voetnoot nummer="3"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="4">Loopt het genoemde gemeentebestuur door de hernieuwde weigering om medewerking te verlenen, gelet op jurisprudentie inzake overheidsaansprakelijkheid voor vernietigde besluiten, niet een onnodig groot risico op een schadeclaim indien het betreffende besluit op materie¨le gronden wordt vernietigd? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1">De Telegraaf van 15 januari 1994, pagina T23</noot>
         <noot nummer="2" datum="1994-07-14" bron="Zie de rapportage van de Directie Landbouwvoorlichting (DLV),">Zie de rapportage van de Directie Landbouwvoorlichting (DLV),, 14 juli 1994</noot>
         <noot nummer="3" datum="1994-03-28" bron="Zie uitspraak Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak;">Zie uitspraak Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak;, 28 maart 1994</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="4">
      <antwoord nummer="1">Ja. Het verschil van mening tussen de heer Mooyer en het gemeentebestuur van Waterland betreft de weigering van het gemeentebestuur een vergunning te verlenen voor de verbouw van een opslagloods tot kaasboerderij. De gemeente stelt zich op het standpunt dat de bestemmingsplanvoorschriften alleen de vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf toestaan. Een eerste weigering om een vergunning te verlenen werd door de rechter wegens procedurefouten vernietigd. Tegen de herhaalde weigering heeft de heer Mooyer beroep ingesteld bij de sector bestuursrecht van de Rechtbank te Haarlem. Alleen al omdat nu de kwestie onder de rechter is, past het ons niet een inhoudelijk oordeel uit te spreken. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">Gelet op het vorenstaande spreken wij geen oordeel uit over het beleid van de gemeente in deze kwestie. Meer in het algemeen merken wij nog op dat gemeenten in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het door hen te voeren beleid. Gemeenten kennen een eigen structuur van democratische verantwoording voor besluiten als de onderhavige. Daarnaast is voorzien in een adequaat stelsel van rechtsbeschermingsvoorzieningen. Daarom past het Rijk uiterste terughoudendheid en bescheidenheid bij het uitspreken van oordelen over besluiten van mede-overheden. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">De bestemmingsplanvoorschriften en de rapportage van de Dienst Landbouwvoorlichting zullen naar wij aannemen mede door de rechter in ogenschouw worden genomen. Ook daarom kunnen wij niet op deze vraag ingaan. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Uiteraard kunnen wij niet vooruitlopen op de beslissing van de rechter. Wij kunnen daarom ook geen uitspraak doen over het mogelijke risico dat de gemeente loopt met betrekking tot schadevergoeding. Overigens is het ook niet relevant dat wij ons daarover uitspreken omdat dit ons niet regardeert. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

