<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="showKVR.xsl"?>
<kvr xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" type="Antwoord" aantalvragen="">
   <meta><!--
          Metadata toegevoegd door de griffie, geparsed uit Parlando.
         --><metadata>
         <item attribuut="Bibliografische_omschrijving">Vragen van het lid Marijnissen (SP) over uitspraken van kroonprins Willem Alexander inzake de vijfde mei (Ingezonden 13 januari 1995); Antwoord</item>
         <item attribuut="Bestand">15Kb</item>
         <item attribuut="Permalink">
http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&amp;filename=KVR992
</item>
         <item attribuut="Inhoud">De vragen betreffen uitspraken van de kroonprins over de viering van bevrijdingsdag op vijf mei.</item>
         <item attribuut="Rubriek">Staats- en bestuursrecht (Koninklijk huis)</item>
         <item attribuut="Trefwoorden">Koninklijk huis Nationale feestdagen en herdenkingen</item>
         <item attribuut="Vindplaats">Kamervragen met antwoord 1994-1995, nr. 363, Tweede Kamer</item>
         <item attribuut="Afkomstig_van">Algemene Zaken</item>
         <item attribuut="Indiener">
            <persoon partij="SP">Marijnissen</persoon>
         </item>
         <item attribuut="Datum_reaktie">1995-01-13</item>
         <item attribuut="Datum_indiening">1995-01-13</item>
         <item attribuut="Document-id">KVR992</item>
         <item attribuut="Omvang">1 pag.</item>
      </metadata>
      <header titel="Tweede Kamer der Staten-Generaal" kamer="2" vergaderjaar="Vergaderjaar 1994–1995" typehandeling="Aanhangsel van de Handelingen" typedoc="Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden"/>
      <footer firstpaginanummer="737" allpagenumbers="737" vetnummer="" code="" lopendefooter="Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, Aanhangsel" filenaam="" issn-nummer="ISSN 0921 - 7398" uitgever="Sdu Uitgeverij Plantijnstraat ’s-Gravenhage 1995"/>
      <vraagdata vraagnummer="363" onderwerp="" indiendatum="1995-01-13">
         <vrager partij="SP" oorsprong="parlement">Marijnissen</vrager>
         <vraagt-aan/>
      </vraagdata>
      <antwoorddata antwoorddatum="1995-01-13">
         <antwoorder functie="minister-president" ministerie="Algemene Zaken">Kok</antwoorder>
         <mede-antwoorder/>
      </antwoorddata>
   </meta>
   <vragen aantal="5">
      <vraag nummer="1" voetnoot="1">Zijn de berichten van het Deutsche Presse Agentur (DPA) <voetnoot nummer="1"/>waar, als zou kroonprins Willem Alexander bij een gesprek met buitenlandse correspondenten gezegd hebben dat naar zijn mening de vijfde mei als officie¨le bevrijdingsdag op termijn en misschien zelfs per 1996 afgeschaft zou kunnen worden en dat bij de vijfde mei amper nog iemand aan de oorlog en de bevrijding denkt en het slechts beschouwd wordt als een vrije dag? </vraag>
      <vraag nummer="2">Zijn, zoals een vertegenwoordiger van de Duitse pers in de uitzending van «Met het Oog op Morgen» van 12 januari stelde, deze uitspraken gedaan in het kader van opmerkingen van de kroonprins over de naar zijn mening gewenste verbetering van de bilaterale betrekkingen tussen Nederland en Duitsland? </vraag>
      <vraag nummer="3">Zo ja, wat is dan de mening van het kabinet in dezen? </vraag>
      <vraag nummer="4">Zo neen, wat heeft de kroonprins dan we`l gezegd met betrekking tot de toekomst van bevrijdingsdag? </vraag>
      <vraag nummer="5">Bent u bereid het woordelijke verslag van dit deel van het gesprek – gezien het belang van het onderwerp – ter beschikking van de Kamer te stellen? </vraag>
      <noten afkomstig="vraag">
         <noot nummer="1" datum="1995-01-12" bron="Teletekst en NOS-Journaal">Teletekst en NOS-Journaal, 12 januari 1995</noot>
      </noten>
   </vragen>
   <antwoorden aantal="4">
      <antwoord nummer="1">Deze berichten geven geen juist beeld van hetgeen Z.K.H. de Prins van Oranje over de 5e mei heeft gezegd. </antwoord>
      <antwoord nummer="2">De heer Hetzel, voorzitter van de Buitenlandse Persvereniging (BPV), heeft in «Met het Oog op Morgen» opgemerkt dat er is gesproken over de Nederlands-Duitse betrekkingen. Dat is ook gebeurd. In de in de eerste vraag genoemde berichten is echter ten onrechte de indruk gewekt dat door de Prins zelf het verband is gelegd tussen de 5e mei en de bilaterale betrekkingen. </antwoord>
      <antwoord nummer="3 en 4">Bij de installatie van het qua samenstelling vernieuwde Nationale Comite´ 4 en 5 mei op 7 februari 1994, heeft mijn ambtsvoorganger het Comite´ gevraagd na te denken over de wijze waarop, na´ dit jubileumjaar, inhoud zou kunnen worden gegeven aan de jaarlijkse herdenking en viering op 4 en 5 mei. Het Comite´ heeft het voornemen daarover dit najaar een advies uit te brengen. De woorden van de Prins, met als strekking dat men zich moet afvragen hoe na´ 1995 verder invulling kan worden gegeven aan de viering van de 5e mei, omdat een viering zonder goede inhoudelijke aspecten naar zijn oordeel minder zinvol is, zijn daarmee niet in strijd. Zoals uit het begin van het antwoord op vraag 3 en 4 moge blijken, is er tussen de benadering van het Kabinet en die van de Prins geen verschil van opvatting. </antwoord>
      <antwoord nummer="5">De Prins was te gast op een receptie van de Buitenlandse Persvereniging. Tijdens de kennismakingsronde langs de aanwezige leden van de BPV zijn hem ook vragen gesteld op diverse terreinen. Hiervan is geen verslag gemaakt. </antwoord>
      <noten afkomstig="antwoord"/>
   </antwoorden>
</kvr>

