<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="4">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van het lid Sipkes (GroenLinks) over politiek gewicht van hulporganisaties in Afrika (Ingezonden 22 december 1994); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">15Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR990
</item>
         <item attribuut="Rubriek">Ontwikkelingssamenwerking (Nood- en humanitaire hulp)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Afrika Nood- en humanitaire hulp Politiek</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 361, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Ontwikkelingssamenwerking</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="GroenLinks">Sipkes</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-13</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1994-12-22</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR990</item>
         <item attribuut="Omvang">2 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="733" allpagenumbers="733 734" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="361" onderwerp="" indiendatum="1994-12-22">
         <vrager partij="GroenLinks" oorsprong="parlement">Sipkes</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1995-01-13">
         <antwoorder functie="minister" ministerie="Ontwikkelingssamenwerking">Pronk</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="4">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Deelt u de conclusie van African Rights, dat hulporganisaties in Afrika een steeds groter politiek gewicht hebben gekregen? Zo ja, is deze politieke rol mede gegroeid doordat Westerse regeringen hun belangstelling voor Afrika hebben verloren? <voetnoot nummer="1"/>
      </vraag>
      <vraag nummer="2">Hoe beoordeelt u het effect van het «verruimde mandaat» van de hulporganisaties, wanneer zij zich ook bemoeien met het oplossen van gewapende conflicten zoals in Somalie¨, Soedan, Angola en Ruanda? </vraag>
      <vraag nummer="3">Welke mogelijkheden ziet u om de politieke betrokkenheid van regeringen te vergroten in landen waar hulporganisaties actief zijn? </vraag>
      <vraag nummer="4">Ziet u in het rapport van African Rights reden structurele ontwikkelingsinspanningen en de bemoeienis van Buitenlandse Zaken met Afrika te vergroten? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" datum="1994-12-14" bron="NRC Handelsblad">NRC Handelsblad, 14 december 1994</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="4">
      <antwoord nummer="1">Het betreffende artikel «Humanitariarism Unbound?» van African Rights heeft betrekking op het verstrekken van noodhulp in conflictsituaties in Afrika: Somalie¨, Soedan, Angola en Ruanda. In dergelijke situaties wordt veelal, om niet de indruk te wekken partij te kiezen en om zoveel mogelijk slachtoffers te bereiken, gebruik gemaakt van internationale en ngo-kanalen voor hulpverlening. Een dergelijke aanpak wordt niet alleen in Afrika, maar als de omstandigheden daar aanleiding toe geven, ook in andere continenten gevolgd. De hierboven omschreven situaties zijn niet representatief voor geheel Afrika: in de meeste Afrikaanse landen waarmee Nederland een reguliere hulprelatie onderhoudt wordt het leeuwedeel van de hulp in nauw overleg met de ontvangende overheid besteed. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">Het doel van noodhulporganisaties is het verlichten van menselijk leed. Deze organisaties hebben geen politiek mandaat. Echter door het machtsvacuu¨m waarin zij in sommige situaties (bijvoorbeeld in delen van de vier genoemde landen) opereren, is het soms onvermijdelijk dat noodhulporganisaties een politieke factor in die omgeving worden. </antwoord>
      <antwoord nummer="3">Rechtstreekse betrokkenheid van overheden bij structurele ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulpverlening, conflictpreventie en -bemiddeling is wenselijk maar niet altijd mogelijk. In bepaalde fasen van situaties van gewapend conflict is het soms beter meer nadruk te leggen op particuliere organisaties of op internationale (-intergouvernementele) organisaties in plaats van op bilaterale gouvernementele betrokkenheid. In dergelijke situaties dient zowel de kanalisering van de hulp als de wijze waarop de conflictbeheersing ter hand kan worden genomen van geval tot geval te worden bezien. In het algemeen is het wenselijk politieke betrokkenheid van regeringen te bevorderen – zij het op selectieve basis – doch vele regeringen wensen om diverse redenen hun politieke dan wel financie¨le betrokkenheid sterk te beperken. Een gezamenlijke internationale aanpak is veelal gewenst, doch niet altijd mogelijk gegeven de besluitvormingsprocedures binnen en de mandaten van deze organisaties. </antwoord>
      <antwoord nummer="4">Het volume van de Nederlandse structurele hulpinspanning in Afrika is de afgelopen jaren betrekkelijk stabiel gebleven. Daarnaast is het volume van de noodhulp voor Afrika aanzienlijk gestegen. Ook de bemoeienis met de diverse factoren die een rol spelen in de zogeheten complexe noodsituaties is sterk gestegen. Dat zal zo doorgaan. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

